Archive for September, 2006

Deel 2 : de noodzaak van hefbomen

Thursday, September 28th, 2006


Alvorens in te gaan op de noodzaak van hefbomen voor de regel- en wetgevers reageer ik eerst op de vraag van Jeroen die in zijn commentaar vragen stelt bij de in de media vermelde wens van de regering om drie concurrenten in België te krijgen.  En de vermelding van specifiek één Duits bedrijf.

Alvorens in te gaan op de noodzaak van hefbomen voor de regel- en wetgevers reageer ik eerst op de vraag van Jeroen die in zijn commentaar vragen stelt bij de in de media vermelde wens van de regering om drie concurrenten in België te krijgen.  En de vermelding van specifiek één Duits bedrijf.
Het feit dat dit Duits bedrijf genoemd wordt acht ik eerder toevallig en te wijten dat ze een stuk grond hebben gekocht in Beringen(deel van Pax Elektrica) en dus vers op de tong leggen.  Dit bedrijf is verder slechts op zeer bescheiden vlak actief in België met enkele tientallen grote klanten en minder dan 5 medewerkers.  Dit wil niet zeggen dat ze in hun eigen land een absolute mastadont zijn en niet direct een voorloper van liberalisering(in eigen land).
Waarom bedrijven als Essent en Nuon hier niet vernoemd worden heeft wellicht dezelfde reden, deze bedrijven hebben geen gronden gekocht uit het Pax Elektrica maar bouwen wel productie op andere sites.  De laatste vijf jaar hebben deze twee Nederlandse bedrijven enkele honderden miljoenen Euro’s geïnvesteerd in België en bieden zij werk aan een kleine 1000 mensen(rechtstreeks en onrechtstreeks).
Dit werd wellicht uit het oog verloren in het licht van Pax Elektrica deel II waar sprake van zou zijn.  Verder neem ik aan dat in het huidige fusie geweld bepaalde marktpartijen ook rechtstreeks met elkaar praten om te kijken wat ze kunnen uitwisselen(swap’s).
Het uitwisselen van capaciteit is breed in de media vermeldt als vereiste door de verloofden van de Franse fusie.
Op de vraag waarom premier Verhofstadt dit dossier naar zich toe trekt lijkt me eenvoudig, het is gewoon een zeer belangrijk dossier niet alleen in België op dit ogenblik maar ook binnen Europa. 
Het is voldoende gemeld dat de markt op dit ogenblik niet goed werkt, voorzitter van de Commissie Barroso heeft dit onlangs nog op de Europese top gezegd en ook bevestigd dat dit een speerpunt wordt voor Europa.
Energie is zeer belangrijk voor de competitiviteit van Europa en er dient dus een sterke Europese regelgeving te komen die garandeert dat de markten kost plus gaan werken door de concurrentie. 
Vandaag waarschuwde de BASF topman in de Belgische krant de Tijd nog dat we ons in België uit de markt aan het prijzen zijn(loonkost en energie) en hij heeft gelijk.  Voor de grootverbruikers is de prijs van energie bijna het tweevoudige geworden de laatste vier jaar in West-Europa waardoor een extra competitief nadeel wordt ingebouwd naast de relatief sterke Euro.  Het is dan ook te verwachten dat dit soort productiebedrijven nog sneller zullen overgaan tot delokalisatie naar het Verre Oosten waar men wel kost plus denkt(zelfs onder kost werkt).
Dit hoeft echter niet als men kiest voor het gebruiken van hefbomen.  De goedkope energie die wij vandaag in België (kunnen) produceren bestaat vooral uit nucleaire stroom die zoals reeds vaak gemeld in de media is afgeschreven.  De industrie die vroeger hun stroom kregen aan kost plus zien zich nu geconfronteerd met een “vrije marktprijs” die ook andere componenten inhouden zoals gas en olie. 
Een krachtige hefboom die we in België hebben is de raad van mededinging die ervoor kan zorgen dat er voldoende concurrentie komt in een markt die vandaag nog zeer sterk gedomineerd wordt door één partij.  Het niet gebruiken van deze instelling is tot op vandaag een gemiste kans daar zij alleen neutraal en met voldoende onderzoek maatregelen kunnen nemen zonder dat ze onder tijdsdruk staan van derden en/of gebeurtenissen zoals verkiezingen.  In landen zoals Engeland, Scandinavie en Nederland gaan deze instellingen constant te werk om de markt te monitoren en waar nodig in te grijpen.
Hoewel ik geloof in de wens van alle beleidsmakers om de liberalisering nu echt waar te maken zou ik dergelijke hefboom vermelden als optie voor het geval er geen goede afspraken kunnen gemaakt worden met de sector.  Het uitoefenen van voldoende druk zorgt trouwens voor voldoende snelheid bij alle partijen.

De fusie : kip of het gouden ei – deel 1

Friday, September 22nd, 2006

Op vraag van een aantal lezers en de niet aflatende telefoons van beleidsmakers en media schrijf ik hier mijn eerste indrukken van de huidige status van de veel besproken fusie.
Het eerste wat me opvalt in heel dit traject is de pro-actieve houding van de verloofden om zelf de coördinatie in handen te houden.   De gesprekken tussen de verloofden, Europa en België gaan dag in dag uit door.  Wat een contrast met mogelijke andere fusies waar het vaak moeilijk is om direct contact te krijgen met elkaar.  Energie doet kennelijk deuren open. 
De procedure is sinds mei in een stroomversnelling gekomen en de snelheid waarmee men dit wilt afhandelen(moet) brengt onherroepelijk risico’s met zich mee.  Hoewel Europa gebonden is aan bepaalde tijdsschema’s is België dit niet.
De snelheid waarop men in België bijna parallel dit dossier wilt afhandelen is verrassend, zeker omdat tot twee weken geleden er consensus was dat men eerst de Europese procedure ging uitzitten en deze duurt tot midden november.  De plotse wijziging van deze koers zal wel een grond hebben, hopelijk is het geen verkiezingskoorts want dit dossier verdiend de hoogste kwaliteit en kwantiteit.  Hiervoor heeft men tijd nodig.
Iedere studie/MBA of bijvoorbeeld het starten en schrijven van een ondernemingsplan vergt vele maanden voorbereiding.  Één van de zaken die best veel tijd nemen zijn de analyses die gemaakt dienen te worden.  Bijvoorbeeld in deze zaak worden blijkbaar geen simulaties gemaakt over welke impact welke remedie(remedie is een term die dezer dagen veel in de kranten verschijnt als benoeming voor een toegeving om een fusie goed te keuren) heeft op een markt.  Nochtans lijkt me dit absoluut noodzakelijk daar de verloofden zelf remedies voorstellen en men toch een check dient te doen of de voorgestelde remedies wel een positieve impact veroorzaken.
Zelf heb ik enkele vragen bij de voorgestelde remedies, bv. het oprichten van een nieuw bedrijf door de verloofden die dan ten gepaste tijden zou verkocht worden aan een nieuwe marktpartij zodat de concurrentie zou bevorderd worden.  Dit absoluut nobele voorstel om vrijwillig nieuwe concurrenten toe te laten dient op ieder onderdeel uitgediept te worden.  Bijvoorbeeld zijn de contracten met grote B2B klanten die in dit nieuwe bedrijf worden ingebracht afgedekt met lange termijn aankoopcontracten die tevens in deze onderneming worden ondergebracht.  De termijn waarop deze transfer dient te geschieden zou door Europa moeten worden bepaald zodat een positieve impact(na bevestiging van de analyse studie) direct in de markt kan worden geïmplementeerd.
Een andere remedie die wordt voorgesteld is het opsplitsen van een gasbedrijf in drie delen zodat bijvoorbeeld opslag en transport van elkaar worden gescheiden.  Ook hier dient een analyse te gebeuren of bijvoorbeeld de opsplitsing er niet voor zorgt dat de verschillende delen meer gaan kosten dan het geheel.  Hiermee bedoel ik dat het opsplitsen van een bedrijf vaak nieuwe administratieve procedures met zich meebrengt en dit werkt natuurlijk kostenverhogend.  Verder gebeurd het ook vaak dat men bepaalde kosten gaat onderbrengen in die delen die men niet belangrijk vindt en bepaalde opbrengsten in een ander deel gaat inbrengen.
Het spreekt vanzelf dat dit slechts een hypothese is maar dat het sowieso noodzakelijk is om de nodige studies en analyses uit te voeren alvorens een voorstel goed te keuren.
Wat ook opvalt in de voorgestelde remedies is het totaal ontbreken van remedies betreffende de electriciteitssector.  De argumentatie van de verloofden is hier dat ze slechts een participatie(minderheid) dienen te verkopen om zo naar de oude situatie terug te keren. 
Dit lijkt me enigszins simplistisch daar iedereen het er wel mee eens is dat de sectoren met elkaar verbonden zijn en dat een dominantie in gas ook nadelig is voor de electriciteitssector.  Al is het maar omdat in België de nummer twee op het gebied van productie voornamelijk gas gebruikt om electriciteit mee te produceren.
Deel 2 : de noodzaak van hefbomen
Na dit weekend volgt deel 2

Subsidies in de Lage Landen

Thursday, September 7th, 2006

Nog geen 14 dagen gelden klonken de kanonschoten in Nederland. De lokale minister die bevoegd is voor de promotie van investeringen in groen stroomproductie zei dat Nederland nu reeds de Kyotoverplichtingen haalt. Blijkbaar volstaat het halen van 9% om een duurzaam beleid te voeren, in ieder geval datgene dat we wensen te betalen.
Opvallend was vooral de reactie van de investeerders en bedrijven die projecten aan het bestuderen waren. Zij vielen compleet uit de lucht. En ik had een akelig déjà-vu. Ook in België werden we een paar jaar geleden overvallen door een dergelijke wijziging. Het volstrekte gebrek aan overleg tussen beleidsmakers en de rest van de maatschappij is een zorgwekkend fenomeen. De creatie van een stabiel investeringskader is nochtans algemeen aanvaard als één van de voorwaarden om een duurzaame groei te bekomen.
Ik begrijp de problemen van zovelen die maanden zoniet jaren aan vooronderzoek hebben besteed alvorens hun subsidiedossier in te dienen. Het geld maar vooral de tijd die zij als ondernemers hebben gespendeerd, wordt als definitief verloren beschouwd. Het vertrouwen is geschonden en men kan er zeker van zijn dat wanneer men nieuwe initiatieven lanceert om duurzame energie te promoten, deze ondernemers twee keer zullen nadenken en extra garanties zullen vragen.
Het in België geroemde certificatensysteem, bedoeld om een stabiel subsidiekader te creëren, blijkt contraproductief te werken in andere delen van de energieketen. Bij de liberalisering van de markt wordt hier meteen een extra handicap ingebouwd voor mogelijke nieuwe leveranciers. Aangezien vooral de historische producenten goedkope vormen van duurzame (lees: gesubsidieerde) productie hebben zoals waterkracht en de ombouw van oude kolencentrales zodat men houtpallets kan branden, zijn de nieuwe leveranciers aangewezen op de maximale boete opgelegd (lees: uitgevoerd) door de regulator. Nieuwe leveranciers dienen deze kost één op één door te berekenen aan hun zakelijke en particuliere klanten. Leveranciers die daarentegen goedkope duurzame productie verkregen vanuit een historisch perspectief, kunnen kortingen geven aan zakelijke klanten met als gevolg dat de competitiviteit uit de markt wordt gehaald.
Beleidsmakers geven toe dat dit een onaangenaam neveneffect is van deze vorm van subsidiëring en brengen als oplossing aan om dan maar te investeren in groene stroomproductie. Volgens mij is dit een kromme redenering aangezien dit een ander deel van de energieketen is en dus niet zomaar als voorwaarde kan worden opgelegd om een markt binnen te treden. Eigenlijk gaat het om discriminatie of het ontbreken van een “level playing field”.  De vele rechtzaken tegen dit systeem bewijzen dat zelfs de mogelijke markt grote twijfels heeft over de werking van dit systeem, dat had kunnen werken mochten alle landen in Europa dit hebben toegepast.
Een oplossing zou kunnen zijn om proactief te kijken naar de ervaring in de ons omringende landen en te kiezen voor de beste oplossing. Ik ben van mening dat dit subsidiëring is via het zogenaamde “feed-in” systeem. Hierbij wordt de subsidie rechtstreeks gelinkt aan de investering en niet aan de output. Zo kan men er enerzijds voor zorgen dat dergelijk systeem niet ingrijpt in de leveringsmarkt van de leveranciers en anderzijds de excessen van subsidiesystemen beter monitoren.