Energie-Blog

André Jurres

20 mrt 2007
742

Dit weekend werd er gemeld dat onze groot industrie vindt dat zij recht hebben op een deel van de gelden/winsten die verkregen worden via de productie van kernenergie.  Onder het mom van, “we hebben in het verleden teveel betaald daar de productie op twintig jaar is afgeschreven”, positioneren zij zichzelf op het niveau van de kleinverbruiker.  De waarheid ligt echter ergens anders, namelijk dat in het verleden vooral de gezinnen en kleine bedrijven de versnelde afschrijving betaald hebben via hun tarief.  In de toenmalige monopolistische markt kregen de grootverbruikers een kost plus tarief, de producent kon dit doen daar zij relatief gemakkelijk het deel winst dat ze verloren op de grootverbruikers terug namen op de kleinverbruikers.
De liberalisering had tot doel om een eerlijke prijs aan te rekenen aan alle verbruikers, in praktijk zijn het echter vooral de grootverbruikers die de rekening betalen van de zogenaamd “open” markt.  Door het wegnemen van gereguleerde tarieven enerzijds maar het ontbreken van concurrentie anderzijds op het vlak van productie hebben de dominante marktpartijen vandaag twee keer gewonnen.  Zij kunnen de zogenaamde vrijmaking gebruiken als excuus naar bijvoorbeeld de grootverbruiker toe om hen het zogenaamde groothandelstarief aan te rekenen.  Als argument gebruiken ze dan dat men de prijs kan volgen op de diverse stroombeurzen. 
De beste garantie voor de grootverbruikers is ermee te dreigen om zelf productie te gaan bouwen en dit op het juist ogenblik effectief ook te doen. 
Dat het toekomstige debat in België over de verdere opening van ons kernpark er zal komen staat in de sterren geschreven, de opmerking van de industrie kan men dan ook beschouwen als positionering ten opzichte van dit toekomstig debat.