Archives pour la catégorie ‘General’

Energie staat weer even centraal

Monday, 6 February 2012

Het koude weer van de afgelopen dagen heeft in ieder geval als verdienste dat energie weer even op de voorgrond treedt na de constante stroom van slecht economisch nieuws. Dat bedrijven als Bekaert deze week grote afslankingen aankondigen door het stilvallen van de zonnepanelen-“boom”  is ook geen verrassing.

De politiek haastte zich om te zeggen dat zij er niets aan kon doen, maar dat is eigenlijk niet helemaal correct. Het afbouwen van de subsidies is niet zozeer het probleem voor het stilvallen van de vraag naar zonnepanelen als wel het afbreken van diezelfde subsidie. Als je kijkt naar bijvoorbeeld Frankrijk of Engeland dan hebben ze daar enkele maanden na het installeren van subsidieregels voor de installatie van zonnepanelen deze alweer afgeschaft.

Beleid is naar mijn mening goed voorbereid en lang op voorhand aangekondigd en niet iets wat je ad hoc invoert.. Ook de nieuwe federale regering heeft de finale nekslag gegeven door de aftrek van investeringen in duurzame energie zowat op één dag af te schaffen. Paniekvoetbal als je het mij vraagt. Men had dezelfde maatregel ook moeten invoeren met een vertraging van 12 maanden zodat de bevolking en industrie zich daar hadden kunnen op voorbereiden.

De afbouw van de subsidie door Vlaanderen per kwartaal is ook snel, maar ze hebben dit wel een jaar op voorhand aangekondigd voor wat de kleine installaties betreft. Wat wel opvalt, is dat na de eerste reactie van mevrouw van Den Bossche (bevoegde minister voor energie in Vlaanderen) ze compenserende maatregelen zou aankondigen voor het afschaffen op federaal vlak van de ondersteuning van duurzame energie, het heel stil is geworden. Nochtans zou een overgangsmaatregel van 12 tot 24 maanden ervoor kunnen zorgen dat de installateurs voor zonnepanelen zich kunnen voorbereiden op het zogenaamde “grid parity”-verhaal (lees leven zonder subsidie voor zonnepanelen) tegen 2014.

Het blijft hoe dan ook een kans voor Vlaanderen om de duurzame kaart te trekken in zijn industriële ontwikkeling en men dient zich hier zeker op dit ogenblik nog meer op in te zetten. Probleem blijft natuurlijk dat we een kleine interne markt hebben en we zijn dus bijna volledig op export aangewezen en men moet men zijn producten/sectoren dus goed kiezen. In ieder geval hebben we bijvoorbeeld van transport en logistiek een speerpunt gemaakt, maar hier hebben we zeker ons maximum bereikt, gezien de status van onze wegen (lees we staan allemaal iedere dag stil).

Dat we deze week een recordverbruik hebben gezien van gas hoeft geen verrassing te zijn gezien de koude temperaturen en de groei van het aantal aansluitingen. Jaarlijks komen er zowat 50.000 gasklanten bij waardoor de sector automatisch groeit. Dit betekent inkomstengroei voor onze netwerkbedrijven (en leveranciers) waar ze wel voor moeten investeren daar iedere nieuwe aansluiting natuurlijk moet gebouwd worden. Aan de andere kant zal de opkomst van decentrale duurzame productie ook minder inkomsten betekenen voor dezelfde netwerkbedrijven.

Het ene zal het andere voor een stuk kunnen compenseren waardoor deze bedrijven zich wellicht iets minder defensief gaan opstellen voor wat hun monopolie betreft. Hun monopolie zorgt ervoor dat hun enthousiasme voor duurzame lokaal geproduceerde energie niet erg groot is, toch niet als het hun geld kost. Denk wel dat de regelgever ervoor moet zorgen dat zij constant aangepaste regelgeving introduceert die rekening houdt met deze nieuwe groeisectoren (hier kom ik volgende week met enkele voorbeelden op terug). In de toekomst kan het best zijn dat er lokale privénetwerken gaan ontstaan rond lokale duurzame productie. Een ander voorbeeld wat we kunnen gaan zien is dat er een slimme energiehuishouding komt waar je buur zonnepanelen heeft, jij windenergie en een andere buur waterstofopslag. De tijd is nu gekomen om deze slimme wijken te gaan ontwikkelen en dit kan ook vanuit een privé-initiatief ontwikkeld worden. Aan de andere kant spelen de netwerkbedrijven ook een belangrijke rol hierin daar ze veel kennis in huis hebben. Als ze toekomstgericht denken dan moeten ze ook aan de regelgever andere oplossingen durven voor te stellen dan alleen maar een algemeen distributietarief. De slimme wijk van morgen zal het grootste deel van zijn energiehuishouding lokaal (willen) houden en hier moet je dus als netwerkbeheerder op inspelen. De netwerkbedrijven spelen als grote monopolist een belangrijke rol in de ontwikkeling van een duurzame energiehuishouding, maar hun inkomstenmodel is nu vooral centraal opgebouwd.

Hiermee bedoel ik dat ze baat hebben bij grote productiecentrales die hun energie vanuit verre afstanden gaan vervoeren naar de eindverbruikers om zo hun inkomsten te beschermen. Dat decentrale duurzame energie juist tegenovergesteld werkt, zorgt voor de noodzaak van een gewijzigde bedrijfsstrategie bij deze bedrijven en hier dient de politiek zich bewust van te zijn. De politiek dient het management van deze monopolisten te ondersteunen in hun zoektocht naar een nieuwe balans in hun toekomstige rol en er tegelijkertijd voor zorgen dat onze huidige kwaliteit betaalbaar blijft voor iedereen.

Andere minister/staatssecretaris hetzelfde recept

Monday, 16 January 2012

Een goed jaar geleden schreef ik op mijn blog over het idee van toenmalig minister van energie, Magnette over de zogenaamde plafondprijzen en een jaar later zijn we terug bij af met nu staatssecretaris M. Wathalet die hetzelfde zegt als mogelijk recept.

Blijkbaar leert men niet of vergeet men toch, want het is al zeker de vierde minister in zes jaar tijd die dit roept zonder maar één keer eens te kijken wat de ervaring is in andere landen waar men dit heeft toegepast in het verleden. Dat de Creg gevraagd is om de stijging en hoogte van onze energietarieven te onderzoeken is positief, daar er zo minstens een neutraal en redelijk objectief en correct oordeel komt.

Bij een bezoek, een vijftal jaren geleden aan een collega in Spanje die algemeen directeur was bij een nieuwe energieleverancier genaamd Luseo, heb ik mogen horen wat voor schade dit had aangericht in de Spaanse markt. Wat waren de voornaamste nadelige effecten op korte en middellange termijn:

-       Nieuwe spelers zagen al hun kleine marges als sneeuw voor de zon verdwijnen daar op momenten de aankoopprijs op de groothandelsmarkt zelfs hoger was dan de geplafonneerde eindverbruikersprijs.

-      De voormalige monopolisten konden met hun afgeschreven centrales nog wel overleven en zo hun klantenmarktaandeel behouden, zodoende kregen de nieuwe spelers te maken met een afname van hun groei op een moment dat ze zelf nog niet de kritische massa hadden.

-       Klanten moesten kiezen of ze in het zogenaamde “beschermde” plafondtarief wensten te blijven of naar het deel vrije markt gingen zonder garantie om terug te kunnen keren naar de beschermde markt (van een muur gesproken om te veranderen!)

-       Investeringen in nieuwe productie (lees voornamelijk gascentrales/warmtekrachtkoppeling) werden door de plafondprijzen niet meer haalbaar daar bijvoorbeeld de groothandelsprijs voor gas gewoon volgens marktvoorwaarden kon blijven stijgen.

-       De schok om daarna terug naar een normale vrije marktprijs te gaan wordt door dergelijk systeem heel groot en pijnlijk voor diezelfde klanten.

-       Door het lang vasthouden aan plafondprijzen ging ook veel kennis verloren bij de regelgever over de echte marktprijs waardoor de dominante historische spelers nog meer vrij spel hadden.

Dit waren nog niet alle redenen, maar het gevolg hebben we kunnen zien in de Spaanse markt. Luseo heeft zich op termijn gewoon volledig teruggetrokken uit de markt. Eenzelfde beeld zien we ook in Frankrijk waar de concurrentie nagenoeg onbestaande is op Poweo na.  De zusterlijke verdeling tussen EDF en GDF/Suez kan men bezwaarlijk concurrenten van elkaar noemen gezien hun zelfde referentie aandeelhouder (de Franse staat) en men heeft zelfs de noodlijn moeten bovenhalen om Poweo niet failliet te laten gaan op een bepaald moment.

Als men echt naar gereguleerde tarieven terug wil voor de gezinnen dan is er maar één oplossing en dat is terug naar het verleden gaan en de consumenten uit de geliberaliseerde markt halen en een gereguleerd tarief introduceren. Men dient wellicht een analyse te maken van de resultaten in dit deel van de markt en afwegen of de kosten wel opwegen tegen de voordelen voor de consument. De complexiteit van regelgeving en procedures voor een relatief klein deel van de markt, de consumenten verbruiken slechts een minderheid van de geproduceerde energie (elektriciteit 20-25%, gas 30-35%), heeft ook veel extra kosten met zich meegebracht. Persoonlijk denk ik dat een vrije markt wel kan voor dit marktsegment, maar dan niet één met geplafonneerde tarieven. Als men dit echt gaat doorvoeren dan is de vrije markt voor consumenten geschiedenis en dat zou jammer zijn voor zowel klant als leverancier.

Het nieuwe jaar

Monday, 9 January 2012

Ook dit jaar belooft weer boeiend te worden in energieland. Met veel verwachting wordt uitgekeken naar de aangekondigde wijzigingen in het subsidiesysteem voor duurzame productie in Vlaanderen. Het teveel aan groene stroom certificaten heeft voor een ineenstorting gezorgd van de marktprijs voor kleinschalige producenten en de minimumgarantieprijs die de overheid garandeert, verandert daar niks aan.

Men dient te beseffen dat het verschil tussen leven en dood (lees rendabel of niet) net zit in de laatste euro’s die je verdient (lees het verschil tussen een betrouwbare marktprijs en de minimum garantie van de overheid) en deze zijn dus broodnodig. Nog niet zolang geleden (vierde kwartaal 2010) werd schande gesproken over de hoge subsidies voor zonnepaneleninstallaties met als gevolg de beslissing eind 2010 om de subsidies voor zon drastisch af te bouwen. Dat de andere subsidies (lees voor onder andere biogas en wind) ook door het slijk werden gehaald heeft ervoor gezorgd dat de perceptie de werkelijkheid volledig heeft ingehaald.

Ineens werden alle duurzame productieprojecten als een soort vetgemeste, overbetaalde vormen van productie aanzien. De laatste twaalf maanden hebben dit beeld wellicht opnieuw naar de realiteit gebracht met de problemen voor bepaalde installaties in Vlaanderen. Als klap op de vuurpijl kwam daar in 2011 ook nog het Max Green project bij; een oude kolencentrale van Electrabel die werd omgebouwd tot houtverbrander van 200 MW, waar de politici schande over spraken. Dat men dit had kunnen voorkomen door de subsidie voor projecten te plafonneren voor projecten tot 20 MW was op voorhand geweten. Dit voorstel is trouwens nu opgenomen in het advies van de Vreg naar de bevoegde minister toe.        

Dat de quota verhoogd dient te worden voor de leveranciers is één van de eerste stappen, maar het systeem zelf dient vooral stabiel te blijven in deze woelige tijden. De banken die elkaar onderling al niet vertrouwen, stralen dit ook door in hun dag dagelijks werk naar de markt toe. Aan de positieve kant staat dan weer dat de grote vermogens op zoek zijn naar meer zekerheid na hun verliezen op de aandelenmarkt. Je merkt nu dat deze vermogens zich organiseren om in ieder geval een deel van hun vermogen in onze sector te gaan beleggen op lange termijn (lees tien jaar). Een ander voordeel van beleggingen in duurzame productie is dat deze zichtbaar/tastbaar zijn. Een partij als Ackermans & van Haren die rechtstreeks investeert in een centrale is daarvan een tastbaar bewijs.

Dat tien jaar een heel korte termijn is in energieland wordt wel eens vergeten en hier zit waarschijnlijk een spanningsveld tussen passieve investeerders en deze nieuwe sector van duurzame investeringen in productie. Dat de meest duurzame productie niet wordt ontwikkeld door de traditionele spelers (lees de voormalige monopolisten) komt ook vaak door de kleinschaligheid (kleiner dan 20 MW) en het lokale karakter. Zo goed als alle biogasprojecten komen tot stand door lokale mensen die met veel passie en overtuiging beginnen aan dergelijke projecten. Dat deze lokale mensen zich ongemakkelijk voelen bij het onderhandelen met de klassieke energiebedrijven is logisch daar deze grote bedrijven per definitie dominant (willen) zijn. Dat wil niet zeggen dat grote historische energiebedrijven geen rol te spelen hebben in het kopen van de output bijvoorbeeld.

Jammer is wel dat in een jonge sector er ook veel fouten gemaakt worden en er figuren rondlopen die eerder opportunistisch naar de sector kijken. De lange noodzakelijke termijn denken in deze sector staat echter haaks op enig opportunisme en het is dan ook een kwestie van tijd totdat deze figuren verdwijnen daar ze gewoon het geduld noch de kennis hebben om de marathon uit te lopen.

Een mogelijke consolidatie is ook niet uit te sluiten daar je ten eerste kritische massa nodig hebt in je productiepark en ook over een brede balansbasis dient te beschikken om de nodige investeringen en schokken te kunnen opvangen. De vele goede duurzame initiatieven verdienen extra ondersteuning vanuit de overheid als jonge sector die nog kwetsbaar is. Hopelijk vergeet de bevoegde minister dit niet.

Gelukkig Nieuwjaar - Heureuse Année - Happy New Year

Monday, 2 January 2012

“To Improve is to change; to be perfect is to change often.”

Winston Churchill

Veel onnodig energieverbruik doet onze rekeningen stijgen

Saturday, 31 December 2011

Onze energiefactuur blijft maar stijgen, zo becijferde beurshuis Petercam. Dat onze rekening met 1000€ stijgt, is vooral te wijten aan de olieprijs per vat en de daaraan gerelateerde producten van benzine voor onze wagen en stookolie om ons huis te verwarmen. Ook de gasprijs is gestegen sinds 2008. Wat minder naar voren kwam uit de informatie is dat onze elektriciteit vandaag veel minder kost dan in 2008. De groothandelsprijzen voor elektriciteitsproducenten is 30 tot 40% goedkoper op dit ogenblik dan midden 2008. Elektriciteit maakt nu slechts een zeer bescheiden deel uit van al onze energiekosten. Van de 3800€ die een gemiddeld gezin aan energie spendeert per jaar is 15% tot 18% elektriciteitskost en de rest dus transport(lees onze auto) en verwarming.

Moeten we dan maar lijdzaam blijven kijken hoe onze energiefactuur blijft oplopen?  Nee!  We kunnen inderdaad geen invloed uitoefenen op de kost van een vat olie of een Kwh gas maar we kunnen wel onze verslaving aan de hoeveelheid energie laten afnemen. Zowel het Oeso als het IEA(international energie agentschap) stellen dat de grootste besparing(tot 50%!) in onze energiehuishouding de komende 20 tot 30 jaar efficiëntie(lees minder verbruiken) zal zijn. Met andere woorden: we zullen veel minder moeten gaan verbruiken. De groenste energie is de energie die je niet verbruikt. Willen wij in Europa tegen 2035 de Europees vastgestelde doelstellingen behalen dan zullen we ook, noodgedwongen, wel energie-efficiënt moeten zijn. 

Naast minder verbruik hebben we in België nog een andere hefboom om onze energiefactuur te milderen: we kunnen namelijk duurzame vormen van productie introduceren. En dit hoeft niet steeds op huisniveau te zijn. Waarom overwegen we geen gemeenschappelijke verwarmingssystemen? ‘Iedere Belg zijn eigen huis’ wordt in de nabije toekomst wellicht geen taboe, maar waarom zouden we onze energiebehoeften niet samen gaan produceren?  Stadsverwarming heeft misschien geen positieve bijklank, maar het is nu eenmaal efficiënt noch duurzaam dat we in steden, onze eigen verwarmingsinstallaties blijven koesteren. Gelet op de grote investeringen die hiermee gepaard gaan en het onzekere financiële klimaat zal de overheid hier zeker een rol in kunnen spelen. 

Verder kan de overheid ook naar duurzame oplossingen te gaan streven in ons transportgedrag zodat we niet allemaal via individueel vervoer naar het werk rijden op de verkeerde ogenblikken. Komt daar nog eens bij dat onze wegeninfrastructuur sinds eind jaren zestig niet meer aangepast aan de huidige noden. Het resultaat van dit alles zie je iedere dag op onze wegen. Tekenend is dat we sinds drie jaar Nederland ingehaald hebben qua files. Zonder een pleidooi voor meer beton te willen houden als oplossing dient men wel te blijven investeren in onze knooppunten. Dit kan nu blijkbaar wel in Nederland. Vorig jaar hadden onze Noorderburen maar liefst 16% minder files door gepaste investeringen in hun infrastructuur.  Tegelijkertijd moet men duurzaam autorijden stimuleren en onze o zo trouwe dieselwagen niet als enig alternatief blijven zien.  Het potentieel van bijvoorbeeld rijden op groen gas is nog groot. Er zijn al enkele van dergelijke tankstations in België.

Het initiatief van onder andere vooruitstrevende bedrijven als Colruyt via hun Dats tankstationnetwerk kan inspirerend werken. En wilt men echt minder afhankelijk worden van olie dan zullen we nieuwe vormen van brandstof moeten omarmen. Zo heeft waterstof, algemeen aanzien als de meest duurzame vorm van brandstof, nog zeer veel potentieel.   Van de elektrische wagen moeten we dan weer geen mirakel oplossingen verwachten. Te veel focussen op deze voertuigen biedt geen fundamentele oplossingen. Het is eerder kiezen voor de weg van de minste weerstand. Ten laatste kan men ook stellen dat de verslaving aan energie niet zal weggaan of verminderen als we op dezelfde wijze naar onze consumptie of economie blijven kijken. De wens en noodzaak om toch maar minstens 2% per jaar economische groei te willen realiseren staat haaks op de wil om minder te gaan verbruiken.

Slotsom: verandering van consumptiegedrag begint bij onszelf en niet bij de overheid. Van de overheid mag verwacht worden dat ze stimuleert en vooral het juiste voorbeeld geeft. Al met al zal het dankzij hogere energierekeningen zijn dat de noodzaak voor innovatie steeds groter zal worden. Onder deze druk kunnen we ook oplossingen vinden.

De week voor Kerstmis

Monday, 26 December 2011

Deze week heeft NPG energy weer een mijlpaal gezet in zijn ontwikkeling door zijn eerste overeenkomst te tekenen voor de ontwikkeling van een grote biogas centrale in het noorden van Nederland (+10MW). De beslissing van eind vorig jaar om ons werkgebied uit te breiden naar Nederland heeft dus nu een eerste tastbaar resultaat met zich meegebracht.  NPG heeft via diverse daarvoor opgerichte werkvennootschappen dit jaar voor meer dan 60 miljoen euro aan projecten gefinancierd (samen met diverse mede-investeerders uit de bank-, energie- en “privat equity” wereld).

Ondanks het uitontwikkelen van de eerste schijf van ontwikkelingsprojecten heeft NPG al een groot aantal nieuwe projecten in ontwikkeling in België en hopen wij spoedig ook in Nederland van start te gaan met de uitontwikkeling van een aantal windmolenparken en dit wederom samen met lokale partners. Het eerst volgende project waar de spade voor in de grond gaat in 2012 (tweede helft) is een biogasinstallatie in Vlaanderen van dezelfde grootorde als degene die nu in aanbouw is in Tongeren (2.5-2.8 MW).  Dat NPG binnenkort voor bijna 70 MW wind en 20 MW biogas in ontwikkeling heeft, betekent dat de potentiële groei voor de komende jaren gegarandeerd is en dat we samen met onze lokale partners en investeerders de komende twee tot drie jaar op volle kracht zullen moeten draaien.

Afgelopen maandagavond was ik op uitnodiging van de stad Antwerpen op een goed georganiseerde avond over duurzame energie. De andere sprekers waren van Electrabel, Electrawinds en de Creg (federale regulator).  De nadruk lag vooral op het beantwoorden van stellingen die via een kort filmpje geïntroduceerd werden. Eén van de belangrijke ontwikkelingsprojecten voor de komende 20 jaar is het bedrijventerrein Blue Gate (oude petroleum zuid) dat na een grondige schoonmaakbeurt een duurzaam karakter zal krijgen.  Het produceren van groene energie is één van de speerpunten en hier ging de avond dan ook over. De opkomst was groot voor een dergelijke avond en de receptie erna was minstens zo interessant. 

Nu ligt de nadruk van duurzaam niet alleen op groene energie, maar ook op een efficiënt energieverbruik. Het vinden van nieuwe bedrijven of activiteiten voor dit grote industrieterrein wordt zeker een uitdaging daar de aard van het bedrijf dus zal bepalen of zij plaats kunnen nemen op dit bedrijventerrein. Gezien de enorme verkeersproblematiek rond Antwerpen is het dan ook goed nieuws dat er naast een bedrijventerrein ook een woningzone wordt ontwikkeld zodat in theorie mensen dichter bij hun werk kunnen gaan wonen. Ook hier zal men moeten kijken of men bedrijven kan aantrekken met bijvoorbeeld een internationale activiteit die hun personeel ook woningen kunnen aanbieden tijdens hun verblijf en hun werk in Antwerpen.

De tijd van industrieparken langs snelwegen lijkt stilaan voorbij (toch de nieuwe ontwikkeling ervan) en men dient opnieuw woon en werk met elkaar te gaan verzoenen zodat we niet met z’n alleen om half negen ’s morgens van bijvoorbeeld Antwerpen naar Brussel rijden om een werk te gaan doen wat je ook perfect in je thuisgebied kan doen.  Dat transport de grootste vervuiler blijkt te zijn behoeft geen verrassing (vooral ook naar de toekomst toe globaal gezien) maar tegelijkertijd kunnen hier ook enorme efficiëntie verbeteringen gehaald worden.

De komende twintig jaar zal de nadruk vooral moeten liggen op een efficiënter (lees minder) energieverbruik (zal zowat voor de helft van de verbetering moeten instaan). De inzet van duurzame energie is slechts goed voor 25% van de efficiëntie verbetering. De explosie van de energiebehoeften van China en India de komende vijfentwintig jaar (drie tot het vijfvoudige van wat het nu is) blijft echter een groot vraagteken zetten bij al onze pogingen om minder te gaan verbruiken. Door het opleggen van (terecht) strengere normen in onze Westerse wereld om zo tot een forse reductie te komen van onze uitstoot van broeikasgassen, moeten wij niet vergeten dat ook buiten Europa dergelijke spelregels dienen gehanteerd te worden. Daar je dergelijke grote landen als India en China niet kan verplichten om mee te werken aan een schonere economie, moet men toch gaan overwegen om andere wegen te vinden om iedereen te motiveren om dezelfde reductieregels te respecteren.

Innovatie en financiering: de sleutel voor een duurzame toekomst

Monday, 19 December 2011

De opwarming van ons klimaat door menselijke interventie staat al een tijd vast, alleen worden berichten hierover steeds somberder. Het algemeen aanvaard getal van maximum 2 graden opwarming is een uitgevonden getal waarvan eigenlijk niemand zeker weet of dit al aangewezen zou zijn om te voorkomen dat sommige gebieden onleefbaar worden.

De klimaatconferentie in Durban is wederom afgelopen met een sisser door te beslissen om het Kyoto-protocol nog even te verlengen om zo meer tijd te kopen ten einde toch met een nieuw protocol op de proppen te komen. Als klap op de vuurpijl kondigde Canada enkele dagen later aan om uit het huidige Kyoto-protocol te stappen onder voorwendsel dat de Verenigde Staten en China toch niet meedoen en zij juist de grootste vervuilers zijn. Dat China daarop zeer negatief reageerde heeft meer dan één reden, enerzijds wensen zij ook hun economische groei te verduurzamen want hun land vervuilt zeer snel, maar anderzijds willen ze deze groei ook niet in gevaar brengen en kan het zijn dat ze op zoek zijn naar excuses om dan ook maar niet toe te treden in een toekomstig nieuw protocol.

De timing van Canada is trouwens geen toeval, want ze maakten toch al geen kans om de doelstellingen te behalen die in het Kyoto-protocol zijn opgenomen (CO2-uitstoot niveau 1990). Ze zouden wel eens de bedenkelijke eer kunnen hebben als meest vervuilende land per hoofd van de bevolking in de wereld, dit natuurlijk ook voor een deel te wijten aan het koude gebied waarin zij wonen. 

Zonder veel energie is dergelijk gebied strikt genomen gewoon niet leefbaar en zou je de ganse bevolking moeten laten immigreren naar het zonnige zuiden. Een niet echt waarschijnlijk scenario om meer dan 20 miljoen mensen en een ganse economie te verplaatsen, althans niet binnenkort.

President Reagan had bijvoorbeeld serieuze plannen om het zogenaamde Mid-West (onder andere de Dakota’s) in de jaren tachtig te ontvolken gezien de enorme afstanden tot de aanvoer uit havens en de relatieve lage bevolkingsdichtheid.

Waar zit de sleutel nu echt om de klimaatopwarming door menselijke impact te verminderen en ook ineens veel minder afhankelijk te worden van de klassieke manieren van het produceren van energie? Dat we meer groene energie dienen te gaan produceren is iedereen het er wel over eens, alleen de weg ernaar toe lijkt nog bezaaid met vele obstakels. We hebben veel meer vormen van groene energie nodig en vooral ook betrouwbare vormen van duurzame energie.

De meest duurzame vorm is echter niet vormen van groene energie, maar van efficiëntie en besparing (lees minder gebruiken). Diverse internationale studies (onder andere het IEA, International Energy Agency) schatten dat energiebesparing goed zal zijn voor 50 tot 60% van de algemene doelstelling, de verduurzaming van ons energieproductiepark zal voor 20 tot 25% bijdragen, de rest is het optimaliseren van bestaande vormen van productie zoals kernenergie en opslag van CO2 uit kolencentrales (CCS of Carbon Capture Storage).

We moeten ook onze impact als energiesector niet overschatten, want energie draagt voor 25% bij aan de noodzakelijke toekomstige investeringen in een slimme energiehuishouding. De hele transportindustrie (met inbegrip van privéwagens) is goed voor 34% van de toekomstige investeringen om naar een lage CO2-uitstoot economie te gaan.

Wat betreft de noodzakelijke wijzigingen in onze energiehuishouding gaat dit dus veel verder dan slimme distributienetwerken of duurzame productie, maar zal iedereen in het bad moeten springen om naar een duurzame economie te streven. Eén van de problemen blijft toch de verslaving van onze overheden aan de jaarlijkse noodzaak van 2% groei.  In het huidig uitgavenmodel van een overheid zit dit ingebakken daar ze ieder jaar meer geld nodig hebben, zo stimuleren ze het in stand houden van ons huidig model in plaats van het bouwen aan een (investering)beleid voor de toekomst. Er zal op een gegeven ogenblik op de spreekwoordelijke “reset” knop moeten gedrukt worden, willen we toekomstige generaties dezelfde kwaliteit van leven garanderen.

Consument blijft actief op zoek naar beste aanbod

Tuesday, 13 December 2011

In Vlaanderen hebben de eerste tien maanden van het jaar 215.000 gezinnen een andere leverancier gekozen (van deze hebben ongeveer 140.000 ook een gascontract gekozen bij een andere leverancier). Tegen het jaareinde wordt verwacht dat ongeveer 250.000 gezinnen een nieuwe leverancier zullen hebben gekozen, dit komt neer op iets minder dan 10% van de totale markt.

Op zich zijn deze cijfers hoger dan vorig jaar (was toen 215.000) en kunnen we verwachten dat deze tendens eerder zal toenemen dan afnemen. De top drie leveranciers zijn Electrabel met 62%, EDF Luminus met 21% en Nuon met 8.4%.

De gemiddelde prijs die een gezin in Vlaanderen jaarlijks betaalt is € 2.250 voor elektriciteit en gas (gas is ongeveer twee derde van uw factuur) en dat is wel wat hoger dan vorig jaar, maar nog steeds weinig geld voor een heel jaar aangenaam comfort.

De Waalse markt vertoont minstens dezelfde bereidwilligheid om van leverancier te veranderen, maar de markt is daar in absolute getallen kleiner (1.513.157 gezinnen ten opzichte van 2.650000 in Vlaanderen) en de top drie leveranciers daar zijn, Electrabel 56%, EDF Luminus 26% en Essent Belgium 6%.

Van de totale energieprijs is 51% het product (het deel waar dus concurrentie in is), 41% distributiekosten, 9% hoogspanningstransport (Elia) en 1% taksen en heffingen.

Wat leren deze bovenstaande cijfers ons? Dat de klant de weg vindt naar andere leveranciers en de klant minder loyaal wordt. Nu is een zogenaamde “churn/switch rate” van 10% per jaar nog redelijk normaal en kunnen de kleinere leveranciers op een goede manier blijven groeien. Nu gaat het hier wel om een klein van de totale verbruikersmarkt daar het elektrisch verbruik vooral zakelijk is (75-80% voor elektriciteit en 65%-70% voor gasverbruik).

De nieuwe regering heeft na een minister te hebben gehad nu een staatssecretaris verantwoordelijk voor onder andere energie en het is tevens vernoemd als top 10 prioriteit. De top 10 slaat vandaag vooral op geld voor de begroting en minder op een goede marktwerking en nog minder op een beleid dat investeringen aanmoedigt. Gezien de huidige stand van de groothandelsprijs (lees laag, 52€/MWh) voor elektriciteit lijken we nog steeds over behoorlijke productie overschotten te bezitten in Europa; maar veel van onze productie is oud tot behoorlijk oud (lees tussen de 20 en 40 jaar oud) en zal dus vervangen moeten worden.

Onlangs werd er door de dhr. Magnette nog gesproken over de nodige investeringen in productie en bedragen van 30 miljard euro werden hier vernoemd. Laten we er vanuit gaan dat we dit kunnen spreiden over twintig jaar (wat echt al zeer optimistisch lijkt vermits heel ons nucleair park wordt gesloten ten laatste tegen 2025) dan nog zullen we tussen 1.3 -1.6 miljard euro per jaar dienen te investeren in nieuwe elektriciteitsproductie.

Dat het huidig tempo niet toereikend is hoeft geen verrassing te zijn en hopelijk kan dhr. Wathelet een investeringsbeleid of competitief klimaat creëren zodat bedrijven als RWE, ENI, EDF en anderen België zo interessant gaan vinden dat ze zelfs een investeringsstrategie gaan goedkeuren voor ons land.

Daarnaast dienen ontwikkelaars in duurzame energie ook te begrijpen dat als je bijvoorbeeld alleen maar wind of zon ontwikkelt, je ervan uitgaat dat anderen jouw probleem gaan oplossen en dat is niet correct. Dat men Elia weigert om zelf in een flexibele gascentrale te investeren om meer reserve/flex capaciteit te bezitten voor relatief windloze dagen bijvoorbeeld is te begrijpen. Maar men moet er wel voor zorgen dat men dan bijvoorbeeld een aanbesteding vanuit de regelgever uitschrijft voor deze speciale reservecapaciteit die dan werkt met een vast rendement ongeacht de centrale gebruikt wordt of niet.

EPG 2011

Monday, 5 December 2011

Ook dit jaar was ik rond eind november weer in Praag voor het jaarlijks congres over elektriciteitsproductie in Europa. Ieder jaar valt het op dat er nieuwe tendensen of zelfs opvallende items aan bod komen.

Eén van de zaken die dit jaar duidelijk is geworden over duurzame energie, is dat het als een belangrijke productiebron wordt aanzien. Dit zowel in absoluut volume (neem bijvoorbeeld wind in Duitsland) als in potentie naar de toekomst. Er was echter ook veel kritiek te horen over de vele vormen van subsidie (technieken) die vele landen erop na houden.

Eén van de pleidooien is toch om naar één uniform systeem te gaan wat subsidie betreft met toch een voorkeur voor een certificatensysteem. Het feed-in systeem wordt als minder stabiel aanzien gezien de landen die het toepassen de laatste tijd toch veel wijzigingen hebben aangebracht.

Een ander veelgehoorde klacht was de impact van de onvoorspelbaarheid van duurzame energie (vooral wind en zon) op de bevoorradingszekerheid en het gebrek aan maatregelen om hier iets aan te doen. De te lage elektriciteitsprijs op de groothandelsmarkt zorgt voor een acuut gebrek aan investeringen in flexibele centrales die voor een deel kunnen ingezet worden als er geen wind of zon is.

Een ander opvallend gegeven was een studie die de output van windmolenparken had samengeteld uit Spanje, Denemarken en Noord-Duitsland. Daaruit bleek dat de pieken en dalen van productie verrassend genoeg samen vielen en de stelling dat het koppelen van alle windmolenparken aan elkaar op de Noordzee stabieler stroom zou opleveren wel op losse schroeven komt te staan. Dit zal waarschijnlijk meer het geval zijn als je windmolenparken van Noord- en Zuid-Amerika aan elkaar zou koppelen. De windrichting en stromen tussen Zuid- en Noord-Europa blijken dus opvallend gelijkaardig te zijn.

Verder was er ook een opvallend duidelijke waarschuwing van het Internationaal Energie Agentschap (IEA) dat in zijn verschillende scenario’s aangaf dat het 1 voor 12 is wat betreft het beperken van de opwarming van de aarde met 2 graden. Op dit ogenblik zitten we meer in de richting van 3,5graden gemiddeld en hoe langer we nu nog wachten hoe onwaarschijnlijker het halen van de 2 graden wordt. De zogenaamde eurocrisis zorgt ervoor dat het klimaat tijdelijk is ondergesneeuwd voor de korte termijn belangen (op zich begrijpelijk maar kortzichtig) en de huidige klimaatconferentie in Zuid-Afrika zal naar alle verwachting niet veel opbrengen.

De eurocrisis zorgt ook voor een beperktere voorraad aan beschikbaar geld en dan vooral voor de grotere projecten kan dit een probleem worden. Leningen van meer dan 10 jaar worden moeilijker en de vraag voor meer eigen kapitaal ligt in het verlengde. Aan de andere kant blijven investeringen in duurzame toepassingen zeker interessant als relatieve laag risico belegging.

De ramp in Fukusjima en de daarop volgende beslissing van Duitsland om uit kernenergie te stappen is opvallend genoeg al weer ondergesneeuwd door de bovenstaande uitdagingen wat eens te meer bewijst dat men snel vergeet en ook niet veel leert van de ramp en zijn gevolgen. Het is business as usual wat betreft de bouw van nieuwe kerncentrales in een heel aantal landen (zoals China, Frankrijk, Tsjechië, etc…) en het is wachten tot de volgende ramp gebeurt.

Positief was ook het niveau van de sprekers en de inhoud van hun presentaties, er was tevens meer dan voldoende gelegenheid om te netwerken zodat men toch één keer per jaar even terugkijkt en overleg kan hebben met sectorgenoten die opvallend open spreken over hun kennis en kunde. Dit congres is zowat het enige in Europa dat op dit onderwerp ingaat en het zal zeker kunnen blijven groeien en rekenen op onder andere mijn steun en hopelijk ook op deze van vele van mijn collega’s uit de sector.

De zogenaamde “spread” en investeringen in productie

Monday, 28 November 2011

Deze week is België zwaar onder vuur komen te liggen van de zogenaamde financiële markt en is de rente die betaald moet worden voor leningen met meer dan 1% op een week gestegen. Onrustwekkend op het eerste gezicht zeker, maar dit kan ook positief werken op lange termijn. Geld lenen is te goedkoop geweest of beter gezegd men leende geld voor zowat alles te betalen.

Dat geld lenen zo goedkoop mogelijk moet zijn om investeringen aan te zwengelen is op zich een goede zaak daar deze enerzijds een economie stimuleren en anderzijds ook noodzakelijk zijn. Het probleem zit hem in het geld lenen om operationele kosten te betalen. Ook in bedrijven (buiten start-ups) is het belangrijk dat men voldoende liquide middelen genereert om de dagdagelijkse kosten te kunnen betalen. Een overheid kan men ook vergelijken met een bedrijf voeren (of je financiële huishouding) en men kan dan dus ook dezelfde kerncijfers ontleden. Voor België betekent dit eenvoudig dat de overheid structureel 3 tot 4% jaarlijks te veel uitgeeft en dit gedurende tientallen jaren,  vandaar onze torenhoge staatsschuld (de meeste dateert trouwens nog altijd van de jaren zeventig en tachtig).

Dat minister Magnette deze week nogmaals bevestigde dat we bij een strenge winter wel eens een behoorlijk tekort tijdens de piekuren kunnen krijgen voor elektriciteit is geen nieuws (hij noemde minimum 700 MW) en we rekenen dan ook op de mogelijkheid om dan te kunnen importeren. Minstens even belangrijk was de bevestiging dat we de komende twintig jaar voor minstens 30 miljard euro moeten gaan investeren om eenvoudigweg onze bestaande productie te vervangen. Of dit rekening houdt met een jaarlijkse (voorzichtige) geschatte stijging van 0.8% van het elektriciteitsverbruik is niet zeker en nog minder zeker lijkt me de technologiekeuze. 

Kiest men voor nieuwe kerncentrales te bouwen, bijvoorbeeld om onze bestaande 5.500 MW te vervangen, dan kom je al snel aan dit bedrag (kijkende naar de explosie van kost in Finland waar men op dit ogenblik met veel vertraging een nieuwe kerncentrale aan het bouwen is) en hierbij moeten dan nog minstens het dubbele aan gas/wkk-centrales bijkomen met dan de rest aangevuld met duurzame energie. Nu krijg je dit allemaal niet voor elkaar in twintig jaar, maar eerder in dertig jaar (en dan moeten we de komende jaren echt een investeringsbeleid krijgen) en komt men eerder aan minimum 45 tot 60 miljard euro, want ook onze netten en het gebruik dienen drastisch vernieuwd te worden zodat decentrale productie ook echt overal mogelijk wordt (lees ook hier zullen keuzes moeten gemaakt worden en dat het dan beleid).

Als men deze week de media aanhoorde dan zou men denken dat de beurs een reflectie is van de echte economie, zowat iedere dertig minuten per dag worden we met onheilspellende berichten om de oren geslagen waar zowat niemand iets van begrijpt of toch minstens geen boodschap aan heeft. Minder dan 1% van de mensen volgt de beurskoersen al jaren en nog minder drijft er handel op en toch horen we iedere dag de koers van de zogenaamde Bel 20. Hoeveel mensen weten wat de Bel 20 is en welke bedrijven erin zitten en waarom? Hopelijk begrijpen de luisteraars dat in de media één ding geldt en dat is dat “bad news sells”. Hiermee wil ik niet gezegd hebben dat de media hier schuld aan heeft, want overheden moeten hun huishouding op orde krijgen, maar het valt toch op dat er blijkbaar niks anders is om over te praten. Dat er op dit ogenblik grof geld verdiend wordt aan de crisis (crisis is wel heel relatief als je het bestedingspatroon ziet op dit ogenblik) door een aantal professionelen. Zelf is mij bijvoorbeeld ook opgevallen dat bij de aankoop van een woning de Nederlandse banken 1 tot 1.5% meer vragen voor exact dezelfde lening (met of zonder kapitaalsaflossing) dan de Belgische banken. Er wordt ook zonder blikken en blozen gezegd in Nederland dat dit gewoon extra marge is die de bank neemt. Zonder in detail te treden (er bestaat in Nederland zoiets als hypotheekrente aftrek wat er op neerkomt dat de overheid jaarlijks zowat 50% van uw intrest terugbetaalt) is een dergelijk systeem gewoon niet houdbaar en eigenlijk volksverlakkerij eersteklas. Hoeveel mensen hebben een lening genomen zonder kapitaal af te lossen, omdat ze rekenen dat hun huis meer waard wordt? Als ze dan op pensioen gaan dan hopen ze zo een deel over te houden.

Het goede nieuws voor Belgische banken is eigenlijk dat een dergelijk systeem niet bestaat en hun portfolio aan uitstaande leningen dan ook een stuk gezonder is. Dit is mij deze week ook zo bevestigd geworden door één van de grootbanken. De broodnodige investeringen in acht genomen in ons productiepark is het goede nieuws dat er nog banken zijn die zich hier bewust van zijn en ook nog naar de lange termijn denken in plaats van naar de beurskoers van de dag.