Archive for september, 2010

Klankbordgroep Biomassa

maandag, september 27th, 2010

Afgelopen week was ik via NPG uitgenodigd op de universiteit van Hasselt waar een interessant initiatief van start ging tussen een aantal Vlaamse en Nederlandse regio’s/provincies. Een groep van biomassa specialisten van diverse bedrijven en instellingen gaat er het komende jaar de volgende zaken uitwerken :

Kennis uitwisselen rond biomassastromen en biomassaverwerking, aansturen van biomassaprojecten(via een begeleidingsgroep), het stimuleren en ondersteunen van lokale biomassa-valorisatie en het vormen van een geïntegreerde visie over lokale biomassa-valorisatie. Gezien de achterstand die Vlaanderen(en België) heeft op het vlak van biomassa en zijn gebruik van bijvoorbeeld elektrische productie(in vergelijking met Duitsland, Denemarken en Nederland) lijkt me dit een zeer goed en noodzakelijk initiatief. Zelf merk ik ook dat er veel vraagtekens over biomassa in België bestaan en lijkt me vooral communicatie en informatie ter beschikking stellen hoog nodig. De opkomst was op zich niet slecht maar er was bijvoorbeeld geen één bank aanwezig. De banken die echt graag meer willen leren over deze relatief nieuwe sector(vooral dan met betrekking tot de opwek van groene stroom en vergassing) zouden uitgenodigd moeten worden. Ook andere partijen uit de markt zouden één tot twee keer per jaar voor een presentatie uitgenodigd dienen te worden om de resultaten te bespreken van de diverse werkgroepen en ervaringen uit het buitenland toelichten. Eén van de zaken die mij zijn opgevallen was tijdens een presentatie over energiebewust boeren van dhr. Dieter Cauffman die toevallig in de regio Tongeren(toevallig omdat we daar ook een biomassa gaan bouwen) een overzicht gaf van wat hij aan het onderzoeken is voor de boeren. Uit de meegenomen cijfers blijkt duidelijk dat energiegewassen de komende tien jaar een groei gaan kennen die alle andere biobrandstoffen gaat voorbijsteken. Van de huidige 20 kton(cijfers 2008) is de voorspelde groei fenomenaal naar 2003 kton tegen 2020. Ook het aspect duurzaamheid kwam aan bod maar wat België betreft blijkt het toch een verhaal van beide (1+1 wordt 3) daar de boeren vandaag te weinig alternatieven hebben die voldoende stabiliteit bieden om te telen. Het kunnen telen van energiegewassen geeft hun ook de mogelijkheid om hun gronden beter te benutten (o.a. de 10% braakliggende gronden die sinds vorig jaar ook kunnen gebruikt worden) door meer divers te gaan telen op dezelfde grond. Ook zijn bijvoorbeeld energiemaïs hoogwaardige producten, maar specifiek voor verwerking tot biogas naar groene stroom toe en dus geen onderdeel van de voedselketen (lees er wordt niet verbouwd ten koste van voedsel in ons deel van de wereld) en zorgt deze manier van biobrandstof ook voor een CO2-neutraliteit. Wat niet kan gezegd worden voor het verbranden van hout en/of biomassa-oliën waar toch aanzienlijke lagere rendementen gehaald worden en de uitstoot van CO2 veel hoger is. Een ander belangrijke factor blijft de lokaliteit van de opgewekte biomassa die ervoor zorgt dat het de lokale economie is(lees de lokale boeren) die voornamelijk begunstigde is wat de levering van de biobrandstof en het drastisch beperken van het aantal gereden kilometers met vrachtwagens. Bijvoorbeeld in het geval van de biomassacentrale van Tongeren komt het meeste van de energiemaïs uit een straal rond de centrale van 20km. Ten laatste is het ook belangrijk om de juiste energiemaïs te kiezen want ook hier heb je vele soorten in en kwaliteiten. Het onderzoek dat op dit ogenblik gebeurd gaat dieper in welke soort het beste resultaat geeft op welke ondergrond zodat de boeren deze informatie kunnen omzetten in hun teelt en dus hun opbrengst per hectare. De ondersteuning vanuit de overheid van dergelijke plantaardige biomassastromen is reeds belangrijk vandaag en kan dus in combinatie met meer kennis in de markt ervoor zorgen dat deze sector met factor 100 kan groeien op tien jaar tijd. En dit met een optimale CO2-voetprint!

Desertec : tussen waanzin en hoop?

maandag, september 20th, 2010

Vorige week las ik in het NRC Handelsblad een interessant artikel over een project waar al enige tijd sprak van is namelijk Desertec. Het is idee is om in de Sahara over een groot gebied zonnecollectoren te gaan plaatsen zodat 15% van de Europese elektriciteitsbehoefte hierdoor gedekt zou kunnen worden. Op zich een bewonderenswaardig idee, want nergens schijnt de zon zo vaak en fel als in de woestijn. De man die mee dit project/idee trekt is Paul van Son een voormalig collega van Essent. Paul is hier de geknipte man voor, want hij kan voorbij de obstakels zien en heeft hij een aanstekelijk enthousiasme. Na zijn enigszins mislukte tussenstop bij Ecocern(wat niet zijn schuld was daar hij nog maar net bij het bedrijf binnen was toen het omver viel) heeft hij toch snel een nieuwe uitdaging gevonden. Over het project Desertec zelf heb ik een aantal bedenkingen maar laat ik beginnen door te zeggen dat ik hou van ideeën die verder gaan dan wat gebruikelijk is en zeker in een sector die er zeer traditionele gedachten op na houdt. Voor onze toekomstige energiebehoeften(na het fossiele tijdperk) zullen we sowieso onze nek moeten uitsteken en nieuwe oplossingen gaan bedenken. Of dit project één van deze routes zou moeten zijn weet ik nu nog niet en men moet vooral doorwerken aan de ontwikkelingsfase totdat het moment daar is dat men kan beslissen of dit een realistisch gegeven is.

Het plaatsen van installaties in de toch wel zeer vijandige woestijn/Sahara is geen gemakkelijke opgave en zal betekenen dat de onderhoudskost zeer hoog zal worden. Alles wat in de woestijn staat gaat veel minder lang mee(drie tot vijf keer sneller) en dat betekent dus ook dat men investeringen veel sneller gaat moeten vervangen. De gebruikelijke subsidiestromen gaan ruim onvoldoende zijn om dit op te vangen.

Het netwerk dat gaat aangelegd moeten worden om het zonnepark te verbinden met het Europese vasteland zal een aantal landen moeten aandoen zodat een gesloten lus ontstaat en voldoende bedrijfszekerheid geboden wordt.(lees minstens aansluiten op twee onafhankelijke interconnectiepunten).

Geopolitiek kan men zich vragen stellen of we het ene probleem met onze olie(lees uit gebieden die buiten onze invloedsfeer zijn) moeten vervangen door hetzelfde probleem. De risico’s van sabotage en diefstal zijn gewoonweg niet in te dekken door de omvang van de installatie(honderden vierkante kilometers zijn niet te bewaken).

Het bedrijfsrisico van één grote installatie is niet te spreiden en men kan zich bedenken dat als het idee uitvoerbaar zou zijn om dan toch voor enkele installaties te kiezen in verschillende gebieden buiten een Saharagebied.

De financiële omvang van dit project is van dien aard(enkele honderden miljarden Euro’s) dat men keuzes zal moeten maken om andere dingen niet te gaan doen en dat is in dit stadium niet aangewezen. (Zie maar naar het Kalkar experiment(kernfusie) wat vandaag dienst doet als een speelplein?Miljarden zijn hierin verdwenen)

Ten laatste maar wellicht wel het belangrijkste gaat het project in tegen het basisidee van duurzame energie en duurzaam denken en dat is decentrale productie. Eén van de nieuwe stromen in het energielandschap is de decentrale productie van duurzame energie om zo de lokale behoefte af te dekken. De bedrijfszekerheid van vele honderd duizenden installaties is gewoon veel beter dan van één of enkele grote.(wel op voorwaarde dat het netwerk hieraan wordt aangepast) Ook is het stroomverlies door de afstand een groot probleem en dus ook de duurzaamheid van de oplossing.

Betekent dit dan dat men de mogelijkheid niet grondig moet onderzoeken, nee. Het idee blijft theoretisch interessant genoeg om een uitgebreide studie over te maken.

Hogere energieprijzen doen klanten van leverancier wisselen

maandag, september 6th, 2010

Deze week werd er in de Standaard melding gemaakt van een verlies aan terrein door Electrabel. Dit op zich goede nieuws vergt echter wel enige nuancering. Ten eerste is het volume en dus niet alleen het aantal klanten dat wisselt van belang. Ook dient men de klanten die van Electrabel naar Luminus veranderen er uit te nemen daar Luminus net zoals Electrabel een historische speler is en nota bene ook dezelfde referentie aandeelhouder hebben(lees de Franse overheid is zowel de grootste aandeelhouder in EDF(de moedermaatschappij van SPE/Luminus) als van SUEZ/GDF(de moedermaatschappij van Electrabel n.v.). Dan wordt het beeld al wat bescheidener want bij de gezinnen heeft bijvoorbeeld Lampiris een halve percent van de klanten naar zich toe kunnen halen voor elektriciteit en 1.5% voor gas. Als men goed ziet dan zijn er dus drie keer zoveel klanten voor gas naar Lampiris gegaan dan voor elektriciteit. De reden hiervoor is niet zo moeilijk te raden, namelijk dat de burgers(en bedrijven) de laatste twee jaar hun energiefactuur fors hebben zien stijgen(en ook wat dalen soms). De hevige schommelingen in de facturen van iedereen maakt ze wakker en zenuwachtig. Het was trouwens opvallend dat in heel de berichtmelding niet werd gesproken om de reden(en) voor deze lichte stijging van klanten die van energieleverancier veranderen. Wat ook opvalt is de totale afwezigheid van Essent/RWE in deze tabellen, blijkbaar heeft Essent/RWE Vlaanderen definitief opgegeven en/of België. Ook in Wallonië is Essent één van de weinige die marktaandeel heeft verloren op een moment dat bijvoorbeeld Nuon zelfs marktaandeel kon winnen(marktaandeel in Wallonië van Nuon was wel heel klein in verhouding met dat van Vlaanderen). Het lijkt erop dat Essent wederom een stuk van de koek in Vlaanderen heeft gemist en dat is jammer. Gezien mijn voormalige betrokkenheid bij dit bedrijf als oprichter en baas doet dit pijn. Het cynamische van een markt moet je altijd in de gaten houden en ook het dynamische van je organisatie. De grote uittocht van mensen bij Essent na de overname door RWE zal daar wellicht niet helemaal vreemd aan zijn. Degene die Essent hebben verkocht moeten vandaag constateren dat het helemaal niet nodig was geweest, hiermee bedoel ik de verkoop van deze bedrijven vermits de rechtbank in Den Haag de gedwongen splitsing tussen netwerk eigendom en productie heeft nietig verklaard.(hetzelfde geldt ook voor Nuon trouwens).

Terugkomende op de berichten in de Standaard dient men ook te beseffen dat het verlies aan marktaandeel als leverancier niet erg hoeft te zijn als je de productiemarkt bepaald. De leveranciers dienen hun stroom toch bij je aan te kopen en je hebt de kost niet meer om de klant te bedienen(en het risico). Niettemin is het positief dat de klanten veranderen en het is mijn mening dat de “churn rate”(percentage van klanten dat verandert) hoger zal blijven dan in het verleden daar de energieprijzen zullen blijven stijgen. Hoe hoger de kost van een nutsvoorziening hoe gevoeliger mensen/bedrijven ervoor worden. Dit is ook goed nieuws voor eventueel nieuwe toekomstige producenten en leveranciers daar ze meer geld zullen krijgen voor hun product en de klanten tegelijkertijd sneller bereid zullen zijn om te veranderen. De echte kost van energie mag hoger zijn als men daarvoor iets in de plaats krijgt, bijvoorbeeld meer groene stroom of efficiënter energieverbruik. Zo vindt ik de maatregel van de Duitse regering om een taks te heffen op vliegen een zeer goede maatregel om het begrotingstekort terug te dringen en tegelijkertijd vliegen duurder te maken. Het feit dat deze industrie niet betaald voor zijn vervuiling tot op vandaag is moeilijk te begrijpen gezien de omvang van de vervuiling die zij veroorzaken. Hetzelfde geldt trouwens voor de scheepvaart.