Energy market in Europe

Vakantie

Ook ik val ten prooi aan de jaarlijkse migratie stromen richting buitenland om te genieten van andere oorden. Zelf probeer ik steeds meer dichter aan huis te blijven om zo mijn ecologische vakantie impact tot het minimum te beperken ook al is dit eerder een nobel streven dan werkelijkheid. Mijn impact op de te kiezen bestemming is vaak niet al te groot, maar deze keer was het me toch gelukt om te kiezen voor cultuur in plaats van het obligatoire strand en zon.

Nu zijn mijn kinderen met vijf en tien nog in een leeftijd dat zij terecht verlangen naar een zeebries en veel zand. De bestemming was deze keer Engeland en meer bepaald een regio genaamd de Cotswolds. Een echte aanrader voor wie op zoek is naar mooie natuur en leuke dorpjes die voor een groot deel hun authenticiteit nog behouden hebben. Zo goed als geen buitenlandse nummerplaten op de Engelse wegen en zo goed als nergens toeristenfiles.

Wat dit alles met energie te maken heeft mag u raden, maar de impact op het klimaat van onze jaarlijkse toeristenmigratie mag niet onderschat worden. Een vliegreisje met de familie naar een verre bestemming is al goed voor de uitstoot van meer dan een jaar elektriciteit en verwarming voor een heel gezin. Sowieso blijft vliegen in de meeste gevallen veel zwaarder belastend dan enige andere vorm van transport. Factor vier tot zeven meer vervuilend dan trein of wagen, ook al speelt de afstand wel een rol.

In principe kan men stellen dat vluchten binnen Europa eigenlijk onzin zijn voor vakantiedoeleinden, dit natuurlijk gezien vanuit onze gezamenlijke objectief om de uitstoot van schadelijke broeikasgassen terug te brengen. Het klimaatverdrag van Parijs mag dan wel door iedereen gekend zijn, we vertalen hem nog niet naar concrete doelen voor ons zelf als individu. Met het zelf rijden naar mijn bestemming van een paar honderd kilometer besefte ik dat verandering begint bij jezelf. Onze overheden (in welk land dan ook) hebben een kans gemist door na het sluiten van het verdrag van Parijs niet ook op individuele doelen in te zetten.

Natuurlijk zijn er goede campagnes voor je huis te isoleren of zonnepanelen te plaatsen en deze zijn ook nodig. Alleen vergeet men de echte drama’s voor het klimaat en milieu aan te pakken. Het kweken van 1 kilo rundsvlees vergt meer dan 15.000 liter zoet water. Van de 50 miljoen vierkante kilometer landbouwgrond in de wereld gebruiken we zo’n 80% voor de veeteelt. Doe daar de uitstoot van methaan door koeien nog bovenop met 40% en je krijgt al een idee waar het echte schoentje wringt; ons consumptiegedrag.

Natuurlijk kan onze energiesector ervoor zorgen dat zij op termijn geen uitstoot meer veroorzaakt wanneer zij produceert, maar dan dienen we tevens de productiemethoden in aanmerking te nemen. Voor iedere windmolen is zo’n 150 ton aan steenkool nodig om het nodige staal te produceren en dit dienen we dus ook aan te pakken. Hetzelfde geldt trouwens ook voor onze andere duurzame technologie die vaak gemaakt wordt met aardgas of steenkool en ook nog te vaak kostbare metalen gebruikt in het proces.

Positief is wel dat er een versnelling waarop we zaken kunnen uitrollen is ontstaan. Toen Graham Bell de telefoon heeft uitgevonden duurde het 75 jaar om 50 miljoen gebruikers te hebben. Met de introductie van de smartphone duurde het welgeteld 1 jaar om 50 miljoen kopers te vinden. De maatschappij is inderdaad in staat om veel sneller zijn gedrag aan te passen, maar dit kan niet beperkt blijven tot het koopgedrag.

Terugkomend op Engeland viel mij op dat er nog weinig zonnepanelen werden gebruikt op privé woningen, toch zeker in verhouding met België waar meer dan 1 op de tien huishoudens deze nu heeft. De vele schoorstenen herinneren ons nog dagelijks aan de lange weg die wij te gaan hebben, ook in ons eigen land. De ambitie in Nederland en België om te stoppen met aardgas als verwarming is ambitieus en naar mijn mening vandaag de dag onmogelijk gezien fossiele brandstoffen zoals aardgas en aardolie/stookolie thans veel goedkoper zijn dan elektriciteit. De prijzen van 1 KWh elektriciteit gaan nu snel naar het Duitse niveau (30 cent per KWh) en bewijzen dat tussen het woord en de daad een enorme kloof gaapt. Iedere verantwoordelijke heeft zijn mond vol van de elektrificatie van onze samenleving op basis van duurzame energie, maar dan moet men er wel voor zorgen dat fossiele brandstoffen duurder zijn dan elektriciteit.

Dat de wereld ieder jaar 2000 TWh meer energie vraagt zet nog meer druk op de ketel om de juiste keuzes te maken in die landen die deze extra vraag creëren. Het exporteren van onze kennis, diensten en producten op dit vlak zal ook de economische motor laten werken gezien de investeringen die nodig zijn op mondiaal vlak.

Weer 6 GW wind erbij in Europa

De opmars van windmolenparken gaat gestaag door, ongeveer twee derde is op land en één derde op zee en van een vertraging is (nog) geen sprake. Daar bovenop gingen we van de week weer negatief met de groothandelsprijzen op de stroombeurzen.

Klinkt goed, en toch, ik stel zeer grote vraagtekens bij het feit dat deze berichten alleen maar euforisch worden gebracht, vermits de bulk van onze opgewekte energie nog bestaat uit klassieke centrales. Als je deze energiebronnen wegneemt, betekent dit het einde van onze huidige beschaving en welvaart. Ook de positieve berichten over negatieve beursprijzen gaan mijn bevattingsvermogen te boven, gezien dit een teken van onstabiliteit van het huidig systeem is dat op z’n minst last heeft van groeipijnen of meer.

In tegenstelling tot vele van mijn collega’s, deel ik dus helemaal niet de euforie van lage energieprijzen of deze nu voor olie, gas of elektriciteit zijn. Lage prijzen zetten immers niet direct aan tot innovatie op het vlak van energie efficiëntie. Gezien de noodzaak tot gigantische investeringen in alle delen van de energieketen, is het de vraag of we op deze manier ervoor zorgen dat er een stabiele marktwerking komt waar alle kosten in rekening worden gebracht en verrekend.

Ondanks de vele discussies hierover werken we vandaag de dag nog steeds in een model dat grosso modo tien jaar geleden ook al in werking was. Dat de stroombeurzen naar elkaar toe gegroeid zijn mag dan wel een verandering zijn aan de parameters waar de prijs mee wordt bepaald, maar buiten dat alle nieuwe hernieuwbare energie er bovenop is gegooid is er eigenlijk niks wezenlijks gewijzigd.

Opvallend zijn ook de contrasten tussen de persmededelingen van de marktspelers en diegene die werken binnen een natuurlijk gereguleerd monopolie. Dat Elia of andere netwerkbedrijven met solide financiële cijfers naar buiten komen is goed en zelfs noodzakelijk voor de uitdagingen aan te gaan waar zij voor staan. Gezien de partijen die in de vrije markt functioneren eigenlijk moeten kunnen rekenen op een hoger rendement om zo het risico te rechtvaardigen waarmee zij moeten werken.

We zien echter dat al bijna tien jaar de meeste producenten en leveranciers nog nauwelijks aan een aanvaardbaar rendement komen en dat de meesten in hun leveranciers business flirten met een 0% marge. Ook bij de producenten zijn er de laatste acht jaren alleen rode cijfers geschreven op hun reeds afgeschreven centrales, vooral gascentrales zijn massaal gesloten of in de motteballen geslagen. Hierover heb ik al eerder geschreven, maar er is nog steeds geen trendbreuk waarneembaar.

Een bedrijf als Vattenfall heeft ook nu weer ontgoochelende cijfers gepresenteerd met vooral problemen in Nederland (Nuon) en Duitsland. Van de 10 miljard Euro die Vattenfall voor Nuon betaald heeft in 2009 is inmiddels al zes miljard Euro afgeschreven. Dat ze ongetwijfeld goodwill betaald hebben voor dit bedrijf zal zeker waar zijn, maar een feit blijft dat de assets (lees bijvoorbeeld gascentrales) die zij toen verworven hebben grotendeels waardeloos zijn geworden.

Een ander opvallend feit in België was de aankondiging van het zomerakkoord door de federale regering, waar vooral het onderwerp energie bijna volledig schitterde door afwezigheid. Blijkbaar is de regering overtuigd dat al het nodige is gedaan om onze energiehuishouding de komende decennia op peil te houden zonder het milieu aan te tasten. Geen paragraaf gevonden in de belangrijkste deelakkoorden, op zich lijkt het dat de lage energieprijzen iedereen in slaap heeft gewiegd en dat is op zich nog begrijpelijk.

De angst voor tekorten lijkt omgeslagen in de luxe van overschotten gezien de markt toch altijd gelijk heeft, of niet? Dat ook Engie/Electrabel niet tevreden kan zijn met zijn resultaten in de Benelux door de hoge mate van onbeschikbaarheid van een aantal van zijn kernreactoren zorgt blijkbaar voor nog een extra deken van comfort. Want, als het licht blijft branden ondanks er verschillende kerncentrales niet werkten dan hebben we toch meer dan genoeg reserves? Ook zijn de strategische reserves afgenomen of toch de noodzaak ervan dus is het weer business as usual.

En toch is het een beetje zoals met de uitstoot van onze Duitse dieselwagens, op papier geen probleem en dus geen vuiltje aan de lucht totdat men begint te graven. Niet alleen hebben zowat alle luxe merken bij onze Oosterburen blijkbaar verkeerde software in hun motoren, maar ook de leverancier van deze sturingen wordt nu onderzocht.

Ook al kan men stellen dat onze sector geen verdoken geheimen heeft zoals deze Duitse autoleveranciers, zijn we wel in hetzelfde bedje ziek. De coma van ons ETS systeem, en hierdoor de veel te goedkope uitstootrechten, hebben uiteindelijk hetzelfde resultaat. Iedereen weet dat het slecht is maar we kiezen ervoor het te negeren. De run naar 2020 is ingezet en we mogen hopen dat vele lidstaten ver van hun doelen verwijderd blijven zodat er drastisch ingegrepen gaat worden en de kost voor een ton uitstoot nu naar zijn correcte waarde gaat. Dat dit fors over de 100 € per ton is blijkt uit voldoende studies van diverse gereputeerde universiteiten (o.a. Cambridge recent) alleen is de urgentie vandaag ver te zoeken.

En toch is er nog een lichtpuntje; wat mij zeer bekend voorkomt (pleit ik al twee en een half jaar voor) is de mogelijke ambitie van de federale Belgische regering om energie obligaties op de markt te brengen, dit in de eerste plaats voor institutionele beleggers. Naar mijn idee hoeft het hiertoe niet beperkt te blijven; de bevolking zou op het einde van de dag ook mee moeten kunnen doen, al is het maar om de zeer negatieve perceptie van onze sector ten goede te keren. Dat 90% van de gelden in eerste instantie van de institutionelen zal komen is zo goed als zeker, maar dat maakt de mogelijkheid dat een Belgisch/Europees gezin mee kan participeren niet minder belangrijk. Het instellen van Energie obligaties is zonder meer een goede intentie van deze regering, maar zoals steeds zal de duivel in het detail van de uitvoering zitten.

Laatste “historisch” Benelux energiebedrijf

Nu is terugkijken naar het verleden nooit iets waar ik lang heb bij stilgestaan, maar het is toch wel eens de moeite om te kijken wat er de laatste vijftien jaar veranderd is in de Benelux op het vlak van energievoorziening en vooral eens kijken welke spelers verdwenen zijn en wie er nog over blijft.

De liberalisering van de telecom sector eind jaren negentig bracht een gelijkaardige wind in de energiesector die in de meeste landen netjes verdeeld was tussen nationale of regionale monopolisten. Deze vaak geïntegreerde bedrijven hadden activiteiten in de transport van energie, opslag(gas), productie(elektriciteit of gasvelden), handel (vooral grensoverschrijdend) en levering en waren vaak eigendom van nationale of lokale overheden.

De wens vanuit Europa om ook de energiemarkt te liberaliseren naar gelijkenis met de telecommarkt zorgde voor een unieke dynamiek. Collega’ s sinds vele decennia werden van de ene op de andere dag elkaars concurrenten, of dit nu in Nederland was met Essent, Nuon, Eneco, Delta of de vele stedelijke nutsbedrijven, of in België waar de twee historische monopolisten Electrabel en Luminus, ze begonnen elkaar plots te wantrouwen in alles.

Advocaten beleefden goede tijden gezien bij al deze bedrijven er grote Chinese muren moesten worden opgetrokken tussen de diverse onderdelen. Netwerkbedrijven ontstonden, zelfstandige leveranciers schoten uit de grond (zo ook WattPlus in 2002, later bekend als Essent Belgium) en iedereen ging uit van meer concurrentie en dus scherpere prijzen.

Nu 15 jaar later kunnen we het slagveld van de vrije markt overzien en zien we een gemengd beeld. Waar 15 jaar geleden Nederland meer dan 20 energiebedrijven had in handen van Nederlandse aandeelhouders (veelal publiekelijk) is er nu nog één over zijnde Eneco(mijn excuses mocht ik de kleinere spelers vergeten die nu in privé handen met succes hun niche hebben gevonden).

Van de voormalige meer dan 20 historische regionale spelers in Nederland is er dus nog één over en ook zij gaan nu voor de bijl. De publieke aandeelhouders van Eneco met de steden Rotterdam en Den Haag voor op willen de risico’s van de vrije markt niet. Toch gek dat overheden gepleit hebben voor de liberalisering, maar vervolgens de gevaren ervan niet willen ondergaan maar wel overlaten aan de privésector.

Op zich heb ik geen melancholische gevoelens bij het verdwijnen van al deze bedrijven, maar het ontbreken van enige lokale verankering in een samenleving in zijn energiebedrijven hoeft niet per se een goede zaak te zijn. De behoefte aan lange termijn investeringen in onze sector zijn groot en is lokale verankering dus wel degelijk van belang en we dienen dan ook deze opnieuw uit te vinden. Gelukkig zijn er tal van jonge initiatieven via crowdfunding, coöperatieven en andere vormen die de betrokkenheid van lokale mensen en bedrijven proberen te stimuleren.

Dat overheden zich massaal terugplooien op hun netwerkbedrijven gezien deze verzekerd zijn van een natuurlijk monopolie en dus ook dito rendementen mag dan al begrijpelijk zijn het blijft merkwaardig dat dus blijkbaar de gemaakte regel- en wetgeving voor de liberalisering door diezelfde overheid gezien wordt als onvoldoende om rendementen te garanderen.

Er staat nergens dat overheden niet kunnen investeren in bijvoorbeeld productie of in andere delen van de energieketen buiten het netwerkbedrijf, er is alleen maar afgesproken in Europa dat energiebedrijven niet meer geïntegreerd mogen zijn (lees netwerk, handel, productie en levering in één bedrijf). De waarheid is wel trouwens dat vele landen zelfs deze afspraken gewoon naast zich neerleggen of er ruim de tijd voor nemen.

Dat men in België reeds eind jaren tachtig afscheid was aan het nemen van zijn kroonjuwelen in de energiesector mag nog steeds gezien worden als een historische vergissing van formaat gezien de vele kerncentrales die nu in “privé” handen zijn en waar de bevolking nog decennia lang kopzorgen zal over hebben. De hete aardappel van de sluiting van deze centrales wordt regering na regering achteruit geschoven (beetje zoals de vergrijzingsbom en een begroting in evenwicht). De nog steeds geplande sluiting van de kerncentrales tussen 2023-2025 is een lacher gezien men heeft nagelaten er een realistisch alternatief naast te bouwen zodat we de optie van een sluiting ook hadden kunnen uitvoeren.

Terugkomend op de liberalisering kan men stellen dat deze onverwachte bijeffecten heeft gehad en de illusie van lagere prijzen volledig teniet is gedaan door de vele stijging in taksen en heffingen. Onze energiefactuur lijkt stillaan op onze belastingsbrief met zijn vele rubrieken (lees koterijen) die op zich ervoor zorgen dat de liberalisering nog maar plaatsvindt op 20 tot 30% van onze factuur (tien jaar geleden was de component energie nog goed voor meer dan 50% van onze factuur).

Voor de consument wordt de keuze tussen leverancier a of b zo wel heel marginaal gezien de hoogte van zijn factuur compleet vast zit met gereguleerde staatsheffingen. De bedrijven klagen al jaren steen en been over de hoogte van hun factuur ook al is de component elektriciteit (en gas) met 50% gezakt de laatste tien jaar. Ook zij voelen weliswaar in mindere mate de toename van de gereguleerde kosten op hun factuur.

En toch dienen we allemaal mee te bouwen aan een nieuwe energiehuishouding zonder fossiele uitstoot (lees broeikasgassen), één waar fossiele brandstoffen zoals olie een veel hogere waarde krijgen (lees zuinig mee omspringen gezien de beperkte voorraden) om zo nog honderden jaren gebruikt te kunnen worden voor specifieke industriële toepassingen en een samenleving waar iedereen toegang heeft tot energie, maar er veel zuiniger mee omgaat.

Veel interesse voor wind en zon

Dat de nog relatief jonge duurzame sector gedomineerd wordt door de aandacht voor zon- en wind projecten is logisch gezien deze technologie ruim ondersteund werd door de diverse overheden en de technologie ook met rasse schreden vooruitgang boekt.

Of het nu qua prijs of schaalgrootte is, de cijfers blijven indrukwekkend. Dat sommige bedrijven als Dong met succes een enorme omslag hebben gemaakt en vanuit hun historische positie in minder dan tien jaar hierin geslaagd zijn is op zich een prestatie.

Of hij daarom als succesvol kan beschouwd worden is nog veel te vroeg om te kunnen beoordelen. In ieder geval is kuddegedrag nooit ver weg en ziet men ook al een aantal zogenaamde “copycats” pogingen doen om een zelfde weg op te gaan. De focus op één klein deel van de oplossing is vanuit bedrijfsoogpunt zeker goed alleen dient men dan wel te begrijpen dat men veel andere prioriteiten laat leggen.

Dat Dong vooral groeit via subsidies tot nu toe is een algemeen gegeven, maar de volgende stap om windmolenparken op zee te bouwen zonder enige subsidie is verre van zeker. De stelling van de country manager van Dong dit weekend in het Nederlandse Financiële Dagblad dat deze ingeslagen weg een zekere is lijkt me heel voorbarig. Daar wind vandaag in de wereld een heel kleine plaats in neemt (minder dan een halve percent van de totale energiebehoefte komt van de productie van wind) heb ik vorige week al toegelicht en toont gewoon aan dat de ingeslagen weg nog maar net is ingezet en nog heel lang is.

Dat elektriciteit de plaats gaat innemen van fossiele brandstof als voornaamste drager voor onze energiebehoefte is een mogelijke en zelfs een waarschijnlijke piste, maar nog lang niet een zekerheid. De gemakkelijkheid waarin velen roepen dat we dit varkentje wel even zullen wassen is er ver over, maar er zijn positieve tekenen. Vorig jaar zijn de investeringen in elektriciteitsproductie en aanverwanten voor het eerst in zeventig jaar groter dan alle investeringen samen in fossiele brandstoffen zoals olie en gas.

Dit komt vooral omdat de investeringen in olie en gaswinning dramatisch gezakt zijn mag dan al een feit zijn, de investeringen in onze elektriciteitsbehoeften blijven in ieder geval wel op peil. De volgende vraag die men moet stellen is deze op een voldoende hoog peil en het antwoord hierop is neen. De slordige 600 miljard dollar die de wereld vorig jaar spendeerde aan investeringen in elektriciteitstoepassingen is ruim onvoldoende om de omslag te kunnen maken. Het feit dat tevens ook 600 miljard dollar in olie en gaswinning werden besteed zegt genoeg. Deze 600 miljard dollar aan nieuwe bronnen is gewoon om de vervanging op peil te houden zodat we onze 90 miljoen vatten per dag olie kunnen blijven oppompen.

Zelfs als we dit bedrag ineens zouden extra gaan investeren in elektriciteitstoepassingen dan zou dit nog ruim onvoldoende zijn gezien dit alleen maar dient om de capaciteit op peil te houden. Willen we bijvoorbeeld de 90 miljoen vaten per dag vervangen door duurzame elektriciteit dan is nog een veelvoud van 600 miljard dollar jaarlijks nodig. Nu is de situatie niet zo erg gezien olie en gas nog vele decennia nodig zullen zijn en nuttig. Alleen dienen we alle verbranding in eerste instantie van olie drastisch terug te brengen en deze nuttige en noodzakelijke grondstof zijnde olie te blijven gebruiken voor al onze andere producten die we nodig hebben.

Het vinden van toepassingen die uitstootvrij zijn en die ons toch in staat stellen om olie en gas te blijven gebruiken is één van de uitdagingen waar we voor staan. Op dat vlak is het slechte nieuws van opslag van CO2 een domper op de oplossingen die men had vooropgesteld. De enorme vertraging en zelfs opgave van opslag van CO2 onder de grond bewijst ook dat woorden makkelijker zijn dan daden en dat ook onze wens om alles op zon en wind te laten werken zeker geen vanzelfsprekendheid is en vandaag ook niet onderbouwd door feiten.

De wens en wil hebben is absoluut belangrijk gevolgd door een visie en strategie. Daarna gaat men de middelen mobiliseren en gaan we er vol tegenaan. De uitrol van de vele windmolenparken is hier een voorbeeld van, maar de uitkomst is dus nog helemaal niet zeker. Er zijn nog vele ‘missing links’ waar men soms nog geen idee heeft hoe we dit gaan oplossen, soms geen toepgepaste wetgeving, geen middelen of geen wil.

Ook onze mobiliteit en de opkomst van de lithium batterij als de Eureka oplossing is er ver over want de wet van de grote getallen vertelt ons dat opschalen niet mogelijk is zonder ingrijpende aanpassingen. Hele sectoren vallen buiten de scope en stoten nog veel meer schadelijke stoffen uit. De 300.000 boten die dagelijks de wereld bevaren stoten meer uit dan alle auto’s samen in de wereld, hetzelfde geldt voor de luchtvaartindustrie die volledig buiten schot blijft tot nu toe. Deze niche sectoren zijn wellicht qua prioriteit belangrijker dan onze heilige auto gezien de oplossingen hiervoor gemakkelijker te vinden zijn door de relatief kleine krachtbron per eenheid.

Voor onze sector blijft toch de oplossing dat de overheden ervoor zorgen dat men dient te investeren in reserve capaciteit en/of opslag als men bijvoorbeeld windmolenparken op zee bouwt. Het probleem over de schutting gooien en verwachten dat anderen dit gaan oplossen is naïef en ook niet haalbaar. De stelling dat voor iedere MW wind men ook een MW opslag dient te bouwen is niet in de juiste verhouding, maar er zit wel een grond van waarheid in. Hoe meer wind en zon hoe meer noodzaak aan slimme oplossingen, of dit nu in het net is, de afname kant, opslag of reserve capaciteit, er wordt vandaag veel te weinig in geïnvesteerd.

Roaming weg in Europa: goed voor je geld, slecht voor het klimaat

Deze week stond de telecom sector positief in het licht doordat de al zo lang vergruisde roaming tarieven eindelijk werden afgeschaft binnen de Europese Unie en nog enkele andere landen (voor ingewijden de Rip of Surchages)

Europa en zijn ambtenaren mogen zich terecht een pluim op de hoed steken, ook al heeft het nog enkele jaren te lang geduurd door het succesvolle lobby werk van een aantal operatoren. Door de explosie van gebruik van data heeft men zich uiteindelijk toch neergelegd bij deze maatregel, want men denkt een nieuwe marge bron te hebben gevonden.

Paradoxaal genoeg kunnen ze wel eens gelijk krijgen, daar de vraag naar bytes jaarlijks meer dan verdubbelt door onze wens om constant op onze slimme telefoon naar filmpjes te willen kijken. Deze hersenloze activiteit vreet nu eenmaal data en zo zitten we allemaal op de eerste rij als er weer eens iets gebeurd in Verwegiestan.

Maar dit voyeurisme komt met een prijs, iedere doorsnee Google sessie (20 minuten+) verbruikt zoveel als een ketel water tot kook te brengen en hier wringt dan ook het schoentje. In tijden waar iedereen eendrachtig roept dat wij in tegenstelling tot dhr. Trump het klimaatakkoord van Parijs wel even zullen bereiken, is het goedkoop maken van instant online kennis in tegenspraak.

Beslissingen kunnen met de beste intenties worden genomen, maar kunnen ook de meest verschrikkelijke gevolgen kennen. Het stimuleren van consumptie zit in de kern / het bloed van ons economisch model. Het willen van meer is niet te stoppen, en zo wordt onze byte dus steeds goedkoper, maar verbruiken we jaarlijks ook steeds meer.

Dat een aantal studies allang hebben aangetoond dat het online kijken jonge kinderen dom maakt en afstompt is geen reden, maar wel een aandachtspunt. Erger nog is het feit dat men niet lijkt te snappen waar energie efficientie om lijkt te gaan. Het gaat om zuiniger omspringen met de middelen van de aarde en dat begint natuurlijk bij onszelf. Nu hou ik er niet van om met vingertjes te wijzen en dus dienen we in oplossingen te blijven denken.

Bewust maken is al één ding en het zou de overheid sieren mochten ze duidelijk maken hoeveel energie er nodig is voor wat, zodat mensen minstens weten wat hun verantwoordelijkheid is en wat ze er zelf kunnen aan doen.

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam op een namiddag georganiseerd door Energiea (dagelijkse nieuwsbrief van het FD) waar onder andere Dhr. Nijpels kwam uitleggen waar Nederland met het energiebeleid, en dan vooral met de verduurzaming ervan, toe gaat. Er was ook nog een korte speech van een directeur van een groot energiebedrijf die mij enigszins naast de kwestie leek te praten. In plaats van concrete voorstellen over het bijvoorbeeld sluiten van de kolencentrales die massaal veel broeikasgassen uitstoten, had hij het over de oneerlijke verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven en dan vooral de industrie. Een aantal beloftevolle jonge bedrijven mocht in een korte presentatie hun dienst of product toelichten, en dit was bij verre het meest interessante van de namiddag. De afsluitende presentatie van Remco De Boer zette iedereen weer netjes met de voeten op de grond door te stellen dat we helemaal niet richting Parijs aan het gaan zijn.

Een zeer correcte analyse, maar ik vrees dat hij een roepende in de woestijn is en dat er niet echt niemand luistert in Den Haag. Dit laatste is ook lastig, want er is nog geen nieuwe regering en de bestaande regeert vooral naar de waan van de dag. Het aanstellen van een Belgische informateur, in het geval de formatie over het jaar heen gaat, lijkt een goed idee gezien wij in België ruime expertise hebben in het opzetten van onmogelijke coalities met een oneindig geduld (België is toch niet voor niets wereldkampioen regeringsvormen). Indien men toch zou kiezen voor een minderheidskabinet dan zal naar ik vrees de haalbaarheid van het klimaatakkoord van Parijs niet direct dichterbij komen.

Natuurlijk kan men terzake de oneerlijke verdeling van kosten altijd een debat voeren over wie de factuur moet betalen voor de verduurzaming van onze energiehuishouding, maar uiteindelijk zijn we een eenheid. De industrie is geen apart beest, maar is daar om voor ons te produceren, om winst te maken en zo welvaart te creëren.

Ach we weten het allemaal eigenlijk wel, we moeten vooral veel minder gaan produceren en consumeren, want dat is de echte weg naar een duurzame samenleving waar minder schadelijke stoffen de lucht worden uitgestoten. De hete brij wordt in debatten vaak zorgvuldig vermeden en men presenteert vooral technische oplossingen die inderdaad ons energieverbruik zullen gaan vergroenen. Als we echter op het huidige niveau producten blijven produceren dan is wat wij in onze sector doen een maat voor niets.

Dit is geen discussie die onze sector zelf of alleen kan voeren, vermits wij gewoon de energie beschikbaar maken die anderen nodig hebben. Dat de discussie maatschappelijk al wordt gevoerd en alleen maar in belang gaat toenemen is 100% zeker. Goede nieuws is dat we door een echte verduurzaming van de economie, in combinatie met een beperking van de bevolkingsgroei onze voetafdruk zeker naar een aanvaardbaar niveau zouden moeten kunnen krijgen voor het einde van deze eeuw.

Klimaat op de agenda of niet?

Dat er deze dagen weer veel over het klimaat wordt gepraat heeft wellicht in de eerste plaats met het mooie weer te maken waarvan wij nu aan het genieten zijn en in mindere mate met de G7 top in Toarmina op Sicilië.

Dat de zeven rijkste landen onder andere klimaat op de agenda hebben staan is zeker positief te noemen gezien de hoogdringendheid van het onderwerp en vooral de acties die erop moeten volgen. Het is jammer dat de ogen wederom gericht zijn op de Verenigde Staten en dan vooral zijn flamboyante afgevaardige zijnde Dhr. Trump.

Dat hij geen kleur wilt bekennen of beter gezegd gewoon niet wilt zeggen wat hij denkt is wellicht eerder te danken aan het feit dat hij zich diplomatiek probeert te gedragen en hij zorgvuldig het juiste moment afwacht om uit het klimaatakkoord te stappen.

De regeringsleiders van Europa vertalen zijn zwijgen als positief alleen lijkt me dat vrij naïef, want de beste man heeft tot nu toe steeds geprobeerd om uit te voeren wat hij tijdens de verkiezingscampagne heeft gezegd. Vooral in eigen land heeft hij het moeilijk om zijn “beleid” van oneliners uit te voeren en minstens zoveel binnen zijn eigen partij als er buiten.

De gebroken werkweek(donderdag feestdag) zorgt ook voor extra aandacht gezien mensen nu ook de tijd hebben om het nieuws te zien en erover te praten, filosoferen en mogelijke gevolgen te bekijken van de weg voorwaarts in onze sector.Op zich staan er al veel goede intenties op papier en ongeacht de politieke kleur wilt iedereen de omslag maken naar een duurzame energiehuishouding.

Alleen de prijs die we gaan betalen is nog niet duidelijk naar boven gekomen en het is ook zeer twijfelachtig dat men deze gaat accepteren. Buiten het puur financiële aspect van de nodige investeringen vergt het vooral een nieuwe industriële revolutie die ook voelbaar zal zijn in de manier waarop wij leven.

De afgrond van onze huidige consumptiemaatschappij komt steeds dichterbij ook al versnellen we nog steeds het consumptiegedrag. De noodzaak voor de groei van de overheidsbegroting is zo groot gezien de behoeften (lees begrotingstekorten wegwerken, geld in oorlog, pensioenen, infrastructuurinvesteringen, vergrijzingskost, etc.) dat men de economie blijft aanjagen met goedkoop geld (vanuit ECB) om toch maar enige groei te houden en zo ieder jaar meer geld binnen te krijgen.

Ondertussen worden grote statements gemaakt over gratis windmolenparken op zee en aan de andere kant proberen de ontwikkelaars van deze parken het hoofd recht te houden en hopen zij dat de storm gaat leggen. Zeer onwaarschijnlijk overigens want er blijven partijen in de markt Russische roulette spelen doordat ze zon- en windparken bouwen ver onder de kostprijs hopende op een toekomstige stijging van de stroombeurzen.

Het zal de energiebedrijven in moeilijkheden nog verder neerwaarts duwen daar hun hoop om nieuwe verdienmodellen te vinden in de duurzame sector nu als sneeuw voor de zon verdwijnt. Of het Shell was die in Nederland (Borssele wind) zwaar onder kostprijs heeft geboden om zo toch maar een start te maken aan zijn verduurzaming (of toch imago) of Dong die ook een vlucht voorwaarts lijken te nemen het blijft afwachten wat het effect ervan zal zijn. Op zich kan de strategie van Shell en Dong ook werken indien de investering zelf hiermee gelijktijdig gaat dalen en hun verdienste is dan ook dat we uiteindelijk wellicht sneller terug naar de normale marktwerking kunnen gaan.

Geproduceerde elektriciteit verkopen uit zon en wind op de stroombeurzen aan voldoende hoge tarieven zodat de subsidie volledig achterwege kan blijven. Vele critici roepen al lang moord en brand over de zogenaamde onterechte subsidies voor de duurzame sector en alleen hiervoor zal het goed nieuws zijn. Wel heb ik hier een aantal serieuze kanttekeningen bij daar ook de fossiele sector (en kernenergie) mag rekenen op uitgebreide steun (politiek of financieel). Over Hickley Point is al genoeg geschreven, maar de 35 jaar subsidie die al nodig is om deze nieuwe kerncentrales te kunnen bouwen spreekt voor zichzelf. Het is jammer dat we de meeste critici dan ineens niet meer horen. Ook voor olie wordt al decennia lang oorlog gevoerd op vele fronten om het zwarte goud toch maar te laten vloeien in onze richting.

De ontelbare doden, vervuiling en omkoping zijn ook al lang schering en inslag in deze sector waar de grootste olievoorraden dan ook nog eens in handen zijn van dictatoriale regimes waar wij massaal geld naar pompen. Alleen hiervoor zou men een omslag moeten voor willen maken, alleen gebeurt dit best wel in kleine stappen. Olie gaan we nog heel lang nodig hebben, alleen moeten we zo snel mogelijk stoppen om deze in verbrandingsmotoren te gebruiken en er meer zinnige dingen mee doen die meer waarde creëren.

Vlaamse energievisie, digitale meters, Nederlands afscheid van gas

Afgelopen vrijdag werd in Vlaanderen door de bevoegde minister Dhr. Tommelein de Vlaamse energievisie voorgesteld. Deze aanvang bevat een aantal goede accenten, maar is vooral een bevestiging van zaken die we reeds eerder hebben gelezen in diverse andere (vrijblijvende) documenten zoals het klimaatakkoord van Parijs, doelstellingen van 2020/2030 vanuit Europa, etc.

Deze eerste stap is in ieder geval nodig om de uitdagingen nog eens goed te schetsen en nog wat extra elementen naar voren te brengen. Eén van de zaken is de introductie van warmte naast elektriciteit en aardgas als volwaardig alternatief in de toekomst. Datzelfde zie je trouwens in Nederland waar men al een tijdje roept om af te stappen van het aardgas gezien de gasbel in Slochteren zijn einde nadert.

De federatie verantwoordelijke van energieleveranciers (mevr. Van der Laan) in Nederland stelt wel terecht de vraag of roepen alleen ons gaat brengen waar naar toe moeten. Op dat punt dienen we als samenleving en dus ook onze politieke verantwoordelijken harde deadlines in wetten op te nemen zodat er geen twijfel mogelijk is over de noodzaak van deze verandering. Natuurlijk lobbyt iedere sector om zoveel mogelijk uitstel te krijgen, dat zie je in de autosector, de oliesector en zelfs in de offshore windmolensector. Verandering staat nu eenmaal op kracht met continuiteit en dat is nu net wat je nodig hebt om infrastructuurprojecten te financieren.

De roep vanuit de Nederlandse energiesector om uitstel is begrijpelijk gezien voor Nederland het specifiek afstappen van aardgas voor verwarming (en elektriciteitsproductie als basislast energie) enorme aanpassingen vergen waarvoor men nu niet de aangepaste regel-en wetgeving ziet. Als men vanuit de politiek hardop zegt om tegen 2030 af te stappen van aardgas dan moet men dit ook in harde wetten gieten zodat de industrie weet waar hij voor staat en de bevolking inlichten dat dit veel geld gaat kosten.

Het roepen van verandering is rechtmatig en afstappen van onze fossiele verslaving nog meer, alleen moet men tegelijkertijd borgen dat de continuiteit voor de nieuwe technologische keuzes geborgd is via wet-en regelgeving. Dat de lobby van de huidige industrie zich zal verzetten is normaal gezien haar toekomstige dominantie met nieuwe markten verre van zeker is. Neem maar het voorbeeld van Nokia dat in 2005 nog de absolute nummer 1 was in de wereld van mobiele telefonie en volledig de boot van de smartphones gemist heeft en daardoor bijna compleet van de kaart is geveegd.

Of hetzelfde gaat gelden voor de huidige giganten in bijvoorbeeld de oliesector is nog niet zeker, maar een aantal van hun zal op termijn wel verdwijnen. Een omslag maken naar een volledig ander businessmodel is een titanenwerk en moet vroeg beginnen. Het stop en go beleid van een bedrijf als Shell betreffende duurzame energie wijst op twijfel en is nefast voor hun lange termijn overleving. Datzelfde geldt trouwens ook voor bedrijven in onze sector die overwegend laat tot zeer laat het geweer van schouder hebben veranderd. Hoe dominant men was vanuit hun historisch monopolie hoe kwetsbaar men is in de nieuwe hernieuwbare energiesector.

Dat een bedrijf als Engie slechts recent onder de nieuwe leiding van mevrouw Kochner een begin heeft gemaakt naar duurzame energie is symtomatisch voor vele gelijkaardige bedrijven en hun marktaandeel in opgesteld vermogen is dan ook klein te noemen (in vergelijking met hun klassieke productie van kernenergie, gas- of kolencentrales). Natuurlijk zijn er ook andere zoals Dong energy en Enel die wel al eerder keuzes hebben gemaakt en daar vandaag de vruchten van plukken. Ook in de lage landen werkte Eneco al eerder dan de anderen aan de uitbouw van zijn duurzame productie gezien ze zelf historisch gezien geen noemenswaardige positie hadden in grootschalige elektriciteitsproductie.

Terugkomend op de Vlaamse energievisie stelt men terecht in de lange inleidende tekst dat de echte keuzes samen moeten gemaakt worden met de andere regio’s en onze buurlanden. Het is wel jammer dat in het document nergens een aanvang wordt gemaakt van het zichtbaar maken van doelen, bijvoorbeeld een jaarlijks objectief als voorbeeld had al enige ambitie naar voren kunnen brengen of het nu op het vlak van warmte, besparing of hernieuwbare energie had geweest. “Put your money where you mouth is” blijft belangrijk en net zoals in de mooie teksten van onze Nederlandse vrienden ontbreekt de onderbouwing en cijfermatige berekening in dit stadium wat op zich geen probleem hoeft te zijn gezien correct gemeld wordt dat dit later nog dient te gebeuren.

De opsomming van de volgende acties is wel nuttig en het is te hopen dat het interfederaal energiepact dan ook meer zal zijn en echte bindende doelstellingen per jaar en per regio inclusief technologische keuzes, begroting en financieringsmethoden.

Er staan ook wel wat contradicties in de tekst daar aan de ene kant er gevraagd wordt van de industrie om zich aan te passen en dat een realistische CO2 prijs per ton nodig is hiervoor, maar anderzijds wordt geschreven dat dit de concurrentiele positie niet mag aantasten. Volgens mij zal de aanpassing naar een duurzame manier van leven die houdbaar is voor zowel flora en fauna niet kunnen zonder aanpassing van onze gewoonten en dit op een verregaande wijze. Hier zit de grootste valkuil nu het duidelijk wordt dat we het laag hangend fruit zo goed als opgebruikt hebben en de volgende keuzes wijzigingen zullen betekenen in de manier waarop wij leven.

Samen sterk

Dat Vlamingen graag hun dingen zelf regelen wordt vaak bevestigd in cliches en natuurlijk is er ook een grond van waarheid in deze stelling. Vooral in onze bouwgewoonten komt deze eigenschap extreem naar buiten gezien onze spreekwoordelijke baksteen in de maag. De eindeloze lintbebouwingen met individuele huizen wijzen ons jammer genoeg niet in de richting van de toekomst.

Dat een groot deel van de bevolking tegen 2040 in een stad woont lijkt jaar na jaar meer bewaarheid te worden ook al is het voorspellen van de toekomst zeker geen exacte wetenschap. Vanuit energetisch oogpunt en efficientie zijn er zeker grote voordelen om dicht bij elkaar te gaan wonen. Dat brengt wel direct een probleem met zich mee dat mensen die in steden wonen niet voor hun eigen energieproductie gaan zorgen. Op zich hoeft dat ook helemaal niet want de waarheid ligt zoals vaak in het midden.

Ook in energieproductie geldt dat schaalgrootte helpt om efficientie voordelen te bereiken dus iedereen eigen producent is wellicht de wens van betrokken partijen die dan materiaal kunnen leveren, maar voor een samenleving verre van de ideale oplossing.

Hetzelfde geldt op dit ogenblik voor die bedrijven die moord en brand roepen dat offshore wind de oplossing is, ook hier ligt de waarheid in het midden en zelfs meer naar de andere kant. Offshore wind is een schakel in een toekomstige energiehuishouding, maar niet meer dan dat. Er kunnen zeker landen en regio’s zijn die meer uit wind op zee zullen halen dan anderen, maar het verkopen als het Eureka moment is er ver over.

Net zoals het megalomane idee van enige jaren geleden om alle zonnepanelen in de Sahel te gaan zetten en zo elektriciteit over grote afstanden te gaan vervoeren. Theoretisch perfect mogelijk alleen praktisch perfect onwenselijk. Ook bij ons roepen velen in slogans, elektrisch autorijden is ineens de totaal oplossing terwijl men er niet bij zegt dat dit vandaag onmogelijk is en zelfs niet wenselijk. Onze spreekwoordelijke eieren in één mand leggen is ziek blijven in hetzelfde bedje. Onze fossiele verslaving vervangen door een lithium verslaving bijvoorbeeld is de weg naar nog meer miserie.

Dat neemt niet weg dat al deze technologieën een deeltje van de puzzel zijn. Ook vanuit de politiek roept men vrolijk mee want ineens is wind op zee gratis geworden, fantastisch toch, maar gelooft u dit nu echt? Natuurlijk zijn er schaalvoordelen en zoals iedereen hoop ik ook dat windmolens dezelfde weg op gaan als zonnepanelen qua prijs alleen is de euforie veel te voorbarig.

De consessies die in Duitsland nu gratis zijn weggegeven zonder subsidie hebben in de details van hun contract genoeg ontsnappingsmogelijkheden waardoor het verre van zeker is dat deze parken er ooit gaan komen. Als de elektriciteitsprijs tegen 2023 niet fors is gestegen (lees het dubbel minstens) dan zal men deze concessies gewoon niet uitvoeren en de boete van 60 miljoen euro betalen.

De paradox is zelfs dat dit huidige goede nieuws ervoor kan zorgen dat we grote vertraging gaan oplopen in wind op zee want iedereen denkt ineens het licht gezien te hebben. Wij in Vlaanderen/België zouden beter moeten weten, gratis bestaat niet, niet zoals bussen draaien windmolens niet op liefde.

Erger is nog dat beleidskeuzes kunnen wijzigen door deze euforie, bijvoorbeeld lopen we het risico dat men de moeilijke zoektocht naar goede locaties op land voor wind gaat laten voor wat het is en alles op zee gaat concentreren. De industrie die betrokken is bij het bouwen van windmolens op zee zal dit zeker stimuleren alleen weet ik niet of ze nu zo blij moeten zijn met dergelijke tendens want de risico’s nemen ook toe.

Ondertussen zorgt onze sector in ieder geval wel voor een gevoel van solidariteit, maar liefst een kwart miljoen gezinnen kopen samen energie aan. Dat dit vooral komt uit gemakzucht wordt er wel bijgezegd want zelf zoeken naar de beste leverancier vergt enige inspanning. Ook al hebben we al jaar en dag de uitstekende online tool van de VREG genaamd de V-test. Het blijft positief dat de gezinnen wakker zijn, alleen dat constante hameren op de prijs heeft zo zijn gevolgen voor de waardering voor het product. De wil om er meer voor te betalen is niet groot en de klaagmuur is nooit ver weg.

De fusie tussen Eandis en Infrax wordt dan ook vooral verkocht met het argument dat onze factuur erdoor gaat zakken en dat is weer meer van de zelfde perceptie, prijs, prijs, prijs. Overigens nodig ik u uit om na de fusie even met mij uit te rekenen hoe groot de besparing zal zijn. Deze zal volledig teniet gedaan worden door de verwachte investeringen die nodig zijn om ons net slim te maken en vooral klaar voor de toekomst waar sommige zeggen dat we al onze wagens even aan de stekker gaan hangen. De “Internet of Things” zal hard nodig zijn om nog maar een deel van deze droom werkelijkheid te kunnen maken.

Duurzame sector schiet in alle richtingen, maar gaat vooruit

Dat er in Europa gezamelijke doelstellingen zijn afgesproken om tegen 2020 en 2030 een groter aandeel van duurzame energie te bekomen is door iedereen wel min of meer geweten. Datzelfde geldt trouwens voor energie efficientie en de vermindering van CO2 uitstoot.

Vooral de laatste twee blijken een taai beestje te zijn, omdat zij ingrijpen in onze bestaande infrastructuur. Dat er dankzij overheidsondersteuning goede vooruitgang wordt geboekt op het vlak van elektriciteitsproductie is dan ook vooral omdat het hier gaat om nieuwbouw vaak (of ombouw) en de weerstand van bestaande infrastructuur niet in de weg zit.

Dat de CO2 uitstoot de laatste jaren is afgevlakt mag dan al positief zijn, het probleem is dat hij nog steeds op recordhoogten staat. De symtomen van de opwarming duiken steeds duidelijker op en dan vooral op extreme plaatsen. Of het nu in Spitsbergen is waar het permafrost begint te ontdooien en mensen letterlijk door hun huis zakken of het grote Barriere rif in Australië dat in record tempo aan het afsterven is, de signalen zijn overduidelijk.

Dat mensen bezorgd zijn door de talloze populisten die de macht grijpen zoals dhr. Trump die hun super bommen niet aarzelen te gebruiken de verandering van ons klimaat is vele malen ingrijpender dan dit soort figuren. De lange termijn effecten werken veel langer door en zijn ook quasi onomkeerbaar. De wereld die wij gaan achterlaten voor komende generaties zal unieke uitdagingen kennen die de mensheid nog nooit heeft gekend gezien zijn jonge leeftijd. Maar dat is een onderwerp voor anderen.

Ondertussen gebeuren er in onze sector ook opvallende zaken, het opdoeken van de centrale van Langerlo gaat nog niet zonder slag of stoot en de huidige manager en zijn Letse aandeelhouder doen nog een ultieme poging om te redden wat er te redden valt. Het streven is trouwens nobel want de site heeft zeker een toegevoegde waarde. Alleen vrees ik dat de wind verkeerd staat en dat ieder wanhoopsidee gedoemd is om te mislukken gezien de wil in Brussel niet meer aanwezig is om met de huidige eigenaar verder te gaan.

Nu was het nieuws vorig jaar van de overname van de oude Eon centrale ook wel opvallend, eerst German Pallets dat ook al op omvallen stond en daarna nog een onbekendere partij uit Estland. De financiële draagkracht van dit soort partijen is gewoonweg veel te klein om zo’n grote oude kolencentrale om te bouwen en vooral het risico is veel te groot. Zelfs de grootste energiebedrijven in Europa wagen zich bijna nooit aan grote houtverbranders met uitzondering recent in Nederland.

Nu grijpt men het Nederlands voorbeeld aan om te zeggen dat het wel kan, maar hier gaat men toch wel heel kort door de bocht gezien deze centrale niet volledig worden omgebouwd, maar nog steeds ook kolen blijven verbranden. Dat de Nederlandse overheid dergelijke lapmiddelen gebruikt om toch maar zijn doelstelling te halen tegen 2020 is vooral te wijten aan het feit dat men achterloopt op zijn doelstellingen. De miljarden die letterlijk door de schoorsteen worden verbrand aan hout hebben geen enkel lange termijn voordeel, in tegendeel. Men pompt nog meer CO2 de lucht in, maar gezien de huidige lage prijs voor CO2 per ton een verwaarloosbare factor.

Vlaanderen en trouwens de meeste landen nemen bewust afstand van dergelijke praktijken en terecht. Alleen moeten we ook kijken wat Nederland wel goed doet en dat is ook bemoedigend. Een duidelijk doel gesteund met de nodige middelen resulteert in een duidelijke uitbouw van vele zon- en windparken. De succesvolle veiling van windmolens op zee heeft heel de wereld met verstomming geslagen en wie weet wat er nog komt.

De meest recente opvallende winnaar in het rijtje van windmolenparken op zee is ENBW in Duitsland dat een vergunning heeft gewonnen zonder 1 euro subsidie te vragen. Deze gewaagde zet is gebaseerd op andere aannamen voor de toekomst. Men gokt volledig op het feit dat de elektriciteitsprijs op de stroombeurzen tegen 2025 fors gaat stijgen en dat de kosten om wind uit te baten op zee nog gaan dalen. De kans dat dit gebeurt is trouwens zeer reëel gezien de toekomstige tekorten aan grootschalige productie, alleen blijft het gokken.

Deze bedrijven gaan zich in de schulden steken en de banken gaan onderpanden eisen gezien de subsidie onbestaande is. Voor een bank is het gewoonweg onmogelijk om op een veronderstelling van hogere stroombeursprijzen een lening te geven. Toch is het positief dat dit gebeurt zodat overheden begrijpen dat men volluit kan en moet kiezen voor duurzaam en dat dit ook de goedkoopste weg is. De decennia lange subsidie stroom voor fossiele brandstoffen heeft vele honderden miljarden gekost om nog maar niet te spreken van de milieukost (en gezondheid) die nog gaat komen. Kernenergie heeft nog steeds subsidie nodig ook al bestaat zij al meer dan vijftig jaar.

We mogen blij zijn dat bedrijven als ENBW in Duitsland hun nek uitsteken en dit grote risico nemen alleen is het af te wachten of men niet te snel conclusies gaat nemen aan dergelijke stunten. Als overheden nu te snel hun beleid weer gaan aanpassen dreigen we de groei wel eens te laten stoppen in plaats van te versnellen. Wind en zon kunnen op termijn wellicht leven van de stroombeursprijs (als deze boven de 70 euro per MWh gaat), maar dan niet zonder korte en lange termijn opslag.

De overheden dienen te begrijpen dat zonder nieuwe infrastructuur, zoals we ook na de oorlog hebben uitgebouwd voor bijvoorbeeld onze havens en wegeninfrastructuur, de duurzame uitbouw voor een deel een dode letter zal blijven. De uitstoot van CO2 is bij wijze van spreken nog geen ton gedaald en dat bewijst dat er nog bouwblokken ontbreken, maar ook een grote gedragsverandering van iedereen zal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de komende generaties ook nog in normale omstandigheden kunnen leven.

Een week van verandering

Op zich is verandering een constante in het leven, maar veel mensen houden er niet van. Dat onze sector onderhevig is aan grote veranderingen is geen nieuws alleen merk je dat de overheden steeds meer beginnen te twijfelen aan de mars voorwaarts. Bijna onopgemerkt ging vorige week het nieuws voorbij dat we vorig jaar weer een record hoeveelheid benzine/olie gebruikt hebben.

Het nieuws dat de economie groeit, maar de uitstoot niet meer durf ik echt in vraag te stellen gezien de lange termijn voorspellingen van het Internationaal Energieagentschap nog een grote stijging zien van de dagelijkse behoeften aan olie de komende twee decennia. Zolang deze grafiek niet wordt bijgesteld is het logisch om uit te gaan van een stijging van de uitstoot, in ieder geval wat betreft het gebruik van fossiele brandstoffen.

Natuurlijk kunnen we ons verbruik reduceren door onze huizen beter te isoleren en onze lokale mobiliteit te verduurzamen alleen compenseert dat bij verre niet de stijging van de welvaart en dus het gebruik van energie. De verdubbeling van de bevolking van Afrika de komende decennia en de verwachte stijging van hun welvaart (die nodig is om de exodus van vluchtelingen te stoppen) zijn dergelijk grote getallen dat iedere efficientie verbetering in ons deel van de wereld dit niet kan stoppen.

Is het dan niet mogelijk om de verwachte stijging van uitstoot te stoppen op wereldschaal? Dit is wel degelijk mogelijk alleen niet realistisch gezien de olie exporterende landen zich niet zomaar gaan laten wegduwen gezien hun Bruto Nationaal Product enorm afhangt van deze opbrengsten. Zelfs een zogenaamd duurzaam land als Noorwegen drijft op een zee van olie en gas en zonder deze zou hun begroting er anders uit zien (ook al sparen zij een groot deel van deze inkomsten voor de toekomst wat als een voorbeeld mag gezien worden).

Als de landen die fossiele brandstof exporteren niet als eerste zeggen we stoppen met alles uit de grond te halen dan lijkt me een transitie naar duurzamere vormen van energie alleen mogelijk door te blijven subsidieren. Gelukkig zijn er ook positieve tekenen dat bijvoorbeeld zonnepanelen al bijna zonder subisidie kunnen (vooral kleinschalig), maar de geïnstalleerde capaciteit is toch eerder zeer bescheiden te noemen (voor zon).

Ondertussen beginnen in Nederland de formatie gesprekken en deze beloven interessant te worden mocht Groenlinks erbij komen, niet omdat ik enige voorkeur heb voor wie dan ook, maar vooral omdat hun accenten ver weg liggen bij sommige van de andere mogelijke coalitiepartners. Een kabinet met Groenlinks zou kunnen betekenen dat Nederland zijn beschamende plaats in de duurzame ranking kan doen vergeten met een ambitieus plan waarin echte keuzes gemaakt worden voor de komende generaties.

Of het realistisch is zal de nabije toekomst uitmaken, maar het zou ook de conservatieve partijen sieren mochten ze durven kiezen voor een trendbreuk en afstappen van onze fossiele verslaving.

Terugkomend op de energiemarkt in België was afgelopen week behoorlijk rustig behalve dan de dagelijkse stroom van persberichten vanuit het kabinet van de Vlaamse energieminister. Een geslaagd initiatief vind ik wel de gelanceerde Zonnekaart die burgers ertoe kan aanzetten om na te denken over zonnepanelen op hun dak. Op voorwaarde natuurlijk dat de ondersteunende software wel betrouwbaar is en de app/toepassing echt werkt.

Een belangrijkere mededeling kwam uit Nederland door Tennet, de hoogspanningsnetwerkbeheerder, om een North Sea Power Hub te bouwen die op termijn in staat moet zijn om 30 GW aan windmolenparken op zee aan te sluiten. Het zijn dit soort initiatieven die in de juiste richting wijzen gezien ze mede (deel)oplossingen bieden voor de lange termijn.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...