Energy production

Veel interesse voor wind en zon

Dat de nog relatief jonge duurzame sector gedomineerd wordt door de aandacht voor zon- en wind projecten is logisch gezien deze technologie ruim ondersteund werd door de diverse overheden en de technologie ook met rasse schreden vooruitgang boekt.

Of het nu qua prijs of schaalgrootte is, de cijfers blijven indrukwekkend. Dat sommige bedrijven als Dong met succes een enorme omslag hebben gemaakt en vanuit hun historische positie in minder dan tien jaar hierin geslaagd zijn is op zich een prestatie.

Of hij daarom als succesvol kan beschouwd worden is nog veel te vroeg om te kunnen beoordelen. In ieder geval is kuddegedrag nooit ver weg en ziet men ook al een aantal zogenaamde “copycats” pogingen doen om een zelfde weg op te gaan. De focus op één klein deel van de oplossing is vanuit bedrijfsoogpunt zeker goed alleen dient men dan wel te begrijpen dat men veel andere prioriteiten laat leggen.

Dat Dong vooral groeit via subsidies tot nu toe is een algemeen gegeven, maar de volgende stap om windmolenparken op zee te bouwen zonder enige subsidie is verre van zeker. De stelling van de country manager van Dong dit weekend in het Nederlandse Financiële Dagblad dat deze ingeslagen weg een zekere is lijkt me heel voorbarig. Daar wind vandaag in de wereld een heel kleine plaats in neemt (minder dan een halve percent van de totale energiebehoefte komt van de productie van wind) heb ik vorige week al toegelicht en toont gewoon aan dat de ingeslagen weg nog maar net is ingezet en nog heel lang is.

Dat elektriciteit de plaats gaat innemen van fossiele brandstof als voornaamste drager voor onze energiebehoefte is een mogelijke en zelfs een waarschijnlijke piste, maar nog lang niet een zekerheid. De gemakkelijkheid waarin velen roepen dat we dit varkentje wel even zullen wassen is er ver over, maar er zijn positieve tekenen. Vorig jaar zijn de investeringen in elektriciteitsproductie en aanverwanten voor het eerst in zeventig jaar groter dan alle investeringen samen in fossiele brandstoffen zoals olie en gas.

Dit komt vooral omdat de investeringen in olie en gaswinning dramatisch gezakt zijn mag dan al een feit zijn, de investeringen in onze elektriciteitsbehoeften blijven in ieder geval wel op peil. De volgende vraag die men moet stellen is deze op een voldoende hoog peil en het antwoord hierop is neen. De slordige 600 miljard dollar die de wereld vorig jaar spendeerde aan investeringen in elektriciteitstoepassingen is ruim onvoldoende om de omslag te kunnen maken. Het feit dat tevens ook 600 miljard dollar in olie en gaswinning werden besteed zegt genoeg. Deze 600 miljard dollar aan nieuwe bronnen is gewoon om de vervanging op peil te houden zodat we onze 90 miljoen vatten per dag olie kunnen blijven oppompen.

Zelfs als we dit bedrag ineens zouden extra gaan investeren in elektriciteitstoepassingen dan zou dit nog ruim onvoldoende zijn gezien dit alleen maar dient om de capaciteit op peil te houden. Willen we bijvoorbeeld de 90 miljoen vaten per dag vervangen door duurzame elektriciteit dan is nog een veelvoud van 600 miljard dollar jaarlijks nodig. Nu is de situatie niet zo erg gezien olie en gas nog vele decennia nodig zullen zijn en nuttig. Alleen dienen we alle verbranding in eerste instantie van olie drastisch terug te brengen en deze nuttige en noodzakelijke grondstof zijnde olie te blijven gebruiken voor al onze andere producten die we nodig hebben.

Het vinden van toepassingen die uitstootvrij zijn en die ons toch in staat stellen om olie en gas te blijven gebruiken is één van de uitdagingen waar we voor staan. Op dat vlak is het slechte nieuws van opslag van CO2 een domper op de oplossingen die men had vooropgesteld. De enorme vertraging en zelfs opgave van opslag van CO2 onder de grond bewijst ook dat woorden makkelijker zijn dan daden en dat ook onze wens om alles op zon en wind te laten werken zeker geen vanzelfsprekendheid is en vandaag ook niet onderbouwd door feiten.

De wens en wil hebben is absoluut belangrijk gevolgd door een visie en strategie. Daarna gaat men de middelen mobiliseren en gaan we er vol tegenaan. De uitrol van de vele windmolenparken is hier een voorbeeld van, maar de uitkomst is dus nog helemaal niet zeker. Er zijn nog vele ‘missing links’ waar men soms nog geen idee heeft hoe we dit gaan oplossen, soms geen toepgepaste wetgeving, geen middelen of geen wil.

Ook onze mobiliteit en de opkomst van de lithium batterij als de Eureka oplossing is er ver over want de wet van de grote getallen vertelt ons dat opschalen niet mogelijk is zonder ingrijpende aanpassingen. Hele sectoren vallen buiten de scope en stoten nog veel meer schadelijke stoffen uit. De 300.000 boten die dagelijks de wereld bevaren stoten meer uit dan alle auto’s samen in de wereld, hetzelfde geldt voor de luchtvaartindustrie die volledig buiten schot blijft tot nu toe. Deze niche sectoren zijn wellicht qua prioriteit belangrijker dan onze heilige auto gezien de oplossingen hiervoor gemakkelijker te vinden zijn door de relatief kleine krachtbron per eenheid.

Voor onze sector blijft toch de oplossing dat de overheden ervoor zorgen dat men dient te investeren in reserve capaciteit en/of opslag als men bijvoorbeeld windmolenparken op zee bouwt. Het probleem over de schutting gooien en verwachten dat anderen dit gaan oplossen is naïef en ook niet haalbaar. De stelling dat voor iedere MW wind men ook een MW opslag dient te bouwen is niet in de juiste verhouding, maar er zit wel een grond van waarheid in. Hoe meer wind en zon hoe meer noodzaak aan slimme oplossingen, of dit nu in het net is, de afname kant, opslag of reserve capaciteit, er wordt vandaag veel te weinig in geïnvesteerd.

Groene stroom certificaten quota, wereld vraagt ieder jaar meer energie

De put van 2 miljard Euro die vorig jaar met veel bombarie door de vorige Minister van Energie in Vlaanderen werd aangevoerd en waarvoor zij onmiddellijk ook een oplossing (lees taks) introduceerde die haar naam kreeg was meteen ook haar zwanenzang.

Het ontslag dat erop volgde en de pek die ze in haar vele veren kreeg was er ver over en niet verdiend, vermits ze zelf niet verantwoordelijk was geweest voor de put. Dat in haar communicatie wellicht wat ruimte voor verbetering zat, is zeker, maar haar opvolger heeft wel geleerd om zijn vingers niet te branden aan deze materie.

Of toch niet? Hopende dat de rust in onze sector en vooral de aandacht op wezenlijke zaken zou terugkeren, zoals het bouwen van een energievisie, gingen we rustig door met de waan van de dag. Kranten en tv-programma’s werden weer gevuld met onze sector die zijn al behoorlijke geschonden imago verder ziet afglijden naar een noodzakelijk kwaad.

Zelfs goede organisaties zoals Voka stonden mee aan de klaagmuur en vinden dat de energieprijs voor hun bedrijven niet mag stijgen. Een gefundeerde onderbouwing ontbreekt helaas, want zolang de energieprijs in Europa naar elkaar toe groeit zie ik het probleem niet. Dat het klimaat nog veel sneller haar verdediging laat zien en ons als kikkers langzaam aan het koken is, blijkt nog altijd geen reden om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Als gezegd, de waan van de dag blijft gewoon regeren, maar Vlaams Minister van Energie Dhr. Tommelein blijft beuken op de muur van onverschilligheid voor wat betreft de verduurzaming van onze sector. Dat ook hier de communicatie niet vlekkeloos verloopt is duidelijk, gezien zijn bevindingen dat de 2 miljard Euro put al flink gedempt is door twee jaren Turteltaks en het afschaffen van de houtverbranders in Gent en Genk voor zijn collega’s in de regering blijkbaar compleet uit de lucht vielen.

Dhr. Tommelein heeft mijns inziens volkomen terecht aangekaart dat de quotaverplichting voor leveranciers geheractiveerd dient te worden. Het loslaten van deze maatregel was een historische vergissing, het is dan ook gerechtvaardigd dat hij deze wilt terugdraaien. Als je het echt meent met het behalen van duurzame doelstellingen, dan moet je een quotaverplichting instellen.

De fase van zalven alleen is echter niet voldoende, de stok waar je mee kan slaan moet zichtbaar zijn anders is de beweging voorwaarts niet sterk genoeg. Ik maak graag een overstapje naar de sport, als je niet traint en vooral niet hard genoeg, dan zal je nooit winnen. Alle atleten hebben met bloed, zweet en tranen hun grenzen verlegd en dat is niet anders voor onze uitdaging. Deze nieuwe industriële revolutie (want dat is het) zal alles en meer van ons vergen. Een wereld waar we fossiele brandstoffen niet meer gebruiken om uitstoot te veroorzaken is moeilijk, pijnlijk en vergt alle mogelijke inzetbare middelen.

Degene die alleen via “Kumbaya” berichten over de zoveelste opening van een zonnepark, windpark of een andere vorm van duurzame energie promoten voor hun eigen welzijn (doe ik ook) nemen zichzelf in de maling, want de weg is nog niet geplaveid en vooral nog héél lang.

Op dit ogenblik groeit de wereldwijde vraag naar energie (in alle soorten) jaarlijks nog met 2000Twh. Willen we alleen de groei al bijhouden met bijvoorbeeld windmolens dan moeten we jaarlijks 150.000 windmolens bouwen op een oppervlakte grosso modo ter grootte van Engeland en Ierland. Deze inspanning dienen we dan minstens 25 jaar vol te houden en dan hebben we genoeg land benomen met windmolens gelijk aan de oppervlakte van Rusland. Om nog maar te zwijgen van de duurzame energie die dient gebouwd te worden om de bestaande vraag van energie te kunnen voldoen.

Op dit ogenblik zijn zon en wind goed voor 0.7%(mondiaal) van al onze energiebehoeften (groen in totaal 4% als je alle biomassa en waterkracht meetelt) en dienen we dus nog 96% duurzame energie uit te bouwen om al onze energiebehoeften te dekken. En dan heb ik het nog niet over de jaarlijkse groei van 2000Twh, doordat we honderden miljoenen mensen uit de armoede halen door ze energie te geven. Uit bovenstaande blijkt toch wel dat aan ons huidig tempo we het gewenste resultaat nooit gaan halen tegen 2050. Maar ik laat mij graag verrassen door het tegendeel!

Terug naar Vlaanderen. Gegeven dat de cijfers van Dhr. Tommelein juist zijn, dan hoop ik dat hij daarmee zijn collega’s in de regering direct kan overtuigen om zijn voorstel te volgen en niet hun eigen politieke agenda. Dat het dossier vergiftigd is behoeft verder geen betoog. Men gaat hem echter, naar mijn inschatting, met plezier de ruimte geven om te bewijzen dat de Turtelput verdwenen is. Hopelijk gaat niet al zijn energie hier aan op en heeft hij nog tijd om zijn federale collega te bewegen eindelijk iets te doen voor onze sector. De geruchten molen is al op gang gekomen, er zijn ontwerp voorstellen maar deze worden nog niet transparant gedeeld, wegens conflicterende belangen of gebrek aan consensus. Nu is volharding en doorzettingsvermogen veel meer waard dan welke strategie of visie dan ook, maar het ontbreken van beiden is ondenkbaar.

De wens van Dhr. Tommelein om vanuit zijn voluntarisme dit jaar nog tot een gemeenschappelijke visie te komen met de andere regio’s en het federale niveau lijkt verder weg, zeker nu het gedroomde excuus langs komt met de crisis in Franstalig België waar nieuwe regeringen dienen gevormd te worden. Hierin vluchten lijkt de weg voorwaarts voor de federale bevoegde minister. Anders zal ook Belgisch geld blijven wegvloeien naar landen die wel hun marsorders voor de uitbouw van een duurzame energiehuishouding bepaald hebben.

België gaat op avontuur

Het nieuws van de week was toch wel het voornemen van de staatssecretaris van de Noordzee Dhr. De Backer die binnen de federale regering het plan wilt voorleggen om de drie laatste concessies die reeds vergeven zijn te schrappen.

Niemand kan verrast zijn door deze evolutie want de laatste tien maanden is het speelveld bij de windmolenparken op zee danig aan het veranderen. De “race to the bottom” werd ingezet door Dong vervolgens door Shell en de laatste knaller kwam uit Duitsland waar enkele parken zonder subsidie zijn vergeven.

Het is mij niet duidelijk wat de sector er mee denkt te bereiken want investeringen zonder inkomsten lijken me op het eerste zicht waanzinnig dom. Gezien al deze bedrijven uitgerust zijn met ervaren en slimme mensen kunnen we aannemen dat deze koerswijziging het resultaat is van een doordachte strategie.

Niet zoals ook al in media wordt omschreven omdat men alleen of hoofdzakelijk anticipeert op drastische kostendalingen, natuurlijk zijn er schaalvoordelen en kan men de onderhoudskosten zo optimaliseren, maar wat met de investeringen? Deze worden wel lager per MW vermits de molens groter worden, maar de wens om zonder subsidie te bouwen is in ieder geval niet te rechtvaardigen door drastisch lagere investeringskosten.

Sterker nog, zaken zoals funderingen zijn nog wel goedkoper mogelijk door ervaring, maar funderingen in de bouwsector zijn nu ook niet direct met 100% gezakt. Integendeel, bouwen wordt steeds duurder. De argumentatie dat zonnepanelen ook drastisch gezakt zijn in prijs dus zal dit ook al wel met alle andere technologie gebeuren raakt kant noch wal.

Mijn inkt van een artikel in de Tijd vorige week over Langerlo is nog niet droog of we krijgen nu weer een moment van verstoring in de reeds zwaar aangetaste sector van energie. De reden van de staatssecretaris is op zich goed te rechtvaardigen alleen lijkt me het vervolgplan nog niet echt doordacht. Het is zeker meer als een ballon oplaten alleen zou het verhaal beter gediend geweest zijn als men eerst binnen de regering deze beslissing had genomen om dan vervolgens eerst met een uitgewerkt plan van aanpak te komen.

De sector verdient een andere aanpak dan deze waar je bij het vuil wordt gezet en afgeschilderd als poenpakkers. De waarheid is volledig anders. Dat een bedrijf als Deme reageert is zeer begrijpelijk ook al dient zij te begrijpen dat zij niet van twee walletjes kan eten. Dat ze functioneren als onderaannemer om palen te plaatsen op zee is zeer nuttig en deze kennis kunnen ze dan vervolgens over de hele wereld benutten. Mee investeren in de parken zelf lijkt me echter geen goed signaal want zo doe je aan belangenvermening.

Dat de gemaakte kosten dienen vergoed te worden staat wat mij betreft als een paal boven water, maar dat is nog iets anders dan een boete of schadeloosstelling. Dit is niet nodig vermits de exacte hoogte van de subsidie nog niet eens gekend was en dit nu eenmaal een belangrijke (lees één van de belangrijke) parameters zijn om een rendement te kunnen berekenen.

Verder zijn de euforische berichten in de media dat na de biomassa centrales nu ook de vele miljarden ondersteuning voor windparken op zee verdwijnen zeer misplaatst en veel te voorbarig. De kans is heel groot dat we voor 2025 steen en been lopen te klagen over onze energievoorziening wegens onbetaalbaar of nog erger niet meer zeker. Infrastructuur projecten zoals onze energiehuishouding vergen enorme investeringen en zoals alle infrastructuur projecten zullen deze gedragen moeten worden door de ganse samenleving. Of het nu wegeninfrastructuur is, openbare zaken zoals de spoorwegen, we gaan als gemeenschap deze nutsvoorzieningen moeten financieren.

Het argument dat de duurzame sector ook moet kunnen leven zonder subsidie is helemaal correct, alleen niet realistisch vandaag. Datzelfde geldt trouwens al honderd jaar ook voor de fossiele sector of vijftig jaar met kernenergie, allemaal sectoren die honderden miljarden steun krijgen sinds decennia.

De duurzame sector kan inderdaad zonder subsidie, maar dan moeten we de uitstoot echt gaan belasten voor alles en iedereen, als de prijs tussen de 150 en 180 dollar per ton CO2 staat zal de duurzame sector zowat als enige nog zeer performant zijn, maar onze kiwi wordt onbetaalbaar. Of wat dacht u van onze garnaaltjes die ‘s morgens per vliegtuig naar Marokko gaan om gepeld te worden?

Ondertussen blijft dit stop en go beleid nefast voor een goed investeringsklimaat ondanks de correcte actie nu van de staatsecretaris om de “best practices” van het buitenland over te nemen en te gaan veilen. Dit echter doen zonder een lange termijn energiebeleid dat is uitgewerkt, blijft spelen met vuur. Het blijft wachten op dit plan en de kans is dan ook heel groot dat de leeuw een muis gaat baren. Ondertussen komt minister Marghem toevallig met een andere ballon, waarom de burgers niet mee laten participeren in de windmolenparken op zee? Op zich een goed idee maar, parken die vandaag alleen gaan leven van stroombeurs prijzen zonder subsidie zijn ten dode opgeschreven. Sterker nog, deze gaan nooit gebouwd worden. Geen toeval trouwens dat de concessies in Duitsland spreken van bouwen tegen 2025, ver genoeg weg om nog altijd te beslissen om ze niet te bouwen wegens niet rendabel (als de stroombeurzen geen forse stijging gaan laten zien).

Een week van verandering

Op zich is verandering een constante in het leven, maar veel mensen houden er niet van. Dat onze sector onderhevig is aan grote veranderingen is geen nieuws alleen merk je dat de overheden steeds meer beginnen te twijfelen aan de mars voorwaarts. Bijna onopgemerkt ging vorige week het nieuws voorbij dat we vorig jaar weer een record hoeveelheid benzine/olie gebruikt hebben.

Het nieuws dat de economie groeit, maar de uitstoot niet meer durf ik echt in vraag te stellen gezien de lange termijn voorspellingen van het Internationaal Energieagentschap nog een grote stijging zien van de dagelijkse behoeften aan olie de komende twee decennia. Zolang deze grafiek niet wordt bijgesteld is het logisch om uit te gaan van een stijging van de uitstoot, in ieder geval wat betreft het gebruik van fossiele brandstoffen.

Natuurlijk kunnen we ons verbruik reduceren door onze huizen beter te isoleren en onze lokale mobiliteit te verduurzamen alleen compenseert dat bij verre niet de stijging van de welvaart en dus het gebruik van energie. De verdubbeling van de bevolking van Afrika de komende decennia en de verwachte stijging van hun welvaart (die nodig is om de exodus van vluchtelingen te stoppen) zijn dergelijk grote getallen dat iedere efficientie verbetering in ons deel van de wereld dit niet kan stoppen.

Is het dan niet mogelijk om de verwachte stijging van uitstoot te stoppen op wereldschaal? Dit is wel degelijk mogelijk alleen niet realistisch gezien de olie exporterende landen zich niet zomaar gaan laten wegduwen gezien hun Bruto Nationaal Product enorm afhangt van deze opbrengsten. Zelfs een zogenaamd duurzaam land als Noorwegen drijft op een zee van olie en gas en zonder deze zou hun begroting er anders uit zien (ook al sparen zij een groot deel van deze inkomsten voor de toekomst wat als een voorbeeld mag gezien worden).

Als de landen die fossiele brandstof exporteren niet als eerste zeggen we stoppen met alles uit de grond te halen dan lijkt me een transitie naar duurzamere vormen van energie alleen mogelijk door te blijven subsidieren. Gelukkig zijn er ook positieve tekenen dat bijvoorbeeld zonnepanelen al bijna zonder subisidie kunnen (vooral kleinschalig), maar de geïnstalleerde capaciteit is toch eerder zeer bescheiden te noemen (voor zon).

Ondertussen beginnen in Nederland de formatie gesprekken en deze beloven interessant te worden mocht Groenlinks erbij komen, niet omdat ik enige voorkeur heb voor wie dan ook, maar vooral omdat hun accenten ver weg liggen bij sommige van de andere mogelijke coalitiepartners. Een kabinet met Groenlinks zou kunnen betekenen dat Nederland zijn beschamende plaats in de duurzame ranking kan doen vergeten met een ambitieus plan waarin echte keuzes gemaakt worden voor de komende generaties.

Of het realistisch is zal de nabije toekomst uitmaken, maar het zou ook de conservatieve partijen sieren mochten ze durven kiezen voor een trendbreuk en afstappen van onze fossiele verslaving.

Terugkomend op de energiemarkt in België was afgelopen week behoorlijk rustig behalve dan de dagelijkse stroom van persberichten vanuit het kabinet van de Vlaamse energieminister. Een geslaagd initiatief vind ik wel de gelanceerde Zonnekaart die burgers ertoe kan aanzetten om na te denken over zonnepanelen op hun dak. Op voorwaarde natuurlijk dat de ondersteunende software wel betrouwbaar is en de app/toepassing echt werkt.

Een belangrijkere mededeling kwam uit Nederland door Tennet, de hoogspanningsnetwerkbeheerder, om een North Sea Power Hub te bouwen die op termijn in staat moet zijn om 30 GW aan windmolenparken op zee aan te sluiten. Het zijn dit soort initiatieven die in de juiste richting wijzen gezien ze mede (deel)oplossingen bieden voor de lange termijn.

Bezoek aan Mainz

Vorige week bracht ik een bezoek aan een proefproject in Mainz dat gebouwd werd door Siemens, het project gaat over duurzame opslag door middel van waterstof. De opstelling heeft een capaciteit van 4,5 tot maximum 6 MW wat het meteen tot één van de grootste proefopstellingen in Europa/wereld maakt voor dergelijke toepassing.

Naast deze opstelling staat ook nog een windmolenpark maar jammer genoeg was dit nog niet direct aangesloten op de waterstofopstelling. De grootschalige test wordt dagdagelijks ook gewoon effectief gebruikt doordat een distributeur het gas komt halen om te leveren aan de lokale overheidsinstellingen (Stadwerke) die het op hun beurt gebruiken in de mobiliteit.

Daarnaast wordt de opslagcapaciteit ook gebruikt om gedurende de dag op het net te balanceren en ook om gebruik te maken van de prijspieken en -dalen gedurende de dag. Zodoende wordt gekeken (en vooral gemeten) hoe men een hogere efficiëntie en meer opbrengsten kan genereren door deze reservecapaciteit.

Dat overheden vandaag de dag vooral warm en koud blazen en nog heel veel wijzigingen zullen moeten doorvoeren is voor iedereen die werkt aan een duurzame energiehuishouding duidelijk, maar wat opslag betreft is er werkelijk nog niets. Vermits het probleem nog niet acuut is gezien er voldoende oude kolen- en gascentrales zijn in Duitsland worden zaken zoals opslag nog niet vereist en als dusdanig gewoon genegeerd. En toch heeft deze test een grote waarde want ze toont ten eerste de toegevoegde waarde aan van waterstof als grootschalig opslagmedium en ten tweede ook de technische haalbaarheid die nodig zal zijn voor het opschalen naar nog veel grotere installaties.

Men denkt nu al luidop aan installaties van een grootte die gaat tussen de 100 en de 300 MW wat effectief nodig zal zijn om naar bijvoorbeeld 80% duurzame productie van elektriciteit te gaan. Voor dergelijke grote installaties moet je wel de beschikking hebben over een grote opslagcapaciteit, bijvoorbeeld ondergronds in oude gasvelden. Het mag duidelijk zijn dat niet de techniek als wel de lage prijzen voor energie het vandaag onmogelijk maken om te kunnen investeren in dergelijk grote waterstoffabrieken, maar dat zal zeker niet zo blijven.

In de nabije toekomst zullen overheden ontwikkelaars van duurzame productie verplichten om ook verder te kijken dan alleen zon en wind. Men zal in de toekomst streven naar een combinatievergunning waarin je bijvoorbeeld naast je windvergunning ook de verplichting zal hebben om te investeren in voldoende opslag om zo voldoende te kunnen balanceren zodat de opgewekte windenergie niet teveel negatieve effecten veroorzaakt op het netwerk en dus de kwestie dat vraag en aanbod in evenwicht dienen te zijn.

Dat Duitsland al effectief bezig is met grootschalige testen bewijst ook dat men zich al bewust is van deze noodzakelijke stap. De cluster van waterstof in Vlaanderen die werkt op het vraagstuk “Power to Gas” waarvan wij ook één van de deelnemers zijn zal zeker de overheden bewust maken van de vorderingen en ervaringen op dit vlak in andere landen. Duitsland is trouwens ook één van de gidslanden wat betreft de uitbouw van waterstof, zowel in dergelijke grootschalige opslaginstallaties alsook in de uitbouw van waterstoftankstations als deel van het toekomstig wagenpark.

En in tegenstelling tot wat batterijfabrikanten roepen is waterstof geen concurrent maar eerder een aanvulling en partner gezien je nu eenmaal niet alles kunt oplossen met batterijen. Grootschalige opslag voor langere termijn is nu eenmaal niet kosten efficient met batterijen.

Ondertussen blijft de berichtgeving over postjes en poen bij de intercommunales het nieuws nog beheersen wat gezien het belang van onze sector enigszins jammer is. De uitdagingen voor ons zijn niet honderd maar duizend keer belangrijker voor onze samenleving dan de saga over lokale mandaten, maar een stroomlijning is natuurlijk wel nuttig.

Dat ondertussen zowat alle projecten het moeilijk hebben om rendabel te draaien door de veel te lage prijs voor elektriciteit (en gas) zal niet onopgemerkt voorbij blijven gaan. Zelfs grote subsidiekranen zoals voor het biomassaproject in Langerlo krijgen de eindjes gewoon niet aan elkaar. De financiering blijkt een helse karwei te zijn waar alles uit de kast gehaald moet worden om het toch maar voor elkaar te krijgen. Starten onder een dergelijk gesternte is vragen om problemen want als de intrestvoeten ietjes stijgen kun je dergelijk project gewoon stoppen. Het blijft afwachten of het Estse bedrijf dit voor elkaar gaat krijgen en het verzoek tot uitstel zegt veel.

Het bezoek aan Mainz bij Frankfurt wat betekende een dag met 580 km snelweg (heen en terug) stond ook in schril contrast met de dag erna toen ik van Tongeren naar Gent moest en daarna naar Breda (en dan Antwerpen). In Duitsland geen file gezien (toch geen stille zone tussen Keulen en Frankfurt). In België alleen maar stilgestaan. Eerst Antwerpen passeren om naar Gent te gaan, vanaf Herentals tot de ring in Antwerpen (en het was 10.30u). Dan na de meeting in Gent richting Antwerpen, stilstaan vanaf Kruibeke tot de Kennedytunnel (om 13.30u). Op de ring van Antwerpen richting Breda (om 13.50u) en van Breda terug naar Antwerpen bij de ring van Antwerpen (om 18.30u). Gewoon om aan te geven dat deze files en de daar bijhorende kosten niet worden meegerekend wanneer men het heeft over de uren files. Duurzame mobiliteit is niet alleen overschakelen op waterstof en batterijen maar ook onze weginfrastructuur aanpassen aan de 21ste eeuw.

2017, een nieuw jaar, nieuwe kansen

2017 wordt voor België het laatste jaar waarin de diverse regeringen nog een strategie kunnen ontwikkelen voor onze sector of eigenlijk voor de ganse samenleving. Hoe gaan we morgen onze energiebehoeften opwekken en duurzaam gebruiken? De mensen die ik spreek zijn eerder sceptisch over deze federale regering en dan vooral de bevoegde minister Marghem die er maar niet in slaagt om enige vooruitgang te boeken.

De regio’s ondertussen en dan vooral Vlaanderen proberen waar mogelijk wel stimuli te introduceren om de vele obstakels wat lichter te maken voor bijvoorbeeld windmolen vergunningen. Ook hier is men vanuit de sector eerder sceptisch en gelooft men niet dat de nieuwe aangekondigde regelgeving ineens het vergunningstraject drastisch gaat verkorten.

In Nederland heeft men in 2016 vertrouwen gewonnen uit de succesvolle veilingen voor concessies op zee waar nu in Borssele zowat alles is benomen voor een prijs veel lager dan men ooit had ingeschat. Niemand, inclusief de sector, had dit zien aankomen, de 7,4 cent per KWhvan Dong energy een half jaar geleden werd al als een mijlpaal beschouwd maar de recente tweede veiling in Borssele die voor 5,4 cent per KWh is gewonnen slaat iedereen met verbazing. Hier bovenop komt natuurlijk nog de aansluitkost waarvoor 1,4 cent per KWh gerekend wordt.

Hiermee zijn zeker niet alle problemen en achterstand voor Nederland opgelost maar ze hebben recht van spreken als het aankomt op een toekomstige manier van werken voor de verdere uitbouw van offshore windmolenparken. In een eerste fase zal er in Nederland nog 6 GW extra vergund worden voor windmolenparken op zee. Anderzijds is de subsidie voor het verbranden van houtpalets in kolencentrales toch wel een schandvlek te noemen gezien dit vooral dient om de kolencentrales toch maar open te kunnen houden. En natuurlijk ook op een relatief eenvoudige wijze de duurzame doelstelling te halen. Dat er in 2016 minstens vier miljard Euro naar bijstook is gegaan kan men zien als letterlijk geld in de oven gooien.

Terugkomend op België had ik vorige week de kans om bij een groot bedrijf in de Antwerpse haven voor hun management een kijk te geven op onze sector en een blik op een mogelijke toekomst. Hier viel het mij vooral op dat zij ook bevestigden dat de politieke klasse in ons land in een strak keurslijf zit waardoor beweging zogoed als onmogelijk wordt. Belangrijke dossiers blijven liggen of de partijen gunnen elkaar onderling het daglicht niet. Interessant was de vraag die ik kreeg over kernfusie en het project Iter in Zuid-Frankrijk waar velen hun hoop op hebben gesteld.

Eén van de mensen maakte de opmerking dat als zelfs Bill Gates geld in dit project gaat steken het wel goed zal komen. Nu is de ervaring met kernfusie tot op vandaag toch eerder een kwestie van “trial and error” te noemen en hebben we Kalkar uiteindelijk maar tot pretpark omgevormd. Het is zeker de moeite waard om dergelijk fundamenteel onderzoek te doen en te proberen om via Iter naar een kritische schaalgrootte te gaan om toekomstige commerciële exploitatie mogelijk te maken. Alleen denk ik dat we voor onze huidige toekomstige energievisie vooral gebruik dienen te maken van technologieen die reeds bestaan of relatief eenvoudig naar een andere schaalgrootte kunnen gebracht worden.

Een andere opmerking die mij vorige week bereikte was of het wellicht niet beter was een afwachtende houding aan te nemen want alle nieuwe alternatieven zijn onbekend en zullen vele miljarden investeringen vergen. Een terechte bezorgdheid, alleen heeft dit ons land gebracht naar een volledige standstill wat betreft het oplossen van onze grootste problemen. De loodgieter aanpak van één van onze vroegere premiers die stelde dat hij problemen oploste als ze zich stelden werkt niet voor onze sector (en andere sectoren zoals mobiliteit, pensioenkost, begroting, etc.). Een visie ontwikkelen is inderdaad niet eenvoudig en daarna kiezen uit diverse onderbouwde scenario’s nog minder. Risico is er zeker maar wachten totdat het uit de hand loopt is wellicht een groter risico. De kerncentrales langer open houden brengt ons alleen maar extra tijd en wellicht enige financiële buffers maar zijn tegen 2050 ook geen optie.

De jaarlijkse uittocht van 400-500 miljard Euro’s vanuit Europa naar de olie en gas exporterende landen zijn op termijn Euro’s die we zelf hard nodig hebben en het is zeker verstandiger om ons eigen geld in onze eigen economie te investeren. Natuurlijk zal er een transitieperiode zijn tussen beide systemen (het huidige fossiele en het toekomstige duurzame) en deze dient financieel haalbaar en efficient te zijn. Ook in het verleden was er steeds veel weerstand tegen verandering omdat deze in het begin ook als onbekend wordt beschouwd en mensen nu eenmaal niet van verandering houden. Anderzijds dienen we wel kritisch te blijven naar de toekomstige scenarios toe dat zij werkelijk direct en indirect het einddoel bereiken van een samenleving zonder schadelijke (of bijna) uitstoot. Naast CO2 dienen we even kritisch te zijn over methaan, NOX en andere stoffen of zij nu via lucht, water of in de grond gaan.

De druk op alle andere soorten op onze planeet bewijst dat een andere aanpak nodig is en dat niet alleen voor onze sector. Hiervoor dienen de landen met welvaart het voortouw te nemen en het goede voorbeeld te geven en waar nodig ook de derde wereld ineens aan de juiste technologie te helpen. De nieuwsjaarbrief komt er binnenkort weer aan en hopelijk nemen onze politici de tijd om hun objectieven voor 2017 ook bekend te maken.

Rookgordijnen

De energiesector kijkt momenteel naar de toekomst maar in tegenstelling tot de media aandacht kleurt deze vooral nog fossiel. De terechte waarschuwing van het IEA(International Energy Agency) wordt nog meer kracht bijgezet door de euforie die ontstaat bij weer een vondst van schaliegas/olie in Amerika, vorige week. Een mogelijke grote vondst in Texas wordt onthaald als geweldig nieuws gezien dit de Amerikaanse economie minder afhankelijk maakt van import.

Door dit te zeggen bevestigen de partijen eveneens dat ze ook van plan zijn om deze grondstoffen te ontginnen en dat doe je niet voor een paar jaar. Er is zelfs een consensus op het eerste gezicht tussen de fossiele sector en de duurzame sector als het op gas aankomt. Beide zeggen dat dit de transitiegrondstof bij uitstek is, alleen niet voor dezelfde redenen.

Gas meenemen als vervanger van kolen en kernenergie is geen optie en zelfs geen transitiegrondstof. Gas als basislast energie gebruiken lost het probleem van de klimaatopwarming niet op ook al zijn er op korte termijn wel voordelen. De politici dienen goed te begrijpen dat het woord transitie voor de eigenaren van gasvelden niet betekent dat ze er mee willen ophouden of minder willen gebruiken. Integendeel, het gebruik van gas is voor hun een middel om de vraag enorm te doen stijgen en zo hun verlies aan andere fossiele verkopen in te dekken.

Op dit ogenblik is het zo’n 20 graden te warm aan de Noordpool maar nog steeds wordt hier niet genoeg aandacht aan gegeven. Dit hopelijk tijdelijk fenomeen zou iedereen wakker moeten schudden dat welke fossiele brandstof dan ook, het gebruik tegen 2050 alleen nog marginaal kan zijn. Kijkende naar ons land is het toch merkwaardig dat er zo weinig vooruitgang geboekt wordt rond deze transitie. Men duwt als het ware de hete aardappel voor een deel vooruit naar de volgende generatie ook al ziet men er de noodzaak wel van in.

Met de paar windparken op zee die we nu momenteel in België hebben kan het al zijn dat deze in december moeten worden afgeschakeld gezien de vraag dan afneemt en er juist vaak veel wind is. Deze absurde situatie toont aan dat we nu oplossingen moeten bedenken om geen energie verloren te laten gaan wat trouwens ook slecht is voor het rendement van dergelijke parken. Kunt u het zich voorstellen dat we naar de volle +2000MW op zee gaan en deze in december moet worden afgeschakeld omdat we geen visie hadden op een technische oplossing.

Toch zijn er al oplossingen in het vizier met de ontwikkeling van meer performance waterstofsystemen die vlot naar de 10MW opslag gaan in de praktijk. Deze zijn trouwens op te schalen naar 50 tot 100MW als je deze in serie zet. Zo kom je al aardig in de buurt om per windmolenpark opslag te kunnen uitbreiden zodat geen enkele KWh van wind en zon verloren gaat. Men beseft niet dat we voor een deel het Abu Dhabi van de Noordzee kunnen worden als we zelf brandstof gaan produceren. Al is het in eerste instantie maar voor onze eigen behoeften. Een windmolenpark van 400 MW op zee kan bijvoorbeeld alle bussen van de Lijn heel het jaar laten rijden op waterstof.

Anders dan met elektriciteit voor onze toekomstige stadsauto’s, kunnen we deze energiebron opslaan en dit gedurende lange tijd en ook omzetten naar mobiliteit. In eerste instantie zou men met btb toepassingen zoals openbaar vervoer ook waterstof kunnen valoriseren binnen het bestaande certificatensysteem voor groene stroom en zo voor productie en opslag van groene waterstof een aantal certificaten kunnen toekennen. Door dit te doen voor deelmarkten kan de overheid ook ineens ervaring opdoen met deze vitale schakel in onze energiehuishouding van 2030-2050. Deze schakel van grootschalige opslag is minstens zo belangrijk als gas te gebruiken als transitiegrondstof en zelfs essentieel om de waarheid te zeggen dat we ook met gas gaan stoppen als brandstof. Als je geen betrouwbare energievoorziening kan uitbreiden zonder CO2 uitstoot (lees bevoorradingszekerheid) dan is gas helemaal geen transitiebrandstof maar gewoon meer van hetzelfde. Deze waarheid wordt door vele vooraanstaande onderzoekers verteld, alleen vinden zij nog onvoldoende gehoor.

Natuurlijk is het positief als politieke partijen stellingen nemen zoals de partij Groen en CD&V Jongeren in Vlaanderen om deadlines op te leggen om fossiele brandstoffen uit te faseren tegen 2030, alleen is de praktijk wat weerbarstiger. Als een bedrijf als de openbare busmaatschappij De Lijn in zijn investeringsprogramma alleen hybride bussen meeneemt wil dat eigenlijk zeggen dat ze op diesel en gas blijven rijden en dus het lange termijn objectief niet vertalen in correcte doelstellingen. Dat is trouwens niet de schuld van het bedrijf maar van zijn aandeelhouder die vanuit een visie binnen een raad van bestuur duidelijke opdrachten dient mee te geven op dit punt. CO2 vrij openbaar vervoer, bijvoorbeeld tegen 2030, is perfect mogelijk alleen moet je dan nu wel de opdracht geven omdat een vloot van 2000-2500 bussen vervangen een lange voorbereiding vergt.

De zoektocht naar een duurzame uitstoot vrije transitie is een lange en moeilijke oefening waar harde keuzes moeten gemaakt worden die in wet- en regelgeving dienen te worden vastgelegd en dat op een dergelijke wijze dat toevallige regeringswisselingen dit beleid dienen verder te zetten en alleen kunnen bijsturen waar nodig.

Waarom kernenergie onbetaalbaar is

Dat de transitie naar een duurzame energiehuishouding allerlei oude en nieuwe ideeën naar voren brengt met hun voor en tegenstanders is normaal in dit maatschappelijk vraagstuk. Kernenergie is in België niet weg te denken als tweede grootste in de wereld na Frankrijk, meer dan de helft van onze elektriciteit komt van kernenergie als alle centrales op volle kracht werken.

Het idee dat kernenergie als goedkoop verkocht wordt vandaag de dag vloeit voort uit het feit dat we vandaag werken met oude afgeschreven kerncentrales. Kijkt men vandaag naar de kost van het bouwen van nieuwe kerncentrales in Europa dan komt men tot heel andere conclusies. De kosten voor de nieuwe kerncentrale in Finland zijn geëxplodeerd met een factor van meer dan 300%. De vertraging bedraagt nu al zowat een tien jaar op het oorspronkelijke schema en nog is men niet zeker dat hiermee het einde bereikt is.

Een gelijkaardige ervaring kan men al zien in Frankrijk waar men in Flamanville ook reeds jaren vertraging heeft en een forse overschrijding van het oorspronkelijke budget. Reken hierbij nog de jaren aan inkomsten verlies en je komt aan een astronomisch bedrag dat met geen enkele andere technologie te vergelijken valt.

Een ander systematisch onderschatte kost is de afbraak van kerncentrales op het einde van hun levensduur, zowel in Duitsland als Nederland is men tot de conclusie gekomen dat de opgebouwde fondsen ruim ontoereikend zijn voor de te verwachte kosten. Het is veilig en voorzichtig om te stellen dat ditzelfde ook naar grote waarschijnlijkheid zal gelden voor vele andere landen waar men kerncentrales heeft.

De laatste unieke kost van kernenergie is deze van de gevolgen van ongelukken die anders dan bij andere technologie lange termijn gevolgen heeft. Het recente ongeluk in Fukushima ligt nog vers in ons geheugen en de eerste schatting van kosten die naar buiten kwam was een bedrag van meer dan 200 miljard euro, inmiddels zijn er voldoende reacties geweest na deze eerste bekendmaking dat het uiteindelijke bedrag nog wel eens fors hoger zou kunnen gaan uitvallen.

Nu ligt Fukushima gelukkig op meer dan 250 km van Tokio waardoor de directe impact op een grote stad nog enigszins beperkt is gebleven, maar niet alle landen hebben deze luxe. Voor België kan men zelfs stellen dat de kerncentrales gebouwd zijn tegen de rand van onze grote steden waardoor de kost bij een eventueel ongeluk niet meer uit te rekenen is.

Dat kerncentrales buiten categorie zijn blijkt ook uit het feit dat ze niet te verzekeren zijn tegen dit soort ongelukken en het steeds de samenleving zal zijn die hiervoor zal opdraaien. De kostprijs van een kerncentrale voor zowel de investering, afbraak en verzekering tegen ongelukken is zo hoog dat een vergelijking met andere productie belachelijk wordt. Of het nu zon, wind, biomassa, waterstof, gas of kolen is het gaat fors over een factor tien. Vermits in kolen en gascentrales ook nog verborgen kosten zitten, zoals de toekomstige echte CO2/NOX kost, vallen deze af wegens te duur en niet duurzaam als alternatief voor kernenergie.

Er is geen enkele technologie die zoveel en zolang subsidie nodig heeft dan kernenergie,.Het recente voorbeeld in Engeland waar EDF van de Engelse regering in Hinkley Point nieuwe kernreactoren mag bouwen en hiervoor liefst gedurende 35 jaar subsidie zal krijgen op een niveau dat fors hoger ligt dan de subsidies die we voor wind en zon voorzien vandaag de dag. En zelfs met de garantie van 125-130 euro per geproduceerde MWh gedurende 35 jaar begint men er nog met lange tanden aan. De weerstand in Frankrijk is groot voor dit project dat dermate veel geld gaat kosten dat men lang niet zeker is dat de subsidie zal volstaan.

Hiermee wil ik niet zeggen dat kernenergie geen toekomst meer heeft, maar men dient op voorhand te weten dat de kostprijs eigenlijk geen relevante maatstaf kan zijn voor kernenergie, maar dat men vooral naar de bevoorradingszekerheid moet zien en het feit dat we weinig alternatieven hebben vandaag om grootschalige elektriciteitsproductie te bouwen buiten kernenergie die geen CO2 uitstoot heeft. Onze industrie heeft nu eenmaal massa’s elektriciteit nodig om in al onze behoeften te kunnen voorzien.

Iedere week worden er ballontjes opgelaten zonder dat men eerst gaat rekenen en vooral gaat kijken wat de juiste energiemix moet zijn en welke variant de beste kwaliteit en kost met zich meebrengt. Zoiets begint bij visie, maar is broodnodig om zoals gezegd de nodige investeringen op gang te brengen in de juiste vormen van energie zodat ons geld inderdaad in eigen land kan geïnvesteerd worden.

Verandering kiezen is niet gemakkelijk

Veel wordt er gezegd over de uitdagingen waar wij voorstaan als samenleving om de opwarming van de aarde te beperken, maar vooral onze impact om deze naar een betere balans te brengen.

Dat de focus veel (en wellicht te veel) naar CO2 vermindering gaat werkt wellicht enigszins misleidend ook al is de reductie zeer dringend. Minstens even belangrijk is de vervuiling die wij in de lucht en grond brengen door het gebruik van fossiele brandstoffen, maar ook hun vele additieven.

De vele chemische stoffen die wij samen verbranden met olie zorgt voor een mix van toxische stoffen die langzaam onze omgeving vergiftigen. Wellicht is deze uitdaging nog groter dan het terugdringen van CO2 gezien we hier vele technische oplossingen voor hebben.

Zon, wind, water, biobrandstoffen, waterstof en andere opslagmogelijkheden zijn nog maar een greep uit de oplossingen die wij kunnen implementeren. Op een wereldschaal alleen is het schoonmaken van water, lucht en grond een veel moeilijker vraagstuk voor onze technologische kennis. Neem maar het meer dan 1 miljard ton plastics die we al in de diverse oceanen gedumpt hebben.

Daarom is het belangrijk dat politici en partijen zich durven uitspreken voor radicale oplossingen en vooral de wil om deze te implementeren. Open VLD heeft vorige week het zoveelste schot voor de boeg gegeven dat de weg van vroeger gewoon geen optie is voor de toekomst. Hun mededeling was nog niet koud of twee andere politieke partijen zwakten de boodschap alweer af met de oproep om het bestaande niet snel te laten vallen.

De verdienste van de boodschap van de liberalen is dat zij in ieder geval afscheid willen nemen van het huidige en dit ook bevestigd willen zien. De conservatieve krachten in ons land (maar ook andere landen) denken nog steeds dat ons klimaat en de noodzaak om er beter mee om te gaan een optie kan zijn. Men gebruikt het vals argument dat zolang er geen 100% zekerheid is dat de alternatieven werken, we het huidige niet kunnen loslaten.

Hopelijk is men zich bewust dat het juist de bestaande 20-eeuwse infrastructuur is in onze sector die het status quo omarmt en hun bestaansrecht zolang mogelijk willen rechthouden.

Wat nog ontbreekt in de liberale boodschap is het durven kiezen voor nieuwe keuzes die het potentieel hebben om naar een 100% duurzame samenleving durven te gaan. Zon en wind zijn een goede partner voor toekomstige klein- en grootschalige opslagmethoden. Durf zal het vergen om te zeggen dat we als Benelux bijvoorbeeld kiezen voor 1500-2000 MW opslag door bijvoorbeeld waterstof, durf zal het vragen om tegen 2030 minstens 1 miljoen wagens op waterstof te hebben rijden in combinatie met batterijtechnologie.

De hoop die de Vlaamse liberalen ook hebben voor het Belgische energiepact lijkt me heel optimistisch gezien men als basis een studie van Elia wilt gebruiken die ongetwijfeld nuttige elementen bevat voor een energiepact, maar veel te beperkt is om zo ook naar de hele energiewaardeketen te kijken waarvan warmte en mobiliteit ook een onderdeel is.

We zijn niet de enigen die worstelen met het maken van keuzes want in Nederland is het energieakkoord aan zijn eerste belangrijke tussentijdse meting toe om te kijken of men in 2023 14% duurzame energie gaat bereiken. Het is moeilijk om voorop te lopen op het werk van het planbureau, maar verrast zal ik niet zijn als blijkt dat men behoorlijk achterloopt op dit objectief. Zeker gezien de kolencentrales momenteel een heel belangrijk onderdeel bijdragen aan de huidige groene stroomproductie door het verbranden van houtpallets.

Wellicht kan deze manier van verbranding er nog voor zorgen dat men nog enigszins op koers zit gezien deze centrales meer dan 7000 uren op vollast draaien. Op termijn kun je ze evengoed niet meerekenen gezien ze onherroepelijk gaan sluiten. Kolencentrales vormen nu eenmaal geen onderdeel van onze toekomstige energiemix.

Dat dhr. Nijpels zich met zijn volle gewicht inzet is bewonderenswaardig en ook nodig, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen bindende en dwingende afspraken nodig zijn om enigszins vooruitgang te boeken naar 2030 (lees voldoende). Als hij zegt dat er in Nederland al 1,7 GW zon is opgesteld en dat dit meer is dan een grote kolencentrale dan is dit qua vermogen wel juist, maar qua productie van Kwh toch heel wat anders. Een 1000 MW kolencentrale produceert tien keer elektriciteit dan dezelfde hoeveelheid opgesteld in zonnepanelen en hij is ook nog eens helemaal voorspeelbaar. En toch heeft hij een punt als hij positief is want men staat al veel verder dan verwacht en hopelijk gaat de versnelling nog door.

Ook hier geldt dat nieuwe wegen moeten worden gekozen om dit mogelijk te maken en dat ontbreekt nog in zowel het energieakkoord als in het energierapport dat wel al veel verder draagt dan 2023. Hopelijk slaat men de handen elkaar met de buurlanden om de durf hiervoor te vinden.

Waarom bestaande gascentrales nu subsidiëren een slecht idee is.

Dat de energiesector voor fundamentele wijzigingen staat is bij velen al gekend, maar nog steeds ontbreekt iedere uitgewerkte en gekozen visie voor de toekomst. Men blijft hangen in datgene wat we kennen en wat al decennia beschikbaar is.

Deze week werd wederom melding gemaakt dat België op een tekort afstevent in de toekomst qua elektriciteitsbevoorrading en dat de oplossingen niet eenvoudig en snel kunnen uitgevoerd worden.

Concreet is men al enige jaren in Europa en ook in België tijdelijke oplossingen aan het invoeren om bestaande gascentrales toch maar beschikbaar te houden als reserve en om in de toekomst voldoende noodcapaciteit te hebben. De zogenaamde capaciteitsvergoeding die reeds vorig jaar in België werd ingevoerd zorgde ervoor dat gascentrales tijdelijk langer werden opengehouden.

Het probleem met dergelijke financiële ondersteuning is dat als je ermee ophoudt de eigenaars bijna onmiddellijk hun rekening zullen maken en de centrales alsnog definitief zullen sluiten.

Erger is nog dat zowat iedere subsidie van bestaande centrales direct marktverstorend gaat werken gezien je zo de prijs artificieel gaat drukken of in ieder geval het status quo in stand gaat houden. De beslissing om Doel 1 en 2 langer open te houden begin december 2015 zorgde zowat direct voor een verdere prijsdaling van de stroombeurs met 40% die al te laag stond voor nieuwe investeringen op gang te brengen.

Keer op keer vergeet men dat elektriciteit bestaat uit vele onderdelen en brandstoffen en dat een wijziging aan één deel ervoor kan zorgen dat andere delen van de sector ook aangetast worden. Alles is letterlijk met elkaar verbonden en daarom werken alleen oplossingen waarvan op voorhand gekeken is wat de impact is over de gehele energiewaardeketen.

De illusie dat we onze kerncentrales kunnen sluiten door gascentrales te gaan inzetten als vol continue centrales is gewoonweg niet realistisch vanuit onze CO2 doelstellingen. Nu is gas een veel minder vervuilende fossiele brandstof dan bijvoorbeeld steenkool, maar grootschalige gascentrales stoten nog altijd massaal veel CO2 de lucht in. Zeker als je onze kerncentrales hiermee zou gaan willen vervangen.

Wat ontbreekt is een visie van waaruit echte keuzes gemaakt gaan worden voor toekomst gerichte oplossingen waarvan ook kleinere flexibele gascentrales een deel worden zonder dat zij vol continue gaan werken. Een energievisie die ook rekening houdt met een gezond investeringsklimaat zodat investeerders op lange termijn de nodige miljarden investeringen kunnen gaan doen.

Minstens zo belangrijk als de technologische keuzes is de keuze van welk marktmodel we willen. Het meest efficiënte model is nog steeds het marktmodel waarin producenten en afnemers, lees leveranciers, elkaar op de beurs ontmoeten en zo zorgen dat er een gezonde markt is waarin investeringen mogelijk blijven en dus onze energie bevoorradingszekerheid gegarandeerd blijft.

Dat het huidige marktmodel niet meer of nooit heeft gewerkt komt voor een deel voort uit het feit dat we vertrokken zijn bij de liberalisering met een situatie die verre van optimaal was. Tot op vandaag heerst er een gevoel dat het status quo het best bereikbaar is en de beslissing om de twee kleinste kerncentrales langer open te houden bevestigen dit ook. De introductie van tijdelijke subsidiemechanismen voor bestaande gascentrales zijn een verdere bevestiging van het gevoel dat overheerst dat we beslissingen kunnen blijven uitstellen.

En toch is het twaalf uur, niet alleen omdat Nasa deze week nog eens de alarmbel luidde door het ene warmterecord na het andere aan te kondigen, maar ook omdat onze sector het verdient als één van de belangrijke motoren van onze economie en welvaart om toekomstgericht te investeren op basis van een breed gedragen energievisie.

Dat onze industrie hier een belangrijke partner in is zal niemand betwijfelen, maar ook zij begrijpen dat iedereen maatschappelijk zijn steentje dient bij te dragen voor de generaties die na ons komen.

Een goede energievisie kan zorgen voor een grotere groei van onze economie en verdient zich als dusdanig volledig zelf terug met zelfs nog een surplus voor onze handelsbalans vermits we zo veel minder fossiele brandstoffen gaan moeten importeren. Hopelijk zal zowel de federale als regionale regeringen na de vakantie eindelijk werk maken van een dergelijke visie zodat we inderdaad in de nabije toekomst dit soort vragen niet meer hoeven te stellen.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...