Energie-Blog

André Jurres

7 okt 2006
414

Vanaf woensdag hebben we allemaal kennis kunnen nemen van de aankondiging dat er afgelopen vrijdag een nieuw akkoord zou zijn tussen de federale regering en de dominante marktpartij.
De aankondiging was nog niet koud of ik kreeg telefoon van mensen actief in de sector die zeer bezorgd waren over dit aanstaande akkoord.  Velen zeiden ongeveer hetzelfde, dit is een slecht akkoord waar we zo goed als niks aan hebben en die een verdere liberalisering zou onder druk zetten.
Voor vrijdag kwam er ook een reactie vanuit de Commissie die via Mevrouw Kroes haar bezorgdheid uitte voor te snel gemaakte akkoorden.  De Commissie verkondigd dat de fusie haar exclusieve bevoegdheid is.
Mijn reactie is niet negatief, zelf denk ik dat iedere verbetering van het huidige beter is en dat het initiatief van de premier lovenswaardig is als hij zegt dat hij er gewoon voor wilt zorgen dat België nog verder gaat in de voorwaarden die de Commissie zou opleggen.
De onderhandelde voorstellen zijn een eerste stap in de goede richting. Het geven van extra capaciteit aan de tweede grootste producent die op dit ogenblik zware verliezen maakt is een goede noodmaatregel om de eerste noden toe te dienen.  Het genezen van een patient is beter dan hem te laten sterven.  De druk die uit het Franse landsgedeelte is gekomen om de patient te helpen heeft hier zeker geholpen.
De vermelde stijging naar 15% marktaandeel in stroomproductie betekent dus 5% extra bovenop de huidige 10%.  Vooral belangrijk is dat die 5% hoofdzakelijk zou bestaan uit nucleaire stroom die aan een kost+ zou worden verkocht.
Hier denk ik dat men iets te snel van stapel loopt, het bevoordelen van één marktpartij ook al is het doel nobel kan normaal niet in een vrije markt.  De 5% stroom die zou worden verkocht dient volgens normale Europese voorwaarden te verlopen.  Het kan best zijn dat andere marktpartijen ook nood hebben aan goedkopere afgeschreven nucleaire stroom en zich terecht gediscrimineerd zouden voelen.
Niet het verkopen van stroom aan één partij hoeft discriminerend te zijn maar wel als deze goedkoper wordt verkocht dan dat andere marktpartijen hun stroom dienen te kopen bij dezelfde verkopende partij.  U kunt zich voorstellen dat op de dag dat de 5% wordt verkocht aan kost+ op dezelfde dag een normale aankoop geschiedt volgens groothandelsprijzen.  Dit lijkt me een duidelijk voorbeeld van discriminatie van een dominante marktpartij, met of zonder goedkeuring van een regering.
Een volledige openheid over de aangeboden kost+ voor deze stroom zal zeer belangrijk zijn voor transparantie in een markt die open komt.  De Commissie zal hier zeker moeten op aandringen dat een dergelijke verkoop niet in de bekende achterkamers gebeurd.
Een tweede belangrijke positief voorstel is de introductie van een andere marktpartij die
15% zou kunnen verwerven van de productie(capaciteit) door een swap overeenkomst te sluiten met de dominante marktpartij.  Dit betekent zeker een stimulans naar een groothandelsmarkt die een begin van openheid brengt.  Belangrijk is wel dat de wetgevende instanties mee kunnen bepalen wie die partij wordt daar de dominante marktpartij op zoek zal gaan naar de voor hun meest neutrale nieuwe concurrent.  Met neutraal bedoel ik een partij die bijvoorbeeld geen of weinig synergieen heeft met zijn thuisland omdat het of te ver is, bijvoorbeeld Spanje, of die nog niet actief zijn in België.
Ook dient men in een mogelijke swap ervoor te zorgen dat de wetgever/regelgever de mechanismen kent van een dergelijke overeenkomst daar er soms andere voordelen in kunnen zitten voor een dominante marktpartij.
Naast een swapdeal kan men beter kiezen voor een klassieke methode met name de veiling georganiseerd door een neutrale partij(wet/regelgever) van 15% van de productie.
De reactie van de Commissie was duidelijk en betekent dat zij alleen nu eerst aan zet is en dat hierna anderen aanvullende voorwaarden mogen/kunnen opleggen. 
Dit hoeft op zich niet slecht te zijn daar de Commissie nu zeker dubbel op haar hoede zal zijn dat de opgelegde remedies wel degelijk een positieve impact zullen hebben op de liberalisering en wellicht gaat zij nu ook naar electriciteit kijken.
Indien de fusie zou worden goedgekeurd na voldoening van de remedies kan België zijn wensen ook laten uitvoeren en is er wellicht een mogelijkheid voor de gewesten om te beginnen met het voorstellen van remedies op gewestelijk vlak.  Zowel minister Peeters als minister Antoine hebben al duidelijke voorstellen gedaan en wensen deze en wellicht nog andere ideëen te onderzoeken.
Gezien men heeft gekozen voor een liberaliseringsbevoegdheid op gewestelijk vlak verwacht ik dat de bevoegde ministers extra maatregelen zullen nemen en voorstellen doen om de liberalisering op gang te helpen in hun eigen gebied.
Dit is tot op vandaag nog niet echt naar voor gekomen.