Energie-Blog

André Jurres

12 feb 2019
2470

Dat de combinatie van klimaatbetogingen en de hete wind van de aanstaande verkiezingen het niveau van debatten niet altijd goed doet werd deze week nog eens duidelijk.  Naast partijen die de spontane acties van gele hesjes of klimaatjongeren willen recupereren, is het ontbreken van onderbouwde oplossingen in de debatten schrijnend te noemen.

 

Als men het niet weet, waarom zegt men dat dan gewoon niet?  De grootste rechtse partij in Vlaanderen komt niet verder dan voor te stellen om enkele kerncentrales open te houden, terwijl de linkse partijen hun best doen om de transitie voor te stellen als één groot feest waar we zonder enige aanpassing van gedrag en welvaart kunnen aan voldoen.

 

Gezien ik zelf geen enkele politieke kleur of voorkeur heb, buiten dan dat de opgebouwde welvaart zo goed mogelijk onder zoveel mogelijk mensen dient verdeeld te worden, om zo de sociale cohesie van onze democratie blijvend in stand te houden, kan ik mij beperken tot het blijven aandragen van voorstellen en oplossingen die de Benelux een voorsprong kunnen geven.

 

Aan de diverse discussies gaan vaak goede bedoelingen vooraf en zelfs goede (deel)oplossingen.  Wat men naar mijn smaak niet of toch in elk geval onvoldoende benoemd wordt, is dat iedere maatregel van enige omvang ook flankerende maatregelen behoeft om ervoor te zorgen dat er draagvlak komt of blijft en er alternatieven zijn als we iets moeten opgeven.

 

Eén van die maatregelen is ervoor te zorgen dat groene stroom/gas/warmte de beste keuze wordt. En niet alleen omdat de overheid moet durven zeggen dat er binnen vijftien jaar alleen nog maar kan gekozen kan worden voor dit type van oplossingen.  De aanleiding in Frankrijk van de gele hesjes was nu net het gevolg van één goede maatregel (het verhogen van de dieselprijs), een die is afgekondigd zonder flankerende maatregelen en voldoende tijd tussen aankondiging en uitvoering.  Keer op keer maken beleidsmakers de fout om bijna per direct een taks of belasting te verhogen of verlagen.

 

Als je de dieselprijs verhoogd (en op termijn dus onbetaalbaar maakt) zorg er dan voor dat je dit jaren op voorhand aankondigt en ga in kleine stapjes. Zie er bij aankondiging op toe dat je alternatieven hebt klaarstaan of geef aan wanneer deze er zijn. 

 

Het verhogen van de kostprijs van fossiele brandstoffen is inderdaad de weg voorwaarts, maar dit kan niet zonder een echt alternatief aan te bieden dat dan goedkoper is.  Verhoog de prijzen om te beginnen op stookolie/zware olie en kerosine, maar kondig dit lang genoeg op voorhand aan.  Laat zien waar de prijs binnen tien jaar zal staan zodat mensen en bedrijven de tijd krijgen om hierop te anticiperen en hun huidige voertuigen/machines nog kunnen afschrijven.

 

We zien nu al de hysterie met de jacht op de dieselwagen, die op zich minder CO2 uitstoot dan een benzinewagen, die in eerste instantie alleen op emotie is gebaseerd omdat de fabrikanten de boel hebben lopen belazeren.  Iets wat trouwens allang geweten was.  De efficiëntie, verbruik en levensduur van een dieselwagen is beter als een benzine en is deze plotse verkettering dan ook een zonde, ook al hebben beide geen lange toekomst meer.  De CO2 gaat dus weer omhoog omdat mensen zien dat benzine nu ineens goedkoper is dan diesel (zowel aan de pomp als qua belastingen) en krijgen we het omgekeerde resultaat.

 

Een veel beter beleid is zoals in Noorwegen of Zweden, gewoon lang op voorhand aankondigen dat tegen een bepaalde datum (bijvoorbeeld 2034) alle fossiele brandstofwagens verboden zullen zijn.  Door dit nu te zeggen geef je zowel de industrie als haar gebruikers de tijd om voor alternatieven te gaan en stimuleer je dus ook investeringen in nieuwe technieken.

Dat hiervoor veel geld nodig is, dat mag duidelijk zijn, enkele jaren geleden heb ik al eens een lans gebroken voor obligaties of beter gezegd Green bonds.  Dat idee had ik opgedaan tijdens een gesprek met iemand van Deutsche bank en lijkt een beetje op de War bonds die tijdens bijvoorbeeld de tweede wereldoorlog werden geïntroduceerd om de oorlog te kunnen betalen.

 

De banken zijn in staat om hier hun faciliterende rol te spelen en op deze manier de overheid te helpen om zo de slapende spaargelden voor een deel te activeren.  Zo investeren we met ons eigen geld in onze eigen welvaart en we krijgen er nog een klein rendement voor.  Als tweede impact wordt de handelsbalans van de nv Benelux ieder jaar beter gezien we minder fossiele brandstof gaan importeren.

 

Dat er ook veel nieuwe infrastructuur dient gebouwd te worden om de elektrificatie mogelijk te maken is duidelijk, maar zo kunnen we zelfs binnen enkele decennia exporteur worden van brandstoffen.  Het opwekken van bijvoorbeeld waterstof via alle windmolens op de Noordzee kan hierin een belangrijke bijdrage leveren.  De op termijn meer dan 50.000 windmolens op zee worden één van de belangrijke pijlers van onze duurzame samenleving.

 

De uitbouw van energie-eilanden waar deze waterstof geproduceerd zal worden zijn een deel van onze nieuwe economie die ook belangrijk gaat zijn voor onze industrie als zij tevens deze omslag moeten maken.  Natuurlijk gaan kleine, dichtbevolkte landen als België en Nederland keuzes moeten maken en vooral samenwerken om zo een groter geheel te vormen.  Nu is het nog teveel ieder voor zichzelf en gaat iedereen er automatisch vanuit dat we allemaal kunnen gaan importeren.  Dat kan zeker een deel van de oplossing zijn, alleen is het zeker niet heiligmakend als buurlanden Nederland en Duitsland al hun kolencentrales gaan sluiten.  Het is juist die kolenproductie die bijvoorbeeld België vandaag massaal importeert en dat lijkt me toch enigszins hypocriet.

Een andere belangrijke pijler om te kunnen slagen is gedragsverandering, alle technische oplossingen hebben geen enkele zin als we er niet in slagen om onze consumptie aan te passen en te verduurzamen.  De slogan “hoe meer, hoe beter” past totaal niet in een duurzame toekomst.  Het woord zuinig zijn dient terug zijn eer te krijgen en gezien te worden als een deugd en niet als een krent term.  Begin bij vleesconsumptie aan te pakken door alternatieven aan te bieden en net zoals bij sigaretten heel expliciet als overheid door te laten zien wat dit doet met ons lichaam en het welzijn van de dieren.  Communicatie staat hier centraal in combinatie met het verduurzamen van onze veestapel.  De landbouwer zal blij zijn als hij een veelvoud krijgt voor zijn vlees, op voorwaarde dat dit duurzaam en op kleine schaal gebeurt.  Zo heeft hij veel minder werk (kleinere veestapel) voor meer winst.  Hierdoor zakt op termijn ook de medische kost dramatisch omdat we gezonder gaan eten en kunnen we dus spreken van een echte win/win.