Energie-Blog

André Jurres

1 mrt 2018
445

We zijn weer een hele stap verder na het jongste advies van de universiteit van Gent omtrent de uitfasering van al onze kerncentrales.  Aangevuld met extra rekenwerk van het Planbureau en PWC is de overheid nu klaar om keuzes te maken, of toch niet?

De hete aardappel ligt nog altijd op tafel want ondanks al het goede rekenwerk komt het uiteindelijk toch neer op visie en overtuiging om te kiezen.  De politiek gaat zich niet kunnen verschuilen achter deze studies want geen één maakt keuzes of geeft precies aan wat raadzaam zou zijn.

De grootste verdienste van deze nieuwe studie is dat zij bewijst dat we zonder kernenergie kunnen en dat uitstel geen optie is.

Zoals steeds zijn er twee kampen. De ene wilt vooral tijd kopen en de noodzakelijke keuze voor nieuwe oplossingen zover mogelijk naar de toekomst schuiven onder het mom van de noodzaak van betaalbare elektriciteit. Een argument wat trouwens definitief kan opgeborgen worden want alle studies bevestigen dat het inderdaad geld gaat kosten, maar dat dit gewoon niet te vermijden is.

Het andere kamp wilt vasthouden aan de kernuitstap van 2003 om zo maximale ruimte te geven aan een alternatieve oplossing.  Dat er al vijftien jaar verloren is gegaan door geen keuzes te maken zorgt er ook voor dat de druk voldoende hoog is.

Hoe goed de analyse van mogelijke toekomstige kosten ook zijn uitgewerkt, per definitie zijn ze maar een aanname gezien je in onze sector iedere dag een nieuwe analyse kunt maken die tevens een andere uitkomst zal geven.  Er zijn eenvoudigweg te veel variabelen die zelfs op dag basis een impact kunnen hebben.  De intrestvoeten, de CO2 prijs, beschikbaarheid van import, de elektriciteitsprijs op de stroombeurs, de gasprijs en de evolutie van prijzen in onze buurlanden zijn enkele daarvan.

De keuze om een keuze te maken is nu aan de politiek, welke dan ook. Om zo eindelijk duidelijkheid te scheppen, zodat we tegen 2025 wel degelijk voor een deel of volledig afscheid kunnen nemen van onze oude kerncentrales. 

Nu alle tijd is genomen om zoveel mogelijk kwalitatieve informatie te krijgen van diverse hoeken telt iedere dag, een beslissing voor de zomer is nodig gezien de korte tijd die ons rest tot 2025.  Welke nieuwe elektriciteitsproductie dan ook wordt gekozen, deze dient eind 2024 volledig operationeel te zijn!

Dat er sowieso gekozen wordt voor gascentrales is al enige tijd duidelijk en dit komt vooral door een gebrek aan tijd en alternatieven.  Dat deze centrales ondersteuning nodig zullen hebben is voor iedereen ook duidelijk, en anders dan wat door sommigen wordt voorgesteld is een ondersteuning op de investering alleen niet voldoende.  De reden waarom zelfs afgeschreven gascentrales vandaag meer stil staan dan werken komt door de te lage elektriciteitsprijs. 

De overheid zal mijns inziens met een mechanisme dienen te werken waarbij zij per geproduceerde MWh een garantie geeft, lees minimum, zodat de uitbaters het ontbrekende deel krijgen bijgepast.  Dit systeem is in vele landen trouwens al te zien.  Daarnaast kan indien nodig ook overwogen worden de investering gedeeltelijk te ondersteunen om zo tot een hybride systeem te komen.  De prijs per geproduceerde MWh voor een gascentrale kan perfect in een formule worden vastgelegd, maar zal wel variëren per centrale gezien het moment van bouwen en keuze van configuratie wel kan verschillen. Naast de nood aan grote gascentrales die onze kerncentrales gaan vervangen doet de overheid er goed aan ook ruimte te maken voor varianten zoals kleinere flexibele gascentrales die sneller kunnen reageren wanneer nodig en die ook hun warmte nuttig gebruiken. Bijvoorbeeld door deze te verkopen aan nabijgelegen industrie en/of woongebieden.

Voor onze zware industrie zullen we constant de prijzen moeten vergelijken met andere landen om ervoor te zorgen dat zij competitief kunnen blijven, zonder dat dit mechanisme eeuwig moet blijven bestaan.  Op termijn dient de marktprijs alles te bepalen en zal een echte CO2 prijs één van de belangrijke onderdelen zijn van de totaalprijs en er tevens voor zorgen dat onze bedrijven geen competitief nadeel hebben ten opzichte van hun concurrenten in het buitenland.

De constante daling van zon en wind als productiebronnen zal ons tevens in staat stellen deze nog sneller uit te bouwen. Ook al dient de waarheid gezegd te worden; toekomstige concessies moeten ook oplossingen inhouden voor grootschalige opslag en (vooral) een nuttig gebruik van de opgewekte zon en windenergie.  Dat waterstof één van de grote dragers wordt in de transportsector en aanverwanten zal tevens één van de motoren worden achter deze ambitie. De regering kan dus kiezen voor een innovatieve toekomst die goed is voor onze economie èn voor de werkgelegenheid.

De vele capabele mensen thans actief in de kernenergiesector zijn belangrijk in deze transitie naar nieuwe duurzame vormen, waardoor we een nieuwe industrie kunnen uitbouwen die we dan ook kunnen exporteren.  Dagelijks bewijzen ook Belgische bedrijven zoals Deme dat ze met succes onze knowhow mondiaal in kunnen inzetten en er is geen reden om aan te nemen dat we met de energie transitie niet een gelijkaardige rol kunnen gaan spelen.  In de energiesector hebben bedrijven als Tractebel ook in het verleden bewezen dat wij bij de top kunnen horen in de wereld van engineering en ontwikkeling; het wordt hoog tijd dat we deze handschoen weer opnemen!

De federale regering heeft met zijn ambitie voor een echt investeringspact ook voor deze weg gekozen en kan de energiesector en zijn transitie hiervoor inzetten om zo met ons geld een maximale impact te hebben.