Energie-Blog

André Jurres

10 mrt 2018
280

Recent was ik Londen waar een één daagse bijeenkomst plaatsvond over de ontwikkeling van hernieuwbare energie in Europa.  Vele landen waren aanwezig en er waren ook een aantal interessante sprekers.  Zelf sprak ik in een soort panel over de Benelux, Engie was ook vertegenwoordigd en er werd gesproken over fondsen. 

Wat steeds opvalt tijdens dit soort dagen is dat velen vaak over hetzelfde spreken en dat het zwaartepunt vaak op financiën ligt.  Normaal natuurlijk gezien er vele fondsen aanwezig zijn en die hebben sowieso vooral oog voor een zeker rendement.

De landen werden met elkaar vergeleken en vooral rendementsverschillen en risico’s kwamen aan bod.  Geen technologische vraagstukken of visies, noch uit de privésector noch uit de overheid.  Zaken zoals opslag werden ook niet besproken; men gaat vooral uit van hetgeen er wel is.

Een op zich pragmatische benadering waar niks mis mee is, maar ik bleef toch wel op mijn honger zitten. De ingeslagen weg voor de verduurzaming van onze samenleving heeft vandaag de dag nog maar een kleine vooruitgang geboekt en zelfs gidslanden als Duitsland geven nu openlijk toe dat ze niet in staat zijn om hun kortetermijndoelstellingen te halen.

Een tendens die je overigens ook in andere landen ziet waar men zich nu vooral focust op de korte termijn.  Na enkele jaren lijkt Spanje weer meer interessant te worden voor buitenlandse investeerders, doordat deze keer gewerkt wordt met lange termijn ppa’s in plaats van subsidies.  De afnemers zijn heel divers en er blijft wel een gezonde argwaan bestaan of projecten wel waterdicht zijn. Het recente verleden in Spanje heeft immers aangetoond dat spelregels wel eens plots durven veranderen.

Rendementseisen zijn nog steeds laag te noemen en zolang er goedkoop geld is het is mijn(en de mening van veel experts in deze materie) inschatting dat dit nog wel een tijdje zal blijven duren.  Dat rendementen rond de 5-5.5% liggen is voor normale commerciële activiteiten veel te laag en bewijst ook dat zon hedentendage toch vooral nog een financieel product is, toch zeker voor de grote opstellingen.

Dat goedkope geld is trouwens een Russische roulette waar zowel de ECB als de FED zich al jaren te lang schuldig aan maken.  De hoofdreden om de intrestvoeten bij 0 te houden hebben overigens weinig te maken met de economie, maar vooral met de landen zelf die er maar niet in slagen om een sluitende begroting te krijgen en zo hun schuld af te bouwen. 

Terugkomend op European Renewables lijkt me dit ééndaags event wel iets toe te voegen, al is het maar om goed te begrijpen wat er gebeurt in andere landen en zo van elkaar te leren.  Al merk je wel dat de dag erop iedereen weer verder gaat met zijn eigen beslommeringen en contacten alweer snel verwateren. 

Dichter bij huis zagen we deze week een mooi staaltje van “power play” met het schot voor de boeg van Engie/Electrabel en het feit dat zij garanties willen als de overheid beslist om nog enkele kerncentrales open te laten.  Het welles/nietes spel van de Belgische overheid werkt dit extra in de hand, want de huidige privéeigenaar van deze oude kerncentrales vraagt terecht om duidelijkheid in een markt die aan het veranderen is.

De directeur die binnen Engie verantwoordelijk is voor duurzame productie sprak in Londen trouwens dezelfde woorden uit, inhoudende kort samengevat dat het voor zijn bedrijf niet vanzelfsprekend is dat zij interesse hebben om deze centrales langer open te houden.  Dat deze woorden ongetwijfeld veel tactiek in zich hebben mag duidelijk zijn, want ieder professioneel bedrijf weet zeer goed hoe zij moet schaken.

Ongetwijfeld zit in deze woorden een grond van waarheid hetgeen bewijst dat de overheid moet doorzetten nu en vooral duidelijkheid geven.  Dat onze sector wederom speelbal is geworden van een politiek spel is wel duidelijk. Het is dan ook normaal dat een bedrijf als Engie en zijn management zich zorgen maken.  Achter de schermen wordt er druk gepraat, in de Wetstraat blijven de tegenstellingen helaas bestaan, waarbij vooral de Vlaamse rechts nationalisten dwars lijken te liggen en daarmee de verandering tegenhouden.  Dat zij als rechtse partij van nature conservatief zijn is evident, ze willen dan ook vooral het bestaande behouden.  De waarheid is  echter dat ook bij andere partijen niet iedereen overtuigd is van de haalbaarheid van de (noodzakelijke) verandering.

We gaan nu stilaan naar het tweede kwartaal van 2018 en de klok tikt, voor de zomer moet de handleiding er liggen zodat de markt hierop kan reageren.  Het ontwikkelen en bouwen van een aantal gascentrales kost tijd en vijf jaar is zeker geen luxe.  Ook moet men voldoende in het detail gaan en door ervoor te zorgen dat minstens 20% van de nieuwe capaciteit kleinschalige gascentrales zijn die hun warmte ook nuttig gebruiken (lees warmtekrachtkoppeling of wkk) om zo voldoende flexibiliteit in het toekomstig systeem te krijgen.  Als men dit nog wat zou kunnen optrekken naar bijvoorbeeld 30% dan betekent dit een efficiënter systeem dat sneller kan inspelen op vraag en aanbod.

Grote gascentrales opstarten van bijvoorbeeld een koude start (lees kamertemperatuur) gaat heel langzaam en het is de vraag of onze politici zich hier wel van bewust zijn.  Gezien de toekomstige uitbaters van dergelijke centrales wellicht te weinig uren vollast kan laten draaien (lees 5-6000 uren minstens), wordt het warm houden van dergelijke centrales een must, maar tevens suboptimaal.  Hopelijk neemt de bevoegde minister Marghem (en haar regionale collega’s) de tijd om te begrijpen hoe gascentrales en de markt werken en waar de verschillen zitten met de huidige kerncentrales. 

De wens en eis van de huidige eigenaren van kerncentrales om een minimum prijsgarantie te krijgen bewijzen m.i. dat het openhouden en vooral het verder investeren in veertig jaar oude centrales niet slim is en eigenlijk geld weggooien is.  Naast het oude cadeau van Verhofstadt 1, zijnde het Zilverfonds (lees overname Belgacom pensioenfonds in de jaarbegroting en dan alle toekomstige kosten doorschuiven naar de volgende generatie),  zal ook deze garantie ervoor zorgen dat de vaste werkingskosten van ons overheidsapparaat verder blijven stijgen.  Gezien we hier al zowat wereldkampioen zijn dreigt dit ons economisch weefsel verder aan te tasten.  Onze overheidsbegroting is een waterhoofd geworden en zelfs in deze economisch goede tijden slagen we er niet in om overschotten te boeken.