Archive for juli, 2011

Een boeiende week

maandag, juli 25th, 2011

Ondanks de gebroken week (donderdag was de Nationale Feestdag in België) heb ik toch interessante gesprekken gehad. Maandag had ik een gesprek met één van de belangrijkere investeerders in onze duurzame sector die met veel verve hun speerpunten naar voor brachten. Het lijkt erop dat onze sector nog altijd kan rekenen op veel interesse om in te investeren, het is zelfs zo dat er meer geld is dan goede projecten. 

Deze investeerder bevestigde ook zijn interesse om ook in ons bedrijf en zijn projecten te willen investeren. Dit is van belang voor iedereen die bij ons iedere dag bezig is om met kwaliteit en veel geduld projecten volledig uit te ontwikkelen. Vermits het risico meestal volledig bij ons ligt in de ontwikkelingsfase, is het van groot belang om te weten dat partijen deze projecten zullen ondersteunen eens het risico van ontwikkeling weg is.  

Woensdag hadden wij een gesprek met partners uit een joint venture, wat mij steeds weer opvalt in alle bedrijven en projecten die wij afleveren is dat men nooit genoeg tijd kan spenderen aan het bij voorbaat afspreken wat de kritieke tijdslijnen zijn in een project. Wij hebben de laatste acht weken in samenwerking met voornamelijk twee installateurs zijnde Solar Access en Ecostream (die beiden goed werk geleverd hebben qua timing) Zij hebben onder hoogspanning ervoor gezorgd dat er op meer dan tien sites/bedrijven voor 7 MW aan zonneprojecten zijn gebouwd. 

De deadline van 30 juni is voor alle projecten gehaald (behalve 1 kleine die we ook later kunnen doen en buiten de joint venture valt) en de budgetten zijn ook grotendeels gerespecteerd. Ondanks deze prestatie van iedereen loop je toch altijd tegen mensen aan die nog meer willen, dit kan men teleurstellend noemen, maar men kan er ook van leren. Voor mij geldt het tweede meer dan het eerste. Zorg ervoor dat je de overeenkomsten, nodig om tot een zogenaamde “Financial close” te gaan, betonneer met boetes voor het niet naleven van de belangrijkste mijlpalen, dit werkt trouwens in beide richtingen. Dit doe je zowel met je investeerders, maar ook met de banken waar je de mijlpalen (vooral dan van betaling naar je installatiebedrijven toe) apart laat handtekenen met boeteclausules. Zoals steeds zit het venijn in het detail van de overeenkomsten (lees als je denkt nu zijn we er wel, laat het dan nog eens lezen door een derde, zo kom je meestal aan nog nieuwe invalshoeken of hiaten in je overeenkomst). 

Afgelopen zaterdag werd ik uitgenodigd om langs te gaan bij een jonge ondernemer die op zijn bedrijf een biomassa-installatie gaat ontwikkelen/bouwen. Gezien de complexiteit van een dergelijk project is samenwerking van vitaal belang om op tijd je project gefinancierd te krijgen. Deze week hebben wij na een jaar van hard labeur ook voor één van onze andere belangrijke projecten de volledige financiering rond gekregen in biomassa, u leest het goed één jaar. België heeft nog een lange weg te gaan in het vereenvoudigen van zijn processen, op dat vlak is trouwens de aankondiging in Vlaanderen dat men net zoals in Wallonië naar één vergunningsaanvraag gaat (lees bouw-en milieuvergunning in één aanvraag) zeer positief te noemen. Dat biomassa soms een negatieve bijklank heeft is niet zozeer te wijten aan de techniek,maar zoals steeds aan de mensen. Wat dat betreft hebben wij voor het project in Tongeren een contract afgesloten met Schmack-Viessmann die in Duitsland al meer dan 250 biovergisters hebben gebouwd. De gasmotoren zijn besteld bij Jenbacher (dochter van GE uit Oostenrijk) die bij de top zitten qua kwaliteit en betrouwbaarheid. Maar het belangrijkste blijft de mens in complexe installaties, het is juist hier dat men het verschil maakt op lange termijn daar een biovergister een levend proces is dat nooit perfect zal zijn. Er zal altijd ruimte zijn voor verbetering maar dat is juist de uitdaging voor degene die dergelijke installaties gaan beheren. Het feit dat NPG meerdere installaties in de Benelux zal hebben is ook een verdere garantie om ervaring te kunnen gebruiken en uit te wisselen tussen de verschillende centrales. 

Begin augustus zullen we (of één van onze partners/investeerders) zeker communiceren over de voortgang van bovenstaande.

Van productie naar levering

maandag, juli 18th, 2011

De laatste maanden heb ik het genoegen gehad om met diverse partijen rond de tafel te zitten die of hun bestaande activiteiten willen uitbreiden in België of willen starten.  Verschillende hebben al productie maar vinden de stap naar het actief gaan beheren van hun productie output een grote stap.  En ergens is het ook wel een grote stap vermits vele van de lokale producenten nu hun energie verkopen aan één van de bestaande leveranciers en/of handelaren(lees traders).

 Wat maakt deze partijen onzeker over deze laatste stap richting het worden van een energiebedrijf in alle delen die geliberaliseerd zijn?  Eén van de oorzaken kan de onvoorspelbaarheid zijn van de modellen en de diverse berekeningen.  Jezelf vragen stellen zoals, hoeveel klanten gaan we maken, en is het wel zeker dat we deze gaan krijgen, voeden deze onzekerheid.

De zogenaamde voorspelbaarheid van lange termijn investeringen in productie geeft velen een toch enigszins vals gevoel van veiligheid.  De zekerheid dat er X uren geproduceerd kan werken en dat er Y MWh beschikbaar zal zijn voedt dit gevoel verder.  En toch is het risico veel groter dan het opzetten van een leverancier en dan zeker de zogenaamde “value at risk” of de hoogte van de investering.  Kijk maar naar de huidige spread tussen gas en elektriciteit en men weet direct dat de huidige gascentrales niet veel winst zullen maken(toch zeker niet recente gascentrales) en er al zeker geen nieuwe gaan bijkomen.  Dit heeft men trouwens kunnen merken met het schrappen van de plannen van Nuon en Essent in België.

De voordelen van een klantenbestand te bouwen zijn echter ook van belang voor producenten, het geeft hun meer opties.  Men kan een deel van zijn eigen productie gebruiken voor zijn eigen klanten en zo het rendement iets verbeteren en vooral het risico van lagere marges beter tegengaan.  Ook heeft men dan de optie om ook van andere producenten energie te kopen en deze op te nemen en zo een sluitend profiel te krijgen en zijn onbalans risico’s te verkleinen.  Ook vergroot men zijn kennis van de energiemarkt door actief te zijn in andere delen van de energiewaardeketen.

Een ander obstakel naast het gebrek aan kennis om een leverancier op te bouwen is dat het dynamischer is dan een installatie die werkt(bijvoorbeeld windmolens, zonnepanelen of zelf meer klassieke centrales) want je product gaat naar klanten die mondig zijn.  De IT systemen die nodig zijn en die ook goed beheerd moeten worden zijn een volgende drempel hoewel deze de laatste jaren toch minder hoog is geworden door het volwassen worden van de diverse systemen.

Het feit dat de investering bescheiden is ten opzichte van de investering in productie schijnt geen zaak van belang te zijn zolang men niet begrijpt wat de voordelen zijn voor de hoofdinvestering zijnde productie.  Er wordt (te) vaak gedacht in vakjes en men bekijkt te weinig de impact van het ene deel(de leverancier) op de anderen(trading en productie), iets wat trouwens de dominante marktpartijen wel doen.  De marges worden regelmatig verschoven naarmate dit het totale rendement ten goede komt.  Het streven naar een winstgevend resultaat per deel gaat vaak ten koste van de totale som van het rendement, dit heb ik zelf vroeger meermaals gezien tussen leveranciers en hun interne handels(trade) afdeling. Bijvoorbeeld als de handelaars voor een halve Euro extra aan de concurrenten gingen verkopen van hun eigen interne leverancier die vervolgens zelf niet de markt op kon daar men gedwongen winkelnering had.

De beste garantie voor een winstgevende leveranciers activiteit is deze met zo weinig mogelijk kosten op te bouwen en een groeiritme te hebben die men aankan.  Een tweede belangrijke pijler is flexibiliteit in de aankoop, hiermee wil ik zeggen dat men op voorhand akkoord moet zijn over de aankoopstrategie en toch flexibel blijven.  Indien er zich opportuniteiten voordien zoals het afnemen van elektriciteit van een nieuwe lokale producent tegen goede voorwaarden dan dient de leverancier hier ook mee te genieten van dit voordeel(en niet alleen de handels afdeling zoals vaak het geval is ook al komen PPA contracten vaak binnen via de leveranciers contacten).

Een “rustige” week

maandag, juli 11th, 2011

Je zou denken dat met het begin van de vakantie in België het een stuk rustiger op onze wegen zou worden maar helaas pindakaas(een uitdrukking die onze Noorderburen vaak gebruiken).  Deze week had ik het bedenkelijke genoegen om kennis te maken met het continue infarct op onze Vlaamse wegen, van maandag tot en met donderdag files en toevallig altijd bij of richting Antwerpen.  Voor een middelgrote stad van 200.000 inwoners(stadskern, met randgemeenten bij 800.000) is het gebrek aan logistieke infrastructuur frappant.  Nu rijd ik zelf veel heen en weer tussen Tongeren, Maastricht en Antwerpen en maak ik zo kennis met de dodenweg E313. Een soort van Romeinse arena waar de vrachtwagens uitgerust zijn met Griekse tanden.(voor de insiders onder ons dat zijn de klassieke strijdwagens met aan de wielen gemonteerde tanden om zo de benen onder je lijf vandaan te rijden). Nu is deze snelweg die dateert van voor de tweede wereldoorlog nog steeds voorzien van twee “formidabele” rijvakken, volgens mij gaat het hier om een beschermd monument want er is in zestig jaar zo goed als niks verandert. U leest het al, enige humor is op zijn plaats voor dit sterk staaltje struisvogelpolitiek. Volgens sommige (lokale) politici en instellingen in Antwerpen en Vlaanderen is logistiek van groot belang voor ons land gezien de grote havens alleen blijkt dit niet uit de daden. Wat is er nodig om één van de belangrijkste goederenassen naar het Ruhrgebied iets veiliger te maken? Twee aparte extra rijvakken in iedere richting speciaal voor het vrachtvervoer, kost zo goed als 0€. Laat het transport via tolgelden betalen voor deze infrastructuur(wat ze nog graag gaan doen om het tijdverlies te voorkomen) en zo gaan er ook minder doden vallen.

Verder stond er deze week een leuk artikel in de Belgische Tijd over de aankondiging van een nieuw consultancybedrijf dat zijn diensten aan zichzelf gaat aanbieden in verband met energiebesparing(het werd zelfs omschreven als isolatieadviseur). U kunt het al raden het gaat hier om het ambitieuze project zijnde het nieuw Vlaamse energiebedrijf. Waarschijnlijk gaat het hier toch eerder om een schijnmanoeuvre daar het voor een overheidsbedrijf toch lastig wordt om zichzelf te gaan adviseren gezien de verplichting om iedere keer als overheid een openbare aanbesteding op te starten.  Hoe ga je ooit bewijzen dat je eigen in huis “isolatieadviseur” niet bevoordeeld werd in het aanbestedingsproces?  In plaats van deze opdracht aan een instantie als Fedesco over te laten die het al moeilijk genoeg hebben om naar enige vorm van kritische massa te gaan. 

Zelf heb ik verder geen enkel belang bij dit initiatief anders dan toch mee te werken aan werkbare voorstellen die een duurzame motor op gang kunnen brengen van enige omvang.  Wat veel projecten bijvoorbeeld nodig hebben is tijdens een korte fase garant te staan naar bijvoorbeeld de banken toe die het nog steeds moeilijk hebben met de duurzame sector als het iets verder gaat dan wind of zon. Ook in Nederland zien we dat de duurzame sector een moeilijke groei doormaakt door een overheid die eerder beklemmend werkt. De voorzieningen(lees ondersteunende subsidies) die in Nederland getroffen werden door de regering voor het heel het jaar 2011 hebben juist geteld één week gewerkt(lees na een week is de pot op en vallen vele projecten dus gewoon uit de boot en hebben ze voor niks gewerkt) en nu kan de ganse sector weer een jaar wachten totdat er een nieuw ondersteunend beleid komt. De groei naar een duurzame economie wordt constant geofferd voor de problemen van de dag, de (noodzakelijke) besparingen die de diverse landen moeten treffen daar ze op te grote voet leven zijn niet meer dan normaal maar ik vraag mij waarom ze dan anderzijds niet de economie stimuleren. De enige oplossing is dat de investeringskost in welke vorm van energieproductie dan ook terug te vinden is in de verbruikerskost. De verplichting aan de energieleveranciers om een deel van hun geleverde energie te verduurzamen is tot nu toe gewoonweg het beste systeem wat we hebben en tevens transparant. We zijn niet de enige met een groene stroom certificatensysteem maar er zijn tot nu toe te weinig landen die dit hebben. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld hebben ze dit ook(lees in sommige Staten) en leggen ze tevens een quota op aan de leveranciers/netbeheerders om hun energie te verduurzamen naar een objectief toe(20% tegen 2020 in bijvoorbeeld Massachusetts). Europa dient hier gewoon de spelregels op te leggen.

_

De heisa die is ontstaan door het succes in Vlaanderen van bijvoorbeeld zonnepanelen en zogenaamde kost voor de verbruiker/klant is gewoon hypocriet en zelfs misleidend. Het kan dan wellicht onze energiefactuur wel verhogen maar het voordeel van zon, wind, biomassa, etc. is wel dat er veel minder lange termijn kosten zijn en ze beter voor het milieu zijn(wind en zon bijvoorbeeld zijn natuurlijk brandstoffen die niks kosten). Dat we daarnaast ook verder innovatie nodig hebben om bijvoorbeeld lokaal energie te kunnen opslaan(zelfs tot in het huishouden) zal onze factuur verder de hoogte in laten gaan maar we hebben geen keuze.  Eens de gemakkelijke brandstoffen in onze grond zoals olie, gas, steenkolen op zijn of we daarvoor al het milieu om zeep hebben geholpen zal blijken dat duurzame vormen van energie zelfs zeer goedkoop zijn.  Klinkt dit gek in uw oren?   Herinner een vorig artikel over het succes van mobiel/gsm waar in het begin mobieltjes/gsm’s 2000-3000€ kosten en alleen pooiers en bankiers dit konden betalen.

20 jaar GSM

maandag, juli 4th, 2011

Wellicht weet niet iedereen het maar voor de energiesector heb ik met veel plezier in de telecom-markt gewerkt vanaf 1993 tot 2002 voor hoofdzakelijk twee operatoren, zijnde Telecom Finland (nu beter bekend als Telia Sonera) en Belgacom. Nooit in eigen land trouwens, maar steeds in andere landen waar nieuwe netwerken en operatoren uit de grond gestampt werden. Deze dynamische tijd stond bol van de mogelijkheden en er waren geen limieten aan de groei. In ‘94-‘95 verkondigden wij al dat gemakkelijk de helft van de bevolking een mobiel zou hebben en verdachten velen in de Benelux mij van overmachtig wodkagebruik met mijn Finse vrienden.

Nu in 2011 is de marktpenetratie van mobiele diensten vlot over de 100% van de bevolking gegaan en kloppen velen zich voor deze prestatie op de borst. De waarheid dient wel enigszins te zeggen dat het vooral ondanks dezelfde operatoren is die ondanks alle innovaties maar blijven hangen in hun tikmachine. Spraak is vandaag nog steeds goed voor de bulk van de inkomsten en vooral winsten. De hoogheidwaanzin van eind ‘99 begin 2000 zorgde ervoor dat de sector vele jaren in een coma is geraakt (lees de bekende UMTS-veilingen die op drie maanden tijd meer dan 100 miljard euro uit de sector haalden, geld dat verdween bij de verschillende overheden en binnen de twee tot drie jaar tot gevolg had dat er honderdduizenden banen sneuvelden daar iedereen kreunde onder de schulden). 

De politiek heeft er zo indirect voor gezorgd dat we al vele jaren teveel betalen voor ons mobiel gesprek daar de operatoren deze inkomsten hard nodig hadden om niet failliet te gaan (behalve Belgacom die niet heeft meegedaan aan de UMTS-veiling-gekte waren alle operatoren aan het infuus). Geen één politieke instantie heeft over de jaren heen zich vragen gesteld over de hoogte van de tarieven. Alleen heeft Europa de laatste twee jaren iets gedaan aan de overmatig dure internationale mobiele tarieven. De roaming (ook wel rip off) kosten die worden aangerekend zijn zo ontransparant dat niemand er lang een goed zicht op had. 

Verder dient men toch te weten dat het bouwen van een mobiel net gemakkelijk driemaal goedkoper is dan het bouwen van een vast net en ons tarief dus eigenlijk veel goedkoper dan het vaste tarief zou moeten zijn. In 2001 heb ik nog een voorstel gedaan voor een vast tarief per maand waar je zoveel mocht mee bellen als je wou. Negen jaar heeft het geduurd voor de eerste operator ermee begonnen (lees Base voor de zakelijke markt).  De marges blijven nog steeds zeer hoog voor een dienst en zijn totaal niet kostengebaseerd. International bellen kost de operatoren minder dan 1 cent per minuut waar je ook naar belt in de wereld.

Voor dataverkeer is de vraagprijs wellicht iets eerlijker en worden de operator ingehaald door het succes. U moet weten dat dataverkeer vele malen meer capaciteit eet dan spraakverkeer (of sms) met als voordeel dat het niet in zogenaamde “real time” dient te gebeuren. Ook hier ziet men ongelofelijke verschillen van land tot land, ook hier mag ik weer vergelijken daar ik zowel een zakelijk Belgisch als Nederlands abonnement heb en goed kan vergelijken, sommige diensten zijn gewoon 50% goedkoper bij Nederlandse operatoren wat toch enigszins opvallend is. 

Het grote succes van mobiel is te danken aan een paar visionaire ingenieurs die eind jaren tachtig een Europese standaard ontwikkeld hebben (GSM wat staat voor Group Speciale Mobile en niet voor Global System for Mobile Communications). Vervolgens hebben de Scandinavische bedrijven met Ericsson en Nokia voorop gezorgd voor de techniek en de standaarden om overal dezelfde netwerken uit te rollen. Zij zijn het die voor dit gigantische succes gezorgd hebben en natuurlijk de allerbelangrijkste factor van succes de gebruiker, de klant die de technologie omarmd heeft ondanks het oerwoud van tarieven, ondanks de hoge tarieven en ondanks de bij aanvang slechte kwaliteit van de dienstverlening.

Oh ja, mijn excuses voor het nalaten van enig energienieuws maar moest toch even stilstaan bij het succes van GSM in de wereld.