Energie-Blog

André Jurres

4 sep 2018
109

Dat ieder land zijn eigen uitdagingen heeft mag voor iedereen duidelijk zijn; België met zijn kerncentrales en Duitsland met zijn bruinkool. Maar in Nederland is de uitdaging ook gigantisch te noemen.  Het stopzetten van zijn eigen gaswinning is na meer dan vijftig jaar behoorlijk afkicken.

De verslaving aan het gas is groot en de wil bij de burger om hiervan afscheid te nemen is eerder klein te noemen.  Heel begrijpelijk trouwens want het wordt nooit meer zo goedkoop.  De aanschaf van een warmtepomp kost toch zo’n drie keer zoveel en hier reken ik dan nog niet de gewenste andere veranderingen bij zoals vloerverwarming in de plaats van radiatoren.  Met een warmtepomp meer dan veertig graden warm water produceren is gewoon niet optimaal en dus worden de beperkingen snel duidelijk.

Combinatie van vloer/wand verwarming zorgt ervoor dat het water rond de 32/33 graden kan blijven en deze warmte wordt ook beter verspreid.  Zeker met recente vloer en wandverwarming zijn deze ook goed geïsoleerd, wat ervoor zorgt dat de opgewekte warmte niet verloren gaat.

De heisa die vorige week ontstond over het gas afschakel plan had vooral te maken dat het al een tijd beschikbaar was maar niet besproken in de Tweede Kamer en ook niet gedeeld was met de Kamerleden, ondanks dat ze daar eerder om hadden gevraagd.  Enigszins wrang dat eenieder in Nederland dus in staat is om dit op te vragen en de Kamerleden dit zelf niet hebben gedaan.

Nu is er met de inhoud van dit plan niks mis, alleen zeggen de makers ervan ook dat de uitvoerbaarheid in het geval van een grote storing niet haalbaar is.  Mensen of bedrijven van het gas halen blijkt juridisch niet te kunnen en hiervoor is dus nieuwe wetgeving nodig.  Zeker bij een gasnet hebben de beheerders meestal nog wel een korte tijd om in ieder geval de belangrijkste kleppen te sluiten.

Met de recente storingen in Nederland bij Schiphol, Amsterdam of Brabant (elektriciteit) in het geheugen blijkt duidelijk dat plannen hebben één ding zijn, maar storingen voorkomen zeer moeilijk is.  Daarom is het goed dat zelfs als dergelijke scenario’s bestaan deze jaarlijks onderworpen worden aan een toetsing door een neutrale partij met kennis van zaken.

Een ander voordeel voor Nederland kan zijn dat het resterende gas zo snel als mogelijk niet meer gebruikt wordt en gebruikt kan worden als buffer in noodsituaties. Dit hangt natuurlijk mede af van de snelheid waarmee de nieuwe stikstoffabriek(en) gebouwd wordt(en) om het geïmporteerde hoogcalorisch gas op de juiste waarde te krijgen (laagcalorisch zoals nu gebruikt wordt).

Uit de woorden van minister Wiebes kan men afleiden dat het tevens de wens van de regering is om de gaswinning snel terug te brengen en tegen 2023 nog maar voor een heel klein deel gebruik te maken van het eigen gas. 

Dit alles zal mede afhangen van de situatie in Groningen, alwaar de bevolking lijkt te kunnen rekenen op de aandacht van Den Haag en de aardbevingen ernstig begint te nemen met als gevolg dat de gasproductie sneller wordt teruggebracht.  Zoals steeds valt af te wachten of de woorden ook worden omgezet in daden.

De scenario’s die geschetst worden lijken eerder onwaarschijnlijk; dat Nederland getroffen zou kunnen worden door een zware aardbeving is klein te noemen ook al kan er natuurlijk wel iets gebeuren op lokaal vlak in Groningen waardoor schade zou kunnen ontstaan.

Andere oorzaken nu en in de toekomst zijn realistischer, bijvoorbeeld een cyberaanval, problemen met de import van aardgas (bevoorrading vanuit het buitenland zorgt er nu eenmaal voor dat je het lot niet meer zelf in handen hebt), een stikstoffabriek die problemen heeft, enz.

Als eerste dienen de netbeheerders nu aan te geven aan de politiek welke wetten ze nodig hebben om het nodige te kunnen doen wanneer een storing optreedt.  Tot die tijd is er eigenlijk geen realistisch scenario om een grote storing aan te kunnen.  De aannames voor de stijging van het elektriciteitsverbruik in de toekomst door meer elektrische verwarming(warmtepompen), elektrische wagens lijken me eerder bescheiden.  De 47 BCM-aardgas die Nederland jaarlijks verbruikt vervangen door een andere meer duurzame energievorm zoals elektriciteit waardoor ook onze zware industrie en nutsvoorzieningen volledig omgaan tegen 2050 zorgen toch wel voor een grotere stijging.

Hoe deze extra energie gaat opgewekt worden staat in geen enkel plan, voor Nederland zou het elektriciteitsverbruik maximaal kunnen stijgen naar meer dan 400 TWh elektrisch (nu 105 TWH) als je alle fossiele brandstoffen dient te vervangen. De lange termijndoelstellingen die Europa en bij uitbreiding de wereld zich heeft opgelegd in het Parijs akkoord worden niet opgevolgd met detailplannen hoe dit gerealiseerd kan worden.  Dertig jaar lijkt veel, maar in onze sector zijn dit realistische termijnen: het wordt alleen stillaan hoog tijd dat het Parijs akkoord een vertaling krijgt in cijfers.