Energie-Blog

André Jurres

2 mrt 2007
382

Het startschot lijkt gegeven, de interesse voor de “magische” datum van 1 juli 2007, zijnde de totale opening van de Europese energiemarkt, begint een aktueel item te worden op de media agenda.  Toch zeker voor degene die dit dossier in Brussel van dichtbij volgen.  Deze week kreeg ik nog een verzoek tot informatie om de status van de liberalisering weer te geven.  Zoals reeds eerder gezegd is de liberalisering vooral een datum op papier en is deze werkelijk verder weg dan pakweg twee, drie jaar geleden.  Het energievraagstuk staat dan wel hoger op de politieke agenda, de eensgezindheid over dit vraagstuk is wel minder eendrachtig binnen Europa.  Vooral Frankrijk en Duitsland liggen dwars wat betreft het nemen van de volgende nookzakelijke stappen om een goede start te nemen met de liberalisering.  Van Frankrijk is dit nog enigszins te begrijpen gezien hun “staats” belang in EDF en GDF.  De Fransen zijn sowieso geen minnaar van de vrije markt.  Van Duitsland is dit minder voor de hand liggend maar lijkt me de lobby zeer effectief, met name het aanjagen van schrik aan de politiek over bevoorradingszekerheid voor het eigen land.  Dan mogen nog bijna alle andere landen pro-liberalisering zijn gezien de noodzaak tot unanimiteit is consensus onmogelijk.  Hopelijk zal Europa ooit kunnen beslissen bij gewone meerderheid of toch minstens met 75% van de landen.  Met meer dan 25 landen is dit de enige weg.  Op de vraag wat er dan ontbreekt aan het openen van de energiemarkt op 1 juli gebruik ik vaak het voorbeeld van het organiseren van een voetbaltornooi/kampioenschap waar het belangrijk is dat er spelregels zijn en voor een liberalisering in bijvoorbeeld de telecom- of energiesector is ook de volgorde van de spelregels belangrijk.  Respecteert men de volgorde niet dan heeft de uitvoering van bijvoorbeeld spelregels nummer 2 tot 20 zogoed als geen zin.

De belangrijkste lijkt me het erkennen dat er in iedere markt binnen Europa bedrijven zijn met een aanzienlijke macht/marktaandeel.  Europe heeft hier trouwens zijn eigen percentages voor die spreken vanaf 25 tot 37% marktaandeel om aanzien te worden als SMP(Significant Market Power).  Indien men in een markt zoals de energiesector voldoende concurrentie wilt en die markt kent alleen een kleine groei gezien iedereen al energie had voordat er sprake was van een liberalisering dan zal men mechanism moeten inbouwen om anderen marktaandeel te laten nemen.  In praktijk zullen er dus in de aanvangsjaren van een liberalisering andere regels gelden voor partijen met SMP dan partijen die een kleinere marktaandeel hebben.  Bijvoorbeeld door deze dominante partijen te verplichten hun prijzen hoger te houden dan de partijen die nog marktaandeel dienen te verwerven.  Deze kunnen dan groeien tot een evenwaardige concurrent.  Europa dient eigenlijk consequent te blijven en die landen die niet mee willen, te verbieden(of hun dominante bedrijven) om andere bedrijven over te nemen in het buitenland.  Het hebben op termijn van een vijftal Europese spelers kan voldoende zijn om de concurrentie te laten spelen op voorwaarde dat deze vijf spelers ook in alle landen een vergelijkbaar marktaandeel hebben.  Zoniet lopen kleinere landen het risico te worden overspoeld door grote buitenlandse monopolisten die hun eigen land niet open stellen voor concurrentie, zoals dit nu in België is.