General

Groepsaankopen

Dat groepsaankopen in de energie sector al lang een factor van betekenis zijn blijkt ook nu nog steeds het geval. Ongeveer de helft van alle klanten die van leverancier veranderen doen dit via een dergelijke groepsaankoop.

Zijn er alleen maar voordelen? Op het eerste zicht wel gezien er voor de consument eigenlijk een tussenpartij is die het voorbereidende werk doet en voor de leverancier een moment ontstaat waarop hij met relatief geringe marketing inspanning toch snel kan groeien.

Er zijn echter ook wel negatieve kanten aan dergelijke groepsaankopen, niet iedereen past in de eenheidsworst van een dergelijke manier van aankopen en het blijft natuurlijk maar een moment opname. Men dient niet alleen waakzaam te blijven op het moment van een groepsaankoop, maar om de paar maanden controleren hoe de markttarieven evolueren en wat de impact is op jouw specifieke situatie.

Voor de leveranciers met hun ultra kleine marges, die vaak flirten met negatieve netto marges, is het steeds bang afwachten wat de impact is van zo’n aktie. Buiten de speciale aktie voorstellen, die de al magere marges helemaal laten verwateren, is er ook het risico dat dergelijke groepsaankopen leveranciers met extra kosten opzadelen.

Stel voor dat je ineens tienduizenden klanten verliest terwijl je juist extra mensen hebt aangenomen om al je klanten een voldoende service te kunnen bieden? Dat klanten bewust kiezen voor een andere leverancier is normaal in een vrije marktkeuze, maar grote verschuivingen van de ene op andere dag tasten de al zwakke rendabiliteit van deze sector aan.

Dat het switch gedrag en vooral de hoeveelheid in percentage positief beïnvloed wordt door grote groepsaankopen staat boven water, alleen is dit naar mijn mening geen barometer van een goede marktwerking. Kijkt men bijvoorbeeld naar Vlaanderen dan zijn we bij de besten qua gezinnen die jaarlijks van leverancier veranderen, maar aan de andere kant houden leveranciers (ook grote) er gewoon mee op in België. De gezondheid van een sector is een belangrijke barometer en hieraan gaat men vaak nogal snel voorbij.

Gezien de verschillen op onze energiefactuur zeer klein zijn geworden, doordat het onderdeel product nog maar een marginaal deel uit maakt van onze factuur, zijn de vooruitzichten voor een goede marktwerking niet goed. De leveranciers moeten op een steeds kleiner deel van de factuur concurreren, waardoor het verschil te marginaal wordt en klanten hun interesse gaan verliezen in de vrije markt.

Een goede regulator anticipeert op dergelijke tendensen en zorgt ervoor dat de vrije markt gewaarborgd blijft en er dus voldoende ruimte blijft. Het uitblijven bijvoorbeeld van een nieuwe definitie van de distributienettarieven(lees betalen voor vermogen in plaats van per KWh) is zo’n opvallend gegeven waar de regulator in staat kan zijn om de energiefactuur terug meer in balans te krijgen. Men zou er ook voor kunnen kiezen om de energiefactuur terug eenvoudiger te maken door alle belastingen en taksen apart te zetten en niet meer op onze energiefactuur. Vele van deze taksen en heffingen horen niet thuis in de geliberaliseerde markt en kunnen perfect door de overheid op een andere manier gefactureerd worden.

Het percentuele veranderingsgedrag (“switchen”) van de consument krijgt nog steeds teveel aandacht en mag vooral niet alleen gezien worden als barometer van een gezonde marktwerking. Natuurlijk is het geen probleem om deze statistieken trouw te melden en dient er een percentage klanten te zijn die van leverancier verandert, alleen doet men alsof dit het resultaat is van de goede werking van een regulator.

Het is net zoals een regering die zich op de borst slaat als de economie goed draait en de werkgelegenheid stijgt, het grootste deel van de eer ligt echter bij anderen. De formule van onze economie is een zeer complex geheel en al helemaal niet voorspelbaar. De menselijke psyche blijft daarbij een belangrijke rol spelen en daardoor wordt het spel boeiend maar vooral moeilijk te lezen.

Het verdwijnen van marktspelers zal op termijn een veel belangrijkere impact hebben voor het concurrentievermogen van onze sector dan de kwartaal rapportering van gezinnen die van leverancier veranderen. Het stof na de overname ENI Belgium door Eneco is nog niet gaan liggen of we krijgen nu de mogelijke verkoop van Eneco in Nederland. Het mogelijks verdwijnen van de laatste “nationale” speler in Nederland kan zo ook gevolgen hebben voor België.

Onze regulatoren in de energiesector zouden er goed aan doen om eens met hun collega’s van de telecom sector te spreken om te leren wat er allemaal fout is gegaan en vooral wat het resultaat is. Het verdwijnen van vele telecomspelers zorgt vandaag in vele gevallen voor een terugkeer naar een “monopolie”. Nee niet met één speler, maar met een heel beperkt aantal spelers die elkaar stimuleren in het opstuwen van de prijzen en elkaar zo in stand houden. Noem het oligopolie voor mijn part, maar het wijkt ver af van de oorspronkelijke bedoeling in 1998 toen deze markt werd geliberaliseerd.

Vakantie

Ook ik val ten prooi aan de jaarlijkse migratie stromen richting buitenland om te genieten van andere oorden. Zelf probeer ik steeds meer dichter aan huis te blijven om zo mijn ecologische vakantie impact tot het minimum te beperken ook al is dit eerder een nobel streven dan werkelijkheid. Mijn impact op de te kiezen bestemming is vaak niet al te groot, maar deze keer was het me toch gelukt om te kiezen voor cultuur in plaats van het obligatoire strand en zon.

Nu zijn mijn kinderen met vijf en tien nog in een leeftijd dat zij terecht verlangen naar een zeebries en veel zand. De bestemming was deze keer Engeland en meer bepaald een regio genaamd de Cotswolds. Een echte aanrader voor wie op zoek is naar mooie natuur en leuke dorpjes die voor een groot deel hun authenticiteit nog behouden hebben. Zo goed als geen buitenlandse nummerplaten op de Engelse wegen en zo goed als nergens toeristenfiles.

Wat dit alles met energie te maken heeft mag u raden, maar de impact op het klimaat van onze jaarlijkse toeristenmigratie mag niet onderschat worden. Een vliegreisje met de familie naar een verre bestemming is al goed voor de uitstoot van meer dan een jaar elektriciteit en verwarming voor een heel gezin. Sowieso blijft vliegen in de meeste gevallen veel zwaarder belastend dan enige andere vorm van transport. Factor vier tot zeven meer vervuilend dan trein of wagen, ook al speelt de afstand wel een rol.

In principe kan men stellen dat vluchten binnen Europa eigenlijk onzin zijn voor vakantiedoeleinden, dit natuurlijk gezien vanuit onze gezamenlijke objectief om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen terug te brengen. Het klimaatverdrag van Parijs mag dan wel door iedereen gekend zijn, we vertalen hem nog niet naar concrete doelen voor ons zelf als individu. Met het zelf rijden naar mijn bestemming van een paar honderd kilometer besefte ik dat verandering begint bij jezelf. Onze overheden (in welk land dan ook) hebben een kans gemist door na het sluiten van het verdrag van Parijs niet ook op individuele doelen in te zetten.

Natuurlijk zijn er goede campagnes voor je huis te isoleren of zonnepanelen te plaatsen en deze zijn ook nodig. Alleen vergeet men de echte drama’s voor het klimaat en milieu aan te pakken. Het kweken van 1 kilo rundsvlees vergt meer dan 15.000 liter zoet water. Van de 50 miljoen vierkante kilometer landbouwgrond in de wereld gebruiken we zo’n 80% voor de veeteelt. Doe daar de uitstoot van methaan door koeien nog bovenop met 40% en je krijgt al een idee waar het echte schoentje wringt; ons consumptiegedrag.

Natuurlijk kan onze energiesector ervoor zorgen dat zij op termijn geen uitstoot meer veroorzaakt wanneer zij produceert, maar dan dienen we tevens de productiemethoden in aanmerking te nemen. Voor iedere windmolen is zo’n 150 ton aan steenkool nodig om het nodige staal te produceren en dit dienen we dus ook aan te pakken. Hetzelfde geldt trouwens ook voor onze andere duurzame technologie die vaak gemaakt wordt met aardgas of steenkool en ook nog te vaak kostbare metalen gebruikt in het proces.

Positief is wel dat er een versnelling waarop we zaken kunnen uitrollen is ontstaan. Toen Graham Bell de telefoon heeft uitgevonden duurde het 75 jaar om 50 miljoen gebruikers te hebben. Met de introductie van de smartphone duurde het welgeteld 1 jaar om 50 miljoen kopers te vinden. De maatschappij is inderdaad in staat om veel sneller zijn gedrag aan te passen, maar dit kan niet beperkt blijven tot het koopgedrag.

Terugkomend op Engeland viel mij op dat er nog weinig zonnepanelen werden gebruikt op privé woningen, toch zeker in verhouding met België waar meer dan 1 op de tien huishoudens deze nu heeft. De vele schoorstenen herinneren ons nog dagelijks aan de lange weg die wij te gaan hebben, ook in ons eigen land. De ambitie in Nederland en België om te stoppen met aardgas als verwarming is ambitieus en naar mijn mening vandaag de dag onmogelijk gezien fossiele brandstoffen zoals aardgas en aardolie/stookolie thans veel goedkoper zijn dan elektriciteit. De prijzen van 1 KWh elektriciteit gaan nu snel naar het Duitse niveau (30 cent per KWh) en bewijzen dat tussen het woord en de daad een enorme kloof gaapt. Iedere verantwoordelijke heeft zijn mond vol van de elektrificatie van onze samenleving op basis van duurzame energie, maar dan moet men er wel voor zorgen dat fossiele brandstoffen duurder zijn dan elektriciteit.

Dat de wereld ieder jaar 2000 TWh meer energie vraagt zet nog meer druk op de ketel om de juiste keuzes te maken in die landen die deze extra vraag creëren. Het exporteren van onze kennis, diensten en producten op dit vlak zal ook de economische motor laten werken gezien de investeringen die nodig zijn op mondiaal vlak.

Weer 6 GW wind erbij in Europa

De opmars van windmolenparken gaat gestaag door, ongeveer twee derde is op land en één derde op zee en van een vertraging is (nog) geen sprake. Daar bovenop gingen we van de week weer negatief met de groothandelsprijzen op de stroombeurzen.

Klinkt goed, en toch, ik stel zeer grote vraagtekens bij het feit dat deze berichten alleen maar euforisch worden gebracht, vermits de bulk van onze opgewekte energie nog bestaat uit klassieke centrales. Als je deze energiebronnen wegneemt, betekent dit het einde van onze huidige beschaving en welvaart. Ook de positieve berichten over negatieve beursprijzen gaan mijn bevattingsvermogen te boven, gezien dit een teken van onstabiliteit van het huidig systeem is dat op z’n minst last heeft van groeipijnen of meer.

In tegenstelling tot vele van mijn collega’s, deel ik dus helemaal niet de euforie van lage energieprijzen of deze nu voor olie, gas of elektriciteit zijn. Lage prijzen zetten immers niet direct aan tot innovatie op het vlak van energie efficiëntie. Gezien de noodzaak tot gigantische investeringen in alle delen van de energieketen, is het de vraag of we op deze manier ervoor zorgen dat er een stabiele marktwerking komt waar alle kosten in rekening worden gebracht en verrekend.

Ondanks de vele discussies hierover werken we vandaag de dag nog steeds in een model dat grosso modo tien jaar geleden ook al in werking was. Dat de stroombeurzen naar elkaar toe gegroeid zijn mag dan wel een verandering zijn aan de parameters waar de prijs mee wordt bepaald, maar buiten dat alle nieuwe hernieuwbare energie er bovenop is gegooid is er eigenlijk niks wezenlijks gewijzigd.

Opvallend zijn ook de contrasten tussen de persmededelingen van de marktspelers en diegene die werken binnen een natuurlijk gereguleerd monopolie. Dat Elia of andere netwerkbedrijven met solide financiële cijfers naar buiten komen is goed en zelfs noodzakelijk voor de uitdagingen aan te gaan waar zij voor staan. Gezien de partijen die in de vrije markt functioneren eigenlijk moeten kunnen rekenen op een hoger rendement om zo het risico te rechtvaardigen waarmee zij moeten werken.

We zien echter dat al bijna tien jaar de meeste producenten en leveranciers nog nauwelijks aan een aanvaardbaar rendement komen en dat de meesten in hun leveranciers business flirten met een 0% marge. Ook bij de producenten zijn er de laatste acht jaren alleen rode cijfers geschreven op hun reeds afgeschreven centrales, vooral gascentrales zijn massaal gesloten of in de motteballen geslagen. Hierover heb ik al eerder geschreven, maar er is nog steeds geen trendbreuk waarneembaar.

Een bedrijf als Vattenfall heeft ook nu weer ontgoochelende cijfers gepresenteerd met vooral problemen in Nederland (Nuon) en Duitsland. Van de 10 miljard Euro die Vattenfall voor Nuon betaald heeft in 2009 is inmiddels al zes miljard Euro afgeschreven. Dat ze ongetwijfeld goodwill betaald hebben voor dit bedrijf zal zeker waar zijn, maar een feit blijft dat de assets (lees bijvoorbeeld gascentrales) die zij toen verworven hebben grotendeels waardeloos zijn geworden.

Een ander opvallend feit in België was de aankondiging van het zomerakkoord door de federale regering, waar vooral het onderwerp energie bijna volledig schitterde door afwezigheid. Blijkbaar is de regering overtuigd dat al het nodige is gedaan om onze energiehuishouding de komende decennia op peil te houden zonder het milieu aan te tasten. Geen paragraaf gevonden in de belangrijkste deelakkoorden, op zich lijkt het dat de lage energieprijzen iedereen in slaap heeft gewiegd en dat is op zich nog begrijpelijk.

De angst voor tekorten lijkt omgeslagen in de luxe van overschotten gezien de markt toch altijd gelijk heeft, of niet? Dat ook Engie/Electrabel niet tevreden kan zijn met zijn resultaten in de Benelux door de hoge mate van onbeschikbaarheid van een aantal van zijn kernreactoren zorgt blijkbaar voor nog een extra deken van comfort. Want, als het licht blijft branden ondanks er verschillende kerncentrales niet werkten dan hebben we toch meer dan genoeg reserves? Ook zijn de strategische reserves afgenomen of toch de noodzaak ervan dus is het weer business as usual.

En toch is het een beetje zoals met de uitstoot van onze Duitse dieselwagens, op papier geen probleem en dus geen vuiltje aan de lucht totdat men begint te graven. Niet alleen hebben zowat alle luxe merken bij onze Oosterburen blijkbaar verkeerde software in hun motoren, maar ook de leverancier van deze sturingen wordt nu onderzocht.

Ook al kan men stellen dat onze sector geen verdoken geheimen heeft zoals deze Duitse autoleveranciers, zijn we wel in hetzelfde bedje ziek. De coma van ons ETS systeem, en hierdoor de veel te goedkope uitstootrechten, hebben uiteindelijk hetzelfde resultaat. Iedereen weet dat het slecht is maar we kiezen ervoor het te negeren. De run naar 2020 is ingezet en we mogen hopen dat vele lidstaten ver van hun doelen verwijderd blijven zodat er drastisch ingegrepen gaat worden en de kost voor een ton uitstoot nu naar zijn correcte waarde gaat. Dat dit fors over de 100 € per ton is blijkt uit voldoende studies van diverse gereputeerde universiteiten (o.a. Cambridge recent) alleen is de urgentie vandaag ver te zoeken.

En toch is er nog een lichtpuntje; wat mij zeer bekend voorkomt (pleit ik al twee en een half jaar voor) is de mogelijke ambitie van de federale Belgische regering om energie obligaties op de markt te brengen, dit in de eerste plaats voor institutionele beleggers. Naar mijn idee hoeft het hiertoe niet beperkt te blijven; de bevolking zou op het einde van de dag ook mee moeten kunnen doen, al is het maar om de zeer negatieve perceptie van onze sector ten goede te keren. Dat 90% van de gelden in eerste instantie van de institutionelen zal komen is zo goed als zeker, maar dat maakt de mogelijkheid dat een Belgisch/Europees gezin mee kan participeren niet minder belangrijk. Het instellen van Energie obligaties is zonder meer een goede intentie van deze regering, maar zoals steeds zal de duivel in het detail van de uitvoering zitten.

Laatste “historisch” Benelux energiebedrijf

Nu is terugkijken naar het verleden nooit iets waar ik lang heb bij stilgestaan, maar het is toch wel eens de moeite om te kijken wat er de laatste vijftien jaar veranderd is in de Benelux op het vlak van energievoorziening en vooral eens kijken welke spelers verdwenen zijn en wie er nog over blijft.

De liberalisering van de telecom sector eind jaren negentig bracht een gelijkaardige wind in de energiesector die in de meeste landen netjes verdeeld was tussen nationale of regionale monopolisten. Deze vaak geïntegreerde bedrijven hadden activiteiten in de transport van energie, opslag(gas), productie(elektriciteit of gasvelden), handel (vooral grensoverschrijdend) en levering en waren vaak eigendom van nationale of lokale overheden.

De wens vanuit Europa om ook de energiemarkt te liberaliseren naar gelijkenis met de telecommarkt zorgde voor een unieke dynamiek. Collega’ s sinds vele decennia werden van de ene op de andere dag elkaars concurrenten, of dit nu in Nederland was met Essent, Nuon, Eneco, Delta of de vele stedelijke nutsbedrijven, of in België waar de twee historische monopolisten Electrabel en Luminus, ze begonnen elkaar plots te wantrouwen in alles.

Advocaten beleefden goede tijden gezien bij al deze bedrijven er grote Chinese muren moesten worden opgetrokken tussen de diverse onderdelen. Netwerkbedrijven ontstonden, zelfstandige leveranciers schoten uit de grond (zo ook WattPlus in 2002, later bekend als Essent Belgium) en iedereen ging uit van meer concurrentie en dus scherpere prijzen.

Nu 15 jaar later kunnen we het slagveld van de vrije markt overzien en zien we een gemengd beeld. Waar 15 jaar geleden Nederland meer dan 20 energiebedrijven had in handen van Nederlandse aandeelhouders (veelal publiekelijk) is er nu nog één over zijnde Eneco(mijn excuses mocht ik de kleinere spelers vergeten die nu in privé handen met succes hun niche hebben gevonden).

Van de voormalige meer dan 20 historische regionale spelers in Nederland is er dus nog één over en ook zij gaan nu voor de bijl. De publieke aandeelhouders van Eneco met de steden Rotterdam en Den Haag voor op willen de risico’s van de vrije markt niet. Toch gek dat overheden gepleit hebben voor de liberalisering, maar vervolgens de gevaren ervan niet willen ondergaan maar wel overlaten aan de privésector.

Op zich heb ik geen melancholische gevoelens bij het verdwijnen van al deze bedrijven, maar het ontbreken van enige lokale verankering in een samenleving in zijn energiebedrijven hoeft niet per se een goede zaak te zijn. De behoefte aan lange termijn investeringen in onze sector zijn groot en is lokale verankering dus wel degelijk van belang en we dienen dan ook deze opnieuw uit te vinden. Gelukkig zijn er tal van jonge initiatieven via crowdfunding, coöperatieven en andere vormen die de betrokkenheid van lokale mensen en bedrijven proberen te stimuleren.

Dat overheden zich massaal terugplooien op hun netwerkbedrijven gezien deze verzekerd zijn van een natuurlijk monopolie en dus ook dito rendementen mag dan al begrijpelijk zijn het blijft merkwaardig dat dus blijkbaar de gemaakte regel- en wetgeving voor de liberalisering door diezelfde overheid gezien wordt als onvoldoende om rendementen te garanderen.

Er staat nergens dat overheden niet kunnen investeren in bijvoorbeeld productie of in andere delen van de energieketen buiten het netwerkbedrijf, er is alleen maar afgesproken in Europa dat energiebedrijven niet meer geïntegreerd mogen zijn (lees netwerk, handel, productie en levering in één bedrijf). De waarheid is wel trouwens dat vele landen zelfs deze afspraken gewoon naast zich neerleggen of er ruim de tijd voor nemen.

Dat men in België reeds eind jaren tachtig afscheid was aan het nemen van zijn kroonjuwelen in de energiesector mag nog steeds gezien worden als een historische vergissing van formaat gezien de vele kerncentrales die nu in “privé” handen zijn en waar de bevolking nog decennia lang kopzorgen zal over hebben. De hete aardappel van de sluiting van deze centrales wordt regering na regering achteruit geschoven (beetje zoals de vergrijzingsbom en een begroting in evenwicht). De nog steeds geplande sluiting van de kerncentrales tussen 2023-2025 is een lacher gezien men heeft nagelaten er een realistisch alternatief naast te bouwen zodat we de optie van een sluiting ook hadden kunnen uitvoeren.

Terugkomend op de liberalisering kan men stellen dat deze onverwachte bijeffecten heeft gehad en de illusie van lagere prijzen volledig teniet is gedaan door de vele stijging in taksen en heffingen. Onze energiefactuur lijkt stillaan op onze belastingsbrief met zijn vele rubrieken (lees koterijen) die op zich ervoor zorgen dat de liberalisering nog maar plaatsvindt op 20 tot 30% van onze factuur (tien jaar geleden was de component energie nog goed voor meer dan 50% van onze factuur).

Voor de consument wordt de keuze tussen leverancier a of b zo wel heel marginaal gezien de hoogte van zijn factuur compleet vast zit met gereguleerde staatsheffingen. De bedrijven klagen al jaren steen en been over de hoogte van hun factuur ook al is de component elektriciteit (en gas) met 50% gezakt de laatste tien jaar. Ook zij voelen weliswaar in mindere mate de toename van de gereguleerde kosten op hun factuur.

En toch dienen we allemaal mee te bouwen aan een nieuwe energiehuishouding zonder fossiele uitstoot (lees broeikasgassen), één waar fossiele brandstoffen zoals olie een veel hogere waarde krijgen (lees zuinig mee omspringen gezien de beperkte voorraden) om zo nog honderden jaren gebruikt te kunnen worden voor specifieke industriële toepassingen en een samenleving waar iedereen toegang heeft tot energie, maar er veel zuiniger mee omgaat.

Veel interesse voor wind en zon

Dat de nog relatief jonge duurzame sector gedomineerd wordt door de aandacht voor zon- en wind projecten is logisch gezien deze technologie ruim ondersteund werd door de diverse overheden en de technologie ook met rasse schreden vooruitgang boekt.

Of het nu qua prijs of schaalgrootte is, de cijfers blijven indrukwekkend. Dat sommige bedrijven als Dong met succes een enorme omslag hebben gemaakt en vanuit hun historische positie in minder dan tien jaar hierin geslaagd zijn is op zich een prestatie.

Of hij daarom als succesvol kan beschouwd worden is nog veel te vroeg om te kunnen beoordelen. In ieder geval is kuddegedrag nooit ver weg en ziet men ook al een aantal zogenaamde “copycats” pogingen doen om een zelfde weg op te gaan. De focus op één klein deel van de oplossing is vanuit bedrijfsoogpunt zeker goed alleen dient men dan wel te begrijpen dat men veel andere prioriteiten laat leggen.

Dat Dong vooral groeit via subsidies tot nu toe is een algemeen gegeven, maar de volgende stap om windmolenparken op zee te bouwen zonder enige subsidie is verre van zeker. De stelling van de country manager van Dong dit weekend in het Nederlandse Financiële Dagblad dat deze ingeslagen weg een zekere is lijkt me heel voorbarig. Daar wind vandaag in de wereld een heel kleine plaats in neemt (minder dan een halve percent van de totale energiebehoefte komt van de productie van wind) heb ik vorige week al toegelicht en toont gewoon aan dat de ingeslagen weg nog maar net is ingezet en nog heel lang is.

Dat elektriciteit de plaats gaat innemen van fossiele brandstof als voornaamste drager voor onze energiebehoefte is een mogelijke en zelfs een waarschijnlijke piste, maar nog lang niet een zekerheid. De gemakkelijkheid waarin velen roepen dat we dit varkentje wel even zullen wassen is er ver over, maar er zijn positieve tekenen. Vorig jaar zijn de investeringen in elektriciteitsproductie en aanverwanten voor het eerst in zeventig jaar groter dan alle investeringen samen in fossiele brandstoffen zoals olie en gas.

Dit komt vooral omdat de investeringen in olie en gaswinning dramatisch gezakt zijn mag dan al een feit zijn, de investeringen in onze elektriciteitsbehoeften blijven in ieder geval wel op peil. De volgende vraag die men moet stellen is deze op een voldoende hoog peil en het antwoord hierop is neen. De slordige 600 miljard dollar die de wereld vorig jaar spendeerde aan investeringen in elektriciteitstoepassingen is ruim onvoldoende om de omslag te kunnen maken. Het feit dat tevens ook 600 miljard dollar in olie en gaswinning werden besteed zegt genoeg. Deze 600 miljard dollar aan nieuwe bronnen is gewoon om de vervanging op peil te houden zodat we onze 90 miljoen vatten per dag olie kunnen blijven oppompen.

Zelfs als we dit bedrag ineens zouden extra gaan investeren in elektriciteitstoepassingen dan zou dit nog ruim onvoldoende zijn gezien dit alleen maar dient om de capaciteit op peil te houden. Willen we bijvoorbeeld de 90 miljoen vaten per dag vervangen door duurzame elektriciteit dan is nog een veelvoud van 600 miljard dollar jaarlijks nodig. Nu is de situatie niet zo erg gezien olie en gas nog vele decennia nodig zullen zijn en nuttig. Alleen dienen we alle verbranding in eerste instantie van olie drastisch terug te brengen en deze nuttige en noodzakelijke grondstof zijnde olie te blijven gebruiken voor al onze andere producten die we nodig hebben.

Het vinden van toepassingen die uitstootvrij zijn en die ons toch in staat stellen om olie en gas te blijven gebruiken is één van de uitdagingen waar we voor staan. Op dat vlak is het slechte nieuws van opslag van CO2 een domper op de oplossingen die men had vooropgesteld. De enorme vertraging en zelfs opgave van opslag van CO2 onder de grond bewijst ook dat woorden makkelijker zijn dan daden en dat ook onze wens om alles op zon en wind te laten werken zeker geen vanzelfsprekendheid is en vandaag ook niet onderbouwd door feiten.

De wens en wil hebben is absoluut belangrijk gevolgd door een visie en strategie. Daarna gaat men de middelen mobiliseren en gaan we er vol tegenaan. De uitrol van de vele windmolenparken is hier een voorbeeld van, maar de uitkomst is dus nog helemaal niet zeker. Er zijn nog vele ‘missing links’ waar men soms nog geen idee heeft hoe we dit gaan oplossen, soms geen toepgepaste wetgeving, geen middelen of geen wil.

Ook onze mobiliteit en de opkomst van de lithium batterij als de Eureka oplossing is er ver over want de wet van de grote getallen vertelt ons dat opschalen niet mogelijk is zonder ingrijpende aanpassingen. Hele sectoren vallen buiten de scope en stoten nog veel meer schadelijke stoffen uit. De 300.000 boten die dagelijks de wereld bevaren stoten meer uit dan alle auto’s samen in de wereld, hetzelfde geldt voor de luchtvaartindustrie die volledig buiten schot blijft tot nu toe. Deze niche sectoren zijn wellicht qua prioriteit belangrijker dan onze heilige auto gezien de oplossingen hiervoor gemakkelijker te vinden zijn door de relatief kleine krachtbron per eenheid.

Voor onze sector blijft toch de oplossing dat de overheden ervoor zorgen dat men dient te investeren in reserve capaciteit en/of opslag als men bijvoorbeeld windmolenparken op zee bouwt. Het probleem over de schutting gooien en verwachten dat anderen dit gaan oplossen is naïef en ook niet haalbaar. De stelling dat voor iedere MW wind men ook een MW opslag dient te bouwen is niet in de juiste verhouding, maar er zit wel een grond van waarheid in. Hoe meer wind en zon hoe meer noodzaak aan slimme oplossingen, of dit nu in het net is, de afname kant, opslag of reserve capaciteit, er wordt vandaag veel te weinig in geïnvesteerd.

Groene stroom certificaten quota, wereld vraagt ieder jaar meer energie

De put van 2 miljard Euro die vorig jaar met veel bombarie door de vorige Minister van Energie in Vlaanderen werd aangevoerd en waarvoor zij onmiddellijk ook een oplossing (lees taks) introduceerde die haar naam kreeg was meteen ook haar zwanenzang.

Het ontslag dat erop volgde en de pek die ze in haar vele veren kreeg was er ver over en niet verdiend, vermits ze zelf niet verantwoordelijk was geweest voor de put. Dat in haar communicatie wellicht wat ruimte voor verbetering zat, is zeker, maar haar opvolger heeft wel geleerd om zijn vingers niet te branden aan deze materie.

Of toch niet? Hopende dat de rust in onze sector en vooral de aandacht op wezenlijke zaken zou terugkeren, zoals het bouwen van een energievisie, gingen we rustig door met de waan van de dag. Kranten en tv-programma’s werden weer gevuld met onze sector die zijn al behoorlijke geschonden imago verder ziet afglijden naar een noodzakelijk kwaad.

Zelfs goede organisaties zoals Voka stonden mee aan de klaagmuur en vinden dat de energieprijs voor hun bedrijven niet mag stijgen. Een gefundeerde onderbouwing ontbreekt helaas, want zolang de energieprijs in Europa naar elkaar toe groeit zie ik het probleem niet. Dat het klimaat nog veel sneller haar verdediging laat zien en ons als kikkers langzaam aan het koken is, blijkt nog altijd geen reden om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Als gezegd, de waan van de dag blijft gewoon regeren, maar Vlaams Minister van Energie Dhr. Tommelein blijft beuken op de muur van onverschilligheid voor wat betreft de verduurzaming van onze sector. Dat ook hier de communicatie niet vlekkeloos verloopt is duidelijk, gezien zijn bevindingen dat de 2 miljard Euro put al flink gedempt is door twee jaren Turteltaks en het afschaffen van de houtverbranders in Gent en Genk voor zijn collega’s in de regering blijkbaar compleet uit de lucht vielen.

Dhr. Tommelein heeft mijns inziens volkomen terecht aangekaart dat de quotaverplichting voor leveranciers geheractiveerd dient te worden. Het loslaten van deze maatregel was een historische vergissing, het is dan ook gerechtvaardigd dat hij deze wilt terugdraaien. Als je het echt meent met het behalen van duurzame doelstellingen, dan moet je een quotaverplichting instellen.

De fase van zalven alleen is echter niet voldoende, de stok waar je mee kan slaan moet zichtbaar zijn anders is de beweging voorwaarts niet sterk genoeg. Ik maak graag een overstapje naar de sport, als je niet traint en vooral niet hard genoeg, dan zal je nooit winnen. Alle atleten hebben met bloed, zweet en tranen hun grenzen verlegd en dat is niet anders voor onze uitdaging. Deze nieuwe industriële revolutie (want dat is het) zal alles en meer van ons vergen. Een wereld waar we fossiele brandstoffen niet meer gebruiken om uitstoot te veroorzaken is moeilijk, pijnlijk en vergt alle mogelijke inzetbare middelen.

Degene die alleen via “Kumbaya” berichten over de zoveelste opening van een zonnepark, windpark of een andere vorm van duurzame energie promoten voor hun eigen welzijn (doe ik ook) nemen zichzelf in de maling, want de weg is nog niet geplaveid en vooral nog héél lang.

Op dit ogenblik groeit de wereldwijde vraag naar energie (in alle soorten) jaarlijks nog met 2000Twh. Willen we alleen de groei al bijhouden met bijvoorbeeld windmolens dan moeten we jaarlijks 150.000 windmolens bouwen op een oppervlakte grosso modo ter grootte van Engeland en Ierland. Deze inspanning dienen we dan minstens 25 jaar vol te houden en dan hebben we genoeg land benomen met windmolens gelijk aan de oppervlakte van Rusland. Om nog maar te zwijgen van de duurzame energie die dient gebouwd te worden om de bestaande vraag van energie te kunnen voldoen.

Op dit ogenblik zijn zon en wind goed voor 0.7%(mondiaal) van al onze energiebehoeften (groen in totaal 4% als je alle biomassa en waterkracht meetelt) en dienen we dus nog 96% duurzame energie uit te bouwen om al onze energiebehoeften te dekken. En dan heb ik het nog niet over de jaarlijkse groei van 2000Twh, doordat we honderden miljoenen mensen uit de armoede halen door ze energie te geven. Uit bovenstaande blijkt toch wel dat aan ons huidig tempo we het gewenste resultaat nooit gaan halen tegen 2050. Maar ik laat mij graag verrassen door het tegendeel!

Terug naar Vlaanderen. Gegeven dat de cijfers van Dhr. Tommelein juist zijn, dan hoop ik dat hij daarmee zijn collega’s in de regering direct kan overtuigen om zijn voorstel te volgen en niet hun eigen politieke agenda. Dat het dossier vergiftigd is behoeft verder geen betoog. Men gaat hem echter, naar mijn inschatting, met plezier de ruimte geven om te bewijzen dat de Turtelput verdwenen is. Hopelijk gaat niet al zijn energie hier aan op en heeft hij nog tijd om zijn federale collega te bewegen eindelijk iets te doen voor onze sector. De geruchten molen is al op gang gekomen, er zijn ontwerp voorstellen maar deze worden nog niet transparant gedeeld, wegens conflicterende belangen of gebrek aan consensus. Nu is volharding en doorzettingsvermogen veel meer waard dan welke strategie of visie dan ook, maar het ontbreken van beiden is ondenkbaar.

De wens van Dhr. Tommelein om vanuit zijn voluntarisme dit jaar nog tot een gemeenschappelijke visie te komen met de andere regio’s en het federale niveau lijkt verder weg, zeker nu het gedroomde excuus langs komt met de crisis in Franstalig België waar nieuwe regeringen dienen gevormd te worden. Hierin vluchten lijkt de weg voorwaarts voor de federale bevoegde minister. Anders zal ook Belgisch geld blijven wegvloeien naar landen die wel hun marsorders voor de uitbouw van een duurzame energiehuishouding bepaald hebben.

Sector weer in de aandacht in België

Vorige week waren er in België weer een aantal opvallende gebeurtenissen in onze sector. Een eerste zaak was de wil van staatsecretaris De Backer om de kostprijs van de nog te bouwen windmolenparken op zee te reduceren.

Gezien de concessies al vergeven zijn aan een aantal partijen is dit een lastige oefening. Tegen de grond van de zaak is niks mis, namelijk zorgen dat we duurzame productie bouwen tegen de best mogelijke prijs. De ingeslagen weg van bedrijven als Dong, ENBW en Shell om een race naar “the buttom” te organizeren waarin spectaculaire biedingen zijn gedaan varierend van 74€, 55€ en ten slotte aan 0£ subsidie te willen investeren lijkt op het eerste zicht zeer goed nieuws.

Nu mag de marginale kostprijs van een geproduceerde wind of zon MWh inderdaad nul zijn vermits de brandstoffbronnen, namelijk wind en zon, gratis ter beschikking zijn, zelf geloof ik niet in het gratis model. De kandidaat bouwers natuurlijk ook niet en moeten we dus op zoek gaan naar hun echte beweegredenen om dergelijke grote investeringen te doen en toch aan hun aandeelhouders nog een rendement te kunnen garanderen.

Speculeren op een in de toekomst hogere elektriciteitsprijs op de stroombeurzen lijkt me een moeilijke basis om je lange termijn financiele modellen op te baseren ook al blijft het wel één van de belangrijke parameters. Als je gelooft in de toekomst van elektriciteit dan kan de prijs alleen maar stijgen.

En toch is het gewaagd wat België doet, de bestaande concessiehouders van de laatste drie windmolenparken op zee stonden al ver in hun voorbereiding en zal het dus zeer moeilijk zijn(lees onmogelijk bijna) om kortingen van 20 à 30% af te dwingen. De rendementen zijn namelijk kleiner dan de gewenste kortingen en niemand gaat met verlies investeringen doen behalve dan partijen die marktaandeel kopen.

Er worden momenteel hoge prijzen geboden voor duurzame energie gezien de projecten vaak nog met subsidie gebouwd worden en dus een zekere inkomstenbron zijn, ook al zijn de rendementen beperkt tot 4 à 5%(op projectniveau).

Indien de Belgische regering haar wens doorzet is de kans groot dat de bestaande concessiehouders afhaken en kan men een nieuwe veiling organiseren. Zoals al eerder gezegd dienen de kosten die gemaakt zijn(alleen de aantoonbare kosten gemaakt aan derden, zogenaamde “third party expenses”) terug betaald te worden. De schade is hiermee zeker niet mee weggewerkt want deze marktpartijen zullen volgende keer wel twee keer nadenken alvorens zich te wagen aan projecten ontwikkelen in ons kleine landje.

Dat België zijn duurzame doelstellingen niet gaat halen is zogoed als zeker hiermee, ook de andere mogelijke duurzame ontwikkelingen staan op een zeer laag pitje en de weg naar 40-50% duurzaam moet nog gebouwd worden. Op basis van de huidige marktwerking is het zeker dat we deze niet halen en is de kans zelfs reeel dat we naar een stagnatie of zelfs lichte afname gaan van het totaal aantal geproduceerde groene MWh.

Verder was er ook een uitspraak van het Grondwettelijk Hof dat de zogenaamde Turteltaks naar de eeuwige jachtgronden heeft verwezen en de Vlaamse regering met een serieuze uitdaging heeft opgezadeld. De wens om alle kosten in de KWh te stoppen op onze factuur kan dan wel logisch zijn maar het motto dat zo dan de vervuiler betaald is flauwekul. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar groene stroom verbruikt is hij/zij toch geen vervuiler maar moet hij wel alle taksen betalen.

Het beste lijkt me om deze kost in de algemene begroting te brengen en via een aparte transparante taks iedereen mee te laten betalen, dit wil dus zeggen alle bedrijven en alle gezinnen.

We moeten ons toch echt afvragen hoe we de transitie gaan betalen want deze gaat nog vele malen meer kosten dan de eerste stappen die we nu aan het financieren zijn. Zoals steeds worden nogal gratuit woorden in de mond genomen als oversubsidiering die niet gestoeld zijn op enige waarheid maar vaak het resultaat zijn van studies die op een bepaald moment gemaakt worden. Zoals de studie van de Creg of PWC, allemaal correct alleen weinig relevant want je kan zowat iedere dag een nieuwe berekening maken en deze zal iedere dag verschillen.

Als je een correcte studie wilt maken dan moet je de formule zo maken dat hij dynamisch is en dus bruikbaar is op ieder moment en dan ook geldig is. Bijvoorbeeld het constant aanpassen van de financieringskost is een belangrijke parameter waar overheden veel te weinig rekening mee houden. Als de FED de intrest blijft verhogen dan zal ook vroeg of laat de Europese bank dit gaan doen en al helemaal zeker als onze economie het goed blijft doen.

Het effect van de intrestvoet is vaak veel meer bepalend dan de daling van de kostprijs van een fundering en de overheid moet goed beseffen dat als zij blifjt aanmodderen de investeringskost voor de nv België en bij uitbreiding voor alle landen wel eens veel hoger zou kunnen gaan uitvallen. Het is onbegrijpelijk dat men nu talmt met infrastructuur investeringen want de financieringskost zal waarschijnlijk alleen maar gaan stijgen(lees zeker).

Hoe meer de politiek onze sector viseert en wijzigingen aanbrengt hoe verder we af zijn van een echte geliberaliseerde markt. Het plak en knipwerk zorgt ervoor dat investeerders in de toekomst nog meer garanties zullen vragen. Het positieve van uitstel is wel dat de noodzaak voor verandering steeds groter zal worden, dat 2020 heel dichtbij komt zal hopelijk voor een aantal landen de rode kaart betekenen en een signaal om de zaken nu ergens te gaan nemen.

Roaming weg in Europa: goed voor je geld, slecht voor het klimaat

Deze week stond de telecom sector positief in het licht doordat de al zo lang vergruisde roaming tarieven eindelijk werden afgeschaft binnen de Europese Unie en nog enkele andere landen (voor ingewijden de Rip of Surchages)

Europa en zijn ambtenaren mogen zich terecht een pluim op de hoed steken, ook al heeft het nog enkele jaren te lang geduurd door het succesvolle lobby werk van een aantal operatoren. Door de explosie van gebruik van data heeft men zich uiteindelijk toch neergelegd bij deze maatregel, want men denkt een nieuwe marge bron te hebben gevonden.

Paradoxaal genoeg kunnen ze wel eens gelijk krijgen, daar de vraag naar bytes jaarlijks meer dan verdubbelt door onze wens om constant op onze slimme telefoon naar filmpjes te willen kijken. Deze hersenloze activiteit vreet nu eenmaal data en zo zitten we allemaal op de eerste rij als er weer eens iets gebeurd in Verwegiestan.

Maar dit voyeurisme komt met een prijs, iedere doorsnee Google sessie (20 minuten+) verbruikt zoveel als een ketel water tot kook te brengen en hier wringt dan ook het schoentje. In tijden waar iedereen eendrachtig roept dat wij in tegenstelling tot dhr. Trump het klimaatakkoord van Parijs wel even zullen bereiken, is het goedkoop maken van instant online kennis in tegenspraak.

Beslissingen kunnen met de beste intenties worden genomen, maar kunnen ook de meest verschrikkelijke gevolgen kennen. Het stimuleren van consumptie zit in de kern / het bloed van ons economisch model. Het willen van meer is niet te stoppen, en zo wordt onze byte dus steeds goedkoper, maar verbruiken we jaarlijks ook steeds meer.

Dat een aantal studies allang hebben aangetoond dat het online kijken jonge kinderen dom maakt en afstompt is geen reden, maar wel een aandachtspunt. Erger nog is het feit dat men niet lijkt te snappen waar energie efficientie om lijkt te gaan. Het gaat om zuiniger omspringen met de middelen van de aarde en dat begint natuurlijk bij onszelf. Nu hou ik er niet van om met vingertjes te wijzen en dus dienen we in oplossingen te blijven denken.

Bewust maken is al één ding en het zou de overheid sieren mochten ze duidelijk maken hoeveel energie er nodig is voor wat, zodat mensen minstens weten wat hun verantwoordelijkheid is en wat ze er zelf kunnen aan doen.

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam op een namiddag georganiseerd door Energiea (dagelijkse nieuwsbrief van het FD) waar onder andere Dhr. Nijpels kwam uitleggen waar Nederland met het energiebeleid, en dan vooral met de verduurzaming ervan, toe gaat. Er was ook nog een korte speech van een directeur van een groot energiebedrijf die mij enigszins naast de kwestie leek te praten. In plaats van concrete voorstellen over het bijvoorbeeld sluiten van de kolencentrales die massaal veel broeikasgassen uitstoten, had hij het over de oneerlijke verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven en dan vooral de industrie. Een aantal beloftevolle jonge bedrijven mocht in een korte presentatie hun dienst of product toelichten, en dit was bij verre het meest interessante van de namiddag. De afsluitende presentatie van Remco De Boer zette iedereen weer netjes met de voeten op de grond door te stellen dat we helemaal niet richting Parijs aan het gaan zijn.

Een zeer correcte analyse, maar ik vrees dat hij een roepende in de woestijn is en dat er niet echt niemand luistert in Den Haag. Dit laatste is ook lastig, want er is nog geen nieuwe regering en de bestaande regeert vooral naar de waan van de dag. Het aanstellen van een Belgische informateur, in het geval de formatie over het jaar heen gaat, lijkt een goed idee gezien wij in België ruime expertise hebben in het opzetten van onmogelijke coalities met een oneindig geduld (België is toch niet voor niets wereldkampioen regeringsvormen). Indien men toch zou kiezen voor een minderheidskabinet dan zal naar ik vrees de haalbaarheid van het klimaatakkoord van Parijs niet direct dichterbij komen.

Natuurlijk kan men terzake de oneerlijke verdeling van kosten altijd een debat voeren over wie de factuur moet betalen voor de verduurzaming van onze energiehuishouding, maar uiteindelijk zijn we een eenheid. De industrie is geen apart beest, maar is daar om voor ons te produceren, om winst te maken en zo welvaart te creëren.

Ach we weten het allemaal eigenlijk wel, we moeten vooral veel minder gaan produceren en consumeren, want dat is de echte weg naar een duurzame samenleving waar minder schadelijke stoffen de lucht worden uitgestoten. De hete brij wordt in debatten vaak zorgvuldig vermeden en men presenteert vooral technische oplossingen die inderdaad ons energieverbruik zullen gaan vergroenen. Als we echter op het huidige niveau producten blijven produceren dan is wat wij in onze sector doen een maat voor niets.

Dit is geen discussie die onze sector zelf of alleen kan voeren, vermits wij gewoon de energie beschikbaar maken die anderen nodig hebben. Dat de discussie maatschappelijk al wordt gevoerd en alleen maar in belang gaat toenemen is 100% zeker. Goede nieuws is dat we door een echte verduurzaming van de economie, in combinatie met een beperking van de bevolkingsgroei onze voetafdruk zeker naar een aanvaardbaar niveau zouden moeten kunnen krijgen voor het einde van deze eeuw.

Federaal Minister schiet zichzelf in de voet

Ondanks de relatieve schaalgrootte van ons mooie landje gebeurt er iedere week wel iets in onze sector, zelfs als er geen nieuws te melden is wordt er gewoon nieuws gemaakt. Zo ook vorige week waar Minister Marghem een “gerucht” de wereld in stuurde dat België toch maar beter opnieuw met Europa zou gaan praten want de objectieven van 2030 waren toch te streng.

Dat we tegen 2030 minstens 35% CO2 reductie moeten bewerkstelligen is inderdaad aan het huidig tempo en visie een huzarenstukje. Als je maar lang genoeg geen visie met stappenplan ontwikkelt kom je vanzelf tot deze conclusie. Dat de timing ongelukkig was gekozen nog maar één week nadat de premier van België dhr. Trump had verketterd door weg te lopen van het klimaat akkoord van Parijs was wellicht niet zo handig.

Eerder daarom viel de verzamelde pers over haar en al snel werd ze terug gefloten door de premier en werd al snel een slachtoffer gezocht en gevonden. De woordvoerster had een communicatie foutje gemaakt, neem aan de nieuwe want de vorige woordvoerster is zelf al vertrokken wegens te veel duiventil op dit kabinet. De leegloop van dit kabinet kent geen grenzen en wijst ook wel enigszins op een probleem.

Het is niet de eerste keer dat onze sector gedurende een volledige legislatuur ter plaatse blijft trappelen en in de laatste vijftien jaar hebben alleen Olivier Deleuze en in enige mate Dhr. Wathelet echt zaken in beweging gebracht en is het palmares aan verwezenlijkingen van alle anderen zo goed als onbestaande.

Belangrijker is echter of de golf van spontane woede en ontgoocheling in Europa over het terugtrekken van Amerika uit het klimaatakkoord landen ertoe kan bewegen om met echte concrete vergaande maatregelen te komen die het klimaatakkoord tanden gaat geven.

Terugkomend op de zoveelste communicatiefout van de federale minister voor energie gaat men wel voorbij aan het feit dat ze eigenlijk wel een punt heeft want dat België en dus ook de gewesten met de huidige snelheid op geen enkele wijze de doelstellingen van 2030 gaat halen. Om nog maar te zwijgen van de 2020 doelstellingen. Dat sommige regionale ministers de suggestie geven dat als de nood hoog wordt we nog altijd groen kunnen kopen in het buitenland dan bewijst dit het zwaktebod.

Aan mij werd gevraagd of we de CO2besparing nog gaan halen en ik kon alleen maar reageren dat dit heel wat cijferwerk behelst, maar dat op dit ogenblik niemand nog projecten gaat ontwikkelen in België van enige schaal. De vele goede consultants die wij ook in Vlaanderen hebben werken oftewel in Nederland of in andere landen om zo toch maar een stabielere werkomgeving te bouwen. Allemaal bevestigen ze mij dat er in België en de regio’s momenteel geen interesse is om projecten te ontwikkelen gezien eenvoudig weg de markt niet aantrekkelijk is.

Wat de diverse overheden niet schijnen te begrijpen is dat dit status quo alleen goed is voor de historische partijen en dan vooral degene met kerncentrales of trekrechten erop. Het is nu zo goed als 100% dat we binnen enkele jaren opnieuw zullen besluiten om de kerncentrales open te houden als ik kijk naar de het laatste half jaar en het totaal gebrek aan nieuwe investeringen.

Begin december 2016 nam ik nog deel aan een debat in een afgeladen volle zaal en toen schudde ik iedereen wakker door te zeggen dat onze kerncentrales nog veel langer zullen openblijven en lachte men wat nerveus.

Nu een half jaar later waarin geen enkele vooruitgang is geboekt op het vlak van visie en vooral concrete keuzes met middelen kunnen de eigenaren van de kerncentrales zich opmaken voor het verzoek in 2019 na de vorming van een nieuwe regering. Dit zal de zin om nieuwe investeringen te gaan doen nog verder doen afkalven ook al moet ik ook zeggen dat het nooit te laat is.

De kracht van verandering die bij deze federale regering normaal gezien zou moeten aanwezig zijn ontbreekt volledig als het aankomt op ons dossier. Aanmodderen is nog het beste woord ook, het is geen toeval dat een gigant als ENI na nog geen vijf jaar de handdoek in de ring gooide (ze hebben in 2012 Distrigas en Nuon gekocht) en dat Lampiris inmiddels ook van eigenaar is veranderd.

En toch zijn er nog mogelijkheden en tijd om vooruitgang te boeken, maar de kans wordt met de dag kleiner dat tijdens deze regering er nog echte keuzes gaan gemaakt worden. Zelf focussen wij ons bijna volledig nu op Nederland dat duidelijke marsorders heeft gegeven om achterstand om te buigen. Natuurlijk blijven we vinger aan de pols houden in het geval er in België terug marktmogelijkheden zijn.

Trump “jumps” in het onbekende en sleurt klimaatakkoord van Parijs mee.

Het nieuws van vorige week was zoals verwacht de lang verwachte aankondiging van de Amerikaanse president om zich terug te trekken uit dit akkoord. Niet zozeer om inhoudelijke redenen, maar het was één van zijn verkiezingsbeloften en het was de vorige president Obama die dit akkoord mee goedgekeurd had.

Dat Amerika nu al terugtreedt is paradoxaal genoeg op korte termijn wellicht goed nieuws want net zoals met de Britten in Europa kun je beter iemand kwijt zijn die niet echt mee wilt want anders zit je constant in de vechtzone. Het is natuurlijk wel triest dat één van de gidslanden (of dat zou het toch moeten zijn) en de tweede grootste vervuiler van de wereld zich vooral diplomatiek gaat isoleren.

Trouwens dat van die tweede grootste vervuiler is helemaal foutief want Amerika staat helemaal bovenaan qua energieverbruik per hoofd van de bevolking en dat maakt het des te erger.

Zoals gezegd kan het vertrek van de huidige Amerikanen ook iets goed veroorzaken, het kan de anderen gaan verbinden en niet alleen op klimaatvlak. Het huidig akkoord is gewoon niet sterk genoeg en het gaat ook niet ver genoeg. De drive is nu groot van landen als China, India en Europa om echt te proberen het akkoord verder uit te diepen.

Het gebrek aan een stok om te slaan in dit akkoord en de vrijblijvendheid waarmee men kan vertrekken zegt alles, het is een optie akkoord vol goede intenties, maar veel meer is het ook niet.

Belangrijker dan het geblat van dhr. Trump zijn de tendensen in de nog jonge duurzame markt waar nog steeds vooruitgang wordt geboekt in technologie. Vorige week was ik een dag bij de beurs Intersolar in München en vielen mij toch enkele zaken op. Eén van de opvallende nieuwkomers waren toch de vele batterij fabrikanten die allemaal hopen om een graantje mee te gaan pikken van de mogelijk toekomstige markt voor lokale kleinschalige opslag in combinatie met zonnepanelen.

Een hele zaal vol aanbieders van allerlei vormen van batterijen lijkt me vandaag wellicht nog wat veel van het goede gezien er geen enkel financiële onderbouwing is van dergelijke investeringen en nog veel minder aangepaste regelgeving om dit mogelijk te maken. Nochtans is het al een tijdje duidelijk dat de ingeslagen weg van meer zon en wind onmogelijk is zonder aanpassingen aan de manier waarop wij elektriciteit gebruiken en vooral gebruiken wanneer we het nodig hebben.

Het is natuurlijk mooi dat om 12:00u ‘s middags onze panelen veel opbrengen alleen is er dan geen verbruik in het huis gezien er niemand thuis is (lees veel minder verbruik).

Een andere evolutie in de zonnepanelen markt is het streven naar integratie in het dak zodat we verlost zijn van de vele lelijke daken waar nu lukraak panelen worden opgelegd. Dakpannen met zonnecellen geïntegreerd waren talrijk aanwezig en worden ook steeds competitiever en al zeker als je nieuw legt of je dak dient te vervangen. De overheid kan de komende jaren verplichten om te werken met deze geïntegreerde oplossingen zodat ons landschap en vooral het uitzicht zoveel mogelijk wordt beschermd.

Wat ook opviel was de overname van deze markt door de Chinezen en alleen maar Chinezen. Er zullen zeker nog andere fabrikanten zijn alleen gingen ze verloren in de zee van Chinese namen. Ook stonden er een beperkt aantal Belgische bedrijven waaronder jonge belofte bedrijven zoals enkele ondernemers uit Hasselt die samen met Imec een PID doos hebben ontwikkeld die degredatie tegengaat voor die panelen die last hebben van PID. Dat is kort gezegd het probleem van panelen die overdag elektriciteit opslaan en op één of andere mysterieuze manier moeilijkheden ondervinden om te ontladen waardoor de efficientie naar beneden gaat.

Wij hadden ook zo’n groot park dat er last van heeft en met deze technologie is het euvel zo goed als direct opgelost.

Verder ook nog enkele fondsen gesproken die interesse hebben om ons te ondersteunen in ons nieuw initiatief in onder andere Nederland om nog meer focus te leggen op de ontwikkeling van zon (en wind). Je ziet dat ook steeds meer installateurs van zonnepanelen ook parken gaan ontwikkelen om zo minder afhankelijk te zijn van de grillen van de markt en onderhevig aan concurrentie op de prijs. Hetzelfde geldt trouwens ook andersom gezien de marges flinterdun zijn om parken te kunnen ontwikkelen en overheden zeer scherp rekenen.

Ondertussen komen we steeds meer tot de conclusie dat er momenteel in België weinig valt te ontwikkelen en staan deze activiteiten dan ook op een heel laag pitje. Buiten nog wat windparken wacht iedereen op wat komen gaat en is het af te wachten of men in de Wetstraat begrijpt dat wij als land niet meer aantrekkelijk zijn om investeringen in duurzame energie te gaan ontwikkelen. Wellicht een uitzondering voor wind op zee, maar ook daar wachten de ontwikkelaars bang af of de overheid durft ingrijpen gezien de huidige tendens dat wind op zee gratis kan gebouwd worden of lees zonder subsidie.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...