Klimaat op de agenda of niet?

Dat er deze dagen weer veel over het klimaat wordt gepraat heeft wellicht in de eerste plaats met het mooie weer te maken waarvan wij nu aan het genieten zijn en in mindere mate met de G7 top in Toarmina op Sicilië.

Dat de zeven rijkste landen onder andere klimaat op de agenda hebben staan is zeker positief te noemen gezien de hoogdringendheid van het onderwerp en vooral de acties die erop moeten volgen. Het is jammer dat de ogen wederom gericht zijn op de Verenigde Staten en dan vooral zijn flamboyante afgevaardige zijnde Dhr. Trump.

Dat hij geen kleur wilt bekennen of beter gezegd gewoon niet wilt zeggen wat hij denkt is wellicht eerder te danken aan het feit dat hij zich diplomatiek probeert te gedragen en hij zorgvuldig het juiste moment afwacht om uit het klimaatakkoord te stappen.

De regeringsleiders van Europa vertalen zijn zwijgen als positief alleen lijkt me dat vrij naïef, want de beste man heeft tot nu toe steeds geprobeerd om uit te voeren wat hij tijdens de verkiezingscampagne heeft gezegd. Vooral in eigen land heeft hij het moeilijk om zijn “beleid” van oneliners uit te voeren en minstens zoveel binnen zijn eigen partij als er buiten.

De gebroken werkweek(donderdag feestdag) zorgt ook voor extra aandacht gezien mensen nu ook de tijd hebben om het nieuws te zien en erover te praten, filosoferen en mogelijke gevolgen te bekijken van de weg voorwaarts in onze sector.Op zich staan er al veel goede intenties op papier en ongeacht de politieke kleur wilt iedereen de omslag maken naar een duurzame energiehuishouding.

Alleen de prijs die we gaan betalen is nog niet duidelijk naar boven gekomen en het is ook zeer twijfelachtig dat men deze gaat accepteren. Buiten het puur financiële aspect van de nodige investeringen vergt het vooral een nieuwe industriële revolutie die ook voelbaar zal zijn in de manier waarop wij leven.

De afgrond van onze huidige consumptiemaatschappij komt steeds dichterbij ook al versnellen we nog steeds het consumptiegedrag. De noodzaak voor de groei van de overheidsbegroting is zo groot gezien de behoeften (lees begrotingstekorten wegwerken, geld in oorlog, pensioenen, infrastructuurinvesteringen, vergrijzingskost, etc.) dat men de economie blijft aanjagen met goedkoop geld (vanuit ECB) om toch maar enige groei te houden en zo ieder jaar meer geld binnen te krijgen.

Ondertussen worden grote statements gemaakt over gratis windmolenparken op zee en aan de andere kant proberen de ontwikkelaars van deze parken het hoofd recht te houden en hopen zij dat de storm gaat leggen. Zeer onwaarschijnlijk overigens want er blijven partijen in de markt Russische roulette spelen doordat ze zon- en windparken bouwen ver onder de kostprijs hopende op een toekomstige stijging van de stroombeurzen.

Het zal de energiebedrijven in moeilijkheden nog verder neerwaarts duwen daar hun hoop om nieuwe verdienmodellen te vinden in de duurzame sector nu als sneeuw voor de zon verdwijnt. Of het Shell was die in Nederland (Borssele wind) zwaar onder kostprijs heeft geboden om zo toch maar een start te maken aan zijn verduurzaming (of toch imago) of Dong die ook een vlucht voorwaarts lijken te nemen het blijft afwachten wat het effect ervan zal zijn. Op zich kan de strategie van Shell en Dong ook werken indien de investering zelf hiermee gelijktijdig gaat dalen en hun verdienste is dan ook dat we uiteindelijk wellicht sneller terug naar de normale marktwerking kunnen gaan.

Geproduceerde elektriciteit verkopen uit zon en wind op de stroombeurzen aan voldoende hoge tarieven zodat de subsidie volledig achterwege kan blijven. Vele critici roepen al lang moord en brand over de zogenaamde onterechte subsidies voor de duurzame sector en alleen hiervoor zal het goed nieuws zijn. Wel heb ik hier een aantal serieuze kanttekeningen bij daar ook de fossiele sector (en kernenergie) mag rekenen op uitgebreide steun (politiek of financieel). Over Hickley Point is al genoeg geschreven, maar de 35 jaar subsidie die al nodig is om deze nieuwe kerncentrales te kunnen bouwen spreekt voor zichzelf. Het is jammer dat we de meeste critici dan ineens niet meer horen. Ook voor olie wordt al decennia lang oorlog gevoerd op vele fronten om het zwarte goud toch maar te laten vloeien in onze richting.

De ontelbare doden, vervuiling en omkoping zijn ook al lang schering en inslag in deze sector waar de grootste olievoorraden dan ook nog eens in handen zijn van dictatoriale regimes waar wij massaal geld naar pompen. Alleen hiervoor zou men een omslag moeten voor willen maken, alleen gebeurt dit best wel in kleine stappen. Olie gaan we nog heel lang nodig hebben, alleen moeten we zo snel mogelijk stoppen om deze in verbrandingsmotoren te gebruiken en er meer zinnige dingen mee doen die meer waarde creëren.

Vlaamse energievisie, digitale meters, Nederlands afscheid van gas

Afgelopen vrijdag werd in Vlaanderen door de bevoegde minister Dhr. Tommelein de Vlaamse energievisie voorgesteld. Deze aanvang bevat een aantal goede accenten, maar is vooral een bevestiging van zaken die we reeds eerder hebben gelezen in diverse andere (vrijblijvende) documenten zoals het klimaatakkoord van Parijs, doelstellingen van 2020/2030 vanuit Europa, etc.

Deze eerste stap is in ieder geval nodig om de uitdagingen nog eens goed te schetsen en nog wat extra elementen naar voren te brengen. Eén van de zaken is de introductie van warmte naast elektriciteit en aardgas als volwaardig alternatief in de toekomst. Datzelfde zie je trouwens in Nederland waar men al een tijdje roept om af te stappen van het aardgas gezien de gasbel in Slochteren zijn einde nadert.

De federatie verantwoordelijke van energieleveranciers (mevr. Van der Laan) in Nederland stelt wel terecht de vraag of roepen alleen ons gaat brengen waar naar toe moeten. Op dat punt dienen we als samenleving en dus ook onze politieke verantwoordelijken harde deadlines in wetten op te nemen zodat er geen twijfel mogelijk is over de noodzaak van deze verandering. Natuurlijk lobbyt iedere sector om zoveel mogelijk uitstel te krijgen, dat zie je in de autosector, de oliesector en zelfs in de offshore windmolensector. Verandering staat nu eenmaal op kracht met continuiteit en dat is nu net wat je nodig hebt om infrastructuurprojecten te financieren.

De roep vanuit de Nederlandse energiesector om uitstel is begrijpelijk gezien voor Nederland het specifiek afstappen van aardgas voor verwarming (en elektriciteitsproductie als basislast energie) enorme aanpassingen vergen waarvoor men nu niet de aangepaste regel-en wetgeving ziet. Als men vanuit de politiek hardop zegt om tegen 2030 af te stappen van aardgas dan moet men dit ook in harde wetten gieten zodat de industrie weet waar hij voor staat en de bevolking inlichten dat dit veel geld gaat kosten.

Het roepen van verandering is rechtmatig en afstappen van onze fossiele verslaving nog meer, alleen moet men tegelijkertijd borgen dat de continuiteit voor de nieuwe technologische keuzes geborgd is via wet-en regelgeving. Dat de lobby van de huidige industrie zich zal verzetten is normaal gezien haar toekomstige dominantie met nieuwe markten verre van zeker is. Neem maar het voorbeeld van Nokia dat in 2005 nog de absolute nummer 1 was in de wereld van mobiele telefonie en volledig de boot van de smartphones gemist heeft en daardoor bijna compleet van de kaart is geveegd.

Of hetzelfde gaat gelden voor de huidige giganten in bijvoorbeeld de oliesector is nog niet zeker, maar een aantal van hun zal op termijn wel verdwijnen. Een omslag maken naar een volledig ander businessmodel is een titanenwerk en moet vroeg beginnen. Het stop en go beleid van een bedrijf als Shell betreffende duurzame energie wijst op twijfel en is nefast voor hun lange termijn overleving. Datzelfde geldt trouwens ook voor bedrijven in onze sector die overwegend laat tot zeer laat het geweer van schouder hebben veranderd. Hoe dominant men was vanuit hun historisch monopolie hoe kwetsbaar men is in de nieuwe hernieuwbare energiesector.

Dat een bedrijf als Engie slechts recent onder de nieuwe leiding van mevrouw Kochner een begin heeft gemaakt naar duurzame energie is symtomatisch voor vele gelijkaardige bedrijven en hun marktaandeel in opgesteld vermogen is dan ook klein te noemen (in vergelijking met hun klassieke productie van kernenergie, gas- of kolencentrales). Natuurlijk zijn er ook andere zoals Dong energy en Enel die wel al eerder keuzes hebben gemaakt en daar vandaag de vruchten van plukken. Ook in de lage landen werkte Eneco al eerder dan de anderen aan de uitbouw van zijn duurzame productie gezien ze zelf historisch gezien geen noemenswaardige positie hadden in grootschalige elektriciteitsproductie.

Terugkomend op de Vlaamse energievisie stelt men terecht in de lange inleidende tekst dat de echte keuzes samen moeten gemaakt worden met de andere regio’s en onze buurlanden. Het is wel jammer dat in het document nergens een aanvang wordt gemaakt van het zichtbaar maken van doelen, bijvoorbeeld een jaarlijks objectief als voorbeeld had al enige ambitie naar voren kunnen brengen of het nu op het vlak van warmte, besparing of hernieuwbare energie had geweest. “Put your money where you mouth is” blijft belangrijk en net zoals in de mooie teksten van onze Nederlandse vrienden ontbreekt de onderbouwing en cijfermatige berekening in dit stadium wat op zich geen probleem hoeft te zijn gezien correct gemeld wordt dat dit later nog dient te gebeuren.

De opsomming van de volgende acties is wel nuttig en het is te hopen dat het interfederaal energiepact dan ook meer zal zijn en echte bindende doelstellingen per jaar en per regio inclusief technologische keuzes, begroting en financieringsmethoden.

Er staan ook wel wat contradicties in de tekst daar aan de ene kant er gevraagd wordt van de industrie om zich aan te passen en dat een realistische CO2 prijs per ton nodig is hiervoor, maar anderzijds wordt geschreven dat dit de concurrentiele positie niet mag aantasten. Volgens mij zal de aanpassing naar een duurzame manier van leven die houdbaar is voor zowel flora en fauna niet kunnen zonder aanpassing van onze gewoonten en dit op een verregaande wijze. Hier zit de grootste valkuil nu het duidelijk wordt dat we het laag hangend fruit zo goed als opgebruikt hebben en de volgende keuzes wijzigingen zullen betekenen in de manier waarop wij leven.

Samen sterk

Dat Vlamingen graag hun dingen zelf regelen wordt vaak bevestigd in cliches en natuurlijk is er ook een grond van waarheid in deze stelling. Vooral in onze bouwgewoonten komt deze eigenschap extreem naar buiten gezien onze spreekwoordelijke baksteen in de maag. De eindeloze lintbebouwingen met individuele huizen wijzen ons jammer genoeg niet in de richting van de toekomst.

Dat een groot deel van de bevolking tegen 2040 in een stad woont lijkt jaar na jaar meer bewaarheid te worden ook al is het voorspellen van de toekomst zeker geen exacte wetenschap. Vanuit energetisch oogpunt en efficientie zijn er zeker grote voordelen om dicht bij elkaar te gaan wonen. Dat brengt wel direct een probleem met zich mee dat mensen die in steden wonen niet voor hun eigen energieproductie gaan zorgen. Op zich hoeft dat ook helemaal niet want de waarheid ligt zoals vaak in het midden.

Ook in energieproductie geldt dat schaalgrootte helpt om efficientie voordelen te bereiken dus iedereen eigen producent is wellicht de wens van betrokken partijen die dan materiaal kunnen leveren, maar voor een samenleving verre van de ideale oplossing.

Hetzelfde geldt op dit ogenblik voor die bedrijven die moord en brand roepen dat offshore wind de oplossing is, ook hier ligt de waarheid in het midden en zelfs meer naar de andere kant. Offshore wind is een schakel in een toekomstige energiehuishouding, maar niet meer dan dat. Er kunnen zeker landen en regio’s zijn die meer uit wind op zee zullen halen dan anderen, maar het verkopen als het Eureka moment is er ver over.

Net zoals het megalomane idee van enige jaren geleden om alle zonnepanelen in de Sahel te gaan zetten en zo elektriciteit over grote afstanden te gaan vervoeren. Theoretisch perfect mogelijk alleen praktisch perfect onwenselijk. Ook bij ons roepen velen in slogans, elektrisch autorijden is ineens de totaal oplossing terwijl men er niet bij zegt dat dit vandaag onmogelijk is en zelfs niet wenselijk. Onze spreekwoordelijke eieren in één mand leggen is ziek blijven in hetzelfde bedje. Onze fossiele verslaving vervangen door een lithium verslaving bijvoorbeeld is de weg naar nog meer miserie.

Dat neemt niet weg dat al deze technologieën een deeltje van de puzzel zijn. Ook vanuit de politiek roept men vrolijk mee want ineens is wind op zee gratis geworden, fantastisch toch, maar gelooft u dit nu echt? Natuurlijk zijn er schaalvoordelen en zoals iedereen hoop ik ook dat windmolens dezelfde weg op gaan als zonnepanelen qua prijs alleen is de euforie veel te voorbarig.

De consessies die in Duitsland nu gratis zijn weggegeven zonder subsidie hebben in de details van hun contract genoeg ontsnappingsmogelijkheden waardoor het verre van zeker is dat deze parken er ooit gaan komen. Als de elektriciteitsprijs tegen 2023 niet fors is gestegen (lees het dubbel minstens) dan zal men deze concessies gewoon niet uitvoeren en de boete van 60 miljoen euro betalen.

De paradox is zelfs dat dit huidige goede nieuws ervoor kan zorgen dat we grote vertraging gaan oplopen in wind op zee want iedereen denkt ineens het licht gezien te hebben. Wij in Vlaanderen/België zouden beter moeten weten, gratis bestaat niet, niet zoals bussen draaien windmolens niet op liefde.

Erger is nog dat beleidskeuzes kunnen wijzigen door deze euforie, bijvoorbeeld lopen we het risico dat men de moeilijke zoektocht naar goede locaties op land voor wind gaat laten voor wat het is en alles op zee gaat concentreren. De industrie die betrokken is bij het bouwen van windmolens op zee zal dit zeker stimuleren alleen weet ik niet of ze nu zo blij moeten zijn met dergelijke tendens want de risico’s nemen ook toe.

Ondertussen zorgt onze sector in ieder geval wel voor een gevoel van solidariteit, maar liefst een kwart miljoen gezinnen kopen samen energie aan. Dat dit vooral komt uit gemakzucht wordt er wel bijgezegd want zelf zoeken naar de beste leverancier vergt enige inspanning. Ook al hebben we al jaar en dag de uitstekende online tool van de VREG genaamd de V-test. Het blijft positief dat de gezinnen wakker zijn, alleen dat constante hameren op de prijs heeft zo zijn gevolgen voor de waardering voor het product. De wil om er meer voor te betalen is niet groot en de klaagmuur is nooit ver weg.

De fusie tussen Eandis en Infrax wordt dan ook vooral verkocht met het argument dat onze factuur erdoor gaat zakken en dat is weer meer van de zelfde perceptie, prijs, prijs, prijs. Overigens nodig ik u uit om na de fusie even met mij uit te rekenen hoe groot de besparing zal zijn. Deze zal volledig teniet gedaan worden door de verwachte investeringen die nodig zijn om ons net slim te maken en vooral klaar voor de toekomst waar sommige zeggen dat we al onze wagens even aan de stekker gaan hangen. De “Internet of Things” zal hard nodig zijn om nog maar een deel van deze droom werkelijkheid te kunnen maken.

Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax gaan fusioneren

Het nieuws over onze sector werd op het laatste van vorige week beheerst door de aankondiging dat de Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax goedkeuring hebben gekregen om één bedrijf te worden.

Na het afspringen van de verkoop van een klein deel van Eandis aan een Chinees staatsbedrijf nog niet lang geleden kon deze fusie dan ook in een stroomversnelling komen. Met minister Tommelein als aanjager voelen de netwerkbedrijven de hete adam in hun nek ook al stonden ze zelf ook al positief tegenover het samensmelten.

Dat de fusie nog niet voor morgen is gezien de complexiteit van beide structuren wordt ook wel bevestigd, maar vanuit efficientie oogpunt blijft dit een goede maatregel. Natuurlijk werden er direct vragen gesteld vanuit de media of dit onze elektriciteitsfactuur gaat laten dalen en is enige nuance wel op zijn plaats.

We zullen eigenlijk pas over enkele jaren kunnen uitrekenen gebaseerd op een vergelijking van de werkingskosten van vandaag of de fusie ook een reductie zal gaan inhouden, maar het zal op zijn minst de een dempend effect hebben op de toekomstige prijsstijgingen. Dat men zoals steeds focust op de kost en mogelijke prijsdalingen is begrijpelijk alleen gaat zo te veel aandacht naar het korte termijn effect.

Tevens is er sprake van een beursgang alleen jammer genoeg niet van het netwerkbedrijf, maar van een holding er boven die dan duurzame investeringen kan gaan doen. Hierover is het nog te vroeg om een oordeel te vellen, maar in principe ben ik wel voor een netwerkbeheerder die zich uitsluitend op zijn kerntaken focust en niet op de andere delen van de energiewaardeketen.

Het ontwikkelen van windmolenparken in binnen- en buitenland hoort daar zeker al niet bij en de uitdagingen bij het netwerkbedrijf zijn gigantisch genoeg als men naar de toekomst kijkt. Het slimme netwerk van de toekomst heeft behoefte aan heel andere zaken dan vandaag, sturing van alle aangesloten toestellen via IOT (Internet of Things) applicaties is onontbeerlijk en hiervoor zal de regelgeving ook moeten aangepast worden. Decentrale opslag diep in het netwerk, nieuwe distributienetwerktarieven, microgrids, warmtenetten, etc..

De lijst is lang en de middelen zeker niet onuitputtelijk, mijn boodschap dat de investeringen in de toekomst een prijsverhoging tot gevolg zullen hebben stuiten keer op keer op hevige reacties die op zich begrijpelijk zijn gezien meestal de rest van mijn stelling niet wordt opgenomen. Dat andere kosten gaan dalen wordt vaak vergeten gezien onze olie en gasfacturen ook aanzienlijk zijn en voor een groot deel kunnen wegvallen.

Beloftes of suggesties maken over mogelijke prijsdalingen hebben altijd tegen onze sector gewerkt, of het nu was op het moment dat de markt geliberaliseerd werd en de politiek in koor riep dat nu de prijzen zouden gaan dalen, totdat Bush Irak binnenviel. Dat de liberalisering er wel voor zorgt dat aan de laagst mogelijke prijs wordt gewerkt en er dus wel degelijk een dempend effect is kan er niet voor zorgen dat de perceptie keert.

Ook de duurzame sector wordt keer op keer weggezet als poenpakkers, enkele jaren geleden met de zogenaamde oversubsidiering van de zonnepanelen en nu weer met de windmolenparken op zee. Het bashen van de sector is nu eenmaal een klassiek gegeven geworden en hierdoor legt men wel een hypotheek op het broodnodige draagvlak om de transitie te kunnen maken.

Doch is het verfrissend dat minister Tommelein ondanks de vele tegenkantingen van collega’s die tegen verandering zijn hij toch recht gaat staan en met veel voluntarisme er tegen aan gaat. Hopelijk zingt hij de rit uit gezien hij het stokje al heeft overgenomen van mevrouw Turtelboom. De verkiezingen beginnen al volgend jaar en vaak ziet men dan wel al verschuivingen.

Tegelijkertijd dook in de media ook weer een oud monster op met Doel 1 en 2 die wederom slechte punten gekregen heeft van de Fanc. Wellicht nog belangrijker nieuws op termijn want vroeg of laat zal het geduld toch wel op zijn en gaan deze oudste centrales terecht gesloten worden.

Dat vorige week de bevoegde Europese Commissaris op bezoek was in België was niet meer dan een voetnoot gezien zijn boodschap toch wel wat wenkbrauwen deed bewegen. Plots zijn we goed bezig en bij de betere leerlingen en wat vooral opviel was het discours van minister Marghem dat de doelstellingen van 2020 niet zo belangrijk zijn en dat de focus beter op 2030 gericht kan worden. Ook hier zit een grond van waarheid op voorwaarde dat uitstel geen excuus wordt en de woorden klonken dan ook heel hol gezien er nog geen enkele onderbouwing is om haar stelling te staven. Uitstellen kan perfect aanvaardbaar zijn als je een uitrolplan hebt met middelen dat aantoont dat het objectief in 2030 op een betere wijze kan gehaald worden dan in plaats mordicus overal windmolens te gaan plaatsen zonder visie op het total plaatje. Dat deze minister tot nu toe nog een leeg blad moet presenteren is toch wel heel pijnlijk te noemen en was het dus des te opvallender dat de Europese Commissaris hier een bloemlezing kwam geven.

Onze fossiele verslaving is nog niet voorbij

Dat velen hun benzine of diesel pruttelende motor nog geen goeiendag willen zeggen wordt iedere dag bewezen door de vele nieuwe wagens die over de toonbank gaan. Toch is de doorbraak van de elektrische wagen niet te stoppen. Eerst en vooral omdat de welvaart dermate snel toeneemt in sommige delen van de wereld dat we naar een verdubbeling gaan van ons wagenpark.

Om dit even in perspectief te plaatsen, we gaan de komende tien/vijftien jaar van 1 naar 2 miljard wagens. Het moge duidelijk zijn dat de optie om dit te doen op de huidige manier met fossiel aangedreven wagens op zijn minst een uitdaging is. Onze huidige dorst van grosso modo 90 miljoen vaten olie per dag (als ik mij niet vergis zit er 212 liter olie in 1 vat) met bijvoorbeeld 50% laten stijgen is met de huidige bronnen zo goed als onmogelijk.

Het is niet alleen onmogelijk, maar nog meer onwenselijk gezien de vele milieu effecten en medische uitdagingen. Natuurlijk kennen we allemaal de beelden van de bruine smog in Peking en ik heb deze persoonlijk al eens mogen ervaren en het effect op een samenleving. Maar zover hoeven we niet te gaan als de concentraties gif meten rond de ring van Antwerpen waar vele mensen wonen en kinderen die een groot verhoogd risico lopen op zaken zoals astma.

En toch ondanks de overweldigende argumenten om van het zwarte goud af te stappen als transportmiddel blijven velen deze verdedigen. Het recente dieselgate schandaal deint nog altijd uit en de bedrijven kopen hun schuld af met vele miljarden. De velen die hiervan door ziekte het slachtoffer zijn geworden kunnen wellicht niet meer spreken en het is dan ook de vraag of je zoiets uberhaupt kunt afkopen.

We weten allemaal het antwoord daarop, neen. Sommige zaken zijn niet af te kopen en het is dan ook verontrustend dat ook onze politieke verkozenen dit toelaten en niet eisen dat binnen de kortste keren komaf wordt gemaakt met de dieselmotor en bij uitstel met iedere verbrandingsmotor. Ondanks 100 jaar ontwikkeling is het rendement nog steeds bedroevend en de vervuiling nog steeds enorm en dat vooral ook door de wet van de grote getallen.

Dichter bij onze sector speelt hetzelfde, onze hoofdzakelijk door gas en kolen aangedreven sector zucht en steunt bij de lage stroomprijzen die al jaren aanhouden en dit heeft velen al genoopt tot sluitingen en afschrijvingen. Men kiest dan ook voor de vlucht vooruit als zelfs bedrijven als Shell kiezen voor windmolenparken op zee. Een positieve evolutie zonder meer, maar men stelt dat de groene sector blind is voor de kritieken.

Deze overigens voor een deel terechte kritieken worden dan gebruikt om deze wending teniet te doen door de positieve kanten van de fossiele sector te benadrukken. Belangrijk voor de duurzame sector is om te luisteren naar de terechte kritieken en te komen met echte onderbouwde antwoorden. Het is een beetje zoals met de klimaatontkenners die ook argumenten gebruiken om toch maar aan te tonen dat de mens geen invloed heeft op het klimaat.

De argumenten om wind en zon aan te vallen kunnen zelfs correct zijn, maar daarom zijn ze nog niet relevant of geen reden om het niet te bouwen. Dat de nog jonge duurzame sector nog gebreken kent is normaal en als je kijkt naar meer dan 100 jaar fossiele technologie dan kunnen we gerust stellen dat deze ook nog zeer grote gebreken kent (uitstoot, lawaai, onderhoud, duur, etc.). Eén van de grote gebreken van de nog jonge groene industrie is dat zon en wind niet constant aanwezig zijn en vooral in winterperioden grote tekorten kunnen veroorzaken.

Eén van de grote ontbrekende links is lange termijn opslag om dit euvel voor een groot deel te counteren, maar hiervoor is vandaag geen enkele incentive. De overvloed aan goedkoop gas duwt vele overheden in de richting van aardgas/lng als oplossing om reserve capaciteit te bouwen. Trouwens begrijpelijk en tijdelijk ook een goede maatregel gezien de vele werkeloze gascentrales die staan weg te kwijnen of werken met verlies.

Maar ook aardgas is slechts een transitie brandstof en nog steeds zwaar vervuilend (helft van kolen) en als dusdanig zullen we de komende decennia ook verder naar lange termijn opslag dienen te evolueren. Trouwens dat doen we vandaag ook voor een deel met onze strategische oliereserves in vele landen die vaak meer dan drie tot zes maanden verbruik kunnen dekken.

Een ander argument is vaak dat de maatschappelijke kost van deze transitie (lees van fossiel naar duurzaam) te duur is en dat er vaak geld verkeerd wordt geïnvesteerd. Beiden zijn juist en fout. De transitie van duurzaam is duur, maar wordt steeds goedkoper, als ik had gezegd in 2009 dat zonnepanelen vier tot vijf keer zo goedkoop zouden zijn tegen 2017 dan had men mij gewoon uitgelachen. Als ik nog maar een jaar geleden had gezegd dat windmolenparken op zee met minder dan de helft van de subsidie gebouwd zouden worden had men nog harder gelachen.

De weg naar een samenleving die afscheid heeft genomen van het zwarte goud is ongetwijfeld nog moeilijk, maar we hebben geen keuze willen we de generaties na ons nog een leefbare wereld geven. Enig idealisme is wellicht ook nodig, maar dat moet niet verstaan worden als naief, maar gewoon als overtuiging zonder mordicus blind te zijn voor de gebreken. Het was dan ook teleurstellend om een voormalig premier van België te horen zeggen dat handel drijven met totalitaire regimes beter is zonder echt te eisen dat in deze landen mensen onwaardig worden behandeld. De reden waarom we nu weer een situatie hebben in Noord-Korea is nu net door het gedoog beleid van China die al decennia lang een hand boven dit regime houdt door ze te voeden met olie en andere noodzakelijke middelen.

België gaat op avontuur

Het nieuws van de week was toch wel het voornemen van de staatssecretaris van de Noordzee Dhr. De Backer die binnen de federale regering het plan wilt voorleggen om de drie laatste concessies die reeds vergeven zijn te schrappen.

Niemand kan verrast zijn door deze evolutie want de laatste tien maanden is het speelveld bij de windmolenparken op zee danig aan het veranderen. De “race to the bottom” werd ingezet door Dong vervolgens door Shell en de laatste knaller kwam uit Duitsland waar enkele parken zonder subsidie zijn vergeven.

Het is mij niet duidelijk wat de sector er mee denkt te bereiken want investeringen zonder inkomsten lijken me op het eerste zicht waanzinnig dom. Gezien al deze bedrijven uitgerust zijn met ervaren en slimme mensen kunnen we aannemen dat deze koerswijziging het resultaat is van een doordachte strategie.

Niet zoals ook al in media wordt omschreven omdat men alleen of hoofdzakelijk anticipeert op drastische kostendalingen, natuurlijk zijn er schaalvoordelen en kan men de onderhoudskosten zo optimaliseren, maar wat met de investeringen? Deze worden wel lager per MW vermits de molens groter worden, maar de wens om zonder subsidie te bouwen is in ieder geval niet te rechtvaardigen door drastisch lagere investeringskosten.

Sterker nog, zaken zoals funderingen zijn nog wel goedkoper mogelijk door ervaring, maar funderingen in de bouwsector zijn nu ook niet direct met 100% gezakt. Integendeel, bouwen wordt steeds duurder. De argumentatie dat zonnepanelen ook drastisch gezakt zijn in prijs dus zal dit ook al wel met alle andere technologie gebeuren raakt kant noch wal.

Mijn inkt van een artikel in de Tijd vorige week over Langerlo is nog niet droog of we krijgen nu weer een moment van verstoring in de reeds zwaar aangetaste sector van energie. De reden van de staatssecretaris is op zich goed te rechtvaardigen alleen lijkt me het vervolgplan nog niet echt doordacht. Het is zeker meer als een ballon oplaten alleen zou het verhaal beter gediend geweest zijn als men eerst binnen de regering deze beslissing had genomen om dan vervolgens eerst met een uitgewerkt plan van aanpak te komen.

De sector verdient een andere aanpak dan deze waar je bij het vuil wordt gezet en afgeschilderd als poenpakkers. De waarheid is volledig anders. Dat een bedrijf als Deme reageert is zeer begrijpelijk ook al dient zij te begrijpen dat zij niet van twee walletjes kan eten. Dat ze functioneren als onderaannemer om palen te plaatsen op zee is zeer nuttig en deze kennis kunnen ze dan vervolgens over de hele wereld benutten. Mee investeren in de parken zelf lijkt me echter geen goed signaal want zo doe je aan belangenvermening.

Dat de gemaakte kosten dienen vergoed te worden staat wat mij betreft als een paal boven water, maar dat is nog iets anders dan een boete of schadeloosstelling. Dit is niet nodig vermits de exacte hoogte van de subsidie nog niet eens gekend was en dit nu eenmaal een belangrijke (lees één van de belangrijke) parameters zijn om een rendement te kunnen berekenen.

Verder zijn de euforische berichten in de media dat na de biomassa centrales nu ook de vele miljarden ondersteuning voor windparken op zee verdwijnen zeer misplaatst en veel te voorbarig. De kans is heel groot dat we voor 2025 steen en been lopen te klagen over onze energievoorziening wegens onbetaalbaar of nog erger niet meer zeker. Infrastructuur projecten zoals onze energiehuishouding vergen enorme investeringen en zoals alle infrastructuur projecten zullen deze gedragen moeten worden door de ganse samenleving. Of het nu wegeninfrastructuur is, openbare zaken zoals de spoorwegen, we gaan als gemeenschap deze nutsvoorzieningen moeten financieren.

Het argument dat de duurzame sector ook moet kunnen leven zonder subsidie is helemaal correct, alleen niet realistisch vandaag. Datzelfde geldt trouwens al honderd jaar ook voor de fossiele sector of vijftig jaar met kernenergie, allemaal sectoren die honderden miljarden steun krijgen sinds decennia.

De duurzame sector kan inderdaad zonder subsidie, maar dan moeten we de uitstoot echt gaan belasten voor alles en iedereen, als de prijs tussen de 150 en 180 dollar per ton CO2 staat zal de duurzame sector zowat als enige nog zeer performant zijn, maar onze kiwi wordt onbetaalbaar. Of wat dacht u van onze garnaaltjes die ‘s morgens per vliegtuig naar Marokko gaan om gepeld te worden?

Ondertussen blijft dit stop en go beleid nefast voor een goed investeringsklimaat ondanks de correcte actie nu van de staatsecretaris om de “best practices” van het buitenland over te nemen en te gaan veilen. Dit echter doen zonder een lange termijn energiebeleid dat is uitgewerkt, blijft spelen met vuur. Het blijft wachten op dit plan en de kans is dan ook heel groot dat de leeuw een muis gaat baren. Ondertussen komt minister Marghem toevallig met een andere ballon, waarom de burgers niet mee laten participeren in de windmolenparken op zee? Op zich een goed idee maar, parken die vandaag alleen gaan leven van stroombeurs prijzen zonder subsidie zijn ten dode opgeschreven. Sterker nog, deze gaan nooit gebouwd worden. Geen toeval trouwens dat de concessies in Duitsland spreken van bouwen tegen 2025, ver genoeg weg om nog altijd te beslissen om ze niet te bouwen wegens niet rendabel (als de stroombeurzen geen forse stijging gaan laten zien).

Duurzame sector schiet in alle richtingen, maar gaat vooruit

Dat er in Europa gezamelijke doelstellingen zijn afgesproken om tegen 2020 en 2030 een groter aandeel van duurzame energie te bekomen is door iedereen wel min of meer geweten. Datzelfde geldt trouwens voor energie efficientie en de vermindering van CO2 uitstoot.

Vooral de laatste twee blijken een taai beestje te zijn, omdat zij ingrijpen in onze bestaande infrastructuur. Dat er dankzij overheidsondersteuning goede vooruitgang wordt geboekt op het vlak van elektriciteitsproductie is dan ook vooral omdat het hier gaat om nieuwbouw vaak (of ombouw) en de weerstand van bestaande infrastructuur niet in de weg zit.

Dat de CO2 uitstoot de laatste jaren is afgevlakt mag dan al positief zijn, het probleem is dat hij nog steeds op recordhoogten staat. De symtomen van de opwarming duiken steeds duidelijker op en dan vooral op extreme plaatsen. Of het nu in Spitsbergen is waar het permafrost begint te ontdooien en mensen letterlijk door hun huis zakken of het grote Barriere rif in Australië dat in record tempo aan het afsterven is, de signalen zijn overduidelijk.

Dat mensen bezorgd zijn door de talloze populisten die de macht grijpen zoals dhr. Trump die hun super bommen niet aarzelen te gebruiken de verandering van ons klimaat is vele malen ingrijpender dan dit soort figuren. De lange termijn effecten werken veel langer door en zijn ook quasi onomkeerbaar. De wereld die wij gaan achterlaten voor komende generaties zal unieke uitdagingen kennen die de mensheid nog nooit heeft gekend gezien zijn jonge leeftijd. Maar dat is een onderwerp voor anderen.

Ondertussen gebeuren er in onze sector ook opvallende zaken, het opdoeken van de centrale van Langerlo gaat nog niet zonder slag of stoot en de huidige manager en zijn Letse aandeelhouder doen nog een ultieme poging om te redden wat er te redden valt. Het streven is trouwens nobel want de site heeft zeker een toegevoegde waarde. Alleen vrees ik dat de wind verkeerd staat en dat ieder wanhoopsidee gedoemd is om te mislukken gezien de wil in Brussel niet meer aanwezig is om met de huidige eigenaar verder te gaan.

Nu was het nieuws vorig jaar van de overname van de oude Eon centrale ook wel opvallend, eerst German Pallets dat ook al op omvallen stond en daarna nog een onbekendere partij uit Estland. De financiële draagkracht van dit soort partijen is gewoonweg veel te klein om zo’n grote oude kolencentrale om te bouwen en vooral het risico is veel te groot. Zelfs de grootste energiebedrijven in Europa wagen zich bijna nooit aan grote houtverbranders met uitzondering recent in Nederland.

Nu grijpt men het Nederlands voorbeeld aan om te zeggen dat het wel kan, maar hier gaat men toch wel heel kort door de bocht gezien deze centrale niet volledig worden omgebouwd, maar nog steeds ook kolen blijven verbranden. Dat de Nederlandse overheid dergelijke lapmiddelen gebruikt om toch maar zijn doelstelling te halen tegen 2020 is vooral te wijten aan het feit dat men achterloopt op zijn doelstellingen. De miljarden die letterlijk door de schoorsteen worden verbrand aan hout hebben geen enkel lange termijn voordeel, in tegendeel. Men pompt nog meer CO2 de lucht in, maar gezien de huidige lage prijs voor CO2 per ton een verwaarloosbare factor.

Vlaanderen en trouwens de meeste landen nemen bewust afstand van dergelijke praktijken en terecht. Alleen moeten we ook kijken wat Nederland wel goed doet en dat is ook bemoedigend. Een duidelijk doel gesteund met de nodige middelen resulteert in een duidelijke uitbouw van vele zon- en windparken. De succesvolle veiling van windmolens op zee heeft heel de wereld met verstomming geslagen en wie weet wat er nog komt.

De meest recente opvallende winnaar in het rijtje van windmolenparken op zee is ENBW in Duitsland dat een vergunning heeft gewonnen zonder 1 euro subsidie te vragen. Deze gewaagde zet is gebaseerd op andere aannamen voor de toekomst. Men gokt volledig op het feit dat de elektriciteitsprijs op de stroombeurzen tegen 2025 fors gaat stijgen en dat de kosten om wind uit te baten op zee nog gaan dalen. De kans dat dit gebeurt is trouwens zeer reëel gezien de toekomstige tekorten aan grootschalige productie, alleen blijft het gokken.

Deze bedrijven gaan zich in de schulden steken en de banken gaan onderpanden eisen gezien de subsidie onbestaande is. Voor een bank is het gewoonweg onmogelijk om op een veronderstelling van hogere stroombeursprijzen een lening te geven. Toch is het positief dat dit gebeurt zodat overheden begrijpen dat men volluit kan en moet kiezen voor duurzaam en dat dit ook de goedkoopste weg is. De decennia lange subsidie stroom voor fossiele brandstoffen heeft vele honderden miljarden gekost om nog maar niet te spreken van de milieukost (en gezondheid) die nog gaat komen. Kernenergie heeft nog steeds subsidie nodig ook al bestaat zij al meer dan vijftig jaar.

We mogen blij zijn dat bedrijven als ENBW in Duitsland hun nek uitsteken en dit grote risico nemen alleen is het af te wachten of men niet te snel conclusies gaat nemen aan dergelijke stunten. Als overheden nu te snel hun beleid weer gaan aanpassen dreigen we de groei wel eens te laten stoppen in plaats van te versnellen. Wind en zon kunnen op termijn wellicht leven van de stroombeursprijs (als deze boven de 70 euro per MWh gaat), maar dan niet zonder korte en lange termijn opslag.

De overheden dienen te begrijpen dat zonder nieuwe infrastructuur, zoals we ook na de oorlog hebben uitgebouwd voor bijvoorbeeld onze havens en wegeninfrastructuur, de duurzame uitbouw voor een deel een dode letter zal blijven. De uitstoot van CO2 is bij wijze van spreken nog geen ton gedaald en dat bewijst dat er nog bouwblokken ontbreken, maar ook een grote gedragsverandering van iedereen zal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de komende generaties ook nog in normale omstandigheden kunnen leven.

Dood van Langerlo biedt kans voor nieuw perspectief

De kroniek van een al lang aangekondigde dood leek het wel, niemand is echt verrast dat de ombouw van de voormalige kolencentrale tot houtverbrander niet doorgaat.

Dat na het biomassa project in Gent nu ook Genk begraven wordt is nog maar het topje van de ijsberg. Achter de schermen worden er nog talloze meer projecten afgevoerd wegens niet meer haalbaar of gebrek aan ondersteuning. Of het definitieve doek echt gevallen is voor Langerlo is af te wachten, maar wie nog interesse heeft zal heel snel moeten gaan en veel slagkracht moeten bezitten. De boodschap echter naar het buitenland toe is er één van: ‘blijf weg’, want het niet geven van uitstel is een duidelijk signaal.

Wat gaat er nu gebeuren voor deze site in Genk, die in de basis buitengewoon geschikt is om andere energieprojecten te bouwen? Hetgeen me nog de meeste zorgen baart is dat onze overheid zelfs nog geen suggesties durft te doen voor deze site. Zoveel sites hebben we niet waar zowel de schaalgrootte, waterwegen, personeel en aansluiting op het hoogspanningsnet van Elia aanwezig is.

Nu we (terecht) houtverbranding naar de geschiedenis hebben verbannen zou het van visie getuigen om te durven kiezen voor de uitbouw van een technologie van de toekomst op deze historische site. Waarom kan men in Duitsland wel een grootschalige opslag uitbouwen en wij niet? Waarom zouden we bijvoorbeeld rond Genk geen groene waterstofindustrie op gang brengen of in ieder geval met een grootschalig proefproject als overheid aantonen dat wij kiezen en vooral durven kiezen voor een toekomst en aantonen dat we wel een visie durven ontwikkelen?

Natuurlijk is het positief dat er vorig jaar meer dan 2000 Vlaamse gezinnen hebben gekozen voor een warmtepomp en is het goed dat er al 27.000 gezinnen één hebben, alleen is de weg nog lang en zijn er alleen al in Vlaanderen 2,6 miljoen gezinnen.

Aan dit tempo zijn we nog meer dan 100 jaar bezig, dit door obstakels zoals het distributietarief op elektriciteit dat gebaseerd is op verbruik en niet op vermogen zodat duurzame vormen van energie zoals warmtepompen nog steeds zwaar worden afgestraft.

Voor Vlaanderen zou het een prioriteit moeten zijn om een site als Langerlo te gebruiken voor de ontwikkeling van een nieuwe toekomstgerichte visie. Het zou getuigen van slagkracht als Vlaanderen durft te kiezen voor een grootschalige uitrol van nieuwe technologie om ons zo direct op de wereldkaart te zetten of toch in ieder geval in Europa.

Ver gezocht? Helemaal niet want in het verleden hebben wij meermaals vooruitstrevende zaken aangepakt, met het oude coax netwerk hebben we een Internet snelweg uitgebouwd, elektronisch bankieren, Tractebel, kernenergie, waterstof/chemie (haven van Antwerpen), enz.

Steeds waren wij mee in het koppeloton en er is geen reden waarom we niet weer mee aan de leiding zouden kunnen staan, maar hiervoor is ons land te versnipperd geworden met te veel bevoegdheidsverdeling. En toch is het te hopen voor de werknemers van Langerlo dat er snel werk gemaakt wordt van de sanering van de site door de overheid, zodat zij kunnen helpen om de site klaar te maken voor nieuwe grootschalige energieprojecten.

Nieuwe overname in Belgische energiemarkt

Aan de verkoop van de Belgische tak van ENI als energieleverancier van gas en elektriciteit is vorige week een eind gekomen, de “winnaar” is Eneco. De combinatie stijgt in één keer naar de derde plaats qua grote als je rekent volgens het aantal huishoudelijke klanten. Dat de energiemarkt in een consilidatie fase zit is nog niet duidelijk, maar dat velen de handdoek in de ring gooien is wel duidelijk.

Eni heeft nog geen vijf jaar geleden Nuon België verworven en geprobeerd om zijn eerdere aankoop van Distrigas zo samen te integreren. Dat deze aankopen niet gebracht hebben wat was gehoopt is een open deur intrappen en dat is wel verrassend te noemen gezien ENI toch vertrok met sterke kaarten.

De sterke onderlinge concurrentie met als gevolg eenspiraal naar beneden van steeds kleinere marges heeft de sector op zijn knieën gebracht. De verkoop van Lampiris duidde al op een dergelijk signaal en men kan zien uit de jaarcijfers dat schaalgrootte alleen niet meer helpt. Op een omzet van meer dan een miljard euro zo goed als geen marge halen betekent gewoon dat het geïnvesteerde kapitaal nooit meer aan een normaal rendement komt.

Nu wilt dat niet zeggen dat Eneco geen betere kans heeft, maar dat hangt natuurlijk wel af van de startprijs. Wat is er betaald voor Eni? Als men de prijs hanteert die vorig jaar werd betaald voor Lampiris dan gaat men toch weer richting de 150 euro per klant en zelfs als het minder is en richting de 110-130 euro dan nog wordt het huzarenstuk om dat ooit terug te verdienen. In ieder geval niet met de klassieke manier van het leveren van gas en elektriciteit.

Het zal afhangen van het feit of Eneco nieuwe stappen kan, mag en durft te zetten naar nieuwe verdienmodellen en hier ook nog geld voor is. Natuurlijk zijn er wel schaalvoordelen en kostenbesparingen mogelijk. Dat nieuwe organisatie kan een stuk slanker worden gezien vele diensten en experts een zelfde profiel hebben. De opportuniteit kan zijn om deze overlap te gebruiken om nieuwe diensten en producten te gaan aanbieden.

De vraag is nu, wie wordt de volgende in het rijtje? In principe wilt bijna iedereen wel naar de deur naar buiten, maar voor sommigen is dat niet zo gemakkelijk. Voor de historische monopolist Electrabel/Engie komt het moment wellicht dichterbij om in stappen afscheid te nemen. Een herintroductie op de beurs is wellicht een manier of anders het verkopen in stukken.

De regulators gaan hopelijk wel wakker blijven bij al deze bewegingen want naar analogie met de telecommarkt lopen we het risico dat er geen concurrentie overblijft. Het gezapige duopolie van Proximus/Telenet bewijst dat een markt liberaliseren nooit klaar is en regulatoren waakzaam dienen te blijven dat de marktomstandigheden aantrekkelijk genoeg zijn om een markt te betreden.

De manager van Eneco is wel iemand die met zijn enthousiasme wel de juiste dynamiek in de organisatie kan brengen om verder te bouwen aan het bedrijf alleen zal de druk op hem nu met een veelvoud toenemen gezien de investering die nu gedaan is. Het doorslikken van een portie goodwill is altijd aan de orde met dergelijke aankopen en vervolgens wordt dan vaak een zondebok gezocht.

Het huidige Eneco in België kampte zelf met de vraag van blijven of vertrekken gezien het marktaandeel bleef hangen op een te laag niveau wat bewijst dat zelfs met een goede manager succes niet vanzelfsprekend is. Er van uitgaan dat het samenbrengen van twee leveranciers onder één dak het probleem oplost is heel gevaarlijk en waarschijnlijk foutief. Een sterk groei scenario met het ter beschikking stellen van verse financiële middelen zal heel belangrijk zijn om te voorkomen dat we binnen een paar jaar niet hetzelfde scenario gaan meemaken.

Eneco zelf heeft ook grote uitdagingen gezien in Nederland zijn voortbestaan verre van zeker is door de gedwongen splitsing van hun netwerkactiviteiten die goed waren voor de bulk van hun winst. Het is geen toeval dat hun grootste aandeelhouder, zijnde de stad Rotterdam, op termijn afstand wilt doen van zijn aandelen in Eneco om zich te focussen op zijn rol als aandeelhouder in het netwerkbedrijf. Een beweging die de gemeenten en provincies achter Nuon en Essent hun hebben voorgedaan. Ook in Nederland geldt dat retail (lees huishoudens) activiteiten moeilijk rendabel te krijgen zijn en andere activiteiten een bittere noodzaak zijn.

Aan de andere kant heeft Eneco wel zijn nek uitgestoken om een grote positie in duurzame productie op te bouwen (wel aan een hoge prijs) van meer dan 1 GW en dat mag gerust als een prestatie gezien worden. Of dit de juiste weg is kan men vandaag nog niet zeggen gezien de relatieve jonge industrie voor groene stroom/gas, maar andere bedrijven tonen dat toch dat zij het beter doen met een zelfde strategie. Enel bijvoorbeeld is een lichtpunt op de financiele puinhopen van de historische spelers in Europa met zijn meer dan 10 GW opgesteld vermogen in duurzame energie. Aan de andere kant zien we ook andere grotere spelers in duurzame energie zoals Dong energie waar nog vele uitdagingen blijven bestaan.

Zelf denk ik dat de energieleveranciers zichzelf opnieuw moeten uitvinden en resoluut nieuwe paden moeten durven betreden om hun toegevoegde waarde te bewijzen richting aandeelhouders. Uitgezonderd enkele kleine nichespelers die richting de zakelijke markt gaan en een beperkt aantal klanten hebben, dit soort spelers blijven bewust in hun segment dat ze goed kennen en werken met kleine organisaties om zo rendabel te blijven. Het kan ook zijn dat nieuwe actoren uit de IT markt hier eerder poten gaan breken met zaken zoals het Internet of Things. In ieder geval wens ik Eneco meer succes met hun aankoop dan Eni heeft gehad!

Een week van verandering

Op zich is verandering een constante in het leven, maar veel mensen houden er niet van. Dat onze sector onderhevig is aan grote veranderingen is geen nieuws alleen merk je dat de overheden steeds meer beginnen te twijfelen aan de mars voorwaarts. Bijna onopgemerkt ging vorige week het nieuws voorbij dat we vorig jaar weer een record hoeveelheid benzine/olie gebruikt hebben.

Het nieuws dat de economie groeit, maar de uitstoot niet meer durf ik echt in vraag te stellen gezien de lange termijn voorspellingen van het Internationaal Energieagentschap nog een grote stijging zien van de dagelijkse behoeften aan olie de komende twee decennia. Zolang deze grafiek niet wordt bijgesteld is het logisch om uit te gaan van een stijging van de uitstoot, in ieder geval wat betreft het gebruik van fossiele brandstoffen.

Natuurlijk kunnen we ons verbruik reduceren door onze huizen beter te isoleren en onze lokale mobiliteit te verduurzamen alleen compenseert dat bij verre niet de stijging van de welvaart en dus het gebruik van energie. De verdubbeling van de bevolking van Afrika de komende decennia en de verwachte stijging van hun welvaart (die nodig is om de exodus van vluchtelingen te stoppen) zijn dergelijk grote getallen dat iedere efficientie verbetering in ons deel van de wereld dit niet kan stoppen.

Is het dan niet mogelijk om de verwachte stijging van uitstoot te stoppen op wereldschaal? Dit is wel degelijk mogelijk alleen niet realistisch gezien de olie exporterende landen zich niet zomaar gaan laten wegduwen gezien hun Bruto Nationaal Product enorm afhangt van deze opbrengsten. Zelfs een zogenaamd duurzaam land als Noorwegen drijft op een zee van olie en gas en zonder deze zou hun begroting er anders uit zien (ook al sparen zij een groot deel van deze inkomsten voor de toekomst wat als een voorbeeld mag gezien worden).

Als de landen die fossiele brandstof exporteren niet als eerste zeggen we stoppen met alles uit de grond te halen dan lijkt me een transitie naar duurzamere vormen van energie alleen mogelijk door te blijven subsidieren. Gelukkig zijn er ook positieve tekenen dat bijvoorbeeld zonnepanelen al bijna zonder subisidie kunnen (vooral kleinschalig), maar de geïnstalleerde capaciteit is toch eerder zeer bescheiden te noemen (voor zon).

Ondertussen beginnen in Nederland de formatie gesprekken en deze beloven interessant te worden mocht Groenlinks erbij komen, niet omdat ik enige voorkeur heb voor wie dan ook, maar vooral omdat hun accenten ver weg liggen bij sommige van de andere mogelijke coalitiepartners. Een kabinet met Groenlinks zou kunnen betekenen dat Nederland zijn beschamende plaats in de duurzame ranking kan doen vergeten met een ambitieus plan waarin echte keuzes gemaakt worden voor de komende generaties.

Of het realistisch is zal de nabije toekomst uitmaken, maar het zou ook de conservatieve partijen sieren mochten ze durven kiezen voor een trendbreuk en afstappen van onze fossiele verslaving.

Terugkomend op de energiemarkt in België was afgelopen week behoorlijk rustig behalve dan de dagelijkse stroom van persberichten vanuit het kabinet van de Vlaamse energieminister. Een geslaagd initiatief vind ik wel de gelanceerde Zonnekaart die burgers ertoe kan aanzetten om na te denken over zonnepanelen op hun dak. Op voorwaarde natuurlijk dat de ondersteunende software wel betrouwbaar is en de app/toepassing echt werkt.

Een belangrijkere mededeling kwam uit Nederland door Tennet, de hoogspanningsnetwerkbeheerder, om een North Sea Power Hub te bouwen die op termijn in staat moet zijn om 30 GW aan windmolenparken op zee aan te sluiten. Het zijn dit soort initiatieven die in de juiste richting wijzen gezien ze mede (deel)oplossingen bieden voor de lange termijn.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...