Archive for August, 2006

Een einde en een nieuw begin

Tuesday, August 29th, 2006

Na vijf jaar neem ik afscheid van mijn huidig functie bij Essent zoals een aantal van jullie vorige week hebben kunnen lezen. Vijf jaar zijn verlopen sedert het eerste idee om in België mee te bouwen aan een vrije energiemarkt.
In augustus 2001 heb ik voor het eerst de regelgeving erbij genomen om te zien of het mogelijk was in de energiesector in België enige concurrentie in te bouwen. Omdat ik geloof in een goede voorbereiding, werd er eerst een marktonderzoek bij grote verbruikers uitgevoerd in de maanden september en oktober 2001. Met deze resultaten ben ik dan gaan praten met enkele onafhankelijke buitenlandse energiebedrijven die onderzochten of het mogelijk was om competitief de Belgische markt te betreden. Toen het groen licht in oktober/november terugkwam, heb ik samen met een klein team het businessplan afgewerkt. 
In november 2001 heb ik tevens het toenmalige WattPlus opgericht om zo een vliegende start te kunnen nemen. In januari 2002 slaagde ik erin om de eerste grote klant binnen te halen en dit terwijl we nog aan de business case aan het werken waren. Eind maart was ons plan klaar. Het was gebouwd rond de distributiestrategie dat energie verkocht kon worden door zelfstandige partners. Alhoewel dit voor de Belgische energiesector een primeur was, had ik zelf vanuit de telecomsector een ruime ervaring met dit soort kanalen en was ik ervan overtuigd dat hierdoor een onderscheidende invalshoek mogelijk was tijdens de eerste jaren. Toen het plan klaar was had ik inmiddels in mijn vrije tijd nog wat grote klanten bijgemaakt en hadden we al voor een kleine 200 GWh aan contracten. 
Toen Essent de strategie en het plan onder ogen kreeg, nodigden ze mij uit om hier over te praten. De rest is geschiedenis want Essent is vandaag een gevestigde waarde in België.
De moraal van een dergelijke opstart is dat het idee en timing goed moeten zijn maar dat de uitvoering het resultaat was van een een team.  Zonder een goed startteam bereik je niks! Zelf heb ik het geluk gehad met een aantal van deze teams in binnen- en buitenland bedrijven op te bouwen en ik vind het een voorrecht dat deze mensen in contact blijven en graag opnieuw een dergelijke ervaring willen aangaan. Waardering van anderen is één van de zaken die het meeste voldoening geven. U kunt zich voorstellen dat na het bericht van mijn vertrek de telefoons binnenkwamen en deze van standaard tot zeer origineel waren. Er waren zelfs mensen bij die spontaan gingen bellen naar anderen en vragen waar ik naar toeging, wat ik ging doen. Ik heb aan alle nieuwsgierigen gevraagd geduldig te zijn en hun beloofd dat mijn volgende uitdaging op mijn blog zal verschijnen. Het spreekt vanzelf dat deze blog actief blijft en wij binnenkort een eerste bijdrage mogen verwachten van een bekend trendwatcher die heeft toegezegd om in september enkele stukken te schrijven. Bij deze wil ik iedereen bedanken voor de positieve reacties en kan ik aleen zeggen dat dit slechts het begin is van meer.

Duurzaam rijden

Monday, August 21st, 2006

Vanaf het begin heb ik geprobeerd om te kiezen voor duurzame oplossingen voor ons bedrijf. Naast de grootschalige introductie van groene stroom in Vlaanderen in december 2002 hadden wij ook vanaf het begin een afwijkende car policy.
België staat bekend als dieselland. Leasemaatschappijen zijn er ook volledig op ingesteld en geven de beste prijs als je dieselt.  Dieselen kost ook minder aan de pomp en het verbruikt ook iets minder. Tot zover allemaal dingen die we weten. Wat we echter niet wisten, is dat andere keuzes bestraft worden. Anno 2002 kozen wij voor bi-fuel wagens, LPG en benzine. Na een grondig onderzoek van in België populaire automerken zoals Audi, Volkwagen, BMW, Mercedes, etc…, kwamen we al snel tot de conclusie dat geen van deze merken bi-fuel ondersteunde. Sterker nog: als we ervoor zouden opteren LPG te laten inbouwen, zou de garantie van de wagen in het gedrang komen. Wat automatisch leidde tot een njet van de de leasemaatschappij. Niet toevallig bleven enkel de gekende Scandinavische merken over. We kozen voor Volvo en in geringere mate voor Opel (dat als enige niet Scandinavische merk door de leasemaatschappij werd voorgesteld).
Al snel bleek echter dat de autohandelaars enkele “details waren vergeten te vermelden…. De LPG-tank die was geïnstalleerd vanuit de fabriek was veel kleiner dan tanks die je later laat inbouwen. Daardoor was de autonomie van rijden op LPG bedroevend laag. 300 kilometer was zowat het maximum. U kunt zich voorstellen dat verkopers niet echt blij waren dat ze om de twee dagen naar de pomp moesten. In praktijk betekende dit dat men steeds overschakelde op benzine. Een kleine vergetelheid waar je echter als bedrijf wel drie à vier jaar mee zit (termijn van de leasecontracten).
Maar dit was niet alles. De screening van benzinestations die we hadden gedaan, bleek wel correct en er waren net voldoende mogelijkheden om de tank te vullen. Gaandeweg verdween echter het ene na het andere LPG-station. Dit is onbegrijpelijk op een moment dat benzine- en dieselprijzen zo snel stijgen. 
Uit gesprekken met pomphouders werd mij al snel duidelijk dat zij geen interesse hadden om dergelijke tanks te behouden gezien de extra voorzieningen die zij moesten treffen. Bovendien waren gebruik en dus ook rendabiliteit aanzienlijk minder. Het gekende kip-en-eiverhaal. Een tendens die zich tot op vandaag doorzet en waardoor alleen grote snelwegstations nog LPG verkopen aan een premium prijs.
Tot slot bleek ook dat ondanks de installatie vanuit de fabriek de wagens meer onderhoud nodig hadden en geregeld defect waren. Het aantal klachten van onze initieel bijzonder enthousiaste LPG-chauffeurs werd iedere maand groter en de kosten per kilometer liepen hoger op dan oorspronkelijk gepland. Hoewel LPG nog steeds niet duurder was dan de andere brandstoffen, bleef er finaal geen voordeel meer over en verlangde men terug naar een lawaaierige diesel..
Nu vier jaar verder stellen we vast dat de weinige fabrikanten ook de moed hebben opgegeven en één voor één stoppen met het aanbieden van LPG-wagens. Ook zij voelen zich niet ondersteund door een pro-actief beleid.  De leasemaatschappijen hebben ook bijgedragen tot deze stop door de meerkost voor LPG door te rekenen (lees: de wagen is na drie jaar gewoon minder waard).
Zo komt het dat we vandaag geen bi-fuel wagens meer hebben en iedereen terug op diesel rijdt. Onze ambitie is nog niet verdwenen maar LPG wel. Dit weekend meldde De Standaard dat men nu al kan kiezen tussen drie wagens. Deze worden echter zeker niet competitief aangeboden op de leasemarkt en zijn dus onbereikbaar op grote schaal.
Indien iemand suggesties of goede ideëen heeft, laat ze mij gerust even weten.

Energy liberalization in Europe

Monday, August 14th, 2006

Last weekend I looked at the current status of the market opening in several countries in Europe. Having started one in Belgium almost five years ago, I see similar hurdles in most countries. The countries I looked specifically are Spain, France, Belgium and The Netherlands (as Essent headquarters are located there, I feel a natural tendency to look at this market).
One thing is clear: in all countries, opportunities for new suppliers have decreased the last two years. This year especially, it has become impossible to start up new independent suppliers as wholesale markets close at a rapid pace. Especially the liquidity in this market is becoming a problem. When talking to producers of electricity in Spain for example, I get the same message. Why would they sell to a supplier with a discount if they can sell their energy on the power exchange at full value? Although most of them admit that being active in supply is necessary, there is a lot of wait and see going on. 
Looking at France and Spain for example were regulated tariffs still exist today, we see that new suppliers are failing one by one. Current regulated tariffs are well below wholesale market prices which result in a serious cash drain (read: loss). In Belgium, we have also seen a shift. In the “old days” there was cross subsidizing, because mostly the small and medium sized companies and households paid for “cheap electricity” for the large industrial users.  These days things have shifted dramatically, prices for retail consumers and small and medium sized companies are well below wholesale market prices and large industrial customers are complaining.
Another astonishing fact is that since 2002 a lot of new regulation has been written to support the opening of the markets by the 1st of July 2007. Despite the complaints of overregulation when you talk to suppliers, the real opening of the market has become smaller. Until today, market regulators have not been given enough power to force market opening. This has resulted in a concentration on necessary details. 
The top issues in liberalizing any market have to be addressed before the opening of a market and not during or afterwards. In production, at least four competitors should exist before opening a market. Furthermore, a strong regulator should be in place, an independent clearing house should take care of all customer usage data, etc…  Without these essential starting points, there is no point in opening a market. In some articles, people start to write that it might be better to go back to the drawing board and start all over again. Looking at the results so far, I tend to agree with their statements.
Europe should ask their members to have the courage to decide on this and at the same time agree on a common timeline. All steps should be taken at the same time and content should be defined so that conditions are the same in all countries.

Duurzaam investeren

Monday, August 7th, 2006

De mogelijkheden om ons energieverbruik om te schakelen naar nieuwe of gekende vormen van duurzame energie werden vorige week behandeld in een reeks in De Standaard. Naast koolzaad, biogas bij boeren, windmolens, zonne-energie en biodiesel worden de actuele ontwikkelingen op tafel gelegd. Steeds is er de wens om meer ondersteuning en noodzaak tot het maken van snelheid.
Zelf kent u ook wel vrienden of familie die aan het (ver)bouwen zijn. Wat mij opvalt in deze contacten, is de gebrekkige kennis over duurzaam bouwen en de ondersteuning die hiervoor bestaat vanuit de overheid. De vrijblijvende folders in ieder gemeentehuis slagen er blijkbaar niet in mensen aan te zetten na te denken over hoe zij kunnen bouwen om minder en slimmer energie te verbruiken. Alleen de handige doe-het-zelver weet exact hoeveel subsidies hij krijgt als hij een raam vervangt of voor welk bedrag zijn nieuwe hogerendementsketel terugvorderbaar is via zijn belastingsaangifte. Voor de anderen moet er een meer proactief plan komen om iedereen die (ver)bouwt zich de vraag te laten stellen of er voldoende rekening wordt gehouden met de energiekwestie. Ervan uitgaan dat het bestaan van subsidies voldoende is om iedereen er spontaan van gebruik te laten maken, werkt tot op heden niet. Men zou bijvoorbeeld kunnen overwegen om bij iedere bouwaanvraag (of verbouwingsaanvraag) een attest te vragen dat er een studie is gemaakt van het energievraagstuk. Deze studie zou aftrekbaar gemaakt kunnen worden.
Buiten het verplicht maken om na te denken is er ook de beloning van de investering via subsidies. Gezien het groeiend besef bij de verantwoordelijken dat we teveel energie verbruiken en manierieren moeten vinden om dit verbruik te verminderen, dient men ook de motor aan te zwengelen. De bestaande subsidiemaatregelen worden enerzijds te weinig gepromoot en anderzijds denk ik dat er een meer drastische lancering nodig is in België, vooral gezien onze historische achterstand t.o.v. andere West-Europese landen.
Men zou duurzame investeringen 100% aftrekbaar moeten maken over een normale afschrijvingsperiode (voor zonne-energie bijvoorbeeld aftrekbaar over een periode van acht jaar, zijnde ieder jaar één achtste van de investering). Jaarlijks moet men dan meten of er een versnelling is of zelfs een trendbreuk. In principe zou er geen enkele nieuwe woning of bedrijfspand gebouwd mogen worden zonder dat alle mogelijkheden van duurzame energie ingebouwd zijn.
De gigantische investeringen die nodig zijn om ons energieverbruik duurzaam te maken, vormen tevens een belangrijke motor voor ‘s lands economie. Niet alleen onze woningen maar ook ons energieproductiepark zal de komende 20 jaar moeten worden aangepakt. Dat de investeringen hierin bij aanvang aanzienlijk hoger liggen dan bij klassieke parken wordt overal bevestigd. Door de stijging van olie- en gasprijzen wordt nu terug luidop gesproken over de bouw van nieuwe kolencentrales. De reden is louter economisch: kolen zijn ruim voorradig én in gebieden onder onze controle.
Vanuit economisch standpunt ben ik evenwel van mening dat de huidige opflakkering van steenkool als brandstof voor nieuwe centrales in West-Europa niet hoeft te betekenen dat het niet anders kan. Indien men echt wil dat onze productieparken duurzame technieken gaan gebruiken, zullen nieuwe aanzienlijke subsidiebronnen aangeboord moeten worden. Het beschikken over betrouwbare electriciteitsparken is een must voor een samenleving die steeds meer energie nodig heeft. We moeten snel werk maken van een masterplan om ervoor te zorgen dat we keuzes hebben om onze huidige parken te vervangen. De actuele subsidies ter ontwikkeling van nieuwe, duurzame electriciteitsproductie volstaan slechts voor maximum 10 tot 15% van onze behoeften.  Ook de tijdspanne waarop we deze percentages bereiken, is te lang. De problematiek van de vervanging van onze bestaande centrales heeft dringend nood aan een andere strategie en plan van aanpak uitgaande van politiek en bedrijfsleven. We moeten durven denken in termen van 100% en onszelf een doelstelling opleggen die realistisch is.