Energy market in Europe

Roaming weg in Europa: goed voor je geld, slecht voor het klimaat

Deze week stond de telecom sector positief in het licht doordat de al zo lang vergruisde roaming tarieven eindelijk werden afgeschaft binnen de Europese Unie en nog enkele andere landen (voor ingewijden de Rip of Surchages)

Europa en zijn ambtenaren mogen zich terecht een pluim op de hoed steken, ook al heeft het nog enkele jaren te lang geduurd door het succesvolle lobby werk van een aantal operatoren. Door de explosie van gebruik van data heeft men zich uiteindelijk toch neergelegd bij deze maatregel, want men denkt een nieuwe marge bron te hebben gevonden.

Paradoxaal genoeg kunnen ze wel eens gelijk krijgen, daar de vraag naar bytes jaarlijks meer dan verdubbelt door onze wens om constant op onze slimme telefoon naar filmpjes te willen kijken. Deze hersenloze activiteit vreet nu eenmaal data en zo zitten we allemaal op de eerste rij als er weer eens iets gebeurd in Verwegiestan.

Maar dit voyeurisme komt met een prijs, iedere doorsnee Google sessie (20 minuten+) verbruikt zoveel als een ketel water tot kook te brengen en hier wringt dan ook het schoentje. In tijden waar iedereen eendrachtig roept dat wij in tegenstelling tot dhr. Trump het klimaatakkoord van Parijs wel even zullen bereiken, is het goedkoop maken van instant online kennis in tegenspraak.

Beslissingen kunnen met de beste intenties worden genomen, maar kunnen ook de meest verschrikkelijke gevolgen kennen. Het stimuleren van consumptie zit in de kern / het bloed van ons economisch model. Het willen van meer is niet te stoppen, en zo wordt onze byte dus steeds goedkoper, maar verbruiken we jaarlijks ook steeds meer.

Dat een aantal studies allang hebben aangetoond dat het online kijken jonge kinderen dom maakt en afstompt is geen reden, maar wel een aandachtspunt. Erger nog is het feit dat men niet lijkt te snappen waar energie efficientie om lijkt te gaan. Het gaat om zuiniger omspringen met de middelen van de aarde en dat begint natuurlijk bij onszelf. Nu hou ik er niet van om met vingertjes te wijzen en dus dienen we in oplossingen te blijven denken.

Bewust maken is al één ding en het zou de overheid sieren mochten ze duidelijk maken hoeveel energie er nodig is voor wat, zodat mensen minstens weten wat hun verantwoordelijkheid is en wat ze er zelf kunnen aan doen.

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam op een namiddag georganiseerd door Energiea (dagelijkse nieuwsbrief van het FD) waar onder andere Dhr. Nijpels kwam uitleggen waar Nederland met het energiebeleid, en dan vooral met de verduurzaming ervan, toe gaat. Er was ook nog een korte speech van een directeur van een groot energiebedrijf die mij enigszins naast de kwestie leek te praten. In plaats van concrete voorstellen over het bijvoorbeeld sluiten van de kolencentrales die massaal veel broeikasgassen uitstoten, had hij het over de oneerlijke verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven en dan vooral de industrie. Een aantal beloftevolle jonge bedrijven mocht in een korte presentatie hun dienst of product toelichten, en dit was bij verre het meest interessante van de namiddag. De afsluitende presentatie van Remco De Boer zette iedereen weer netjes met de voeten op de grond door te stellen dat we helemaal niet richting Parijs aan het gaan zijn.

Een zeer correcte analyse, maar ik vrees dat hij een roepende in de woestijn is en dat er niet echt niemand luistert in Den Haag. Dit laatste is ook lastig, want er is nog geen nieuwe regering en de bestaande regeert vooral naar de waan van de dag. Het aanstellen van een Belgische informateur, in het geval de formatie over het jaar heen gaat, lijkt een goed idee gezien wij in België ruime expertise hebben in het opzetten van onmogelijke coalities met een oneindig geduld (België is toch niet voor niets wereldkampioen regeringsvormen). Indien men toch zou kiezen voor een minderheidskabinet dan zal naar ik vrees de haalbaarheid van het klimaatakkoord van Parijs niet direct dichterbij komen.

Natuurlijk kan men terzake de oneerlijke verdeling van kosten altijd een debat voeren over wie de factuur moet betalen voor de verduurzaming van onze energiehuishouding, maar uiteindelijk zijn we een eenheid. De industrie is geen apart beest, maar is daar om voor ons te produceren, om winst te maken en zo welvaart te creëren.

Ach we weten het allemaal eigenlijk wel, we moeten vooral veel minder gaan produceren en consumeren, want dat is de echte weg naar een duurzame samenleving waar minder schadelijke stoffen de lucht worden uitgestoten. De hete brij wordt in debatten vaak zorgvuldig vermeden en men presenteert vooral technische oplossingen die inderdaad ons energieverbruik zullen gaan vergroenen. Als we echter op het huidige niveau producten blijven produceren dan is wat wij in onze sector doen een maat voor niets.

Dit is geen discussie die onze sector zelf of alleen kan voeren, vermits wij gewoon de energie beschikbaar maken die anderen nodig hebben. Dat de discussie maatschappelijk al wordt gevoerd en alleen maar in belang gaat toenemen is 100% zeker. Goede nieuws is dat we door een echte verduurzaming van de economie, in combinatie met een beperking van de bevolkingsgroei onze voetafdruk zeker naar een aanvaardbaar niveau zouden moeten kunnen krijgen voor het einde van deze eeuw.

Klimaat op de agenda of niet?

Dat er deze dagen weer veel over het klimaat wordt gepraat heeft wellicht in de eerste plaats met het mooie weer te maken waarvan wij nu aan het genieten zijn en in mindere mate met de G7 top in Toarmina op Sicilië.

Dat de zeven rijkste landen onder andere klimaat op de agenda hebben staan is zeker positief te noemen gezien de hoogdringendheid van het onderwerp en vooral de acties die erop moeten volgen. Het is jammer dat de ogen wederom gericht zijn op de Verenigde Staten en dan vooral zijn flamboyante afgevaardige zijnde Dhr. Trump.

Dat hij geen kleur wilt bekennen of beter gezegd gewoon niet wilt zeggen wat hij denkt is wellicht eerder te danken aan het feit dat hij zich diplomatiek probeert te gedragen en hij zorgvuldig het juiste moment afwacht om uit het klimaatakkoord te stappen.

De regeringsleiders van Europa vertalen zijn zwijgen als positief alleen lijkt me dat vrij naïef, want de beste man heeft tot nu toe steeds geprobeerd om uit te voeren wat hij tijdens de verkiezingscampagne heeft gezegd. Vooral in eigen land heeft hij het moeilijk om zijn “beleid” van oneliners uit te voeren en minstens zoveel binnen zijn eigen partij als er buiten.

De gebroken werkweek(donderdag feestdag) zorgt ook voor extra aandacht gezien mensen nu ook de tijd hebben om het nieuws te zien en erover te praten, filosoferen en mogelijke gevolgen te bekijken van de weg voorwaarts in onze sector.Op zich staan er al veel goede intenties op papier en ongeacht de politieke kleur wilt iedereen de omslag maken naar een duurzame energiehuishouding.

Alleen de prijs die we gaan betalen is nog niet duidelijk naar boven gekomen en het is ook zeer twijfelachtig dat men deze gaat accepteren. Buiten het puur financiële aspect van de nodige investeringen vergt het vooral een nieuwe industriële revolutie die ook voelbaar zal zijn in de manier waarop wij leven.

De afgrond van onze huidige consumptiemaatschappij komt steeds dichterbij ook al versnellen we nog steeds het consumptiegedrag. De noodzaak voor de groei van de overheidsbegroting is zo groot gezien de behoeften (lees begrotingstekorten wegwerken, geld in oorlog, pensioenen, infrastructuurinvesteringen, vergrijzingskost, etc.) dat men de economie blijft aanjagen met goedkoop geld (vanuit ECB) om toch maar enige groei te houden en zo ieder jaar meer geld binnen te krijgen.

Ondertussen worden grote statements gemaakt over gratis windmolenparken op zee en aan de andere kant proberen de ontwikkelaars van deze parken het hoofd recht te houden en hopen zij dat de storm gaat leggen. Zeer onwaarschijnlijk overigens want er blijven partijen in de markt Russische roulette spelen doordat ze zon- en windparken bouwen ver onder de kostprijs hopende op een toekomstige stijging van de stroombeurzen.

Het zal de energiebedrijven in moeilijkheden nog verder neerwaarts duwen daar hun hoop om nieuwe verdienmodellen te vinden in de duurzame sector nu als sneeuw voor de zon verdwijnt. Of het Shell was die in Nederland (Borssele wind) zwaar onder kostprijs heeft geboden om zo toch maar een start te maken aan zijn verduurzaming (of toch imago) of Dong die ook een vlucht voorwaarts lijken te nemen het blijft afwachten wat het effect ervan zal zijn. Op zich kan de strategie van Shell en Dong ook werken indien de investering zelf hiermee gelijktijdig gaat dalen en hun verdienste is dan ook dat we uiteindelijk wellicht sneller terug naar de normale marktwerking kunnen gaan.

Geproduceerde elektriciteit verkopen uit zon en wind op de stroombeurzen aan voldoende hoge tarieven zodat de subsidie volledig achterwege kan blijven. Vele critici roepen al lang moord en brand over de zogenaamde onterechte subsidies voor de duurzame sector en alleen hiervoor zal het goed nieuws zijn. Wel heb ik hier een aantal serieuze kanttekeningen bij daar ook de fossiele sector (en kernenergie) mag rekenen op uitgebreide steun (politiek of financieel). Over Hickley Point is al genoeg geschreven, maar de 35 jaar subsidie die al nodig is om deze nieuwe kerncentrales te kunnen bouwen spreekt voor zichzelf. Het is jammer dat we de meeste critici dan ineens niet meer horen. Ook voor olie wordt al decennia lang oorlog gevoerd op vele fronten om het zwarte goud toch maar te laten vloeien in onze richting.

De ontelbare doden, vervuiling en omkoping zijn ook al lang schering en inslag in deze sector waar de grootste olievoorraden dan ook nog eens in handen zijn van dictatoriale regimes waar wij massaal geld naar pompen. Alleen hiervoor zou men een omslag moeten voor willen maken, alleen gebeurt dit best wel in kleine stappen. Olie gaan we nog heel lang nodig hebben, alleen moeten we zo snel mogelijk stoppen om deze in verbrandingsmotoren te gebruiken en er meer zinnige dingen mee doen die meer waarde creëren.

Vlaamse energievisie, digitale meters, Nederlands afscheid van gas

Afgelopen vrijdag werd in Vlaanderen door de bevoegde minister Dhr. Tommelein de Vlaamse energievisie voorgesteld. Deze aanvang bevat een aantal goede accenten, maar is vooral een bevestiging van zaken die we reeds eerder hebben gelezen in diverse andere (vrijblijvende) documenten zoals het klimaatakkoord van Parijs, doelstellingen van 2020/2030 vanuit Europa, etc.

Deze eerste stap is in ieder geval nodig om de uitdagingen nog eens goed te schetsen en nog wat extra elementen naar voren te brengen. Eén van de zaken is de introductie van warmte naast elektriciteit en aardgas als volwaardig alternatief in de toekomst. Datzelfde zie je trouwens in Nederland waar men al een tijdje roept om af te stappen van het aardgas gezien de gasbel in Slochteren zijn einde nadert.

De federatie verantwoordelijke van energieleveranciers (mevr. Van der Laan) in Nederland stelt wel terecht de vraag of roepen alleen ons gaat brengen waar naar toe moeten. Op dat punt dienen we als samenleving en dus ook onze politieke verantwoordelijken harde deadlines in wetten op te nemen zodat er geen twijfel mogelijk is over de noodzaak van deze verandering. Natuurlijk lobbyt iedere sector om zoveel mogelijk uitstel te krijgen, dat zie je in de autosector, de oliesector en zelfs in de offshore windmolensector. Verandering staat nu eenmaal op kracht met continuiteit en dat is nu net wat je nodig hebt om infrastructuurprojecten te financieren.

De roep vanuit de Nederlandse energiesector om uitstel is begrijpelijk gezien voor Nederland het specifiek afstappen van aardgas voor verwarming (en elektriciteitsproductie als basislast energie) enorme aanpassingen vergen waarvoor men nu niet de aangepaste regel-en wetgeving ziet. Als men vanuit de politiek hardop zegt om tegen 2030 af te stappen van aardgas dan moet men dit ook in harde wetten gieten zodat de industrie weet waar hij voor staat en de bevolking inlichten dat dit veel geld gaat kosten.

Het roepen van verandering is rechtmatig en afstappen van onze fossiele verslaving nog meer, alleen moet men tegelijkertijd borgen dat de continuiteit voor de nieuwe technologische keuzes geborgd is via wet-en regelgeving. Dat de lobby van de huidige industrie zich zal verzetten is normaal gezien haar toekomstige dominantie met nieuwe markten verre van zeker is. Neem maar het voorbeeld van Nokia dat in 2005 nog de absolute nummer 1 was in de wereld van mobiele telefonie en volledig de boot van de smartphones gemist heeft en daardoor bijna compleet van de kaart is geveegd.

Of hetzelfde gaat gelden voor de huidige giganten in bijvoorbeeld de oliesector is nog niet zeker, maar een aantal van hun zal op termijn wel verdwijnen. Een omslag maken naar een volledig ander businessmodel is een titanenwerk en moet vroeg beginnen. Het stop en go beleid van een bedrijf als Shell betreffende duurzame energie wijst op twijfel en is nefast voor hun lange termijn overleving. Datzelfde geldt trouwens ook voor bedrijven in onze sector die overwegend laat tot zeer laat het geweer van schouder hebben veranderd. Hoe dominant men was vanuit hun historisch monopolie hoe kwetsbaar men is in de nieuwe hernieuwbare energiesector.

Dat een bedrijf als Engie slechts recent onder de nieuwe leiding van mevrouw Kochner een begin heeft gemaakt naar duurzame energie is symtomatisch voor vele gelijkaardige bedrijven en hun marktaandeel in opgesteld vermogen is dan ook klein te noemen (in vergelijking met hun klassieke productie van kernenergie, gas- of kolencentrales). Natuurlijk zijn er ook andere zoals Dong energy en Enel die wel al eerder keuzes hebben gemaakt en daar vandaag de vruchten van plukken. Ook in de lage landen werkte Eneco al eerder dan de anderen aan de uitbouw van zijn duurzame productie gezien ze zelf historisch gezien geen noemenswaardige positie hadden in grootschalige elektriciteitsproductie.

Terugkomend op de Vlaamse energievisie stelt men terecht in de lange inleidende tekst dat de echte keuzes samen moeten gemaakt worden met de andere regio’s en onze buurlanden. Het is wel jammer dat in het document nergens een aanvang wordt gemaakt van het zichtbaar maken van doelen, bijvoorbeeld een jaarlijks objectief als voorbeeld had al enige ambitie naar voren kunnen brengen of het nu op het vlak van warmte, besparing of hernieuwbare energie had geweest. “Put your money where you mouth is” blijft belangrijk en net zoals in de mooie teksten van onze Nederlandse vrienden ontbreekt de onderbouwing en cijfermatige berekening in dit stadium wat op zich geen probleem hoeft te zijn gezien correct gemeld wordt dat dit later nog dient te gebeuren.

De opsomming van de volgende acties is wel nuttig en het is te hopen dat het interfederaal energiepact dan ook meer zal zijn en echte bindende doelstellingen per jaar en per regio inclusief technologische keuzes, begroting en financieringsmethoden.

Er staan ook wel wat contradicties in de tekst daar aan de ene kant er gevraagd wordt van de industrie om zich aan te passen en dat een realistische CO2 prijs per ton nodig is hiervoor, maar anderzijds wordt geschreven dat dit de concurrentiele positie niet mag aantasten. Volgens mij zal de aanpassing naar een duurzame manier van leven die houdbaar is voor zowel flora en fauna niet kunnen zonder aanpassing van onze gewoonten en dit op een verregaande wijze. Hier zit de grootste valkuil nu het duidelijk wordt dat we het laag hangend fruit zo goed als opgebruikt hebben en de volgende keuzes wijzigingen zullen betekenen in de manier waarop wij leven.

Samen sterk

Dat Vlamingen graag hun dingen zelf regelen wordt vaak bevestigd in cliches en natuurlijk is er ook een grond van waarheid in deze stelling. Vooral in onze bouwgewoonten komt deze eigenschap extreem naar buiten gezien onze spreekwoordelijke baksteen in de maag. De eindeloze lintbebouwingen met individuele huizen wijzen ons jammer genoeg niet in de richting van de toekomst.

Dat een groot deel van de bevolking tegen 2040 in een stad woont lijkt jaar na jaar meer bewaarheid te worden ook al is het voorspellen van de toekomst zeker geen exacte wetenschap. Vanuit energetisch oogpunt en efficientie zijn er zeker grote voordelen om dicht bij elkaar te gaan wonen. Dat brengt wel direct een probleem met zich mee dat mensen die in steden wonen niet voor hun eigen energieproductie gaan zorgen. Op zich hoeft dat ook helemaal niet want de waarheid ligt zoals vaak in het midden.

Ook in energieproductie geldt dat schaalgrootte helpt om efficientie voordelen te bereiken dus iedereen eigen producent is wellicht de wens van betrokken partijen die dan materiaal kunnen leveren, maar voor een samenleving verre van de ideale oplossing.

Hetzelfde geldt op dit ogenblik voor die bedrijven die moord en brand roepen dat offshore wind de oplossing is, ook hier ligt de waarheid in het midden en zelfs meer naar de andere kant. Offshore wind is een schakel in een toekomstige energiehuishouding, maar niet meer dan dat. Er kunnen zeker landen en regio’s zijn die meer uit wind op zee zullen halen dan anderen, maar het verkopen als het Eureka moment is er ver over.

Net zoals het megalomane idee van enige jaren geleden om alle zonnepanelen in de Sahel te gaan zetten en zo elektriciteit over grote afstanden te gaan vervoeren. Theoretisch perfect mogelijk alleen praktisch perfect onwenselijk. Ook bij ons roepen velen in slogans, elektrisch autorijden is ineens de totaal oplossing terwijl men er niet bij zegt dat dit vandaag onmogelijk is en zelfs niet wenselijk. Onze spreekwoordelijke eieren in één mand leggen is ziek blijven in hetzelfde bedje. Onze fossiele verslaving vervangen door een lithium verslaving bijvoorbeeld is de weg naar nog meer miserie.

Dat neemt niet weg dat al deze technologieën een deeltje van de puzzel zijn. Ook vanuit de politiek roept men vrolijk mee want ineens is wind op zee gratis geworden, fantastisch toch, maar gelooft u dit nu echt? Natuurlijk zijn er schaalvoordelen en zoals iedereen hoop ik ook dat windmolens dezelfde weg op gaan als zonnepanelen qua prijs alleen is de euforie veel te voorbarig.

De consessies die in Duitsland nu gratis zijn weggegeven zonder subsidie hebben in de details van hun contract genoeg ontsnappingsmogelijkheden waardoor het verre van zeker is dat deze parken er ooit gaan komen. Als de elektriciteitsprijs tegen 2023 niet fors is gestegen (lees het dubbel minstens) dan zal men deze concessies gewoon niet uitvoeren en de boete van 60 miljoen euro betalen.

De paradox is zelfs dat dit huidige goede nieuws ervoor kan zorgen dat we grote vertraging gaan oplopen in wind op zee want iedereen denkt ineens het licht gezien te hebben. Wij in Vlaanderen/België zouden beter moeten weten, gratis bestaat niet, niet zoals bussen draaien windmolens niet op liefde.

Erger is nog dat beleidskeuzes kunnen wijzigen door deze euforie, bijvoorbeeld lopen we het risico dat men de moeilijke zoektocht naar goede locaties op land voor wind gaat laten voor wat het is en alles op zee gaat concentreren. De industrie die betrokken is bij het bouwen van windmolens op zee zal dit zeker stimuleren alleen weet ik niet of ze nu zo blij moeten zijn met dergelijke tendens want de risico’s nemen ook toe.

Ondertussen zorgt onze sector in ieder geval wel voor een gevoel van solidariteit, maar liefst een kwart miljoen gezinnen kopen samen energie aan. Dat dit vooral komt uit gemakzucht wordt er wel bijgezegd want zelf zoeken naar de beste leverancier vergt enige inspanning. Ook al hebben we al jaar en dag de uitstekende online tool van de VREG genaamd de V-test. Het blijft positief dat de gezinnen wakker zijn, alleen dat constante hameren op de prijs heeft zo zijn gevolgen voor de waardering voor het product. De wil om er meer voor te betalen is niet groot en de klaagmuur is nooit ver weg.

De fusie tussen Eandis en Infrax wordt dan ook vooral verkocht met het argument dat onze factuur erdoor gaat zakken en dat is weer meer van de zelfde perceptie, prijs, prijs, prijs. Overigens nodig ik u uit om na de fusie even met mij uit te rekenen hoe groot de besparing zal zijn. Deze zal volledig teniet gedaan worden door de verwachte investeringen die nodig zijn om ons net slim te maken en vooral klaar voor de toekomst waar sommige zeggen dat we al onze wagens even aan de stekker gaan hangen. De “Internet of Things” zal hard nodig zijn om nog maar een deel van deze droom werkelijkheid te kunnen maken.

Duurzame sector schiet in alle richtingen, maar gaat vooruit

Dat er in Europa gezamelijke doelstellingen zijn afgesproken om tegen 2020 en 2030 een groter aandeel van duurzame energie te bekomen is door iedereen wel min of meer geweten. Datzelfde geldt trouwens voor energie efficientie en de vermindering van CO2 uitstoot.

Vooral de laatste twee blijken een taai beestje te zijn, omdat zij ingrijpen in onze bestaande infrastructuur. Dat er dankzij overheidsondersteuning goede vooruitgang wordt geboekt op het vlak van elektriciteitsproductie is dan ook vooral omdat het hier gaat om nieuwbouw vaak (of ombouw) en de weerstand van bestaande infrastructuur niet in de weg zit.

Dat de CO2 uitstoot de laatste jaren is afgevlakt mag dan al positief zijn, het probleem is dat hij nog steeds op recordhoogten staat. De symtomen van de opwarming duiken steeds duidelijker op en dan vooral op extreme plaatsen. Of het nu in Spitsbergen is waar het permafrost begint te ontdooien en mensen letterlijk door hun huis zakken of het grote Barriere rif in Australië dat in record tempo aan het afsterven is, de signalen zijn overduidelijk.

Dat mensen bezorgd zijn door de talloze populisten die de macht grijpen zoals dhr. Trump die hun super bommen niet aarzelen te gebruiken de verandering van ons klimaat is vele malen ingrijpender dan dit soort figuren. De lange termijn effecten werken veel langer door en zijn ook quasi onomkeerbaar. De wereld die wij gaan achterlaten voor komende generaties zal unieke uitdagingen kennen die de mensheid nog nooit heeft gekend gezien zijn jonge leeftijd. Maar dat is een onderwerp voor anderen.

Ondertussen gebeuren er in onze sector ook opvallende zaken, het opdoeken van de centrale van Langerlo gaat nog niet zonder slag of stoot en de huidige manager en zijn Letse aandeelhouder doen nog een ultieme poging om te redden wat er te redden valt. Het streven is trouwens nobel want de site heeft zeker een toegevoegde waarde. Alleen vrees ik dat de wind verkeerd staat en dat ieder wanhoopsidee gedoemd is om te mislukken gezien de wil in Brussel niet meer aanwezig is om met de huidige eigenaar verder te gaan.

Nu was het nieuws vorig jaar van de overname van de oude Eon centrale ook wel opvallend, eerst German Pallets dat ook al op omvallen stond en daarna nog een onbekendere partij uit Estland. De financiële draagkracht van dit soort partijen is gewoonweg veel te klein om zo’n grote oude kolencentrale om te bouwen en vooral het risico is veel te groot. Zelfs de grootste energiebedrijven in Europa wagen zich bijna nooit aan grote houtverbranders met uitzondering recent in Nederland.

Nu grijpt men het Nederlands voorbeeld aan om te zeggen dat het wel kan, maar hier gaat men toch wel heel kort door de bocht gezien deze centrale niet volledig worden omgebouwd, maar nog steeds ook kolen blijven verbranden. Dat de Nederlandse overheid dergelijke lapmiddelen gebruikt om toch maar zijn doelstelling te halen tegen 2020 is vooral te wijten aan het feit dat men achterloopt op zijn doelstellingen. De miljarden die letterlijk door de schoorsteen worden verbrand aan hout hebben geen enkel lange termijn voordeel, in tegendeel. Men pompt nog meer CO2 de lucht in, maar gezien de huidige lage prijs voor CO2 per ton een verwaarloosbare factor.

Vlaanderen en trouwens de meeste landen nemen bewust afstand van dergelijke praktijken en terecht. Alleen moeten we ook kijken wat Nederland wel goed doet en dat is ook bemoedigend. Een duidelijk doel gesteund met de nodige middelen resulteert in een duidelijke uitbouw van vele zon- en windparken. De succesvolle veiling van windmolens op zee heeft heel de wereld met verstomming geslagen en wie weet wat er nog komt.

De meest recente opvallende winnaar in het rijtje van windmolenparken op zee is ENBW in Duitsland dat een vergunning heeft gewonnen zonder 1 euro subsidie te vragen. Deze gewaagde zet is gebaseerd op andere aannamen voor de toekomst. Men gokt volledig op het feit dat de elektriciteitsprijs op de stroombeurzen tegen 2025 fors gaat stijgen en dat de kosten om wind uit te baten op zee nog gaan dalen. De kans dat dit gebeurt is trouwens zeer reëel gezien de toekomstige tekorten aan grootschalige productie, alleen blijft het gokken.

Deze bedrijven gaan zich in de schulden steken en de banken gaan onderpanden eisen gezien de subsidie onbestaande is. Voor een bank is het gewoonweg onmogelijk om op een veronderstelling van hogere stroombeursprijzen een lening te geven. Toch is het positief dat dit gebeurt zodat overheden begrijpen dat men volluit kan en moet kiezen voor duurzaam en dat dit ook de goedkoopste weg is. De decennia lange subsidie stroom voor fossiele brandstoffen heeft vele honderden miljarden gekost om nog maar niet te spreken van de milieukost (en gezondheid) die nog gaat komen. Kernenergie heeft nog steeds subsidie nodig ook al bestaat zij al meer dan vijftig jaar.

We mogen blij zijn dat bedrijven als ENBW in Duitsland hun nek uitsteken en dit grote risico nemen alleen is het af te wachten of men niet te snel conclusies gaat nemen aan dergelijke stunten. Als overheden nu te snel hun beleid weer gaan aanpassen dreigen we de groei wel eens te laten stoppen in plaats van te versnellen. Wind en zon kunnen op termijn wellicht leven van de stroombeursprijs (als deze boven de 70 euro per MWh gaat), maar dan niet zonder korte en lange termijn opslag.

De overheden dienen te begrijpen dat zonder nieuwe infrastructuur, zoals we ook na de oorlog hebben uitgebouwd voor bijvoorbeeld onze havens en wegeninfrastructuur, de duurzame uitbouw voor een deel een dode letter zal blijven. De uitstoot van CO2 is bij wijze van spreken nog geen ton gedaald en dat bewijst dat er nog bouwblokken ontbreken, maar ook een grote gedragsverandering van iedereen zal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de komende generaties ook nog in normale omstandigheden kunnen leven.

Een week van verandering

Op zich is verandering een constante in het leven, maar veel mensen houden er niet van. Dat onze sector onderhevig is aan grote veranderingen is geen nieuws alleen merk je dat de overheden steeds meer beginnen te twijfelen aan de mars voorwaarts. Bijna onopgemerkt ging vorige week het nieuws voorbij dat we vorig jaar weer een record hoeveelheid benzine/olie gebruikt hebben.

Het nieuws dat de economie groeit, maar de uitstoot niet meer durf ik echt in vraag te stellen gezien de lange termijn voorspellingen van het Internationaal Energieagentschap nog een grote stijging zien van de dagelijkse behoeften aan olie de komende twee decennia. Zolang deze grafiek niet wordt bijgesteld is het logisch om uit te gaan van een stijging van de uitstoot, in ieder geval wat betreft het gebruik van fossiele brandstoffen.

Natuurlijk kunnen we ons verbruik reduceren door onze huizen beter te isoleren en onze lokale mobiliteit te verduurzamen alleen compenseert dat bij verre niet de stijging van de welvaart en dus het gebruik van energie. De verdubbeling van de bevolking van Afrika de komende decennia en de verwachte stijging van hun welvaart (die nodig is om de exodus van vluchtelingen te stoppen) zijn dergelijk grote getallen dat iedere efficientie verbetering in ons deel van de wereld dit niet kan stoppen.

Is het dan niet mogelijk om de verwachte stijging van uitstoot te stoppen op wereldschaal? Dit is wel degelijk mogelijk alleen niet realistisch gezien de olie exporterende landen zich niet zomaar gaan laten wegduwen gezien hun Bruto Nationaal Product enorm afhangt van deze opbrengsten. Zelfs een zogenaamd duurzaam land als Noorwegen drijft op een zee van olie en gas en zonder deze zou hun begroting er anders uit zien (ook al sparen zij een groot deel van deze inkomsten voor de toekomst wat als een voorbeeld mag gezien worden).

Als de landen die fossiele brandstof exporteren niet als eerste zeggen we stoppen met alles uit de grond te halen dan lijkt me een transitie naar duurzamere vormen van energie alleen mogelijk door te blijven subsidieren. Gelukkig zijn er ook positieve tekenen dat bijvoorbeeld zonnepanelen al bijna zonder subisidie kunnen (vooral kleinschalig), maar de geïnstalleerde capaciteit is toch eerder zeer bescheiden te noemen (voor zon).

Ondertussen beginnen in Nederland de formatie gesprekken en deze beloven interessant te worden mocht Groenlinks erbij komen, niet omdat ik enige voorkeur heb voor wie dan ook, maar vooral omdat hun accenten ver weg liggen bij sommige van de andere mogelijke coalitiepartners. Een kabinet met Groenlinks zou kunnen betekenen dat Nederland zijn beschamende plaats in de duurzame ranking kan doen vergeten met een ambitieus plan waarin echte keuzes gemaakt worden voor de komende generaties.

Of het realistisch is zal de nabije toekomst uitmaken, maar het zou ook de conservatieve partijen sieren mochten ze durven kiezen voor een trendbreuk en afstappen van onze fossiele verslaving.

Terugkomend op de energiemarkt in België was afgelopen week behoorlijk rustig behalve dan de dagelijkse stroom van persberichten vanuit het kabinet van de Vlaamse energieminister. Een geslaagd initiatief vind ik wel de gelanceerde Zonnekaart die burgers ertoe kan aanzetten om na te denken over zonnepanelen op hun dak. Op voorwaarde natuurlijk dat de ondersteunende software wel betrouwbaar is en de app/toepassing echt werkt.

Een belangrijkere mededeling kwam uit Nederland door Tennet, de hoogspanningsnetwerkbeheerder, om een North Sea Power Hub te bouwen die op termijn in staat moet zijn om 30 GW aan windmolenparken op zee aan te sluiten. Het zijn dit soort initiatieven die in de juiste richting wijzen gezien ze mede (deel)oplossingen bieden voor de lange termijn.

Nederland heeft gekozen

Een zucht van verlichting ging door Europa nu Nederland behoudend heeft gekozen en het populisme niet massaal is doorgebroken. Opvallend was vooral de goede scores van traditioneel kleinere partijen zoals Groenlinks of Partij voor de dieren. Ook D66 ging er goed op vooruit en zelfs een kleine partij als CU ging volluit voor een verduurzaming van de samenleving.

Ongeacht het feit dat de laatste debatten enige aandacht gaven aan het milieu en klimaat ging de meeste aandacht tot nu toe uit naar thema’s die de dag beheersten. Dat Groenlinks 100 miljard euro extra in een duurzame samenleving wilt pompen is terecht en nobel alleen in de aanstaande coalitie gesprekken zal hier in het beste geval een compromis gevonden worden. Natuurlijk weet niemand vandaag hoe zo’n coalitie er gaat uit zien gezien de ingewikkelde uitkomst van de verkiezingen. Het begint een beetje op België te lijken waar de versplintering van het politieke landschap al vele jaren geleden begonnen is en het vormen van een coalitie steeds moeilijker wordt.

Zoals gezegd is er tijdens deze campagne zeer weinig aandacht geweest in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen door enerzijds de zogenaamde rivaliteit tussen dhr. Rutte en Wilders (die er geen geworden is) en de enorme binnen-en buitenlandse media aandacht en anderzijds de retoriek vanuit Turkije die hun intern referendum op een klassieke manier hebben geëxporteerd. Zoek een externe “vijand” als bliksemafleider, roep hard en je krijgt massa media aandacht en zo kan je nationalistische gevoelens in een volk wakker maken. En bingo je kansen verhogen om een niet populair referendum mogelijk te maken.

Frappant dat de media dit niet doorziet als een politieke zet zonder inhoud die na de verkiezingen gewoon weer verdwijnt. Men wordt bespeeld en laat het gebeuren en zo wordt de aandacht verlegd van veel belangrijker onderwerpen zoals de klimaatverandering die iedere dag in het nieuws te zien is.

De schrijnende toestanden in Afrika gingen verloren in de verkiezingsretoriek en wat vanuit Amerika komt stemt niet echt gelukkig. De bekendmaking van een eerste ontwerpbegroting van de regering Trump laat zien dat men het budget voor defensie met meer dan 54 miljard dollar jaarlijks optrekt en de budgetten van klimaat en buitenlandse zaken (onder andere ontwikkelingshulp) gaat verminderen. Bommen in de plaats van voedselhulp en dergelijke. Een werkelijk menselijk gelaat, maar het is niet de eerste keer dat dit gebeurt natuurlijk.

En toch is de verduurzaming niet te stoppen wanneer je de verschillende partij programma’s ziet en het is vooral de jeugd die massaal hiervoor kiest. Hoopgevend is ook dat grote bedrijven als Engie/Electrabel ineens het groen licht hebben gezien en nu zelfs overwegen om een bod op te brengen op andere grote spelers zoals Innogy (het voormalige RWE of in ieder geval het afgesplitste gedeelte met klanten en duurzame investeringen). De investeringen in duurzame energie bereiken hoogten die aantonen dat in onze sector nergens meer wordt in ingevesteerd.

Eén van de zaken die nog achterblijft is het rendement versus traditionele energiesectoren zoals de olie en gassector. De duurzame gesubsidieerde markt zit in een spiraal naar beneden tijdelijk door de afname van subsidies, maar ook door positieve elementen zoals lagere investeringskosten in zon en wind per MW. Wat wel verontrustend kan zijn is de stijging van de lange termijn rente die een enorme impact hebben op lange termijn investeringen voor projecten in zon en wind.

Gaat deze verder in stijgende lijn dan zullen veel investeringen die gepland zijn onmogelijk worden en het valt af te wachten of de overheid hier snel genoeg rekening mee houdt. Het verleden in deze nog jonge sector heeft geleerd dat velen beginnen aan projectontwikkeling, maar dat weinigen beseffen dat er de eerste jaren niks mee te verdienen valt. Zelfs bij de bouw van zon- en windparken is het dan ook nog lang wachten op de rendementen gezien men vaak ziet dat de echte cash pas de laatste jaren komt (lees pas na tien-vijftien jaar).

Wat ook opvalt is het gebrek aan visie na de subsidieperiode, zowel voor zon en wind. De goede windlocaties zijn stillaan benomen en binnen een jaar of vijftien gaan deze parken echt niet verdwijnen gezien deze oudere locaties vaak ook de beste zijn. Het is frappant dat de overheden in vele landen niet verder kijken dan de door hun gegeven subsidieperiode en zelfs met vuur spelen gezien vele locaties vaak ook maar voor dezelfde periode gehuurd worden.

Als eigenaar van gronden ga je zeker gebruik maken van het einde van een huurovereenkomst/recht van opstal indien er toch een vervolg zou komen. Dat dit nogmaals kostenverhogend gaat werken ligt voor de hand en zo zal de overheid wederom met nieuwe subsidies over de brug moeten komen. Een vicieuze cirkel als je het mij vraagt en één die mijlenver van een echte marktwerking afstaat.

Aan de andere kant zie ik voorspellingen van internationale experts dat de elektriciteitsprijs na 2020 behoorlijk zou gaan stijgen en al relatief snel richting de 90 euro per MWh zou gaan. Indien dat zo is dan kunnen zon en wind zonder subsidie, alleen gaat de overheid toch mee in bad moeten want een dagprijs/maandprijs/jaarprijs is niet voldoende solide om investeringen op gang te brengen. Nog vele zaken ontbreken in een globale of nationale energievisie en zolang dit het geval is zullen we soms stappen vooruit doen zonder echt te weten of de volgende stappen ook nog mogelijk zijn.

Nederland gaat kiezen

Dat de kiezer deze week in Nederland in de belangstelling staat van heel Europa heeft vooral te maken met de opkomst van mannen met vreemde haarkleuren en vooral hun populistisch discour met verkiezingsprogramma’s van maximum 1 bladzijde. Dat zoiets mogelijk is heeft vooral met de tijdsgeest te maken waar de oneliners heersen zonder afgerekend te worden of deze wel juist zijn of niet.

Woord van het jaar of in ieder geval zinsnede komt toch uit de VS waar één van de belangrijke pilaren van dhr. Trump sprak van alternatieve feiten. Leugens bestaan niet meer, zelfs onwaarheden zijn uit de mode. Wat dit alles met onze sector te maken heeft? Wellicht direct minder, maar ook wij zijn onderhevig aan dit oppervlakkige discours waar zowel rechts als links onze sector gebruiken wanneer het hun uitkomt.

Enkele dagen voor de verkiezingen speelt men vooral in op de angsten van mensen en wordt over zaken zoals klimaat niet meer gesproken. Nochtans is de uitdaging van klimaat oneindig veel groter dan zaken zoals vluchtelingen of vergrijsing. Wanneer het toch gaat over onze sector dan roept de ene partij dat alle kolencentrales snel dicht moeten terwijl de andere roepen dat we dan kolen elektriciteit gaan importeren uit Duitsland.

Buiten de waan van deze dagen is het wellicht belangrijker om na te gaan of bijvoorbeeld de kolencentrales dicht kunnen in Nederland. Het antwoord is vandaag ongetwijfeld positief gezien de vele gascentrales die werkeloos toekijken. Alleen is dat ook geen lange termijn oplossing en hoogstens een overgangsmaatregel. Toch wel één om te overwegen gezien de vele doden die kolencentrales op lange termijn met zich meebrengen door de vervuiling die ze met zich meebrengen.

Sommigen in het debat spreken over schone kolencentrales, omdat ze nieuw of vrij nieuw zijn wat toch wel behoorlijk aan de haren getrokken is. Het kan best zijn dat de efficientie van een nieuwe kolencentrale enkele percenten beter is dan een oude, het blijft dweilen met de kraan open. Om van 36-38 naar 40-42% te gaan of iets hoger bewijst gewoon de slechte verbranding en benutting van dit soort oude fossiele technologieen. Dat iedere grote kolencentrale gewoon een 6+ miljoen ton CO2/NOX blijft uitspuwen is gewoon een vaststaand feit en geen optie voor zelfs de middellange termijn.

De beste keuze zou zijn om ze binnen de paar jaar allemaal te sluiten alleen zal dan een compensatie aan de orde zijn voor die nieuwe centrales en hun eigenaren. Zou wel uitkijken met een vergoeding te betalen en eerder denken aan toekomstige concessies of andere voordelen voor de bouw van duurzame productie.

Men kan zelfs stellen dat indien men een vergoeding zou betalen dit rechtstreeks ook helpt als duurzame energie gezien men vele miljoenen tonnen CO2 uitspaart. Ook zijn soms dezelfde eigenaren nu ook eigenaar van werkeloze gascentrales in hetzelfde land. Neem bijvoorbeeld RWE dat in Nederland zowel kolencentrales heeft als werkeloze gascentrales (bv. Clauscentrale), als zij verplicht worden om een 1000 MW kolencentrale versneld te sluiten, maar daartegen hun vernieuwde 1000 MW gascentrale opnieuw continue kunnen laten werken de compensatie wel eens een stuk goedkoper zou kunnen worden.

Voor de Belgische energiemarkt heeft de verkiezing in Nederland wel degelijk een impact gezien een mogelijke regeringsdeelname van dezelfde partijen continuiteit betekent (niet dat ik dit beter of slechter vind, maar gewoon vaststelling) en een coalitie met nieuwe partijen zoals Groenlinks kan betekenen dat we een andere samenwerking kunnen nastreven (lees meer).

Dergelijk kleine landen als Nederland en België hebben vele voordelen om voor een aantal energie onderwerpen één strategie na te streven zoals we dit in het verleden ook gedaan hebben met kolen en gas. De teloorgang van onze eigen energiebedrijven in België sinds eind jaren tachtig ziet men nu trouwens ook de laatste tien jaar in Nederland. Voor grof geld zijn Essent en Nuon opgegaan in grotere gehelen met als gevolg dat de energiekoers van een land niet meer zelf kan bepaald worden. Eneco lijkt de volgende in dit rijtje nu Rotterdam te kennen heeft gegeven zich te willen terugtrekken als aandeelhouder. De risico’s verbonden aan de vrije markt met de opbouw van veel schulden door investeringen in duurzame energie zijn niet conform aan het risicoschuwe profiel van gemeentelijke aandeelhouders. Begrijpelijk alleen is het verre van zeker dat het alternatief (lees energieproductie volledig in buitenlandse/privé handen) garant staat voor een beter resultaat.

Kijkt men naar de kopers van zowel Essent als Nuon dan kan men niet anders stellen dat deze bedrijven grote moeilijkheden hebben op dit ogenblik en het verre van zeker is dat kleine landen nog hun interesse hebben. De verkiezingen in Nederland zijn op zich niet belangrijk voor onze sector op de lange termijn, maar het valt af te wachten of de positieve ingezette koers in Nederland na de verkiezingen zijn vervolg zal kennen.

Opslag en visie

Vorige week kwam het nieuws dat Engie/Electrabel gaat investeren in een testopstelling voor opslag met batterijen. Er wordt gewerkt naar een 6 MW opstelling wat zeker een goed idee gaat geven van de werking en het gebruik van opslag in het net voor te balanceren. Op korte termijn zijn batterijen zeker nuttig als buffer om zo binnen de dag per uur te gaan kijken of men beter opslaat of injecteert.

De grote aandacht voor opslag via lithium batterijen is toch grotendeels te danken aan Tesla die vorig jaar nog met zijn Powerwall is gekomen en een mogelijk trend voorwaarts heeft gezet. Nu is het nog veel te vroeg om van een doorbraak te spreken en de Powerwall verre van een succes. In de huidige marktwerking en regelgeving is simpelweg niet veel plaats gemaakt voor opslag, maar in de toekomst zou dit moeten gaan veranderen.

Zelf lijkt me de weg voorwaarts dat in de toekomst investeringen in zon en wind hand in hand dienen te gaan met tevens de uitbouw van opslag. Men kan zelfs spreken van een integraal onderdeel om rendabel en vooral efficient iedere geproduceerde groene zon en wind KWh nuttig te gebruiken. In Duitsland heeft men het plafond al lang bereikt waarop zon en wind hun efficientie zien dalen door gebrek aan opslag en andere slimme netwerktoepassingen/software om deze intermitterende stromen optimaal te benutten.

De wet van de remmende voorsprong wordt in Duitsland met zijn Energiewende dan ook duidelijk zichtbaar en we dienen ons goed bewust te zijn dat ieder land hiermee te maken zal krijgen als we meer duurzame energie gaan produceren.

Ondertussen is het vanuit de politiek oorverdovend stil wat betreft een toekomstvisie en keuzes die gemaakt kunnen worden. Het status quo domineert alle geledingen en gelukkig zijn er enkelen die zich daar bewust van zijn. De populisten die schreeuwen naar de goede oude tijd vergeten dat het verleden nooit terug komt. Toch in ieder geval niet het goede deel en is het dus nodig om onze toekomst zelf te bepalen en vooral richting te geven aan onze economie.

Men kan gerust stellen dat energie de belangrijkste drager is van onze economie sinds begin 19de eeuw. De industrialisatie is alleen maar mogelijk geweest dankzij grote hoeveelheden energie uit de bodem en hier komt nu binnen enkele generaties een eind aan. Dat betekent nog niet dat fossiele brandstoffen geen nut meer hebben, maar in ieder geval niet als brandstof voor de energiesector, warmte of onze mobiliteit.

We gaan nog honderden jaren olie nodig hebben als onderdeel van het maken van producten en hier heeft het product olie ook veel meer waarde. Het is eigenlijk een zonde om olie letterlijk te verbranden op de manier dat wij het doen, maar dat komt vooral omdat honderd jaar geleden men dacht dat de voorraden onmetelijk waren en oneindig zouden kunnen gebruikt worden.

In eigen land is het wachten op een energievisie die letterlijk onze economie een extra boost kan geven zodat we met ons eigen geld in onze eigen economie gaan investeren. De gekozen route in België om iedere regio een deelopdracht te geven kan gerust werken gezien de omvang van het werk op voorwaarde dat de onderbouwing van de gekozen routes gesteund zijn op dezelfde formules en werkwijze (bijvoorbeeld zelfde einddoelen definiëren) anders kun je er geen geheel van maken daarna.

Het blijf jammer dat men het laaghangend fruit niet al laat aanpakken door bijvoorbeeld de regulatoren/regelgevers een duidelijk mandaat en macht te geven om wat slecht is uit de markt te drijven. Of het nu het bannen is van stookolie, schouwen waar open haarden zijn op aangesloten verplichten tot het installeren van roetfilters, promoten van warmtepompen en dergelijke, men kan en dient nu actie te nemen willen we letterlijk naar een grote reductie van CO2/CH4/NOX gaan.

Zodra er eind dit jaar een energievisie/pact is met een duidelijke richting dient men een energiecommissaris aan te stellen die over de regio’s heen deze visie gaat uitrollen met de nodige bevoegdheden. De uitrol van een duurzame energiehuishouding dient men in de handen te brengen van één tijdelijke (twintig jaar minstens) commissaris die jaar na jaar, maand na maand de doelstellingen opvolgt en waar nodig bijstuurt. Zonder een gecoördineerde aanpak maken we geen enkele kans om op een efficiente wijze naar minstens 80% reductie van broeikasgassen te gaan tegen 2040/2050.

Dit idee zal waarschijnlijk wel politieke weerstand oproepen om zich te profileren, maar in tegenstelling tot wat sommige roepen doen we wat we zelf doen niet altijd beter en vergt deze sector een volledige samenwerking en integratie. Een wellicht te nobele en naïeve doelstelling in een land als België waar men zich kapot aan het regeren is door een half afgewerkte staatshervorming. Ondertussen ziet men in Nederland wel deze overlegstructuur en worden er resultaten geboekt ook al heeft men een enorme achterstand en vertrekt men zowat van achteren in het peleton. Ook Nederland dient lessen te leren uit de Duitse Energiewende die heeft aangetoond dat reductie van broeikasgassen niet automatisch komt omdat je massaal wind en zon uitrolt. De weg voorwaarts die Nederland nu is aan het implementen maakt het voor mij in ieder geval duidelijk dat ze binnen de vijf jaar verder staan dan België.

Bezoek aan Mainz

Vorige week bracht ik een bezoek aan een proefproject in Mainz dat gebouwd werd door Siemens, het project gaat over duurzame opslag door middel van waterstof. De opstelling heeft een capaciteit van 4,5 tot maximum 6 MW wat het meteen tot één van de grootste proefopstellingen in Europa/wereld maakt voor dergelijke toepassing.

Naast deze opstelling staat ook nog een windmolenpark maar jammer genoeg was dit nog niet direct aangesloten op de waterstofopstelling. De grootschalige test wordt dagdagelijks ook gewoon effectief gebruikt doordat een distributeur het gas komt halen om te leveren aan de lokale overheidsinstellingen (Stadwerke) die het op hun beurt gebruiken in de mobiliteit.

Daarnaast wordt de opslagcapaciteit ook gebruikt om gedurende de dag op het net te balanceren en ook om gebruik te maken van de prijspieken en -dalen gedurende de dag. Zodoende wordt gekeken (en vooral gemeten) hoe men een hogere efficiëntie en meer opbrengsten kan genereren door deze reservecapaciteit.

Dat overheden vandaag de dag vooral warm en koud blazen en nog heel veel wijzigingen zullen moeten doorvoeren is voor iedereen die werkt aan een duurzame energiehuishouding duidelijk, maar wat opslag betreft is er werkelijk nog niets. Vermits het probleem nog niet acuut is gezien er voldoende oude kolen- en gascentrales zijn in Duitsland worden zaken zoals opslag nog niet vereist en als dusdanig gewoon genegeerd. En toch heeft deze test een grote waarde want ze toont ten eerste de toegevoegde waarde aan van waterstof als grootschalig opslagmedium en ten tweede ook de technische haalbaarheid die nodig zal zijn voor het opschalen naar nog veel grotere installaties.

Men denkt nu al luidop aan installaties van een grootte die gaat tussen de 100 en de 300 MW wat effectief nodig zal zijn om naar bijvoorbeeld 80% duurzame productie van elektriciteit te gaan. Voor dergelijke grote installaties moet je wel de beschikking hebben over een grote opslagcapaciteit, bijvoorbeeld ondergronds in oude gasvelden. Het mag duidelijk zijn dat niet de techniek als wel de lage prijzen voor energie het vandaag onmogelijk maken om te kunnen investeren in dergelijk grote waterstoffabrieken, maar dat zal zeker niet zo blijven.

In de nabije toekomst zullen overheden ontwikkelaars van duurzame productie verplichten om ook verder te kijken dan alleen zon en wind. Men zal in de toekomst streven naar een combinatievergunning waarin je bijvoorbeeld naast je windvergunning ook de verplichting zal hebben om te investeren in voldoende opslag om zo voldoende te kunnen balanceren zodat de opgewekte windenergie niet teveel negatieve effecten veroorzaakt op het netwerk en dus de kwestie dat vraag en aanbod in evenwicht dienen te zijn.

Dat Duitsland al effectief bezig is met grootschalige testen bewijst ook dat men zich al bewust is van deze noodzakelijke stap. De cluster van waterstof in Vlaanderen die werkt op het vraagstuk “Power to Gas” waarvan wij ook één van de deelnemers zijn zal zeker de overheden bewust maken van de vorderingen en ervaringen op dit vlak in andere landen. Duitsland is trouwens ook één van de gidslanden wat betreft de uitbouw van waterstof, zowel in dergelijke grootschalige opslaginstallaties alsook in de uitbouw van waterstoftankstations als deel van het toekomstig wagenpark.

En in tegenstelling tot wat batterijfabrikanten roepen is waterstof geen concurrent maar eerder een aanvulling en partner gezien je nu eenmaal niet alles kunt oplossen met batterijen. Grootschalige opslag voor langere termijn is nu eenmaal niet kosten efficient met batterijen.

Ondertussen blijft de berichtgeving over postjes en poen bij de intercommunales het nieuws nog beheersen wat gezien het belang van onze sector enigszins jammer is. De uitdagingen voor ons zijn niet honderd maar duizend keer belangrijker voor onze samenleving dan de saga over lokale mandaten, maar een stroomlijning is natuurlijk wel nuttig.

Dat ondertussen zowat alle projecten het moeilijk hebben om rendabel te draaien door de veel te lage prijs voor elektriciteit (en gas) zal niet onopgemerkt voorbij blijven gaan. Zelfs grote subsidiekranen zoals voor het biomassaproject in Langerlo krijgen de eindjes gewoon niet aan elkaar. De financiering blijkt een helse karwei te zijn waar alles uit de kast gehaald moet worden om het toch maar voor elkaar te krijgen. Starten onder een dergelijk gesternte is vragen om problemen want als de intrestvoeten ietjes stijgen kun je dergelijk project gewoon stoppen. Het blijft afwachten of het Estse bedrijf dit voor elkaar gaat krijgen en het verzoek tot uitstel zegt veel.

Het bezoek aan Mainz bij Frankfurt wat betekende een dag met 580 km snelweg (heen en terug) stond ook in schril contrast met de dag erna toen ik van Tongeren naar Gent moest en daarna naar Breda (en dan Antwerpen). In Duitsland geen file gezien (toch geen stille zone tussen Keulen en Frankfurt). In België alleen maar stilgestaan. Eerst Antwerpen passeren om naar Gent te gaan, vanaf Herentals tot de ring in Antwerpen (en het was 10.30u). Dan na de meeting in Gent richting Antwerpen, stilstaan vanaf Kruibeke tot de Kennedytunnel (om 13.30u). Op de ring van Antwerpen richting Breda (om 13.50u) en van Breda terug naar Antwerpen bij de ring van Antwerpen (om 18.30u). Gewoon om aan te geven dat deze files en de daar bijhorende kosten niet worden meegerekend wanneer men het heeft over de uren files. Duurzame mobiliteit is niet alleen overschakelen op waterstof en batterijen maar ook onze weginfrastructuur aanpassen aan de 21ste eeuw.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...