Energie-Blog

André Jurres

27 aug 2018
47

De overheden onderschatten hun impact op het stellen van het goede voorbeeld en durven gaan voor innovatie.  Dat privébedrijven hier vaak het goede voorbeeld geven is een gegeven, maar overheden zouden hier kunnen op inpikken.

Dat Hyundai weer met een nieuwe waterstofauto komt bewijst dat ook deze technologie een toekomst heeft naast andere, zoals batterijen.  Dat de infrastructuur in de Benelux grotendeels ontbreekt om dit soort brandstof te laten doorbreken bewijst dat de weg nog lang is en zelfs het stellen van doelstellingen is niet voldoende om ons wagenpark te verduurzamen.

De huidige verkoop van elektrische wagens op een verwaarloosbaar laag niveau bewijzen dit ook en zonder fiscale incentives, is zo goed als niemand geïnteresseerd. 

Hetzelfde geldt trouwens voor de uitrol van laadpalen waar België langzaam is in de dekking ervan, waardoor de massale opschaling naar bv.15% elektrische wagens sowieso niet mogelijk is. Investeren in basisinfrastructuur of zelfs de voorwaarden beschikbaar stellen is een verantwoordelijkheid die bij de overheid ligt of er dan toch dicht tegenaan.

Natuurlijk kunnen privébedrijven ook voor een dergelijke uitrol zorgen, alleen zitten zij nu in een kip ei situatie vermits er niet genoeg klanten zijn om dergelijke investeringen te verantwoorden.  Zowel voor België als Nederland is een strategie nodig die het mogelijk maakt om uit te rollen via grootschalige pilootprojecten.

De schaalgrootte van het overheidsapparaat is de ideale bron om mee te starten, of het nu de busmaatschappijen, de postbedrijven, de ministeries zelf zijn, ieder pilootproject weet zich zo verzekerd van voldoende omvang en focus. Vandaag is er trouwens slechts beperkte ruimte voor grootschalige testprojecten met alternatieve brandstoffen gezien de productie ervan nog zeer bescheiden is.

Keer op keer wordt er onvoldoende integraal nagedacht, laat staan dat men probeert om testprojecten op te starten door de energieketen heen. Natuurlijk is er ook het probleem van kennis en wie de projectverantwoordelijkheid bij aanvang moet nemen.  Dat deze op dag 1 bij de overheid moet liggen is evident, gezien er voldoende snel regel- en wetgeving moet zijn aangepast aan deze nieuwe oplossingen.

Natuurlijk zijn er privébedrijven die dag 2 de hoofdverantwoordelijkheid op zich kunnen nemen, maar zover zijn we nog niet.  Het zijn in ieder geval al zeker niet de regulatoren die deze rol op zich moeten nemen, maar wellicht wel de kennisinstituten à la Imec of TNO/ECN die hier in opdracht deze belangrijke rol bij aanvang op zich kunnen nemen.  Voor Nederland kan ook de Rijkswaterstaat dergelijke testprojecten meehelpen ondersteunen (is toch basisinfrastructuur).

In Vlaanderen heerst vandaag zelfs verwarring of de zonnepaneleninstallaties van de burgers hun terugdraaiende teller gaan verliezen en dus ook zo wederom een deel van de voordelen.  De overheid knabbelt al enkele jaren aan het rendement en ook nu is het niet zeker dat de slimme meter ervoor zal zorgen dat het rendement verder aangetast wordt.  Erger nog is dat zo het vertrouwen in een duurzame toekomst waar iedereen aan moet bijdragen wordt ondermijnd en dit op een cruciaal moment.

Met 2020 aan de voordeur zien we dat de versnelling er nog niet voldoende is en al helemaal niet voor andere zaken dan windmolens en zonnepanelen.  Natuurlijk is het positief dat deze twee technologieën nu gemeen goed zijn geworden en ieder jaar er toch nog in slagen om efficiënter te worden.

Ondanks de vele aankondigingen dat wind op zee belangrijk is (wat ten dele juist is) zijn het slechts bouwblokken in het grotere geheel.  De behoefte aan veel meer elektriciteit ter vervanging naar 2050 toe van de meeste fossiele brandstoffen is een veel grotere uitdaging dan velen denken of zeggen. 

Tijdens het laatste programma zomergasten zei minister Wiebes nog dat de transitie naar een duurzame energiehuishouding slechts een klein deel van de begroting zal vergen als je dit vergelijkt met zaken zoals de gezondheidssector.  Graag ga ik hierover eens in debat met hem, gezien de financiële uitdaging om naar een duurzame energiehuishouding gigantisch groot is, zowel in geld als qua technische uitdaging.  De maan bereiken was moeilijk, Mars nog moeilijker maar de Aarde laten draaien op schone energie, water en voedsel is er een van een grootorde die ons buiten het zonnestelsel brengt.  Dat neemt niet weg dat de Nederlandse minister zeer gedreven bezig is en zeker een van de beste ministers is van het laatste decennium op dit dossier.  Natuurlijk wel met de bedenking dat meer dan 95% van de weg nog moet afgelegd worden en Nederland van het gas afkrijgen tegen 2050 geen gelopen race is.