Energie-Blog

André Jurres

13 sep 2020
185

Het doornemen van een studie vergt altijd enige tijd maar iedere studie die bijdraagt tot het energiedebat is de moeite waard.  Deze gerespecteerde instellingen hebben zich al vaak bewezen maar jammer genoeg werd er  vervolgens meestal weinig rekening gehouden in het politieke debat .

De vele cijfers in deze studie zijn ongetwijfeld accuraat voor wat de huidige situatie betreft en naar ik begrijp heeft Engie/Electrabel deze cijfers ook nog gecontroleerd.

Voor wat de toekomst betreft wordt het echter een stuk minder evident, gezien alleen die zaken waarvan we nu al weten dat er een beslissing werd genomen door politiek of bedrijven als correct mogen beschouwd worden.

Alle andere toekomstverwachtingen zijn op zich juist, maar ook allemaal mogelijks fout.  Dat komt gewoon omdat de toekomst voorspellen alleen voor de goddelijke onder ons mogelijk is en de mens slechts in staat is om benaderingen of beter gezegd simulaties te doen van mogelijke scenario’s. 

Het inzichtelijk maken van mogelijke toekomstige uitkomsten heeft wel zijn verdienste gezien men zo bijvoorbeeld duidelijk kan maken hoe groot de uitdaging wel is.

In mijn eerste reactie wil ik vooral ingaan op wat er niet in staat of op mogelijke andere scenario’s en vooral ook om een eigen visie en strategie te hebben waar we voor moeten gaan. 

Het eerste wat opvalt in deze studie is dat deze probeert om één beeld te geven van onze elektriciteitsproductie, nu én morgen.  Opvallend omdat anders dan in het verleden men in de toekomst ook andere delen van de economie en energieketen in rekening dient te brengen die mogelijks een zeer grote impact kunnen hebben op waar wij nu voor moeten kiezen.

Een eerste waar ik het hier wil over hebben is vooral voor de Benelux (en ook Duitsland) van groot belang voor onze industrie en meer bepaald de petrochemie.  Sinds decennia vormen onze havens in de Benelux een absoluut centrum en zijn zelfs wereldleider in het gebruik van waterstof als integrale grondstof/brandstof voor onze industrie.  Vandaag de dag wordt deze vooral gemaakt door gebruik van aardgas,maar de Europese Commissie, lidstaten en industrie zijn zich bewust dat het produceren van waterstof dient verduurzaamd te worden.

De weg van grijs naar groene waterstof ligt voor ons en onze landen(Benelux, Duitsland bv.) gaan hierin de leiding(moeten) nemen om tegen 2050 CO2 neutraal  of negatief te zijn.  Deze enorme uitdaging betekent ook voor de productie van groene stroom een omwenteling gezien deze dus niet alleen voor elektriciteit bij u thuis of op het bedrijf gaat zorgen, maar er ook voor gaat zorgen dat we af geraken van onze fossiele brandstoffen.

Het is dan ook opvallend te noemen dat alle instellingen die hierin hebben meegewerkt met geen woord spreken en schrijven over de uitrol van grootschalige groene waterstof de komende decennia.  Men kan dit onmogelijk vergeten zijn gezien de recente aandacht vanuit Europa en landen zoals Duitsland, Nederland en België.

Het produceren van alleen al bijvoorbeeld 2 miljoen ton groene waterstof voor de industrie in de Benelux betekent dat je in het uiterste geval 13 tot 14 GW aan elektrolyse productie gaat bouwen.  Om deze te voorzien van groene stroom is een veelvoud nodig (factor 6 tot 8 in elektriciteitsproductie) en het moge duidelijk zijn dat we niet zo zoveel gaan bouwen maar toch.

Zelfs als we aannemen dat er ook zoiets als blauwe waterstof gaat komen (lees CO2 onder de grond opslaan) en een deel van onze toekomstige groene waterstof gaan importeren uit bijvoorbeeld Noord-Afrika dan nog moet het duidelijk zijn dat de aannames gebruikt in deze studie over de mogelijkheden om ook in toekomst 10% van onze elektriciteitsbehoeften te kunnen importeren toch wel onder spanning staan.

Doe je daar ook de transportsector bij waar schepen, vliegtuigen en zwaar vervoer ook grote hoeveelheden groene waterstof nodig gaan hebben dan is het duidelijk dat zon en wind alleen niet voldoende zullen zijn.

De paradox zou wel eens kunnen zijn dat lang na het sluiten van onze huidige oude kerncentrales de mensheid meer dan ooit dergelijke productie nodig heeft  om voldoende energie te hebben om de samenleving ermee te voorzien.

Een andere opvallende afwezige is de vervanging van aardgas door elektriciteit om ons te verwarmen, nochtans weet iedereen dat bijvoorbeeld Nederland besloten heeft om afscheid te nemen van aardgas voor verwarming.  De 47 bcm aardgas die jaarlijks in Nederland verbruikt wordt is natuurlijk niet alleen voor verwarming, maar neem nu nog maar 1/3 en je komt al snel op het totale jaarverbruik van aardgas voor heel België.

Ook hier zal elektriciteit een belangrijke rol gaan spelen door bijvoorbeeld de inzet van warmtepompen waardoor de eigen elektriciteitsbehoeften nog meer gaan toenemen.  Hetzelfde geldt trouwens ook voor België met zijn jaarlijks verbruik van zo’n 17 bcm die ook tegen 2050 moet uit gefaseerd worden.

Zowel Duitsland als Nederland gaan de komende tien tot twintig jaar massaal veel basislast centrales sluiten en (gedeeltelijk) vervangen door zon en wind.  De aanname dat België na 2025 netto importeur wordt mag dan correct zijn vanuit haar eigen standpunt, maar de aanname dat we die dan gaan halen in onze buurlanden zoals Nederland en Duitsland is naar mijn bescheiden mening op zijn minst opvallend te noemen en deze mag men zelfs in twijfel trekken.

Daarmee wil ik niet gezegd hebben dat we niet gaan evolueren naar één koperen plaat in Europa of in ieder geval heel sterke verbindingen met onze buurlanden, maar dat is op zich geen garantie dat onze buren klaar staan om ons constant te voorzien van betrouwbare (lees wanneer wij stroom nodig hebben) en betaalbare elektriciteit.  Zelfs Frankrijk die historisch gezien altijd de grootste exporteur van elektriciteit in de wereld is geweest staat ook voor enorme uitdagingen.  De aankondiging dat ze 25% van hun oude kerncentrales gaan sluiten betekent gewoon geen exportcapaciteit meer.  De bouw van nieuwe kerncentrales met Flamanville indachtig is nu ook niet van dien aard dat je met veel vertrouwen kan zeggen dat ze er nog dozijnen nieuwe gaan bouwen.  Als laatste komt er dan nog Engeland bij die ook vele centrales gaat sluiten de komende jaren en decennia en dus ook geen structurele netto exporteur worden.

En ja, we gaan allemaal op bepaalde momenten massaal veel elektriciteit op overschot hebben, het probleem is daarbij vooral dat onze buurlanden dit dan ook hebben op bijna exact hetzelfde moment.  Die voorziene overschotten zullen er trouwens waarschijnlijk niet eens zijn want die zijn hard nodig om zoveel mogelijk groene waterstof te maken.

Hierbij mijn eerste reactie op deze studie die als grootste verdienste heeft dat we het debat blijvend moeten aangaan, liefst in combinatie met politiek, experts en academici aangevuld met vertegenwoordigers van de ganse samenleving.