Archive for the ‘Renewable energy sources’ Category

Behoefte aan een stabiel en goed investeringsbeleid

maandag, januari 30th, 2012

Afgelopen week verscheen er in de Tijd een interessante berekening over de impact van het per direct afschaffen van ondersteunende maatregelen van de federale overheid voor duurzame investeringen. Per direct wordt de terugverdientijd voor een zonneboiler maar liefst van 18 naar 30 jaar teruggebracht. Een termijn die niet direct de beslissing om een zonneboiler aan te kopen zal motiveren. Voor zonnepanelen komt er in één keer vijf jaar bij en zal bij het terugbrengen van de subsidie van 20 naar 15 jaar ook daar de terugverdientijd te lang worden om dergelijke investering nog in overweging te nemen.

Nu kan het zijn dat men gokt op het feit dat de prijzen voor dergelijke producten wel zullen blijven zakken, maar een gok blijft een gok natuurlijk. Het stilleggen van de verkoop van duurzame toepassingen, zoals zonneboilers met de hoop dat het product dan wel snel goedkoper zal worden, zorgt niet voor de continuïteit die nodig is op dit ogenblik. Hopelijk zullen de gewesten dit snel opnemen en voor een nieuw beleid zorgen dat de nog jonge sector in leven houdt. Zelfs bij schaarse middelen kan men beslissen om in ieder geval tijdelijk een bepaalde quota of doel jaarlijks vast te stellen met deze producten.

Ook de ontwikkeling van groengasinstallaties blijft onbestaande ondanks het bestaan van een kader in beide gewesten. In Wallonië zijn er wel enige projecten die injectie van groen gas aan het overwegen zijn of aan het voorbereiden zijn, maar of deze er ook effectief gaan komen of wanneer is nog niet zeker. Hiervoor ben ik onlangs trouwens nog zelf naar een regulator gegaan om hem duidelijk te maken dat er iets schort aan de ontwikkeling van groengasprojecten of toch in ieder geval in de overweging om groen gas te injecteren in het Fluxsys-net in plaats van er groene stroom van te maken.

Het potentieel ligt hier nog volledig braak en zoals al eerder geschreven gaat het hier om verschillende BCM’s (miljarden kubieke meters) gaspotentieel op termijn waardoor België minder afhankelijk wordt van import. Import die nu goed is voor zowat 100% gezien we zelf in het land geen gasvelden hebben. 10% van onze toekomstige gasbehoeften uit groen gas halen is een realistisch doel over een termijn van 15 tot 20 jaar, maar dan zal de sector in overleg dienen te gaan met de beleidsmakers en zal er een goed investeringsbeleid goedgekeurd dienen te worden.

Dat de duurzame sector in Vlaanderen zenuwachtig rondloopt, behoeft geen verrassing te zijn, daar het uitblijven van de al lang aangekondigde wijzigingen in het ondersteunend (lees subsidie) begint te wegen. Dan krijgt men natuurlijk speculaties en één van de geruchten in de sector is dat de termijn voor ondersteuning voor bijvoorbeeld wind en biogas projecten beperkt zou worden tot tien jaar. Als men dit als realiteit zou zien en per direct zou invoeren dan kan men per direct een grote streep trekken door de meeste projecten in ontwikkeling. Is het dan niet mogelijk op termijn om bijvoorbeeld slechts tien jaar te ondersteunen? Waarschijnlijk wel, maar vandaag is dit onmogelijk door diverse redenen, welke?

-       De huidige elektriciteitsprijs is zo laag dat zelfs met de huidige ondersteuning veel projecten gewoon niet haalbaar zijn.

-       De groothandel in groenestroomcertificaten is zowat stilgevallen door een overaanbod waardoor de prijzen ook hier onder druk staan en men dient terug te vallen op de gegarandeerde overheidsprijs die gewoon te laag is om nog winst te maken.

-       Gezien de kredietcrisis is financiering van projecten gewoon moeilijker en dient er meer eigen vermogen te voorzien te worden waardoor de rendementen nog meer onder druk komen te staan.

-       De nog jonge sector bestaat alleen maar uit lokale of kleine duurzame producenten die niet de middelen hebben zoals de voormalige monopolisten om uit hun bestaande kasstromen te putten om het dan maar 100% zelf te financieren.

-       Voor biogasprojecten speelt ook bijvoorbeeld de kost van de grondstof/brandstof mee die eerder een stijgende tendens vertoond dan een dalende en dit zal ook moeten gecompenseerd worden.

Dat onze Vlaamse minister van energie, mevrouw Freya Van den Bossche vóór de zomer van vorig jaar al heeft aangekondigd dat het hele systeem voor duurzame productie wordt herzien kan positief zijn als men als doel heeft om een stabiel en goed investeringskader te bouwen tegen de meest optimale kost. Nu, meer dan een half jaar verder, is er jammer genoeg nog niet gecommuniceerd en dat is gewoon te lang. De gesprekken met sectorgenoten wijzen allemaal in dezelfde richting en dat is de wens en eis tot duidelijkheid. Zo niet dreigt men om één van de weinige positieve lichtpunten in onze energiesector aanzienlijk te vertragen op een moment dat onze economie alle zeilen dient bij te zetten.

Duurzame bouwsector

maandag, januari 23rd, 2012

Onlangs hebben we een nieuw huis gekocht.,”Nieuw” is relatief, vermits het een hoeve betreft van 1730. Dat een dergelijk gebouw niet optimaal geïsoleerd is behoeft geen verrassing. De standaard stookolieketel heeft ook niet echt een duurzaam karaker en ik zoek dan ook raad en daad bij diverse fabrikanten en installateurs van bijvoorbeeld warmtepomp experts. Welke keuze van warmtepomp is nog niet helemaal gemaakt, maar het boren wordt moeilijk door een ongeschikte ondergrond (rotsachtig) en een luchtwarmtepomp is de meest waarschijnlijke optie.

Verder zal er ook een zonneboiler geïnstalleerd worden om het water maximaal duurzaam te verwarmen. Verder is de kans groot dat er ook een zonnepaneleninstallatie wordt geïnstalleerd om ook elektrisch duurzaam te maken en deze optimaal af te stemmen met de andere duurzame systemen.

Het verkrijgen van voldoende informatie en op maat gemaakte offertes is niet eenvoudig gebleken tot nu toe voor de duurzame toepassingen, maar wellicht zit de wedren naar het eindejaar toe er voor iets tussen. Het wegvallen van vele vormen van subsidies voor investeringen in duurzaamheid per eind 2011 zal de wedren naar het eindejaar toe nog versneld hebben.

Dat de federale overheid zo snel dergelijk grote wijzigingen in de mogelijke aftrekbaarheid van duurzame toepassingen doorvoert is geen goed bestuur op een moment dat de bouwsector al moeilijkheden heeft om continuïteit te verzekeren in zijn werkgelegenheid. Het afschaffen op zich van deze ondersteunende maatregelen kan op zich wel naarmate de technologie en bekendheid meer ingeburgerd is, maar men dient overgangsmaatregelen te nemen. Het huidige federale beleid lijkt een beetje ad hoc en paniekvoetbal wat energiebeleid betreft en men hoopt dat de deelstaten zowat automatisch de maatregelen en de kost ervan wel zullen overnemen.

Nu denk ik zelf dat zaken zoals het isoleren van je huis of goed isolerende ramen installeren verplicht dient te worden, maar dan ook weer met een duidelijke communicatie vanaf wanneer. Een paar jaar geleden vroeg een burgemeester van een stad in Vlaanderen mij wat er moest gebeuren om de energiehuishouding te verduurzamen. Tegen haar heb ik voorgesteld om het verplicht te stellen dat alle daken van haar stad geïsoleerd diende te zijn tegen 2020-2025 (2025 voor gebouwen ouder dan 20 jaar bijvoorbeeld) zodat eigenaren zich ruim op voorhand konden voorzien.

De federale overheid blijft zeer vaag wat haar energiebeleid betreft en de nieuwe staatssecretaris Dhr. Wathelet zou toch stilaan met zijn beleid naar buiten kunnen komen.  Men begrijpt nog steeds niet dat deze sector grote mogelijkheden biedt qua investeringen vermits bijvoorbeeld ons productiepark stilaan aan vervanging toe is.  Dat ons onroerend patrimonium zeer oud is en dus ook naar moderne duurzame technieken dient gebracht te worden. Wellicht had deze regering beter een speciale ministerpost gecreëerd met als hoofddoel investeringen op gang te brengen en het economisch gebouw van België te hertekenen.

Dat ons land vooral bestaat uit kmo’s en hier ook een belangrijk deel van zijn middenstand welvaart heeft mee opgebouwd is een feit, maar geen garantie voor de toekomst.  De vele succesvolle kmo’s die geen opvolgers hebben of vinden zijn tevens een feit en tasten ons economisch weefsel aan. Of ons economisch gebouw in de toekomst uit kmo’s zal bestaan is helemaal geen automatisme en nog minder een antwoord voor het behoud van onze welvaart. Jezelf heruitvinden is niet alleen een verplichting die we als individu hebben. Maar ook als samenleving en dat lijken onze politici niet voldoende te beseffen.

Het nieuwe jaar

maandag, januari 9th, 2012

Ook dit jaar belooft weer boeiend te worden in energieland. Met veel verwachting wordt uitgekeken naar de aangekondigde wijzigingen in het subsidiesysteem voor duurzame productie in Vlaanderen. Het teveel aan groene stroom certificaten heeft voor een ineenstorting gezorgd van de marktprijs voor kleinschalige producenten en de minimumgarantieprijs die de overheid garandeert, verandert daar niks aan.

Men dient te beseffen dat het verschil tussen leven en dood (lees rendabel of niet) net zit in de laatste euro’s die je verdient (lees het verschil tussen een betrouwbare marktprijs en de minimum garantie van de overheid) en deze zijn dus broodnodig. Nog niet zolang geleden (vierde kwartaal 2010) werd schande gesproken over de hoge subsidies voor zonnepaneleninstallaties met als gevolg de beslissing eind 2010 om de subsidies voor zon drastisch af te bouwen. Dat de andere subsidies (lees voor onder andere biogas en wind) ook door het slijk werden gehaald heeft ervoor gezorgd dat de perceptie de werkelijkheid volledig heeft ingehaald.

Ineens werden alle duurzame productieprojecten als een soort vetgemeste, overbetaalde vormen van productie aanzien. De laatste twaalf maanden hebben dit beeld wellicht opnieuw naar de realiteit gebracht met de problemen voor bepaalde installaties in Vlaanderen. Als klap op de vuurpijl kwam daar in 2011 ook nog het Max Green project bij; een oude kolencentrale van Electrabel die werd omgebouwd tot houtverbrander van 200 MW, waar de politici schande over spraken. Dat men dit had kunnen voorkomen door de subsidie voor projecten te plafonneren voor projecten tot 20 MW was op voorhand geweten. Dit voorstel is trouwens nu opgenomen in het advies van de Vreg naar de bevoegde minister toe.        

Dat de quota verhoogd dient te worden voor de leveranciers is één van de eerste stappen, maar het systeem zelf dient vooral stabiel te blijven in deze woelige tijden. De banken die elkaar onderling al niet vertrouwen, stralen dit ook door in hun dag dagelijks werk naar de markt toe. Aan de positieve kant staat dan weer dat de grote vermogens op zoek zijn naar meer zekerheid na hun verliezen op de aandelenmarkt. Je merkt nu dat deze vermogens zich organiseren om in ieder geval een deel van hun vermogen in onze sector te gaan beleggen op lange termijn (lees tien jaar). Een ander voordeel van beleggingen in duurzame productie is dat deze zichtbaar/tastbaar zijn. Een partij als Ackermans & van Haren die rechtstreeks investeert in een centrale is daarvan een tastbaar bewijs.

Dat tien jaar een heel korte termijn is in energieland wordt wel eens vergeten en hier zit waarschijnlijk een spanningsveld tussen passieve investeerders en deze nieuwe sector van duurzame investeringen in productie. Dat de meest duurzame productie niet wordt ontwikkeld door de traditionele spelers (lees de voormalige monopolisten) komt ook vaak door de kleinschaligheid (kleiner dan 20 MW) en het lokale karakter. Zo goed als alle biogasprojecten komen tot stand door lokale mensen die met veel passie en overtuiging beginnen aan dergelijke projecten. Dat deze lokale mensen zich ongemakkelijk voelen bij het onderhandelen met de klassieke energiebedrijven is logisch daar deze grote bedrijven per definitie dominant (willen) zijn. Dat wil niet zeggen dat grote historische energiebedrijven geen rol te spelen hebben in het kopen van de output bijvoorbeeld.

Jammer is wel dat in een jonge sector er ook veel fouten gemaakt worden en er figuren rondlopen die eerder opportunistisch naar de sector kijken. De lange noodzakelijke termijn denken in deze sector staat echter haaks op enig opportunisme en het is dan ook een kwestie van tijd totdat deze figuren verdwijnen daar ze gewoon het geduld noch de kennis hebben om de marathon uit te lopen.

Een mogelijke consolidatie is ook niet uit te sluiten daar je ten eerste kritische massa nodig hebt in je productiepark en ook over een brede balansbasis dient te beschikken om de nodige investeringen en schokken te kunnen opvangen. De vele goede duurzame initiatieven verdienen extra ondersteuning vanuit de overheid als jonge sector die nog kwetsbaar is. Hopelijk vergeet de bevoegde minister dit niet.

De week voor Kerstmis

maandag, december 26th, 2011

Deze week heeft NPG energy weer een mijlpaal gezet in zijn ontwikkeling door zijn eerste overeenkomst te tekenen voor de ontwikkeling van een grote biogas centrale in het noorden van Nederland (+10MW). De beslissing van eind vorig jaar om ons werkgebied uit te breiden naar Nederland heeft dus nu een eerste tastbaar resultaat met zich meegebracht.  NPG heeft via diverse daarvoor opgerichte werkvennootschappen dit jaar voor meer dan 60 miljoen euro aan projecten gefinancierd (samen met diverse mede-investeerders uit de bank-, energie- en “privat equity” wereld).

Ondanks het uitontwikkelen van de eerste schijf van ontwikkelingsprojecten heeft NPG al een groot aantal nieuwe projecten in ontwikkeling in België en hopen wij spoedig ook in Nederland van start te gaan met de uitontwikkeling van een aantal windmolenparken en dit wederom samen met lokale partners. Het eerst volgende project waar de spade voor in de grond gaat in 2012 (tweede helft) is een biogasinstallatie in Vlaanderen van dezelfde grootorde als degene die nu in aanbouw is in Tongeren (2.5-2.8 MW).  Dat NPG binnenkort voor bijna 70 MW wind en 20 MW biogas in ontwikkeling heeft, betekent dat de potentiële groei voor de komende jaren gegarandeerd is en dat we samen met onze lokale partners en investeerders de komende twee tot drie jaar op volle kracht zullen moeten draaien.

Afgelopen maandagavond was ik op uitnodiging van de stad Antwerpen op een goed georganiseerde avond over duurzame energie. De andere sprekers waren van Electrabel, Electrawinds en de Creg (federale regulator).  De nadruk lag vooral op het beantwoorden van stellingen die via een kort filmpje geïntroduceerd werden. Eén van de belangrijke ontwikkelingsprojecten voor de komende 20 jaar is het bedrijventerrein Blue Gate (oude petroleum zuid) dat na een grondige schoonmaakbeurt een duurzaam karakter zal krijgen.  Het produceren van groene energie is één van de speerpunten en hier ging de avond dan ook over. De opkomst was groot voor een dergelijke avond en de receptie erna was minstens zo interessant. 

Nu ligt de nadruk van duurzaam niet alleen op groene energie, maar ook op een efficiënt energieverbruik. Het vinden van nieuwe bedrijven of activiteiten voor dit grote industrieterrein wordt zeker een uitdaging daar de aard van het bedrijf dus zal bepalen of zij plaats kunnen nemen op dit bedrijventerrein. Gezien de enorme verkeersproblematiek rond Antwerpen is het dan ook goed nieuws dat er naast een bedrijventerrein ook een woningzone wordt ontwikkeld zodat in theorie mensen dichter bij hun werk kunnen gaan wonen. Ook hier zal men moeten kijken of men bedrijven kan aantrekken met bijvoorbeeld een internationale activiteit die hun personeel ook woningen kunnen aanbieden tijdens hun verblijf en hun werk in Antwerpen.

De tijd van industrieparken langs snelwegen lijkt stilaan voorbij (toch de nieuwe ontwikkeling ervan) en men dient opnieuw woon en werk met elkaar te gaan verzoenen zodat we niet met z’n alleen om half negen ’s morgens van bijvoorbeeld Antwerpen naar Brussel rijden om een werk te gaan doen wat je ook perfect in je thuisgebied kan doen.  Dat transport de grootste vervuiler blijkt te zijn behoeft geen verrassing (vooral ook naar de toekomst toe globaal gezien) maar tegelijkertijd kunnen hier ook enorme efficiëntie verbeteringen gehaald worden.

De komende twintig jaar zal de nadruk vooral moeten liggen op een efficiënter (lees minder) energieverbruik (zal zowat voor de helft van de verbetering moeten instaan). De inzet van duurzame energie is slechts goed voor 25% van de efficiëntie verbetering. De explosie van de energiebehoeften van China en India de komende vijfentwintig jaar (drie tot het vijfvoudige van wat het nu is) blijft echter een groot vraagteken zetten bij al onze pogingen om minder te gaan verbruiken. Door het opleggen van (terecht) strengere normen in onze Westerse wereld om zo tot een forse reductie te komen van onze uitstoot van broeikasgassen, moeten wij niet vergeten dat ook buiten Europa dergelijke spelregels dienen gehanteerd te worden. Daar je dergelijke grote landen als India en China niet kan verplichten om mee te werken aan een schonere economie, moet men toch gaan overwegen om andere wegen te vinden om iedereen te motiveren om dezelfde reductieregels te respecteren.

Building integrated solar

maandag, november 21st, 2011

Afgelopen week was ik gevraagd om een Euregionale namiddag te begeleiden over toekomstige toepassingen van geïntegreerde zonnepanelen/cellen in gebouwen. Het evenement ging door in Nederlands Limburg te Kerkrade, maar was wel degelijk een Euregionaal initiatief. Er waren een zestigtal bedrijven uit de drie landen waarvan de meesten uit België en Nederland. Met steun van Interreg (Eurepese fondsen) probeert men om grensoverschrijdende initiatieven van de grond te krijgen wat op zich een lovenswaardige gedachte is.

Wat mij opviel is dat de architecten vele oplossingen konden bedenken voor de integratie van zonnetechnologie, maar wellicht geen obstakel hadden in de kostprijs van de oplossing. De wens om op maat gemaakte oplossingen te krijgen staat haaks op de massale toepassing vandaag van de panelenindustrie wereldwijd. Er zijn wel wat kleinschalige BIPV fabrikanten (ook in België), maar men ziet jammer genoeg nog niet genoeg in het straatbeeld hun impact.

Men zal naast een daling van de kostprijs voor op maat gemaakte oplossingen toch ook dienen te gaan naar een verplichting voor nieuwbouw om deze toepassingen te integreren. In principe zal het schaaleffect van de verplichting ervoor een groot deel voor zorgen dat de zogenaamde extra kost aanvaardbaar zal blijven versus de winst voor het milieu en de vormgeving.

Een ander voordeel van de ene verplichting (op Europees niveau) zal zijn dat de fabrikanten zich gaan aanpassen aan flexibele oplossingen in tegenstelling tot hun standaardisatie tot nu toe. Ook zal men duurzamer gaan dienen te werken daar geïntegreerde toepassingen veel langer dienen mee te gaan (lees + 100 jaar) of in ieder geval dat onderdelen tegen aanvaardbare kost kunnen vervangen worden.Ten laatste zal de verplichting tot integratie van duurzame toepassingen ervoor zorgen dat netwerkbedrijven/energiebedrijven echt rekening kunnen gaan houden met een lokale productie die overal gelijk is en dus in een slim netwerk concept ook beter toepasbaar. Het blijft echter afwachten of politici deze stap durven opleggen aan een industrie (de bouwsector) die het op dit ogenblik al niet gemakkelijk heeft.

To Bio or not to Bio

maandag, november 7th, 2011

Deze week had ik de eer om op een tweejaarlijkse conferentie te mogen spreken over de biomassa-industrie of dan toch vooral het deel grootschalige verbranding van pellets (houtstokjes) in kolencentrales (of voormalige omgebouwde kolencentrales). Een controversiële manier van het produceren van zogezegd “groene stroom en/of stoom” die deze week ook nog door Greenpeace werd aangevallen. Eén van de tegenkantingen is dat vanuit ecologisch oogpunt vooral de bossen uit Noord-Amerika dienen om deze pellets aan te leveren.

Zeker is dat ook dit standpunt enige nuance verdient. Bossen die speciaal gekweekt worden voor deze toepassing en dus extra worden aangeplant zonder enige impact op het milieu te hebben zijn wellicht voor een beperkte productie aanvaardbaar. Afvalhout is een andere nuttige toepassing om er pellets van te maken, alleen volstaat dit helemaal niet om de vraag vanuit de grootschalige verbranding te dekken. Er zijn ook nog plannen om grootschalige nieuwe verbranders te gaan bouwen zoals in Antwerpen.

Dat dit een controversiële manier van elektriciteitsproductie zal blijven staat in de sterren geschreven, omdat verbranding nu eenmaal niet echt duurzaam is gezien de grote uitstoot van bijvoorbeeld CO2. Het is vaak kiezen tussen twee slechten, maar als we kunnen kiezen tussen de bouw van een grootschalige kolencentrale of een houtverbrander van formaat zoals in Vlaanderen (lees Antwerpen), dan kies ik toch voor het tweede. Dat we het aantal dienen te beperken totdat er meer geweten is over de lange effecten op het milieu (i.v.m. ontbossing bijvoorbeeld) lijkt me raadzaam.

Het subsidiëren van zogenaamde “ bijstook” of meeverbranding in bestaande oude kolencentrales (nu is oud enigszins misleidend want er dienen wel investeringen te gebeuren om hout mee te kunnen verbranden, maar deze zijn toch eerder gering in vergelijking met nieuwbouw) dient te worden beperkt en dit eerder omdat ze enerzijds marktverstorend kunnen werken (lees door hun omvang trekken ze grote sommen subsidiegeld weg ten koste van bijvoorbeeld kleinschalige duurzamere productie toepassingen en geld kun je nu eenmaal maar één keer uitgeven) en anderzijds zijn vaak voormalige monopolisten eigenaar van onze oude steenkoolcentrales en wordt zo het status quo in stand gehouden (lees nieuwe marktpartijen kunnen met nieuwe centrales nooit concurreren daar ze deze nog dienen af te schrijven).

Het is dan ook een goed idee van de Vlaamse Regelgever Vreg om in zijn huidig advies naar de bevoegde minister toe te pleiten voor een plafonnering van de subsidies tot een vermogen van 20 MW (en dan nog voor nieuwbouw) en alles wat groter is in een aparte beoordeling geval per geval te beslissen. Gezien de schaalgrootte van onze oude steenkolencentrales moet er een echt maatschappelijk draagvlak zijn om hier honderden miljoenen euro’s aan subsidie aan te gaan geven.

NPG projects together with partners

dinsdag, oktober 18th, 2011

At this moment we start to see the result of our developments of the last two years in several projects. The first project NPG started to develop as from March 2007 is now being built, the next two weeks the windmills of the St. Vith park will be erected and as such we, together with the support of many different partners, will have concluded the development of this park within five years.


Besides NPG energy also BMR (German partner and co-developer of the project), Bank Degroof and the Municipality are currently shareholders in this project while NPG holds 52% of the shares. Also the operational support of the municipality has been important and also the Walloon government has actively helped to realize this project via a granted subsidy on the investment. The debt financing has been secured with Triodos Bank.  The park will be commissioned by the end of January 2012.

This year we have also developed and co-financed the installation of 8 MW of solar systems on 15 rooftops all over Flanders, the bulk being in Limburg (70-80%). With a number of different co-investors and installation companies we managed to secure all these projects before the summer break. 

Also in Tongeren we are seeing a lot of action the last months and especially since the half of August when construction works have started and the crops has been harvested the last three weeks. More than 15.000 ton of energy corn (normally used as food for pigs and other animals) is stocked on site to be used as from May 2012 onwards.

The site is 3.5 hectares and besides the biomass plant of 2.8 MW, (5.6 MW phase II) which will become operational (test phase) as of May 2012, NPG energy will also build a separate office building for its holding needs on the premises of Biopower Tongeren. Besides the fact that visitors of NPG energy can also take a glance from time to time of a full operational plant, also the operational managers of this plant can count on our support as we are also handling part of the administration. As we are developing two more biomass plants in Flanders (and two in the Netherlands) over the next two years one of the additional goals is also to find and create operational benefits while operating a number of similar biogas plants.  

Many more partners have helped in the build-up of all these new production sites where NPG has assisted or coordinate, for example the farmers who have given the trust to the operational managers to get started and cultivate 280-350 hectares of energy corn.  

Below I also have included the press release related to this happening.                                                    

17 October 2011

PRESS RELEASE Biopower Tongeren  On Monday, October 17th 2011 at the industrial estate “Tongeren Oost”, Michielenweg in Tongeren, Biopower Tongeren NV (“Biopower Tongeren”) together with its shareholders Pholpa bvba (“Pholpa”), Enovos Luxembourg NV (“Enovos”) and NPG energy NV (“NPG energy”)  celebrated the first stone ceremony of the largest biogas plant in Limburg. In presence of a.o. the Mayor of the City of Tongeren Mr. Patrick Dewael and the College of Aldermen, a tree was planted to symbolise that this biogas plant will be 100% CO2 neutral. This new biogas plant, which will be fully operational in 2nd quarter 2012, will have an initial production capacity of 2,8 MW and can be extended in a second phase to a total capacity of 5,6 MW.Located in a predominantly agricultural area, the biogas plant will mainly ferment corn that is grown in close cooperation with local farmers within a 15 km radius.

The resulting environmentally friendly biogas is converted in a highly efficient combined heat and power engine to electricity and is then fed into the local power grid. The heat resulting from the process is used to dry the fermentation digestate. These substrates are returned to the fields as low-odour, high-quality organic fertilisers, thus creating a closed loop cycle and saving large quantities of inorganic fertilisers.

For Pholpa and NPG energy, both responsible for technical and operational management of the biogas plant, the participation of the european utility Enovos in this project is of real added value because of the company’s experience with several large scale biogas plants based on energy corn in Germany. For Enovos, this project represents the first investment in renewable energy in Belgium. Jean Lucius, CEO of Enovos Luxembourg and Daniel Christnach, Head of Renewable Energies highlight: “The participation in the Biopower Tongeren N.V. emphasizes Enovos’ consistent commitment to the field of renewable energy. We are pleased that with this first project we were able to assert this message on the Belgium market.

Olivier Carlens, Philippe Muziek and Pascal Nelissen of Biopower Tongeren NV state: “The total investment is of approximately 11 million euro. With its initial capacity of 2,8 MW, the plant can provide 6.500 households with green power while saving 10.000 tonnes of CO2 per year. The extension to 5,6 MW will generate enough electrical energy for the entire city of Tongeren.”Thanks to the outstanding support of the city of Tongeren and the quality of its shareholders, Biopower Tongeren was able to undertake this investment.”

17 oktober 2011 PERSBERICHT Biopower Tongeren 

Op maandag, 17 oktober 2011, op het industrieterrein “Tongeren Oost”, Michielenweg 3 in Tongeren, vierden Biopower Tongeren NV (“Biopower Tongeren”) samen met haar aandeelhouders Pholpa bvba (“Pholpa”), Enovos Luxembourg NV (“Enovos”) en NPG energy NV (“NPG energy”) de eerste steenlegging van de grootste biogasinstallatie in Limburg. In aanwezigheid van de burgemeester van Tongeren, Dhr. Patrick Dewael en het Schepencollege, werd een boom gepland om te symboliseren dat de biogasinstallatie 100% CO2-neutraal zal zijn.  Deze nieuwe biogasinstallatie, die operationeel zal zijn in kwartaal twee van 2012, zal een initiële productiecapaciteit van 2,8 MW bevatten en dit kan verhoogd worden tot een totale capaciteit van 5,6 MW in fase twee.  

De biogasinstallatie zal hoofdzakelijk energiemaïs vergisten dat lokaal geteeld wordt in nauwe samenwerking met lokale boeren in een straal van 15km. Het resulterende milieuvriendelijke biogas wordt geconverteerd naar elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling (WKK) en wordt dan op het lokale netwerk geïnjecteerd. De warmte die ontstaat uit dit proces wordt aangewend om het digestaat te drogen. Deze substraten worden teruggevoerd naar het land als zijnde hooggekwalificeerde meststoffen, hetgeen een gesloten cyclus betekent en een besparing van grote hoeveelheden anorganische bemesting.  Voor Pholpa en NPG energy, die beide verantwoordelijk zijn voor het technisch en operationeel management van de biogasinstallatie, is de komst van het Europese nutsbedrijf Enovos in dit project van grote toegevoegde waarde omwille van de ervaring met meerdere grootschalige biogasinstallaties gebaseerd op energiemaïs in Duitsland.  

Voor Enovos vertegenwoordigt dit project een eerste investering in hernieuwbare energie in België. Jean Lucius, CEO van Enovos Luxembourg en Daniel Christnach, Hoofd van Hernieuwbare Energie lichten toe: “De participatie in Biopower Tongeren N.V. benadrukt Enovos’ consistente toewijding aan het domein van hernieuwbare energie. We zijn opgetogen dat we met dit eerste project deze boodschap de Belgische markt kunnen insturen.”  Olivier Carlens, Philippe Muziek en Pascal Nelissen van Biopower Tongeren N.V. verklaren nader: “De totale investering bedraagt ongeveer 11 miljoen euro. Met de initiële capaciteit van 2,8 MW kan deze installatie 6.500 gezinnen van groene stroom voorzien en een reductie van 10.000 ton CO2 per jaar betekenen. De uitbreiding naar 5,6 MW zal genoeg elektriciteit genereren om de hele stad Tongeren te voorzien van groene stroom.  Dankzij de voortreffelijke ondersteuning van de stad Tongeren en de kwaliteit van haar aandeelhouders, is Biopower Tongeren in staat om deze investering te realiseren. 

Biopower Tongeren: 

Maatschappelijke zetel:Maastrichtersteenweg 523, b33700 Tongeren Site: Industriezone Tongeren-OostMichielenweg 33700 TongerenAandeelhouders-       Pholpa B.V.B.A.BedrijfsprofielPholpa B.V.B.A., bestaande uit PHilippe, OLivier en PAscal, is opgericht in maart 2011. De drie mannen zijn de projectinitiators van Biopower en zullen instaan voor de dagelijkse operationaliteit van de installatie. Ze hebben veel ervaring opgebouwd in deze technologie en hebben solide contacten met de lokale leveranciers van feedstock.  

ContactpersoonPhilippe Muziek, Pholpa B.V.B.A., Philippe.muziek@npg-biopowertongeren.be 

-       NPG energy N.V.Bedrijfsprofiel

Het vorig jaar opgestarte Biopower Tongeren is gestart met de ontwikkeling van zijn eerste biomassacentrale. De huidige aandeelhouders NPG energy NV en de lokale initiatiefnemers zullen in het tweede kwartaal van 2012 de centrale in gebruik nemen op de nieuwe site in Tongeren-Oost. Daarnaast heeft NPG energy andere projecten in ontwikkeling en beheer, gebaseerd op bewezen technologieën waaronder biomassa, wind, warmtekrachtkoppeling en zon. Sinds begin 2011 is NPG energy begonnen met de ontwikkeling van duurzame projecten in Nederland.NPG energy is opgericht door twee ervaren managers en energiespecialisten die op de Belgische energiemarkt actief zijn sinds het begin van de liberalisering.Van 2002 tot 2007 was Jacques Adam werkzaam als gespecialiseerd consultant bij Essent Belgium voor verschillende projecten en regelgeving. Hij was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van Essent Belgium in Wallonië. André Jurres is oprichter (2001) en voormalig CEO van Essent Belgium (tot 09/2006). Daarvoor was hij gedurende elf jaar actief in de telecomsector. www.npgenergy.be  ContactpersoonAndré Jurres, NPG energy N.V.: +32 (0)12 441 999, e-mail Andre.jurres@npgenergy.be 

-       Enovos Luxembourg S.A.BedrijfsprofielAls een belangrijke energieleverancier op de Luxemburgse, Duitse en Europese energiemarkt bestaat de opdracht voor Enovos Luxemburg uit de productie van elektriciteit, aardgas en hernieuwbare energie voor gemeentelijke dienstverleners, industrieën en huishoudens en de levering ervan. 

Enovos Luxembourg – voor 100% in handen van Enovos International S.A. – is onderdeel van de Enovos International-groep.Deze valt onder Enovos International S.A., een operationele holding met het hoofdkantoor in het Groothertogdom Luxemburg. Naast de activiteiten op het gebied van energievoorziening fungeert het moederbedrijf ook als overkoepelende organisatie voor netwerkbeheerder Creos Luxembourg S.A. In getallen uitgedrukt telt de Enovos International-groep momenteel meer dan 1.200 medewerkers, meer dan 280.000 leveringspunten, meer dan 8.700 km aan elektrische leidingen en meer dan 3.600 km aan gasleidingen.In aanvulling op de traditionele en kernactiviteiten zoekt het bedrijf voornamelijk uitbreiding op het gebied van hernieuwbare energie. 

Een aandeel van 25,44% in Enovos International S.A. is eigendom van de Luxemburgse staat, 10,01%  is eigendom van het staatsbedrijf Investmentbank SNCI en 8,00% van de stad Luxemburg. ArcelorMittal bezit 23,48%, RWE 18,36%, E.ON 10,00% en Electrabel 4,71%.www.enovos.eu ContactpersoonContactpersoon voor vragen met betrekking tot dit dossier: Daniel Christnach, Head of Renewable Energies & Cogeneration, Enovos Luxembourg S.A., T +352-2737-6201, daniel.christnach@enovos.eu;  

Contactpersoon voor de verkoop van energie (aardgas en elektriciteit) in België: Enovos Luxembourg S.A., T +352-2737-6366, charlotte.suijlen@enovos.eu, marcel.joosen@enovos.eu;  Contactpersoon voor de media: Danny Manso, Head of Corporate Communication, Enovos Luxembourg S.A., T + 352-2737-6624, communication@enovos.eu

Hard werken

maandag, oktober 3rd, 2011

Deze week ben ik een paar keer naar de site in Tongeren geweest waar ze een biogasinstallatie aan het bouwen zijn, die hoofdzakelijk op lokaal geteelde energiemaïs zal werken. Door het mooie weer heerst er een grote bedrijvigheid, niet alleen door de bouw van de centrale, maar ook door het af en aan rijden van tractoren met de geoogste energiemaïs. Er wordt minstens 14 tot 16 uur per dag gewerkt gedurende enkele weken om de hele oogst op de site binnen te krijgen. Zowel de landbouwers, loonwerkers als de verantwoordelijken voor de bouw van de centrale zijn dag en nacht op de site. Een mooi staaltje van ondernemerschap en totale inzet van iedereen, hierdoor besef ik maar al te goed wat echt hard werken is. Wie zegt dat duurzaam produceren niet keihard werken is moet eens komen kijken. Op 17 oktober is trouwens de eerste steenlegging om zo toch even stil te staan bij deze belangrijke fase en ook om onze strategische partner voor te stellen in dit project. Opnieuw wacht een buitenlands energiebedrijf om in België te introduceren en ze hebben gekozen voor ons als lokale partner, het spreekt vanzelf dat we hier trots op mogen zijn! 

Verder was ik deze week uitgenodigd door het ministerie van Buitenlandse Zaken om deel te nemen aan een debat over onze energiemarkt en meer bepaald over de toekomst van ons productiepark. Gezien ik graag in oplossingen blijf denken geef ik hier een kleine opsomming van een aantal ideeën.

Probleemstelling: België kampt niet alleen met een oud productiepark, maar ziet zijn tekort aan vermogen (elektrisch) jaar na jaar toenemen door het uitblijven van nieuwe (toch aangekondigde) investeringen. Tegen 2015 loopt dit toch al snel op tot 2.000-3.000 MW en bereiken we de echte pijngrens (lees mogelijke black-outs). Voor je met ideeën of oplossingen kan komen, moet je toch nog even stilstaan bij het probleem of de oorzaak ervan. Historisch gezien is onze productie hoofdzakelijk in handen geweest van één partij. Hierdoor ontstaat logisch gezien een rem op nieuwe investeringen, want de privé-eigenaar van een centrale wil zo lang mogelijk aan winstmaximalisatie doen. Voor de duidelijkheid toch nog even stellen dat dit niet de fout is van de historische dominante marktpartij, maar van de politiek die dit heeft toegelaten. Een andere belangrijke reden of gevolg van afgeschreven centrales is dat de groothandelsprijs voor elektriciteit vandaag veel te laag is om nieuwe investeringen te kunnen doen. Zonder enige zekerheid op continuïteit van marge kun je onmogelijk een berekening maken van het rendement van centrales (iets wat in het verleden perfect kon). (Dit wil niet zeggen dat we terug moeten naar een gereguleerd tarief want dat gaat niks oplossen.) Want we moeten toch ons ganse productiepark vervangen de komende 20-30 jaar (lees deze kost zal toch in het eindtarief worden doorgerekend). 

Het idee wat wij al een aantal jaren geleden hadden gelanceerd in de wetstraat met name het “Single Buyer” principe (lees de overheid plaatst zich tijdelijk tussen de producent en de groothandelsmarkt om zo een eerlijker speelveld te forceren) lijkt voor een deel al niet meer mogelijk door de Europese 3de richtlijnen die nu moeten geïmplementeerd worden door de lokale regeringen. Jammer, maar blijkbaar mag er vanaf nu niet meer aan het verleden geraakt worden zegt DG Com. Wellicht toch nog even navragen, want België moet toch een voorbeeld worden in Europa qua liberalisering. We kunnen gelukkig nog wel de toekomst bepalen en hier werd het idee om nieuwe grootschalige productie in consortium te laten bouwen (lees geen één partij mag of kan meer dan 20% van een centrale en zijn output bezitten) positief onthaald. Zo kunnen zowel de historisch dominante marktpartijen een positie in België behouden (maar wel veel kleiner) als nieuwe spelers ook echt een kans krijgen. Tevens kan onze grootindustrie dan ook mee een rol spelen om zo hun lange termijn kostprijs beter in de hand te houden.

Verder is het idee om producenten en leveranciers te scheiden (lees als je het één doet mag je het ander niet doen) een idee dat zeker het bekijken waard is. Per definitie zou deze maatregel blijven gelden zolang er geen optimale marktwerking is en er ook voldoende concurrentie is. Een uitzondering dient wel gemaakt te worden voor de kleine duurzame spelers zoals Ecopower. Bijvoorbeeld daar investeringen in kleinschalige duurzame energie niet vanzelfsprekend zijn (nee, zelfs niet met ons huidig subsidiesysteem dat zelfs op een aantal vlakken niet toereikend is) en zij niet het voordeel hebben van schaalgrootte. Ook moeten duurzame spelers onafhankelijk genoeg kunnen zijn om zo te kunnen blijven groeien.

Old lady goes “green”

maandag, september 26th, 2011

De laatste dagen wordt er in verschillende media melding gemaakt dat de oude dame de smaak te pakken heeft qua “groen”, de indienststelling van een oude omgebouwde kolencentrale tot houtverbrander zorgt voor euforie? Zelfs onze Vlaamse minister van Energie, mevrouw Van den Bossche ontbrak niet bij de feestelijke opening ondanks alle kritiek eerder op deze ombouw en dan vooral de maatschappelijke kost ervan. 

Blijkbaar voelt de dominante marktpartij goed aan dat er op dit ogenblik veel ruimte is om haar marktaandeel nog te vergroten en vooral de bulk van toekomstige groene stroom subsidies ook binnen te halen. Het ontbreken van een volwaardige federale regering maakt automatisch ruimte voor dominante marktpartijen, want zo blijft het status quo behouden en bouwen ze iedere dag meer reserves op. Ook al zijn de regionale regeringen bevoegd voor de duurzame subsidies zien we daar ook dat enerzijds de wil ontbreekt om te ageren en er zelfs in Wallonië met enthousiasme gereageerd wordt op de aankondiging dat de dominante marktpartij nog een aantal grote houtverbranders wil bouwen. 

Zonder al teveel op de technische wensbaarheid in te gaan van vele grootschalige houtverbranders, dient men toch te weten dat de aankondiging van vijf tot zes nieuwe 200 MW houtverbranders zowat de wereldmarkt voor houtpallets gaat scheef trekken.  Dat we eerst eens met één proberen zoals het Havenbedrijf in Antwerpen heeft aangekondigd. Dit soort centrales is nieuw en er bestaan in heel Europa nog zo goed als geen. Het massaal invoeren vanuit de andere kant van de wereld van houtpallets kan men bezwaarlijk een daad van duurzaam bestuur noemen. Net zoals in Wallonië gaat men in Vlaanderen hopelijk verder op het elan van kleinschalige biomassacentrales (maximum 20 MW) die hun energie (groene stroom, groen gas of warmte) lokaal laten bij bedrijven en/of gezinnen. Het vervangen van kolencentrales door houtcentrales betekent gewoon massale hoeveelheden schadelijke stoffen in de lucht stoten. Als dit hout bijvoorbeeld restafval is uit lokale gebieden kan men een uitzondering maken. (Op voorwaarde dat de kleinschaligheid onder de 20 MW gegarandeerd blijft).

Het is te hopen dat onze beleidsmakers wakker zijn voor het gevaar en ook rekening houden dat ons subsidiesysteem duurzaam, maar ook betaalbaar moet blijven. Dat Ackermans en Van Haren zich voor deze kar laten spannen is jammer, maar begrijpelijk gezien ook zij de rendementscijfers hebben gezien, maar vergeten dat er een maatschappelijke kost is die draagbaar dient te blijven. Dat men zich liever met vier of vijf grote centrales bezighoudt is te begrijpen, maar het alternatief, vele tientallen kleinere centrales, is veel beter voor de lokale verdeling, maar komt hun niet goed daar ze vanuit bestaande sites kunnen werken waar de hoogspanningsaansluitingen al aanwezig zijn. Voor nieuwkomers is het alleen maar dromen om vanuit zo een zetel te kunnen werken. 

Erger is nog dat indien men dit gaat laten gebeuren men de dominantie van de oude dame nog verder gaat laten toenemen en dit zelfs op de kosten van de burgers daar deze centrales met subsidies worden gebouwd (lees werken).

Toevallig sprak ik deze week nog met één van de zwaargewichten bij de regelgevers en hij was het volledig eens met mij dat toekomstige grootschalige centrales (en/of investeringen) in consortium dienen gebouwd te worden en dat geen één partij meer dan 20% in zo een centrales mag hebben. Zeker in België is dit noodzakelijk om er zo voor te zorgen dat de markt in de toekomst in ieder geval voldoende concurrentie zal kennen op het vlak van elektriciteitsproductie. Hier kunnen onze politieke verantwoordelijken perfect werk van maken via wetgevend werk zodat alle investeerders goed weten wat de voorwaarden zijn, trouwens ook een vraag van Avh (Ackermans en Van Haren). Gezien dit schot voor de boeg door de dominante marktpartij zal ik het zwaard nogmaals opnemen om ervoor te zorgen dat alle beleidsmakers goed begrijpen hoeveel geld dit kan gaan kosten en wat er wel dient te gebeuren om nieuwe investeringen te stimuleren. Deze nieuwe studie zal begin volgend jaar klaar zijn (to Bio or not to Bio).

Een boeiende week

maandag, juli 25th, 2011

Ondanks de gebroken week (donderdag was de Nationale Feestdag in België) heb ik toch interessante gesprekken gehad. Maandag had ik een gesprek met één van de belangrijkere investeerders in onze duurzame sector die met veel verve hun speerpunten naar voor brachten. Het lijkt erop dat onze sector nog altijd kan rekenen op veel interesse om in te investeren, het is zelfs zo dat er meer geld is dan goede projecten. 

Deze investeerder bevestigde ook zijn interesse om ook in ons bedrijf en zijn projecten te willen investeren. Dit is van belang voor iedereen die bij ons iedere dag bezig is om met kwaliteit en veel geduld projecten volledig uit te ontwikkelen. Vermits het risico meestal volledig bij ons ligt in de ontwikkelingsfase, is het van groot belang om te weten dat partijen deze projecten zullen ondersteunen eens het risico van ontwikkeling weg is.  

Woensdag hadden wij een gesprek met partners uit een joint venture, wat mij steeds weer opvalt in alle bedrijven en projecten die wij afleveren is dat men nooit genoeg tijd kan spenderen aan het bij voorbaat afspreken wat de kritieke tijdslijnen zijn in een project. Wij hebben de laatste acht weken in samenwerking met voornamelijk twee installateurs zijnde Solar Access en Ecostream (die beiden goed werk geleverd hebben qua timing) Zij hebben onder hoogspanning ervoor gezorgd dat er op meer dan tien sites/bedrijven voor 7 MW aan zonneprojecten zijn gebouwd. 

De deadline van 30 juni is voor alle projecten gehaald (behalve 1 kleine die we ook later kunnen doen en buiten de joint venture valt) en de budgetten zijn ook grotendeels gerespecteerd. Ondanks deze prestatie van iedereen loop je toch altijd tegen mensen aan die nog meer willen, dit kan men teleurstellend noemen, maar men kan er ook van leren. Voor mij geldt het tweede meer dan het eerste. Zorg ervoor dat je de overeenkomsten, nodig om tot een zogenaamde “Financial close” te gaan, betonneer met boetes voor het niet naleven van de belangrijkste mijlpalen, dit werkt trouwens in beide richtingen. Dit doe je zowel met je investeerders, maar ook met de banken waar je de mijlpalen (vooral dan van betaling naar je installatiebedrijven toe) apart laat handtekenen met boeteclausules. Zoals steeds zit het venijn in het detail van de overeenkomsten (lees als je denkt nu zijn we er wel, laat het dan nog eens lezen door een derde, zo kom je meestal aan nog nieuwe invalshoeken of hiaten in je overeenkomst). 

Afgelopen zaterdag werd ik uitgenodigd om langs te gaan bij een jonge ondernemer die op zijn bedrijf een biomassa-installatie gaat ontwikkelen/bouwen. Gezien de complexiteit van een dergelijk project is samenwerking van vitaal belang om op tijd je project gefinancierd te krijgen. Deze week hebben wij na een jaar van hard labeur ook voor één van onze andere belangrijke projecten de volledige financiering rond gekregen in biomassa, u leest het goed één jaar. België heeft nog een lange weg te gaan in het vereenvoudigen van zijn processen, op dat vlak is trouwens de aankondiging in Vlaanderen dat men net zoals in Wallonië naar één vergunningsaanvraag gaat (lees bouw-en milieuvergunning in één aanvraag) zeer positief te noemen. Dat biomassa soms een negatieve bijklank heeft is niet zozeer te wijten aan de techniek,maar zoals steeds aan de mensen. Wat dat betreft hebben wij voor het project in Tongeren een contract afgesloten met Schmack-Viessmann die in Duitsland al meer dan 250 biovergisters hebben gebouwd. De gasmotoren zijn besteld bij Jenbacher (dochter van GE uit Oostenrijk) die bij de top zitten qua kwaliteit en betrouwbaarheid. Maar het belangrijkste blijft de mens in complexe installaties, het is juist hier dat men het verschil maakt op lange termijn daar een biovergister een levend proces is dat nooit perfect zal zijn. Er zal altijd ruimte zijn voor verbetering maar dat is juist de uitdaging voor degene die dergelijke installaties gaan beheren. Het feit dat NPG meerdere installaties in de Benelux zal hebben is ook een verdere garantie om ervaring te kunnen gebruiken en uit te wisselen tussen de verschillende centrales. 

Begin augustus zullen we (of één van onze partners/investeerders) zeker communiceren over de voortgang van bovenstaande.