Energy market in Belgium

Groepsaankopen

Dat groepsaankopen in de energie sector al lang een factor van betekenis zijn blijkt ook nu nog steeds het geval. Ongeveer de helft van alle klanten die van leverancier veranderen doen dit via een dergelijke groepsaankoop.

Zijn er alleen maar voordelen? Op het eerste zicht wel gezien er voor de consument eigenlijk een tussenpartij is die het voorbereidende werk doet en voor de leverancier een moment ontstaat waarop hij met relatief geringe marketing inspanning toch snel kan groeien.

Er zijn echter ook wel negatieve kanten aan dergelijke groepsaankopen, niet iedereen past in de eenheidsworst van een dergelijke manier van aankopen en het blijft natuurlijk maar een moment opname. Men dient niet alleen waakzaam te blijven op het moment van een groepsaankoop, maar om de paar maanden controleren hoe de markttarieven evolueren en wat de impact is op jouw specifieke situatie.

Voor de leveranciers met hun ultra kleine marges, die vaak flirten met negatieve netto marges, is het steeds bang afwachten wat de impact is van zo’n aktie. Buiten de speciale aktie voorstellen, die de al magere marges helemaal laten verwateren, is er ook het risico dat dergelijke groepsaankopen leveranciers met extra kosten opzadelen.

Stel voor dat je ineens tienduizenden klanten verliest terwijl je juist extra mensen hebt aangenomen om al je klanten een voldoende service te kunnen bieden? Dat klanten bewust kiezen voor een andere leverancier is normaal in een vrije marktkeuze, maar grote verschuivingen van de ene op andere dag tasten de al zwakke rendabiliteit van deze sector aan.

Dat het switch gedrag en vooral de hoeveelheid in percentage positief beïnvloed wordt door grote groepsaankopen staat boven water, alleen is dit naar mijn mening geen barometer van een goede marktwerking. Kijkt men bijvoorbeeld naar Vlaanderen dan zijn we bij de besten qua gezinnen die jaarlijks van leverancier veranderen, maar aan de andere kant houden leveranciers (ook grote) er gewoon mee op in België. De gezondheid van een sector is een belangrijke barometer en hieraan gaat men vaak nogal snel voorbij.

Gezien de verschillen op onze energiefactuur zeer klein zijn geworden, doordat het onderdeel product nog maar een marginaal deel uit maakt van onze factuur, zijn de vooruitzichten voor een goede marktwerking niet goed. De leveranciers moeten op een steeds kleiner deel van de factuur concurreren, waardoor het verschil te marginaal wordt en klanten hun interesse gaan verliezen in de vrije markt.

Een goede regulator anticipeert op dergelijke tendensen en zorgt ervoor dat de vrije markt gewaarborgd blijft en er dus voldoende ruimte blijft. Het uitblijven bijvoorbeeld van een nieuwe definitie van de distributienettarieven(lees betalen voor vermogen in plaats van per KWh) is zo’n opvallend gegeven waar de regulator in staat kan zijn om de energiefactuur terug meer in balans te krijgen. Men zou er ook voor kunnen kiezen om de energiefactuur terug eenvoudiger te maken door alle belastingen en taksen apart te zetten en niet meer op onze energiefactuur. Vele van deze taksen en heffingen horen niet thuis in de geliberaliseerde markt en kunnen perfect door de overheid op een andere manier gefactureerd worden.

Het percentuele veranderingsgedrag (“switchen”) van de consument krijgt nog steeds teveel aandacht en mag vooral niet alleen gezien worden als barometer van een gezonde marktwerking. Natuurlijk is het geen probleem om deze statistieken trouw te melden en dient er een percentage klanten te zijn die van leverancier verandert, alleen doet men alsof dit het resultaat is van de goede werking van een regulator.

Het is net zoals een regering die zich op de borst slaat als de economie goed draait en de werkgelegenheid stijgt, het grootste deel van de eer ligt echter bij anderen. De formule van onze economie is een zeer complex geheel en al helemaal niet voorspelbaar. De menselijke psyche blijft daarbij een belangrijke rol spelen en daardoor wordt het spel boeiend maar vooral moeilijk te lezen.

Het verdwijnen van marktspelers zal op termijn een veel belangrijkere impact hebben voor het concurrentievermogen van onze sector dan de kwartaal rapportering van gezinnen die van leverancier veranderen. Het stof na de overname ENI Belgium door Eneco is nog niet gaan liggen of we krijgen nu de mogelijke verkoop van Eneco in Nederland. Het mogelijks verdwijnen van de laatste “nationale” speler in Nederland kan zo ook gevolgen hebben voor België.

Onze regulatoren in de energiesector zouden er goed aan doen om eens met hun collega’s van de telecom sector te spreken om te leren wat er allemaal fout is gegaan en vooral wat het resultaat is. Het verdwijnen van vele telecomspelers zorgt vandaag in vele gevallen voor een terugkeer naar een “monopolie”. Nee niet met één speler, maar met een heel beperkt aantal spelers die elkaar stimuleren in het opstuwen van de prijzen en elkaar zo in stand houden. Noem het oligopolie voor mijn part, maar het wijkt ver af van de oorspronkelijke bedoeling in 1998 toen deze markt werd geliberaliseerd.

Weer 6 GW wind erbij in Europa

De opmars van windmolenparken gaat gestaag door, ongeveer twee derde is op land en één derde op zee en van een vertraging is (nog) geen sprake. Daar bovenop gingen we van de week weer negatief met de groothandelsprijzen op de stroombeurzen.

Klinkt goed, en toch, ik stel zeer grote vraagtekens bij het feit dat deze berichten alleen maar euforisch worden gebracht, vermits de bulk van onze opgewekte energie nog bestaat uit klassieke centrales. Als je deze energiebronnen wegneemt, betekent dit het einde van onze huidige beschaving en welvaart. Ook de positieve berichten over negatieve beursprijzen gaan mijn bevattingsvermogen te boven, gezien dit een teken van onstabiliteit van het huidig systeem is dat op z’n minst last heeft van groeipijnen of meer.

In tegenstelling tot vele van mijn collega’s, deel ik dus helemaal niet de euforie van lage energieprijzen of deze nu voor olie, gas of elektriciteit zijn. Lage prijzen zetten immers niet direct aan tot innovatie op het vlak van energie efficiëntie. Gezien de noodzaak tot gigantische investeringen in alle delen van de energieketen, is het de vraag of we op deze manier ervoor zorgen dat er een stabiele marktwerking komt waar alle kosten in rekening worden gebracht en verrekend.

Ondanks de vele discussies hierover werken we vandaag de dag nog steeds in een model dat grosso modo tien jaar geleden ook al in werking was. Dat de stroombeurzen naar elkaar toe gegroeid zijn mag dan wel een verandering zijn aan de parameters waar de prijs mee wordt bepaald, maar buiten dat alle nieuwe hernieuwbare energie er bovenop is gegooid is er eigenlijk niks wezenlijks gewijzigd.

Opvallend zijn ook de contrasten tussen de persmededelingen van de marktspelers en diegene die werken binnen een natuurlijk gereguleerd monopolie. Dat Elia of andere netwerkbedrijven met solide financiële cijfers naar buiten komen is goed en zelfs noodzakelijk voor de uitdagingen aan te gaan waar zij voor staan. Gezien de partijen die in de vrije markt functioneren eigenlijk moeten kunnen rekenen op een hoger rendement om zo het risico te rechtvaardigen waarmee zij moeten werken.

We zien echter dat al bijna tien jaar de meeste producenten en leveranciers nog nauwelijks aan een aanvaardbaar rendement komen en dat de meesten in hun leveranciers business flirten met een 0% marge. Ook bij de producenten zijn er de laatste acht jaren alleen rode cijfers geschreven op hun reeds afgeschreven centrales, vooral gascentrales zijn massaal gesloten of in de motteballen geslagen. Hierover heb ik al eerder geschreven, maar er is nog steeds geen trendbreuk waarneembaar.

Een bedrijf als Vattenfall heeft ook nu weer ontgoochelende cijfers gepresenteerd met vooral problemen in Nederland (Nuon) en Duitsland. Van de 10 miljard Euro die Vattenfall voor Nuon betaald heeft in 2009 is inmiddels al zes miljard Euro afgeschreven. Dat ze ongetwijfeld goodwill betaald hebben voor dit bedrijf zal zeker waar zijn, maar een feit blijft dat de assets (lees bijvoorbeeld gascentrales) die zij toen verworven hebben grotendeels waardeloos zijn geworden.

Een ander opvallend feit in België was de aankondiging van het zomerakkoord door de federale regering, waar vooral het onderwerp energie bijna volledig schitterde door afwezigheid. Blijkbaar is de regering overtuigd dat al het nodige is gedaan om onze energiehuishouding de komende decennia op peil te houden zonder het milieu aan te tasten. Geen paragraaf gevonden in de belangrijkste deelakkoorden, op zich lijkt het dat de lage energieprijzen iedereen in slaap heeft gewiegd en dat is op zich nog begrijpelijk.

De angst voor tekorten lijkt omgeslagen in de luxe van overschotten gezien de markt toch altijd gelijk heeft, of niet? Dat ook Engie/Electrabel niet tevreden kan zijn met zijn resultaten in de Benelux door de hoge mate van onbeschikbaarheid van een aantal van zijn kernreactoren zorgt blijkbaar voor nog een extra deken van comfort. Want, als het licht blijft branden ondanks er verschillende kerncentrales niet werkten dan hebben we toch meer dan genoeg reserves? Ook zijn de strategische reserves afgenomen of toch de noodzaak ervan dus is het weer business as usual.

En toch is het een beetje zoals met de uitstoot van onze Duitse dieselwagens, op papier geen probleem en dus geen vuiltje aan de lucht totdat men begint te graven. Niet alleen hebben zowat alle luxe merken bij onze Oosterburen blijkbaar verkeerde software in hun motoren, maar ook de leverancier van deze sturingen wordt nu onderzocht.

Ook al kan men stellen dat onze sector geen verdoken geheimen heeft zoals deze Duitse autoleveranciers, zijn we wel in hetzelfde bedje ziek. De coma van ons ETS systeem, en hierdoor de veel te goedkope uitstootrechten, hebben uiteindelijk hetzelfde resultaat. Iedereen weet dat het slecht is maar we kiezen ervoor het te negeren. De run naar 2020 is ingezet en we mogen hopen dat vele lidstaten ver van hun doelen verwijderd blijven zodat er drastisch ingegrepen gaat worden en de kost voor een ton uitstoot nu naar zijn correcte waarde gaat. Dat dit fors over de 100 € per ton is blijkt uit voldoende studies van diverse gereputeerde universiteiten (o.a. Cambridge recent) alleen is de urgentie vandaag ver te zoeken.

En toch is er nog een lichtpuntje; wat mij zeer bekend voorkomt (pleit ik al twee en een half jaar voor) is de mogelijke ambitie van de federale Belgische regering om energie obligaties op de markt te brengen, dit in de eerste plaats voor institutionele beleggers. Naar mijn idee hoeft het hiertoe niet beperkt te blijven; de bevolking zou op het einde van de dag ook mee moeten kunnen doen, al is het maar om de zeer negatieve perceptie van onze sector ten goede te keren. Dat 90% van de gelden in eerste instantie van de institutionelen zal komen is zo goed als zeker, maar dat maakt de mogelijkheid dat een Belgisch/Europees gezin mee kan participeren niet minder belangrijk. Het instellen van Energie obligaties is zonder meer een goede intentie van deze regering, maar zoals steeds zal de duivel in het detail van de uitvoering zitten.

Laatste “historisch” Benelux energiebedrijf

Nu is terugkijken naar het verleden nooit iets waar ik lang heb bij stilgestaan, maar het is toch wel eens de moeite om te kijken wat er de laatste vijftien jaar veranderd is in de Benelux op het vlak van energievoorziening en vooral eens kijken welke spelers verdwenen zijn en wie er nog over blijft.

De liberalisering van de telecom sector eind jaren negentig bracht een gelijkaardige wind in de energiesector die in de meeste landen netjes verdeeld was tussen nationale of regionale monopolisten. Deze vaak geïntegreerde bedrijven hadden activiteiten in de transport van energie, opslag(gas), productie(elektriciteit of gasvelden), handel (vooral grensoverschrijdend) en levering en waren vaak eigendom van nationale of lokale overheden.

De wens vanuit Europa om ook de energiemarkt te liberaliseren naar gelijkenis met de telecommarkt zorgde voor een unieke dynamiek. Collega’ s sinds vele decennia werden van de ene op de andere dag elkaars concurrenten, of dit nu in Nederland was met Essent, Nuon, Eneco, Delta of de vele stedelijke nutsbedrijven, of in België waar de twee historische monopolisten Electrabel en Luminus, ze begonnen elkaar plots te wantrouwen in alles.

Advocaten beleefden goede tijden gezien bij al deze bedrijven er grote Chinese muren moesten worden opgetrokken tussen de diverse onderdelen. Netwerkbedrijven ontstonden, zelfstandige leveranciers schoten uit de grond (zo ook WattPlus in 2002, later bekend als Essent Belgium) en iedereen ging uit van meer concurrentie en dus scherpere prijzen.

Nu 15 jaar later kunnen we het slagveld van de vrije markt overzien en zien we een gemengd beeld. Waar 15 jaar geleden Nederland meer dan 20 energiebedrijven had in handen van Nederlandse aandeelhouders (veelal publiekelijk) is er nu nog één over zijnde Eneco(mijn excuses mocht ik de kleinere spelers vergeten die nu in privé handen met succes hun niche hebben gevonden).

Van de voormalige meer dan 20 historische regionale spelers in Nederland is er dus nog één over en ook zij gaan nu voor de bijl. De publieke aandeelhouders van Eneco met de steden Rotterdam en Den Haag voor op willen de risico’s van de vrije markt niet. Toch gek dat overheden gepleit hebben voor de liberalisering, maar vervolgens de gevaren ervan niet willen ondergaan maar wel overlaten aan de privésector.

Op zich heb ik geen melancholische gevoelens bij het verdwijnen van al deze bedrijven, maar het ontbreken van enige lokale verankering in een samenleving in zijn energiebedrijven hoeft niet per se een goede zaak te zijn. De behoefte aan lange termijn investeringen in onze sector zijn groot en is lokale verankering dus wel degelijk van belang en we dienen dan ook deze opnieuw uit te vinden. Gelukkig zijn er tal van jonge initiatieven via crowdfunding, coöperatieven en andere vormen die de betrokkenheid van lokale mensen en bedrijven proberen te stimuleren.

Dat overheden zich massaal terugplooien op hun netwerkbedrijven gezien deze verzekerd zijn van een natuurlijk monopolie en dus ook dito rendementen mag dan al begrijpelijk zijn het blijft merkwaardig dat dus blijkbaar de gemaakte regel- en wetgeving voor de liberalisering door diezelfde overheid gezien wordt als onvoldoende om rendementen te garanderen.

Er staat nergens dat overheden niet kunnen investeren in bijvoorbeeld productie of in andere delen van de energieketen buiten het netwerkbedrijf, er is alleen maar afgesproken in Europa dat energiebedrijven niet meer geïntegreerd mogen zijn (lees netwerk, handel, productie en levering in één bedrijf). De waarheid is wel trouwens dat vele landen zelfs deze afspraken gewoon naast zich neerleggen of er ruim de tijd voor nemen.

Dat men in België reeds eind jaren tachtig afscheid was aan het nemen van zijn kroonjuwelen in de energiesector mag nog steeds gezien worden als een historische vergissing van formaat gezien de vele kerncentrales die nu in “privé” handen zijn en waar de bevolking nog decennia lang kopzorgen zal over hebben. De hete aardappel van de sluiting van deze centrales wordt regering na regering achteruit geschoven (beetje zoals de vergrijzingsbom en een begroting in evenwicht). De nog steeds geplande sluiting van de kerncentrales tussen 2023-2025 is een lacher gezien men heeft nagelaten er een realistisch alternatief naast te bouwen zodat we de optie van een sluiting ook hadden kunnen uitvoeren.

Terugkomend op de liberalisering kan men stellen dat deze onverwachte bijeffecten heeft gehad en de illusie van lagere prijzen volledig teniet is gedaan door de vele stijging in taksen en heffingen. Onze energiefactuur lijkt stillaan op onze belastingsbrief met zijn vele rubrieken (lees koterijen) die op zich ervoor zorgen dat de liberalisering nog maar plaatsvindt op 20 tot 30% van onze factuur (tien jaar geleden was de component energie nog goed voor meer dan 50% van onze factuur).

Voor de consument wordt de keuze tussen leverancier a of b zo wel heel marginaal gezien de hoogte van zijn factuur compleet vast zit met gereguleerde staatsheffingen. De bedrijven klagen al jaren steen en been over de hoogte van hun factuur ook al is de component elektriciteit (en gas) met 50% gezakt de laatste tien jaar. Ook zij voelen weliswaar in mindere mate de toename van de gereguleerde kosten op hun factuur.

En toch dienen we allemaal mee te bouwen aan een nieuwe energiehuishouding zonder fossiele uitstoot (lees broeikasgassen), één waar fossiele brandstoffen zoals olie een veel hogere waarde krijgen (lees zuinig mee omspringen gezien de beperkte voorraden) om zo nog honderden jaren gebruikt te kunnen worden voor specifieke industriële toepassingen en een samenleving waar iedereen toegang heeft tot energie, maar er veel zuiniger mee omgaat.

Groene stroom certificaten quota, wereld vraagt ieder jaar meer energie

De put van 2 miljard Euro die vorig jaar met veel bombarie door de vorige Minister van Energie in Vlaanderen werd aangevoerd en waarvoor zij onmiddellijk ook een oplossing (lees taks) introduceerde die haar naam kreeg was meteen ook haar zwanenzang.

Het ontslag dat erop volgde en de pek die ze in haar vele veren kreeg was er ver over en niet verdiend, vermits ze zelf niet verantwoordelijk was geweest voor de put. Dat in haar communicatie wellicht wat ruimte voor verbetering zat, is zeker, maar haar opvolger heeft wel geleerd om zijn vingers niet te branden aan deze materie.

Of toch niet? Hopende dat de rust in onze sector en vooral de aandacht op wezenlijke zaken zou terugkeren, zoals het bouwen van een energievisie, gingen we rustig door met de waan van de dag. Kranten en tv-programma’s werden weer gevuld met onze sector die zijn al behoorlijke geschonden imago verder ziet afglijden naar een noodzakelijk kwaad.

Zelfs goede organisaties zoals Voka stonden mee aan de klaagmuur en vinden dat de energieprijs voor hun bedrijven niet mag stijgen. Een gefundeerde onderbouwing ontbreekt helaas, want zolang de energieprijs in Europa naar elkaar toe groeit zie ik het probleem niet. Dat het klimaat nog veel sneller haar verdediging laat zien en ons als kikkers langzaam aan het koken is, blijkt nog altijd geen reden om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Als gezegd, de waan van de dag blijft gewoon regeren, maar Vlaams Minister van Energie Dhr. Tommelein blijft beuken op de muur van onverschilligheid voor wat betreft de verduurzaming van onze sector. Dat ook hier de communicatie niet vlekkeloos verloopt is duidelijk, gezien zijn bevindingen dat de 2 miljard Euro put al flink gedempt is door twee jaren Turteltaks en het afschaffen van de houtverbranders in Gent en Genk voor zijn collega’s in de regering blijkbaar compleet uit de lucht vielen.

Dhr. Tommelein heeft mijns inziens volkomen terecht aangekaart dat de quotaverplichting voor leveranciers geheractiveerd dient te worden. Het loslaten van deze maatregel was een historische vergissing, het is dan ook gerechtvaardigd dat hij deze wilt terugdraaien. Als je het echt meent met het behalen van duurzame doelstellingen, dan moet je een quotaverplichting instellen.

De fase van zalven alleen is echter niet voldoende, de stok waar je mee kan slaan moet zichtbaar zijn anders is de beweging voorwaarts niet sterk genoeg. Ik maak graag een overstapje naar de sport, als je niet traint en vooral niet hard genoeg, dan zal je nooit winnen. Alle atleten hebben met bloed, zweet en tranen hun grenzen verlegd en dat is niet anders voor onze uitdaging. Deze nieuwe industriële revolutie (want dat is het) zal alles en meer van ons vergen. Een wereld waar we fossiele brandstoffen niet meer gebruiken om uitstoot te veroorzaken is moeilijk, pijnlijk en vergt alle mogelijke inzetbare middelen.

Degene die alleen via “Kumbaya” berichten over de zoveelste opening van een zonnepark, windpark of een andere vorm van duurzame energie promoten voor hun eigen welzijn (doe ik ook) nemen zichzelf in de maling, want de weg is nog niet geplaveid en vooral nog héél lang.

Op dit ogenblik groeit de wereldwijde vraag naar energie (in alle soorten) jaarlijks nog met 2000Twh. Willen we alleen de groei al bijhouden met bijvoorbeeld windmolens dan moeten we jaarlijks 150.000 windmolens bouwen op een oppervlakte grosso modo ter grootte van Engeland en Ierland. Deze inspanning dienen we dan minstens 25 jaar vol te houden en dan hebben we genoeg land benomen met windmolens gelijk aan de oppervlakte van Rusland. Om nog maar te zwijgen van de duurzame energie die dient gebouwd te worden om de bestaande vraag van energie te kunnen voldoen.

Op dit ogenblik zijn zon en wind goed voor 0.7%(mondiaal) van al onze energiebehoeften (groen in totaal 4% als je alle biomassa en waterkracht meetelt) en dienen we dus nog 96% duurzame energie uit te bouwen om al onze energiebehoeften te dekken. En dan heb ik het nog niet over de jaarlijkse groei van 2000Twh, doordat we honderden miljoenen mensen uit de armoede halen door ze energie te geven. Uit bovenstaande blijkt toch wel dat aan ons huidig tempo we het gewenste resultaat nooit gaan halen tegen 2050. Maar ik laat mij graag verrassen door het tegendeel!

Terug naar Vlaanderen. Gegeven dat de cijfers van Dhr. Tommelein juist zijn, dan hoop ik dat hij daarmee zijn collega’s in de regering direct kan overtuigen om zijn voorstel te volgen en niet hun eigen politieke agenda. Dat het dossier vergiftigd is behoeft verder geen betoog. Men gaat hem echter, naar mijn inschatting, met plezier de ruimte geven om te bewijzen dat de Turtelput verdwenen is. Hopelijk gaat niet al zijn energie hier aan op en heeft hij nog tijd om zijn federale collega te bewegen eindelijk iets te doen voor onze sector. De geruchten molen is al op gang gekomen, er zijn ontwerp voorstellen maar deze worden nog niet transparant gedeeld, wegens conflicterende belangen of gebrek aan consensus. Nu is volharding en doorzettingsvermogen veel meer waard dan welke strategie of visie dan ook, maar het ontbreken van beiden is ondenkbaar.

De wens van Dhr. Tommelein om vanuit zijn voluntarisme dit jaar nog tot een gemeenschappelijke visie te komen met de andere regio’s en het federale niveau lijkt verder weg, zeker nu het gedroomde excuus langs komt met de crisis in Franstalig België waar nieuwe regeringen dienen gevormd te worden. Hierin vluchten lijkt de weg voorwaarts voor de federale bevoegde minister. Anders zal ook Belgisch geld blijven wegvloeien naar landen die wel hun marsorders voor de uitbouw van een duurzame energiehuishouding bepaald hebben.

Sector weer in de aandacht in België

Vorige week waren er in België weer een aantal opvallende gebeurtenissen in onze sector. Een eerste zaak was de wil van staatsecretaris De Backer om de kostprijs van de nog te bouwen windmolenparken op zee te reduceren.

Gezien de concessies al vergeven zijn aan een aantal partijen is dit een lastige oefening. Tegen de grond van de zaak is niks mis, namelijk zorgen dat we duurzame productie bouwen tegen de best mogelijke prijs. De ingeslagen weg van bedrijven als Dong, ENBW en Shell om een race naar “the buttom” te organizeren waarin spectaculaire biedingen zijn gedaan varierend van 74€, 55€ en ten slotte aan 0£ subsidie te willen investeren lijkt op het eerste zicht zeer goed nieuws.

Nu mag de marginale kostprijs van een geproduceerde wind of zon MWh inderdaad nul zijn vermits de brandstoffbronnen, namelijk wind en zon, gratis ter beschikking zijn, zelf geloof ik niet in het gratis model. De kandidaat bouwers natuurlijk ook niet en moeten we dus op zoek gaan naar hun echte beweegredenen om dergelijke grote investeringen te doen en toch aan hun aandeelhouders nog een rendement te kunnen garanderen.

Speculeren op een in de toekomst hogere elektriciteitsprijs op de stroombeurzen lijkt me een moeilijke basis om je lange termijn financiele modellen op te baseren ook al blijft het wel één van de belangrijke parameters. Als je gelooft in de toekomst van elektriciteit dan kan de prijs alleen maar stijgen.

En toch is het gewaagd wat België doet, de bestaande concessiehouders van de laatste drie windmolenparken op zee stonden al ver in hun voorbereiding en zal het dus zeer moeilijk zijn(lees onmogelijk bijna) om kortingen van 20 à 30% af te dwingen. De rendementen zijn namelijk kleiner dan de gewenste kortingen en niemand gaat met verlies investeringen doen behalve dan partijen die marktaandeel kopen.

Er worden momenteel hoge prijzen geboden voor duurzame energie gezien de projecten vaak nog met subsidie gebouwd worden en dus een zekere inkomstenbron zijn, ook al zijn de rendementen beperkt tot 4 à 5%(op projectniveau).

Indien de Belgische regering haar wens doorzet is de kans groot dat de bestaande concessiehouders afhaken en kan men een nieuwe veiling organiseren. Zoals al eerder gezegd dienen de kosten die gemaakt zijn(alleen de aantoonbare kosten gemaakt aan derden, zogenaamde “third party expenses”) terug betaald te worden. De schade is hiermee zeker niet mee weggewerkt want deze marktpartijen zullen volgende keer wel twee keer nadenken alvorens zich te wagen aan projecten ontwikkelen in ons kleine landje.

Dat België zijn duurzame doelstellingen niet gaat halen is zogoed als zeker hiermee, ook de andere mogelijke duurzame ontwikkelingen staan op een zeer laag pitje en de weg naar 40-50% duurzaam moet nog gebouwd worden. Op basis van de huidige marktwerking is het zeker dat we deze niet halen en is de kans zelfs reeel dat we naar een stagnatie of zelfs lichte afname gaan van het totaal aantal geproduceerde groene MWh.

Verder was er ook een uitspraak van het Grondwettelijk Hof dat de zogenaamde Turteltaks naar de eeuwige jachtgronden heeft verwezen en de Vlaamse regering met een serieuze uitdaging heeft opgezadeld. De wens om alle kosten in de KWh te stoppen op onze factuur kan dan wel logisch zijn maar het motto dat zo dan de vervuiler betaald is flauwekul. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar groene stroom verbruikt is hij/zij toch geen vervuiler maar moet hij wel alle taksen betalen.

Het beste lijkt me om deze kost in de algemene begroting te brengen en via een aparte transparante taks iedereen mee te laten betalen, dit wil dus zeggen alle bedrijven en alle gezinnen.

We moeten ons toch echt afvragen hoe we de transitie gaan betalen want deze gaat nog vele malen meer kosten dan de eerste stappen die we nu aan het financieren zijn. Zoals steeds worden nogal gratuit woorden in de mond genomen als oversubsidiering die niet gestoeld zijn op enige waarheid maar vaak het resultaat zijn van studies die op een bepaald moment gemaakt worden. Zoals de studie van de Creg of PWC, allemaal correct alleen weinig relevant want je kan zowat iedere dag een nieuwe berekening maken en deze zal iedere dag verschillen.

Als je een correcte studie wilt maken dan moet je de formule zo maken dat hij dynamisch is en dus bruikbaar is op ieder moment en dan ook geldig is. Bijvoorbeeld het constant aanpassen van de financieringskost is een belangrijke parameter waar overheden veel te weinig rekening mee houden. Als de FED de intrest blijft verhogen dan zal ook vroeg of laat de Europese bank dit gaan doen en al helemaal zeker als onze economie het goed blijft doen.

Het effect van de intrestvoet is vaak veel meer bepalend dan de daling van de kostprijs van een fundering en de overheid moet goed beseffen dat als zij blifjt aanmodderen de investeringskost voor de nv België en bij uitbreiding voor alle landen wel eens veel hoger zou kunnen gaan uitvallen. Het is onbegrijpelijk dat men nu talmt met infrastructuur investeringen want de financieringskost zal waarschijnlijk alleen maar gaan stijgen(lees zeker).

Hoe meer de politiek onze sector viseert en wijzigingen aanbrengt hoe verder we af zijn van een echte geliberaliseerde markt. Het plak en knipwerk zorgt ervoor dat investeerders in de toekomst nog meer garanties zullen vragen. Het positieve van uitstel is wel dat de noodzaak voor verandering steeds groter zal worden, dat 2020 heel dichtbij komt zal hopelijk voor een aantal landen de rode kaart betekenen en een signaal om de zaken nu ergens te gaan nemen.

Roaming weg in Europa: goed voor je geld, slecht voor het klimaat

Deze week stond de telecom sector positief in het licht doordat de al zo lang vergruisde roaming tarieven eindelijk werden afgeschaft binnen de Europese Unie en nog enkele andere landen (voor ingewijden de Rip of Surchages)

Europa en zijn ambtenaren mogen zich terecht een pluim op de hoed steken, ook al heeft het nog enkele jaren te lang geduurd door het succesvolle lobby werk van een aantal operatoren. Door de explosie van gebruik van data heeft men zich uiteindelijk toch neergelegd bij deze maatregel, want men denkt een nieuwe marge bron te hebben gevonden.

Paradoxaal genoeg kunnen ze wel eens gelijk krijgen, daar de vraag naar bytes jaarlijks meer dan verdubbelt door onze wens om constant op onze slimme telefoon naar filmpjes te willen kijken. Deze hersenloze activiteit vreet nu eenmaal data en zo zitten we allemaal op de eerste rij als er weer eens iets gebeurd in Verwegiestan.

Maar dit voyeurisme komt met een prijs, iedere doorsnee Google sessie (20 minuten+) verbruikt zoveel als een ketel water tot kook te brengen en hier wringt dan ook het schoentje. In tijden waar iedereen eendrachtig roept dat wij in tegenstelling tot dhr. Trump het klimaatakkoord van Parijs wel even zullen bereiken, is het goedkoop maken van instant online kennis in tegenspraak.

Beslissingen kunnen met de beste intenties worden genomen, maar kunnen ook de meest verschrikkelijke gevolgen kennen. Het stimuleren van consumptie zit in de kern / het bloed van ons economisch model. Het willen van meer is niet te stoppen, en zo wordt onze byte dus steeds goedkoper, maar verbruiken we jaarlijks ook steeds meer.

Dat een aantal studies allang hebben aangetoond dat het online kijken jonge kinderen dom maakt en afstompt is geen reden, maar wel een aandachtspunt. Erger nog is het feit dat men niet lijkt te snappen waar energie efficientie om lijkt te gaan. Het gaat om zuiniger omspringen met de middelen van de aarde en dat begint natuurlijk bij onszelf. Nu hou ik er niet van om met vingertjes te wijzen en dus dienen we in oplossingen te blijven denken.

Bewust maken is al één ding en het zou de overheid sieren mochten ze duidelijk maken hoeveel energie er nodig is voor wat, zodat mensen minstens weten wat hun verantwoordelijkheid is en wat ze er zelf kunnen aan doen.

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam op een namiddag georganiseerd door Energiea (dagelijkse nieuwsbrief van het FD) waar onder andere Dhr. Nijpels kwam uitleggen waar Nederland met het energiebeleid, en dan vooral met de verduurzaming ervan, toe gaat. Er was ook nog een korte speech van een directeur van een groot energiebedrijf die mij enigszins naast de kwestie leek te praten. In plaats van concrete voorstellen over het bijvoorbeeld sluiten van de kolencentrales die massaal veel broeikasgassen uitstoten, had hij het over de oneerlijke verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven en dan vooral de industrie. Een aantal beloftevolle jonge bedrijven mocht in een korte presentatie hun dienst of product toelichten, en dit was bij verre het meest interessante van de namiddag. De afsluitende presentatie van Remco De Boer zette iedereen weer netjes met de voeten op de grond door te stellen dat we helemaal niet richting Parijs aan het gaan zijn.

Een zeer correcte analyse, maar ik vrees dat hij een roepende in de woestijn is en dat er niet echt niemand luistert in Den Haag. Dit laatste is ook lastig, want er is nog geen nieuwe regering en de bestaande regeert vooral naar de waan van de dag. Het aanstellen van een Belgische informateur, in het geval de formatie over het jaar heen gaat, lijkt een goed idee gezien wij in België ruime expertise hebben in het opzetten van onmogelijke coalities met een oneindig geduld (België is toch niet voor niets wereldkampioen regeringsvormen). Indien men toch zou kiezen voor een minderheidskabinet dan zal naar ik vrees de haalbaarheid van het klimaatakkoord van Parijs niet direct dichterbij komen.

Natuurlijk kan men terzake de oneerlijke verdeling van kosten altijd een debat voeren over wie de factuur moet betalen voor de verduurzaming van onze energiehuishouding, maar uiteindelijk zijn we een eenheid. De industrie is geen apart beest, maar is daar om voor ons te produceren, om winst te maken en zo welvaart te creëren.

Ach we weten het allemaal eigenlijk wel, we moeten vooral veel minder gaan produceren en consumeren, want dat is de echte weg naar een duurzame samenleving waar minder schadelijke stoffen de lucht worden uitgestoten. De hete brij wordt in debatten vaak zorgvuldig vermeden en men presenteert vooral technische oplossingen die inderdaad ons energieverbruik zullen gaan vergroenen. Als we echter op het huidige niveau producten blijven produceren dan is wat wij in onze sector doen een maat voor niets.

Dit is geen discussie die onze sector zelf of alleen kan voeren, vermits wij gewoon de energie beschikbaar maken die anderen nodig hebben. Dat de discussie maatschappelijk al wordt gevoerd en alleen maar in belang gaat toenemen is 100% zeker. Goede nieuws is dat we door een echte verduurzaming van de economie, in combinatie met een beperking van de bevolkingsgroei onze voetafdruk zeker naar een aanvaardbaar niveau zouden moeten kunnen krijgen voor het einde van deze eeuw.

Federaal Minister schiet zichzelf in de voet

Ondanks de relatieve schaalgrootte van ons mooie landje gebeurt er iedere week wel iets in onze sector, zelfs als er geen nieuws te melden is wordt er gewoon nieuws gemaakt. Zo ook vorige week waar Minister Marghem een “gerucht” de wereld in stuurde dat België toch maar beter opnieuw met Europa zou gaan praten want de objectieven van 2030 waren toch te streng.

Dat we tegen 2030 minstens 35% CO2 reductie moeten bewerkstelligen is inderdaad aan het huidig tempo en visie een huzarenstukje. Als je maar lang genoeg geen visie met stappenplan ontwikkelt kom je vanzelf tot deze conclusie. Dat de timing ongelukkig was gekozen nog maar één week nadat de premier van België dhr. Trump had verketterd door weg te lopen van het klimaat akkoord van Parijs was wellicht niet zo handig.

Eerder daarom viel de verzamelde pers over haar en al snel werd ze terug gefloten door de premier en werd al snel een slachtoffer gezocht en gevonden. De woordvoerster had een communicatie foutje gemaakt, neem aan de nieuwe want de vorige woordvoerster is zelf al vertrokken wegens te veel duiventil op dit kabinet. De leegloop van dit kabinet kent geen grenzen en wijst ook wel enigszins op een probleem.

Het is niet de eerste keer dat onze sector gedurende een volledige legislatuur ter plaatse blijft trappelen en in de laatste vijftien jaar hebben alleen Olivier Deleuze en in enige mate Dhr. Wathelet echt zaken in beweging gebracht en is het palmares aan verwezenlijkingen van alle anderen zo goed als onbestaande.

Belangrijker is echter of de golf van spontane woede en ontgoocheling in Europa over het terugtrekken van Amerika uit het klimaatakkoord landen ertoe kan bewegen om met echte concrete vergaande maatregelen te komen die het klimaatakkoord tanden gaat geven.

Terugkomend op de zoveelste communicatiefout van de federale minister voor energie gaat men wel voorbij aan het feit dat ze eigenlijk wel een punt heeft want dat België en dus ook de gewesten met de huidige snelheid op geen enkele wijze de doelstellingen van 2030 gaat halen. Om nog maar te zwijgen van de 2020 doelstellingen. Dat sommige regionale ministers de suggestie geven dat als de nood hoog wordt we nog altijd groen kunnen kopen in het buitenland dan bewijst dit het zwaktebod.

Aan mij werd gevraagd of we de CO2besparing nog gaan halen en ik kon alleen maar reageren dat dit heel wat cijferwerk behelst, maar dat op dit ogenblik niemand nog projecten gaat ontwikkelen in België van enige schaal. De vele goede consultants die wij ook in Vlaanderen hebben werken oftewel in Nederland of in andere landen om zo toch maar een stabielere werkomgeving te bouwen. Allemaal bevestigen ze mij dat er in België en de regio’s momenteel geen interesse is om projecten te ontwikkelen gezien eenvoudig weg de markt niet aantrekkelijk is.

Wat de diverse overheden niet schijnen te begrijpen is dat dit status quo alleen goed is voor de historische partijen en dan vooral degene met kerncentrales of trekrechten erop. Het is nu zo goed als 100% dat we binnen enkele jaren opnieuw zullen besluiten om de kerncentrales open te houden als ik kijk naar de het laatste half jaar en het totaal gebrek aan nieuwe investeringen.

Begin december 2016 nam ik nog deel aan een debat in een afgeladen volle zaal en toen schudde ik iedereen wakker door te zeggen dat onze kerncentrales nog veel langer zullen openblijven en lachte men wat nerveus.

Nu een half jaar later waarin geen enkele vooruitgang is geboekt op het vlak van visie en vooral concrete keuzes met middelen kunnen de eigenaren van de kerncentrales zich opmaken voor het verzoek in 2019 na de vorming van een nieuwe regering. Dit zal de zin om nieuwe investeringen te gaan doen nog verder doen afkalven ook al moet ik ook zeggen dat het nooit te laat is.

De kracht van verandering die bij deze federale regering normaal gezien zou moeten aanwezig zijn ontbreekt volledig als het aankomt op ons dossier. Aanmodderen is nog het beste woord ook, het is geen toeval dat een gigant als ENI na nog geen vijf jaar de handdoek in de ring gooide (ze hebben in 2012 Distrigas en Nuon gekocht) en dat Lampiris inmiddels ook van eigenaar is veranderd.

En toch zijn er nog mogelijkheden en tijd om vooruitgang te boeken, maar de kans wordt met de dag kleiner dat tijdens deze regering er nog echte keuzes gaan gemaakt worden. Zelf focussen wij ons bijna volledig nu op Nederland dat duidelijke marsorders heeft gegeven om achterstand om te buigen. Natuurlijk blijven we vinger aan de pols houden in het geval er in België terug marktmogelijkheden zijn.

Trump “jumps” in het onbekende en sleurt klimaatakkoord van Parijs mee.

Het nieuws van vorige week was zoals verwacht de lang verwachte aankondiging van de Amerikaanse president om zich terug te trekken uit dit akkoord. Niet zozeer om inhoudelijke redenen, maar het was één van zijn verkiezingsbeloften en het was de vorige president Obama die dit akkoord mee goedgekeurd had.

Dat Amerika nu al terugtreedt is paradoxaal genoeg op korte termijn wellicht goed nieuws want net zoals met de Britten in Europa kun je beter iemand kwijt zijn die niet echt mee wilt want anders zit je constant in de vechtzone. Het is natuurlijk wel triest dat één van de gidslanden (of dat zou het toch moeten zijn) en de tweede grootste vervuiler van de wereld zich vooral diplomatiek gaat isoleren.

Trouwens dat van die tweede grootste vervuiler is helemaal foutief want Amerika staat helemaal bovenaan qua energieverbruik per hoofd van de bevolking en dat maakt het des te erger.

Zoals gezegd kan het vertrek van de huidige Amerikanen ook iets goed veroorzaken, het kan de anderen gaan verbinden en niet alleen op klimaatvlak. Het huidig akkoord is gewoon niet sterk genoeg en het gaat ook niet ver genoeg. De drive is nu groot van landen als China, India en Europa om echt te proberen het akkoord verder uit te diepen.

Het gebrek aan een stok om te slaan in dit akkoord en de vrijblijvendheid waarmee men kan vertrekken zegt alles, het is een optie akkoord vol goede intenties, maar veel meer is het ook niet.

Belangrijker dan het geblat van dhr. Trump zijn de tendensen in de nog jonge duurzame markt waar nog steeds vooruitgang wordt geboekt in technologie. Vorige week was ik een dag bij de beurs Intersolar in München en vielen mij toch enkele zaken op. Eén van de opvallende nieuwkomers waren toch de vele batterij fabrikanten die allemaal hopen om een graantje mee te gaan pikken van de mogelijk toekomstige markt voor lokale kleinschalige opslag in combinatie met zonnepanelen.

Een hele zaal vol aanbieders van allerlei vormen van batterijen lijkt me vandaag wellicht nog wat veel van het goede gezien er geen enkel financiële onderbouwing is van dergelijke investeringen en nog veel minder aangepaste regelgeving om dit mogelijk te maken. Nochtans is het al een tijdje duidelijk dat de ingeslagen weg van meer zon en wind onmogelijk is zonder aanpassingen aan de manier waarop wij elektriciteit gebruiken en vooral gebruiken wanneer we het nodig hebben.

Het is natuurlijk mooi dat om 12:00u ‘s middags onze panelen veel opbrengen alleen is er dan geen verbruik in het huis gezien er niemand thuis is (lees veel minder verbruik).

Een andere evolutie in de zonnepanelen markt is het streven naar integratie in het dak zodat we verlost zijn van de vele lelijke daken waar nu lukraak panelen worden opgelegd. Dakpannen met zonnecellen geïntegreerd waren talrijk aanwezig en worden ook steeds competitiever en al zeker als je nieuw legt of je dak dient te vervangen. De overheid kan de komende jaren verplichten om te werken met deze geïntegreerde oplossingen zodat ons landschap en vooral het uitzicht zoveel mogelijk wordt beschermd.

Wat ook opviel was de overname van deze markt door de Chinezen en alleen maar Chinezen. Er zullen zeker nog andere fabrikanten zijn alleen gingen ze verloren in de zee van Chinese namen. Ook stonden er een beperkt aantal Belgische bedrijven waaronder jonge belofte bedrijven zoals enkele ondernemers uit Hasselt die samen met Imec een PID doos hebben ontwikkeld die degredatie tegengaat voor die panelen die last hebben van PID. Dat is kort gezegd het probleem van panelen die overdag elektriciteit opslaan en op één of andere mysterieuze manier moeilijkheden ondervinden om te ontladen waardoor de efficientie naar beneden gaat.

Wij hadden ook zo’n groot park dat er last van heeft en met deze technologie is het euvel zo goed als direct opgelost.

Verder ook nog enkele fondsen gesproken die interesse hebben om ons te ondersteunen in ons nieuw initiatief in onder andere Nederland om nog meer focus te leggen op de ontwikkeling van zon (en wind). Je ziet dat ook steeds meer installateurs van zonnepanelen ook parken gaan ontwikkelen om zo minder afhankelijk te zijn van de grillen van de markt en onderhevig aan concurrentie op de prijs. Hetzelfde geldt trouwens ook andersom gezien de marges flinterdun zijn om parken te kunnen ontwikkelen en overheden zeer scherp rekenen.

Ondertussen komen we steeds meer tot de conclusie dat er momenteel in België weinig valt te ontwikkelen en staan deze activiteiten dan ook op een heel laag pitje. Buiten nog wat windparken wacht iedereen op wat komen gaat en is het af te wachten of men in de Wetstraat begrijpt dat wij als land niet meer aantrekkelijk zijn om investeringen in duurzame energie te gaan ontwikkelen. Wellicht een uitzondering voor wind op zee, maar ook daar wachten de ontwikkelaars bang af of de overheid durft ingrijpen gezien de huidige tendens dat wind op zee gratis kan gebouwd worden of lees zonder subsidie.

Samen sterk

Dat Vlamingen graag hun dingen zelf regelen wordt vaak bevestigd in cliches en natuurlijk is er ook een grond van waarheid in deze stelling. Vooral in onze bouwgewoonten komt deze eigenschap extreem naar buiten gezien onze spreekwoordelijke baksteen in de maag. De eindeloze lintbebouwingen met individuele huizen wijzen ons jammer genoeg niet in de richting van de toekomst.

Dat een groot deel van de bevolking tegen 2040 in een stad woont lijkt jaar na jaar meer bewaarheid te worden ook al is het voorspellen van de toekomst zeker geen exacte wetenschap. Vanuit energetisch oogpunt en efficientie zijn er zeker grote voordelen om dicht bij elkaar te gaan wonen. Dat brengt wel direct een probleem met zich mee dat mensen die in steden wonen niet voor hun eigen energieproductie gaan zorgen. Op zich hoeft dat ook helemaal niet want de waarheid ligt zoals vaak in het midden.

Ook in energieproductie geldt dat schaalgrootte helpt om efficientie voordelen te bereiken dus iedereen eigen producent is wellicht de wens van betrokken partijen die dan materiaal kunnen leveren, maar voor een samenleving verre van de ideale oplossing.

Hetzelfde geldt op dit ogenblik voor die bedrijven die moord en brand roepen dat offshore wind de oplossing is, ook hier ligt de waarheid in het midden en zelfs meer naar de andere kant. Offshore wind is een schakel in een toekomstige energiehuishouding, maar niet meer dan dat. Er kunnen zeker landen en regio’s zijn die meer uit wind op zee zullen halen dan anderen, maar het verkopen als het Eureka moment is er ver over.

Net zoals het megalomane idee van enige jaren geleden om alle zonnepanelen in de Sahel te gaan zetten en zo elektriciteit over grote afstanden te gaan vervoeren. Theoretisch perfect mogelijk alleen praktisch perfect onwenselijk. Ook bij ons roepen velen in slogans, elektrisch autorijden is ineens de totaal oplossing terwijl men er niet bij zegt dat dit vandaag onmogelijk is en zelfs niet wenselijk. Onze spreekwoordelijke eieren in één mand leggen is ziek blijven in hetzelfde bedje. Onze fossiele verslaving vervangen door een lithium verslaving bijvoorbeeld is de weg naar nog meer miserie.

Dat neemt niet weg dat al deze technologieën een deeltje van de puzzel zijn. Ook vanuit de politiek roept men vrolijk mee want ineens is wind op zee gratis geworden, fantastisch toch, maar gelooft u dit nu echt? Natuurlijk zijn er schaalvoordelen en zoals iedereen hoop ik ook dat windmolens dezelfde weg op gaan als zonnepanelen qua prijs alleen is de euforie veel te voorbarig.

De consessies die in Duitsland nu gratis zijn weggegeven zonder subsidie hebben in de details van hun contract genoeg ontsnappingsmogelijkheden waardoor het verre van zeker is dat deze parken er ooit gaan komen. Als de elektriciteitsprijs tegen 2023 niet fors is gestegen (lees het dubbel minstens) dan zal men deze concessies gewoon niet uitvoeren en de boete van 60 miljoen euro betalen.

De paradox is zelfs dat dit huidige goede nieuws ervoor kan zorgen dat we grote vertraging gaan oplopen in wind op zee want iedereen denkt ineens het licht gezien te hebben. Wij in Vlaanderen/België zouden beter moeten weten, gratis bestaat niet, niet zoals bussen draaien windmolens niet op liefde.

Erger is nog dat beleidskeuzes kunnen wijzigen door deze euforie, bijvoorbeeld lopen we het risico dat men de moeilijke zoektocht naar goede locaties op land voor wind gaat laten voor wat het is en alles op zee gaat concentreren. De industrie die betrokken is bij het bouwen van windmolens op zee zal dit zeker stimuleren alleen weet ik niet of ze nu zo blij moeten zijn met dergelijke tendens want de risico’s nemen ook toe.

Ondertussen zorgt onze sector in ieder geval wel voor een gevoel van solidariteit, maar liefst een kwart miljoen gezinnen kopen samen energie aan. Dat dit vooral komt uit gemakzucht wordt er wel bijgezegd want zelf zoeken naar de beste leverancier vergt enige inspanning. Ook al hebben we al jaar en dag de uitstekende online tool van de VREG genaamd de V-test. Het blijft positief dat de gezinnen wakker zijn, alleen dat constante hameren op de prijs heeft zo zijn gevolgen voor de waardering voor het product. De wil om er meer voor te betalen is niet groot en de klaagmuur is nooit ver weg.

De fusie tussen Eandis en Infrax wordt dan ook vooral verkocht met het argument dat onze factuur erdoor gaat zakken en dat is weer meer van de zelfde perceptie, prijs, prijs, prijs. Overigens nodig ik u uit om na de fusie even met mij uit te rekenen hoe groot de besparing zal zijn. Deze zal volledig teniet gedaan worden door de verwachte investeringen die nodig zijn om ons net slim te maken en vooral klaar voor de toekomst waar sommige zeggen dat we al onze wagens even aan de stekker gaan hangen. De “Internet of Things” zal hard nodig zijn om nog maar een deel van deze droom werkelijkheid te kunnen maken.

Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax gaan fusioneren

Het nieuws over onze sector werd op het laatste van vorige week beheerst door de aankondiging dat de Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax goedkeuring hebben gekregen om één bedrijf te worden.

Na het afspringen van de verkoop van een klein deel van Eandis aan een Chinees staatsbedrijf nog niet lang geleden kon deze fusie dan ook in een stroomversnelling komen. Met minister Tommelein als aanjager voelen de netwerkbedrijven de hete adam in hun nek ook al stonden ze zelf ook al positief tegenover het samensmelten.

Dat de fusie nog niet voor morgen is gezien de complexiteit van beide structuren wordt ook wel bevestigd, maar vanuit efficientie oogpunt blijft dit een goede maatregel. Natuurlijk werden er direct vragen gesteld vanuit de media of dit onze elektriciteitsfactuur gaat laten dalen en is enige nuance wel op zijn plaats.

We zullen eigenlijk pas over enkele jaren kunnen uitrekenen gebaseerd op een vergelijking van de werkingskosten van vandaag of de fusie ook een reductie zal gaan inhouden, maar het zal op zijn minst de een dempend effect hebben op de toekomstige prijsstijgingen. Dat men zoals steeds focust op de kost en mogelijke prijsdalingen is begrijpelijk alleen gaat zo te veel aandacht naar het korte termijn effect.

Tevens is er sprake van een beursgang alleen jammer genoeg niet van het netwerkbedrijf, maar van een holding er boven die dan duurzame investeringen kan gaan doen. Hierover is het nog te vroeg om een oordeel te vellen, maar in principe ben ik wel voor een netwerkbeheerder die zich uitsluitend op zijn kerntaken focust en niet op de andere delen van de energiewaardeketen.

Het ontwikkelen van windmolenparken in binnen- en buitenland hoort daar zeker al niet bij en de uitdagingen bij het netwerkbedrijf zijn gigantisch genoeg als men naar de toekomst kijkt. Het slimme netwerk van de toekomst heeft behoefte aan heel andere zaken dan vandaag, sturing van alle aangesloten toestellen via IOT (Internet of Things) applicaties is onontbeerlijk en hiervoor zal de regelgeving ook moeten aangepast worden. Decentrale opslag diep in het netwerk, nieuwe distributienetwerktarieven, microgrids, warmtenetten, etc..

De lijst is lang en de middelen zeker niet onuitputtelijk, mijn boodschap dat de investeringen in de toekomst een prijsverhoging tot gevolg zullen hebben stuiten keer op keer op hevige reacties die op zich begrijpelijk zijn gezien meestal de rest van mijn stelling niet wordt opgenomen. Dat andere kosten gaan dalen wordt vaak vergeten gezien onze olie en gasfacturen ook aanzienlijk zijn en voor een groot deel kunnen wegvallen.

Beloftes of suggesties maken over mogelijke prijsdalingen hebben altijd tegen onze sector gewerkt, of het nu was op het moment dat de markt geliberaliseerd werd en de politiek in koor riep dat nu de prijzen zouden gaan dalen, totdat Bush Irak binnenviel. Dat de liberalisering er wel voor zorgt dat aan de laagst mogelijke prijs wordt gewerkt en er dus wel degelijk een dempend effect is kan er niet voor zorgen dat de perceptie keert.

Ook de duurzame sector wordt keer op keer weggezet als poenpakkers, enkele jaren geleden met de zogenaamde oversubsidiering van de zonnepanelen en nu weer met de windmolenparken op zee. Het bashen van de sector is nu eenmaal een klassiek gegeven geworden en hierdoor legt men wel een hypotheek op het broodnodige draagvlak om de transitie te kunnen maken.

Doch is het verfrissend dat minister Tommelein ondanks de vele tegenkantingen van collega’s die tegen verandering zijn hij toch recht gaat staan en met veel voluntarisme er tegen aan gaat. Hopelijk zingt hij de rit uit gezien hij het stokje al heeft overgenomen van mevrouw Turtelboom. De verkiezingen beginnen al volgend jaar en vaak ziet men dan wel al verschuivingen.

Tegelijkertijd dook in de media ook weer een oud monster op met Doel 1 en 2 die wederom slechte punten gekregen heeft van de Fanc. Wellicht nog belangrijker nieuws op termijn want vroeg of laat zal het geduld toch wel op zijn en gaan deze oudste centrales terecht gesloten worden.

Dat vorige week de bevoegde Europese Commissaris op bezoek was in België was niet meer dan een voetnoot gezien zijn boodschap toch wel wat wenkbrauwen deed bewegen. Plots zijn we goed bezig en bij de betere leerlingen en wat vooral opviel was het discours van minister Marghem dat de doelstellingen van 2020 niet zo belangrijk zijn en dat de focus beter op 2030 gericht kan worden. Ook hier zit een grond van waarheid op voorwaarde dat uitstel geen excuus wordt en de woorden klonken dan ook heel hol gezien er nog geen enkele onderbouwing is om haar stelling te staven. Uitstellen kan perfect aanvaardbaar zijn als je een uitrolplan hebt met middelen dat aantoont dat het objectief in 2030 op een betere wijze kan gehaald worden dan in plaats mordicus overal windmolens te gaan plaatsen zonder visie op het total plaatje. Dat deze minister tot nu toe nog een leeg blad moet presenteren is toch wel heel pijnlijk te noemen en was het dus des te opvallender dat de Europese Commissaris hier een bloemlezing kwam geven.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...