Energie-Blog

André Jurres

31 jan 2019
2344

Dat de goedkeuring van het klimaatakkoord in Nederland op weerstand kan rekenen blijkt duidelijk uit de diverse politieke reacties.  Velen spreken zich al uit, ook al zijn de berekeningen van het CPB nog niet binnen.  Deze zouden in ieder geval voor de verkiezingen kenbaar worden gemaakt.  Een korte termijn raming van het Planbureau voor de Leefomgeving is net verschenen en dit maakt duidelijk dat geen één van de doelstellingen gehaald gaat worden voor 2020. Te weinig reductie broeikasgassen, te weinig energiebesparing, te weinig duurzame productie.  Sterker nog, sommige sectoren zoals de industrie gaan zelfs nog meer broeikasgassen produceren tegen eind 2020.

 

Wat opvalt is één constante; iedereen is op zich voor maar waarschuwen dat het niet te snel mag gaan, zeker ook niet ten koste van de huidige situatie qua werkgelegenheid en de bestaande industrie.  Het is de rode draad, het status quo, verandering is goed zolang het maar niet bij mij is.  De buren zijn altijd beter geplaatst of sterker.

 

Dat Nederlands Limburg geen voorloper is op het vlak van zijn duurzame doelstellingen is een feit hetgeen m.i. voortkomt uit een gebrek aan visie, middelen en daadkracht.  Natuurlijk heeft de provincie beperkingen, zoals het zuidelijk deel dat leeft van het toerisme door het schitterende heuvellandschap, en waarin wandel en natuurgebieden 200m hoge windmolens nagenoeg geen optie zijn.  Maar als je dan kijkt welke heisa er bijvoorbeeld in Noord-Limburg gemaakt wordt over een paar windmolens langs de snelweg, dan wenkt al snel dezelfde reflex zijnde “not in my backyard”.

 

Het gebrek aan visie uit zich niet alleen in de uitbouw van groene stroomproductie, maar ook in de bebouwde omgeving.  Hoeveel bedrijfsgebouwen zijn eigenlijk al uitgerust met de laatste slimme IT-oplossingen die niet alleen veel CO2 besparingen geven, maar ook in de portemonnee schelen.  Voor een provincie als Nederlands Limburg zijn die zeker op één hand te tellen.  Dit geldt bij uitbreiding ook voor gans het land en bij uitbreiding gans Noordwest-Europa.  Nochtans hebben wij veel te winnen bij slimme IT-oplossingen, omdat we nu eenmaal een heel lang tussenseizoen hebben.  Hoe vaak is het niet koud ‘s morgens en ‘s middags te warm in een kantoorgebouw of werken de installaties niet optimaal?

 

Wist u dat het energieverbruik van een gemiddeld kantoorgebouw 3,5 keer zoveel energie verbruikt dan berekend werd in de ontwerpfase?  Geen haan die ernaar kraait.  Het laaghangend fruit hangt rondom ons en we zijn er gewoon blind voor.  Fabrikanten in gebouwen zien dergelijke oplossingen niet altijd graag komen, zonder echte rationele reden.  Het is meer blijf van mijn spullen af of kan het zijn dat beperkingen van daadkracht of bestuurskracht hierdoor naar boven komen.  A.I.-oplossingen die volgens voorspellingen gebouwen gaan sturen zijn nog een zeer onbekend terrein in deze traditionele sector.

 

Of het nu koelen of verwarmen betreft, de sturing ervan is zelfs tot op vandaag gericht op standaardisatie en veel minder op maatwerking.  Dat de Europese Commissie en het Parlement vanaf dit jaar de doelstellingen voor energiebesparing nog wat hoger hebben gelegd is geen luxe gezien we behoorlijk achter lopen op de doelstellingen.  CO2 besparen blijkt in praktijk moeilijk te zijn en vele lidstaten zijn terug in de verkeerde richting aan het gaan vanwege een in toenemende mate betere economie.  Velen beseffen niet dat we niet alleen onze uitstoot kunnen beperken, minder geld aan energie kunnen uitgeven en toch ons comfort kunnen verhogen.

 

Dat men nu vooral kijkt naar de 2030 doelstellingen heeft met name te maken met de uitdaging die ons te wachten staat.  De 2020 doelstellingen waren nog relatief eenvoudig haalbaar (ook dankzij de crisis die we vanaf 2008 gehad hebben) maar 2030 is een heel ander paar mouwen.  En toch kan een kwart behaald worden door gewoon minder energie te verbruiken en zijn A.I.-oplossingen ook relatief snel terugverdiend, soms zelfs binnen de twaalf maanden, en niet ingrijpend in de gebouwen of energienetwerken.

 

Ondertussen waarschuwt de industrie dat zij positief staat tegenover de 2030 doelstellingen, maar dat iemand anders de rekening moet betalen want anders zijn ze weg.  Dat politici deze redenering klakkeloos overnemen getuigt van weinig visie kijkende naar landen als Zweden waar men al decennia een goed werkend CO2 marktsysteem heeft.  Bijvoorbeeld de investering die recent werd aangekondigd door een chemisch bedrijf in de Antwerpse haven van bijna drie miljard Euro is zeker een mooie opsteker, alleen is de boodschap die volgt toch één van behoud.  De eigenaar zegt onomwonden dat de energietransitie niet te snel mag gaan, wat dat betekent weet ik niet, want de doelstellingen zijn toch voor eenieder duidelijk.

 

Als je het zelf niet weet volg dan enkele gidslanden zoals Zweden die gewoon harde datums stellen om bepaalde technieken uit te faseren.  Het behalen van de 2030 doelstellingen gaat eenvoudigweg niet alleen met meer van hetzelfde, maar behoeft ambitie, innovatie en introductie volgens harde deadlines van oplossingen in A.I., waterstof, batterijen, duurzame productie, isoleren, gedragswijziging en bevolking aangroei en controle.

 

Gidslanden spelen hier een belangrijke rol omdat zij de weg kunnen tonen, Nederland heeft met zijn eerbare oefening om tot een nieuw klimaatakkoord te komen voor een deel de weg getoond.  Er waren (te) veel spelers rond de tafels, dat compliceert, maar het principe van overleg en vakkennis is nodig om tot een onderbouwing te komen.  De politiek kan en mag dan ook niet weglopen van zijn verantwoordelijkheid, want het zijn uiteindelijk zij die verkozen zijn om de noodzakelijke harde keuzes te maken.