De inkt van de intentieverklaring over de mogelijke overname van de bestaande kerncentrales door de Belgische overheid was nog niet droog of daar komt de volgende verklaring.
De Nederlandse en Belgische regering hebben in Brussel een conferentie gehad waar de ambitie is uitgesproken om meer te gaan samenwerken. En dit betreft de ambitie van beide landen op het vlak van kernenergie. Deze woorden zijn bekrachtigd in een MOU om zo de intentie meer kracht te geven.
Deze samenspraak is in tegenstelling tot de eerste beslissing van de Belgische overheid om oude kerncentrales over te nemen een veel logischer stap naar een realisatie van concrete stappen om dergelijk complexe dossiers tot werkelijkheid te brengen.
Deze eerste stap is volgens mij zelfs een noodzakelijke om ervoor te zorgen dat onze toekomstige energiemix optimaal wordt samengesteld. Beide landen kunnen heel complementair aan elkaar zijn, aangezien de individuele productiebronnen niet dezelfde zullen zijn.
Dat Nederland 50 tot 70 GW wind op zee gaat bouwen, zorgt voor een enorm overschot voor deze bron, die voor een gedeelte ook in België kan worden gebruikt. Aan de andere kant heeft België nog steeds een groter aandeel qua kernenergie en ook de ambitie om dit nog te vergroten met zowel bestaande uit dienst genomen centrales als met de bouw van nieuwe kerncentrales.
De MOU die nu is afgesloten, gaat vooral over elkaar goed op de hoogte houden en regelmatig overleg hebben om te kijken of er mogelijkheden zijn om bepaalde zaken in de toekomst samen te ontwikkelen. Dit gaat dan maar over beheer, opleiding voor de vele duizenden experts die nodig zijn om bouw en werking mogelijk te maken, opslag en berging van radioactief afval.
De grenzen zijn hiermee zeker nog niet weg, maar het begin is er. Dat er nog niet aan integratie wordt gedacht, wijst er wel op dat de landen nog altijd erg nationaal denken en hier is zeker nog werk aan de winkel. De toekomstige energiemix die nodig is zonder fossiele brandstoffen kent geen grenzen en zeker voor onze kleine landen is samenwerking een kans.
Een kans om als voorbeeld te dienen van efficiëntie en samenwerking voor alle nieuwe investeringen die nodig zijn om afscheid te nemen van fossiele brandstoffen naar 2050 toe. Het eerste wat dient te gebeuren, is het schetsen van scenario’s die duidelijk maken welke voordelen er zijn om dit geïntegreerd te doen en onze toekomstige productie als één geheel te zien.
De weg naar de Verenigde Staten van Europa ligt via de Benelux, die uitstekend geschikt is om aan te tonen welke waarde men kan creëren door als één eenheid te functioneren. In de wereld van morgen met enkele grote wereldwijd economische blokken dienen de Europese landen goed te beseffen dat integratie niet alleen economische voordelen biedt, maar ook politieke.
De huidige sluiting van de straat van Hormuz dient lang genoeg te duren, zodat gewoonten doorbroken worden en er geen beter alternatief is dan samen naar de juiste oplossing te zoeken. We hebben al vaak gezien dat na de zoveelste energiecrisis landen terug in hun oude gewoonten vervallen en rustig verdergaan met de jaarlijkse import van vele honderden miljarden euro's aan aardgas en olie.
Het rapport Draghi is nog steeds een kapstok om deze huidige energiecrisis om te buigen in het kiezen van een toekomst waar Europa de weg toont naar een duurzame energiehuishouding.