Groene stroom beleid opnieuw onder vuur

De heisa die vorige week ontstond nadat een onderzoeksjournalist van de VRT naar buiten kwam met het nieuws dat afvalverbranding al sinds 2004 ook groene stroom certificaten krijgen was het zoveelste bewijs dat onze sector vooral negatief in het nieuws komt.

Denk dat zowat iedereen het eens is dat het verbranden van afval weinig te maken heeft met groene stroom ook al blijft het nuttig om welk afval dan ook te valoriseren. De afvalverbranders die vaak in handen zijn van gemeenten werkten al rendabel voor deze extra subsidie gezien ze een prijs per ton ontvangen van de gemeenten voor het afval dat zij verwerken.

Het gebruiken van de warmte door het verbranden van afval zelf is wel nuttig en kan aanzien worden als blauwe stroom. Dit was wellicht correcter geweest om warmtekrachtkoppeling certificaten te geven op voorwaarde dat deze warmte echt goed gebruikt wordt. Het probleem is natuurlijk wel dat zaken zoals warmtenetten zo goed als niet bestaan in België en je dus al dicht bij een industriële afnemer moet zijn die toevallig ook juist jouw warmte nodig heeft.

De overheid zelf zoals op regionaal niveau, maar ook lokaal zou de uitbouw van het gebruik van warmte uit energiecentrales zelf actief moeten ondersteunen. Bijvoorbeeld één van onze biogascentrales bevindt zich in een industriepark in Tongeren waar een uitbreiding van het park wordt voorzien. Wanneer een industriepark warmte over heeft zou de aanleg van een warmtenet standaard kunnen worden wanneer de basisinfrastructuur wordt aangelegd.

Het inzetten van warmte van motoren uit een biogascentrale betekent dan wel dat bijvoorbeeld het ministerie van landbouw oplossingen moet helpen uitwerken zodat het digistaat verwerkt kan worden op een andere manier. Bijvoorbeeld door grootschalige opslag om op het juiste moment deze natuurlijke bodem verbeteraars te kunnen uitrijden.

Het ontbreken van dergelijke aangepaste regelgeving zorgt er trouwens voor dat het volle potentieel van biogas uit afval en agrarische materialen niet benut wordt. Mocht de nieuwe minister van Tommelein relatief snel resultaat maken van dit potentieel dan zou het resultaat vele malen meer zijn dan alle zonnepanelen samen die men nu nog wilt leggen.

Terugkomend op de zogenaamde schande om afval verbranders groene stroom certificaten te geven is hier niet echt sprake van nieuwe zaken en was dit reeds lang bekend. Terecht wordt deze tekortkoming bekend gemaakt maar de huidige minister Tommelein heeft al direct bevestigd dat deze ondersteuning afloopt zodra de huidige termijnen voorbij zijn. Dit zal rond 2019 zijn.

Het is te hopen dat deze kramp reactie van de nieuwe minister hem niet vleugellam maakt gezien de media aandacht voor onze sector overwegend negatief is. Ondertussen wordt het duidelijk dat onze federale minister van energie mevrouw Marghem het steeds moeilijker krijgt om nog geloofwaardig te kunnen functioneren. Of dit nu terecht is of niet, de perceptie keren (de politieke dan toch) is altijd zeer moeilijk en een krachtdadig beleid neerzetten ook gezien de beperkte ondersteuning die zij heeft.

Zelfs de uitbouw van een energievisie/pact blijkt steeds meer het werk van anderen te worden (lees Elia rapport als basis) en het is maar af te wachten of mobiliteit, opslag van elektriciteit en warmtebenutting ook mee genomen worden in deze visie.

De uitbouw van een visie moet vooral gebaseerd zijn op de reductie van broeikasgassen meer dan alleen maar het garanderen van de bevoorradingszekerheid op korte termijn. Dat zelfs het gidsland bij uitstek Duitsland met zijn “Energiewende” nog geen gram minder CO2 uitstoot heeft gebracht ondanks meer dan 25% groene stroom zou als beste bewijs moeten dienen.

Natuurlijk levert groene stroom één van de sleutels om CO2 neutraal te worden, maar de andere delen die ontbreken zijn even belangrijk. Zolang we er niet in slagen om deze groene stroom op een intelligente manier op te slaan en te beheren blijft een groot deel van de CO2 besparing onbenut gezien je op andere momenten, wanneer zon en wind niet aanwezig zijn, fossiele brandstoffen moet gebruiken om de bevoorrading te verzekeren.

Men zou nu zelfs prioriteit moeten geven hieraan gezien alleen zon en wind bouwen geen zin heeft voor ons objectief om tegen 2030 35% minder CO2 uit te stoten. Een zelfde objectief zou ook voor Methaan en NOX uitgewerkt dienen te worden.

Chinezen investeren in Europese energiebedrijven

Kogel door de kerk voor Hinkley Point, maar Eandis nog niet rond

De Britse regering onder leiding van premier May heeft dan toch groen licht gegeven voor de nieuwe kerncentrale C van Hinkley Point. Een mijlpaal mag je dit wel noemen daar het bijna twintig jaar geleden is dat de bouw van een nieuwe kerncentrale werd goedgekeurd.

Dat de algemene directeur van EDF positief reageert is logisch, hij spreekt zelf van de start van een echte comeback van kernenergie. Dat optimisme een “moral duty” is weten we allang, maar spreken van een enthousiasme voor kernenergie in Europa lijkt me minstens twee bruggen te ver.

De nachtmerries die de ingenieurs ongetwijfeld hebben in Finland en Frankrijk met de bouw van twee nieuwe kerncentrales type III (EPR, European Pressurized Reactor) keren regelmatig terug en het einde van de lijdensweg is nog niet achter de rug.

In het licht van de ervaring met deze type III reactoren in aanbouw is de mededeling om binnen acht jaar operationeel te worden te nemen met een hele grote korrel zout. Dat de subsidie geen gelijke kent voor deze technologie is al eerder beschreven, gelukkig helpt de wisselkoers nu om het verschil te temperen, dat wilt zeggen vooral voor het zicht.

Nu spreekt men van een 92,5 pond per MWh gedurende 35 jaren, echter als je de kost in euro’s wilt uitrekenen kun je niet zomaar de wisselkoers gebruiken, maar dien je de berekening in lokale valuta uit te rekenen. Enkele maanden geleden voor de Brexit spraken we nog van vlot 125 euro per MWh subsidie (wel met inbegrip van de opgewekte elektriciteit) het lijkt me realistischer om hier rekening mee te houden. Dat deze prijs zowat vier keer boven de actuele stroomprijzen ligt is een gegeven en geeft alleen maar aan wat de echte prijs zou moeten zijn van onze elektriciteit.

Belangrijker nog dan de hoge kostprijs voor dit type kernreactoren is wellicht het precedent dat hier ontstaat. Als een liberale overheid zoals die in Engeland bereid is om 35 jaar subsidie te geven om de bevoorradingszekerheid uit te bouwen en tegelijkertijd de sluiting van de kolencentrales wilt counteren om zo de CO2 uitstoot te verminderen, dan heeft zij in ieder geval een visie.

Afgelopen week had ik een gesprek met iemand uit de financiële sector die de terechte opmerking maakte dat het ontbreken van ontwikkelde financiële producten om grote infrastructuur projecten mogelijk te maken één van de belangrijke missing links zijn. De reactie in België op de komst van een Chinese aandeelhouder bij Eandis is symptomatisch hiervoor. Natuurlijk hebben we in ons land voldoende financiële middelen, alleen slagen we er niet in die te mobiliseren. De continue stijging van geld op onze zicht- en spaarrekeningen op een moment dat deze niets opbrengen zegt alles.

Onze samenleving is risico schuw geworden en we zijn zowat bang voor alles. De klaagzang over de Eandis deal vind ik ook ongepast gezien de Chinezen bereid zijn om diep in de buidel te tasten voor hun toch eerder kleine participatie en dit voor de publieke aandeelhouders van Eandis dus een goede zaak is.

Men vraagt mij de laatste weken of dit een goede zaak is, te veel of wel verstandig is. Mijn antwoord is altijd hetzelfde zijnde dat men voor een transparante aanpak heeft gekozen door de markt te laten bieden en de hoogste bieder heeft “gewonnen”. De zogezegd verontwaardigde reacties die hier en daar te horen zijn zijn toch vooral voor de bühne. Achter gesloten deuren lijkt het me dat de gemeenten gelukkig zijn met een dergelijk bod en de komst van een groot bedrijf als aandeelhouder. Is het aantrekken van buitenlandse investeerders niet de basis voor een deel van onze welvaart als kleine open economie?

De bezorgdheid over de herkomst van de aandeelhouder lijkt me in een globale wereld misplaatst en al helemaal als je weet dat China een zeer belangrijke handelspartner is voor Europa. De beste basis voor een duurzame economie en vrede in de wereld is het hebben van wederzijdse belangen, maar juist hier zijn op dit ogenblik vraagtekens over in het Europa van 28 lidstaten.

Er is een soort nationalistische reflex ontstaan gevoed door angst en negatieve emoties. Het komt neer op dezelfde reden waarom we al ons geld op zinloze spaarrekeningen zetten: aversie voor verandering. Onze maatschappij vergrijst en de angst neemt evenredig toe. Media en politici spelen hier graag op in want dat vergroot hun macht over die zelfde lezers en kiezers. Naarmate een samenleving ouder wordt is behoud het hoogst haalbare en status quo een overwinning. Verandering vergt moed en het durven opgeven van verworvenheden om anderen te kunnen laten groeien, maar hier heeft onze individualistische samenleving en economie geen boodschap aan.

Het vooruitschuiven van harde keuzes over onze toekomstige energiemix in België is jammer genoeg een constante geworden en ook deze regering heeft daar last van. Het langer openhouden van Doel 1 en 2 wordt steeds meer een molensteen voor een toekomstige energievisie daar de alternatieven moed vergen om nieuwe wegen in te gaan. Hoop en oplossingsrichtingen zijn er zeker ook, want er zijn wel degelijk politici die wel willen kiezen en bereid zijn om nu definitief afscheid te nemen van onze oude kernreactoren zodat nieuwe investeringen mogelijk worden.

Perceptie

Dat onze sector en vooral het product een knal van een imagoprobleem heeft is moeilijk te ontkennen gezien vooral negatief wordt geschreven. Het meest wordt geschreven over de enorme stijging van de prijs per KWh in Vlaanderen en dat is nog wel het beste bewijs van perceptie.

De stroombeurzen hebben in geen decennium zo laag gestaan, maar ons product gaat volledig verloren in een factuur voor consumenten die zo veel rubrieken heeft dat ik durf vergelijken met onze belastingbrief. Een weliswaar lichte overdrijving die wel aangeeft dat het product zelf zijnde elektriciteit (of gas) volledig bijzaak is geworden.

De prijs van het product is zo marginaal geworden dat hij minder dan 30% uitmaakt en slechts één lijn beslaat van de vele rubrieken. Achteloos wordt er naar gekeken om vervolgens over te gaan naar het totaal bedrag zonder de tijd te nemen om naar de andere kosten te kijken. Of energie duur is? Totaal niet, maar de perceptie is zo aangekweekt dat enige andere boodschap volledig verloren gaat. Al meermaals heb ik de vergelijking gemaakt met vakantie, een heel jaar warmte en elektriciteit kost veel minder dan de gemiddelde reis van 1 week met het gezin, bijvoorbeeld een skivakantie.

Het probleem is dat de luxe van energie totaal niet meer bewust wordt ervaren, het is er en het zal er altijd zijn. En daar vergist men zich behoorlijk over want door het gebrek aan nieuwe investeringen lopen we een behoorlijke achterstand op. Met het klimaatakkoord van Parijs indachtig zal veel op de schop moeten inclusief de manier waarop wij verwarmen.

Het laag hangend fruit is volop aanwezig, neem bijvoorbeeld het kleine miljoen gezinnen dat nog op stookolie hun huis verwarmt. Het blijft opvallend dat men bijvoorbeeld deze week nog promotie maakt vanuit de Vlaamse overheid om groepsaankopen met buren te promoten voor isolatie, maar niet beseft dat men eerst de productiebronnen dient aan te pakken.

Natuurlijk is isolatie hoogstnoodzakelijk in een land met een oud patrimonium, maar de winst in de omschakeling van stookolie/gas naar duurzamere vormen is dat evenzeer. De uitstoot van CO2 door gebouwen is gewoon niet te onderschatten en gezien we onze bestaande gebouwen niet allemaal gaan kunnen afbreken en vervangen door passief woningen.

Op dit ogenblik zijn er enkele tienduizenden warmtepompen geïnstalleerd op een totaal van – alleen in Vlaanderen – 2,6 miljoen woningen/gezinnen. Dit toont aan dat de weg nog zeer lang is. Zoals gezegd op de 4,6 miljoen gezinnen/woningen in België neemt stookolie nog een veel te grote plaats in en datzelfde vindt men trouwens ook nog in bijvoorbeeld schoolgebouwen. De overheid dient eerst zijn eigen gebouwen dringend duurzaam te maken en zo het goede voorbeeld te geven.

De sector die kampt met het gevoel dat energie al duur is dient dringend zaken te gaan vergelijken en tonen aan de consument. Energie is in tegenstelling tot wat velen in de media roepen helemaal geen basisrecht, het is iets waar je voor moet zorgen en hard voor moet vechten. In grote delen van de wereld is het verkrijgen van energie iedere dag opnieuw vele uren werk. Het sprokkelen van hout om een maaltijd te kunnen koken neemt in vele landen iedere dag uren in beslag.

De uitdagingen voor ons zijn groot, binnen enkele jaren stopt de bevoorrading van laag calorisch gas uit Nederland en begint een zeer grote ombouw operatie voor zowat alle gezinnen in onder andere Antwerpen en Brussel. Opvallend is dat men direct kiest om de ombouw te doen naar hetzelfde product zijnde gas terwijl er ook voldoende duurzamere alternatieven bestaan die meer toekomstgericht zijn.

Het behalen van alleen al de 2030 doelstelling voor België met een reductie van 35% CO2 en andere broeikasgassen zal niet kunnen zonder dat we dit voelen in de manier waarop wij energie gebruiken. Natuurlijk kunnen we nog veel energie besparen en zo al een deel behalen, maar het gaat veel verder. De reductie van bijvoorbeeld methaangas is wellicht even belangrijk en betekent bijvoorbeeld dat de massale productie en export van melk en vleesproductie drastisch moet dalen. Dat wij 90% van onze productie exporteren kan wellicht economen blij maken, maar heeft niet te maken met het verduurzamen van een samenleving.

Natuurlijk kun je wel wat exporteren naar omringende landen, maar daar wringt het schoentje, het meeste van onze vlees en melkproducten gaat ook naar verre bestemmingen waardoor de uitstoot nog groter wordt door het vervoer. Iedere kilo vlees heeft 15000 liter water nodig bijvoorbeeld. Er zijn tal van mogelijkheden om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te dringen, maar uiteindelijk raken ze aan ons huidig economisch model dat 2% groei per jaar nodig heeft om betaalbaar te blijven. Deze vicieuze cirkel dient doorbroken te worden om het klimaatakkoord van Parijs mogelijk te maken.

Het is mij een raadsel hoe men de komende 25-30 jaar de toename van energieverbruik gaat stoppen met een wereldeconomie die zelfs meer dan 2% groei per jaar verwacht en de toename van energiebehoeften wordt verwacht met een stijging van meer dan 300% tot 2050. En dat zal niet behaald worden met het bouwen van alleen wind en zonnepanelen, maar ook door een continue gebruik van fossiele brandstoffen.

Ondertussen vallen onze kerncentrales nog maar eens uit, maar ook dat is perceptie want menselijk falen is steeds mogelijk bij onderhoud, dat neemt niet weg dat met het ouder worden van dergelijke centrales de mogelijke risico’s op defecten enigszins zal blijven toenemen. Het feit dat twee grote kernreactoren kunnen stoppen zonder dat onze energiebevoorrading daar ook maar iets van voelt bewijst dat deze ook definitief kunnen stoppen. Natuurlijk is deze stelling kort door de bocht, maar vooral een bewijs dat we deze tijd van overvloed moeten gebruiken om nieuwe investeringen te doen in duurzame technologie zodat deze centrales vanaf 2023 definitief kunnen worden stilgelegd en dan ontmanteld.

Deze week twee blogs, één over ratificatie klimaatverdrag Parijs door VS en China en blog over onbetaalbaarheid van kerncentrales

China en VS bekrachtigen klimaat akkoord van Parijs

Dat beide landen in aanloop van de volgende G20-top het akkoord reeds hebben bekrachtigd is zonder meer een positief politiek signaal voor de rest van de wereld. Met z’n twee zijn deze landen al goed voor zo’n 40% van de mondiale vervuiling en bij 55% gaat het akkoord van Parijs in werking.

Dat Europa dit akkoord nog niet kan bekrachtigen heeft vooral te maken met de 28 individuele landen die ieder op zich ook in hun nationale parlementen en regering deze beslissing moeten goedkeuren.

Het is ook erg waarschijnlijk dat als Europa het bedrag bekrachtigt dat ook de rest van de landen hun best zullen doen om dit akkoord mee te ondertekenen. Of dit dan een garantie is dat we hiermee de klimaatverandering gaan kunnen tegenhouden is verre van zeker. De uitdaging ten opzichte van het akkoord van Kyoto is vele malen groter gezien we grosso modo van 20% reductie t.o.v. van 1990 (Kyoto) nu naar zo’n 80 tot 100% reductie van broeikasgassen moeten gaan.

De focus op CO2 is begrijpelijk gezien het vooral de mens is die deze veroorzaakt maar hopelijk vergeet men ook niet de andere gassen die vaak nog veel schadelijker zijn voor mens, dier en milieu. Dat methaangas tot 20 keer schadelijker is maakt het toch voor de hand liggend om hier snel slagen in te maken.

Het terugdringen van de mondiale veestapel zou zo’n topprioriteit moeten worden gezien deze tekent voor het gros van de uitstoot van methaangas. Een ander voordeel van hier een prioriteit van te maken is dat dit ieder mens raakt en men zo een directe impact krijgt van het akkoord. Niet alleen voor de uitstoot is dit belangrijk maar ook voor onze waterhuishouding. Voor ieder kilo vlees is ongeveer 15000 liter water nodig. Als men dan weet dat de klimaatverandering nu al enorm begint te wegen op bijvoorbeeld steden als Karachi (20 miljoen inwoners) waar water gewoonweg schaars, slecht van kwaliteit en zelfs vaak niet meer voorradig is, dan is water naast uitstoot even belangrijk.

Als kernmogendheden gebrek aan drinkbaar water krijgen kunnen we stellen dat hun tekort ook snel ons tekort zal worden. Economisch is het natuurlijk ook een kans daar we nieuwe technologieën kunnen inzetten en ontwikkelen om efficiënter gebruik te maken van onze natuurlijke bronnen. Gezien de impact van de klimaatverandering voor een aantal landen nu al heel voelbaar is zit het momentum voor het akkoord van Parijs goed.

Het akkoord zelf is en blijft op papier toch eerder een mager beestje met te weinig concrete tussentijdse doelstellingen zodat men te weinig kan meten. Het afrekenen wordt nog een groter probleem. Dit vooral daar er geen enkele straf tegenover staat bij het niet behalen van de doelstellingen. Sterker nog, men kan gewoon uit het akkoord stappen zonder enig gevolg buiten de negatieve pers die men er als land tijdelijk mee zal halen.

En toch is het goed nieuws dat het akkoord van Parijs nu echt een kans krijgt om Kyoto te vervangen met als voordeel dat de twee grootste vervuilers in de wereld nu ook mee doen. Voor Europa zal het opnieuw opstarten van een echt werkend ETS systeem één van de eerste prioriteiten moeten worden zodat er ook een economisch voordeel komt als bedrijven hun uitstoot drastisch kunnen beperken.

De vertaling in nationale doelstellingen wordt ook een stuk gemakkelijker bij de bekrachtiging van het akkoord van Parijs doordat de regeringen zich gesteund zullen voelen om daadwerkelijk over te gaan tot hogere duurzame doelstellingen.

Het huidige debat in Nederland bijvoorbeeld om alle kolencentrales eerder te gaan sluiten zal zeker een echte optie worden en dat is goed nieuws van nieuwe technologieën. Het argument dat sommige gebruiken dat eerst moet bekeken worden of de bevoorradingszekerheid hierdoor niet in het gedrang komt is een drogreden. Sterker nog, men heeft eigenlijk geen andere keus dan sluiting van deze zware vervuilers gezien dit nu eenmaal tot de quick wins (laag hangend fruit) behoren. Financieel lijkt het ook goedkoper om de kolencentrales te sluiten dan de ongetwijfeld toekomstige fors hogere CO2 prijs als land te moeten gaan betalen.

Voor België zal dit ook gevolgen hebben gezien Nederland zo geen capaciteit te veel meer zal hebben om uit te voeren en wij dus meer behoefte zullen hebben aan eigen oplossingen. Het importeren van goedkope elektriciteit uit Nederland komende van kolencentrales is nu eenmaal ook hypocriet als je tegelijkertijd in eigen land subsidies geeft voor meer duurzame productie.

De keuzes die we gaan moeten maken zijn moeilijk en zullen vaak betekenen dat we ons gedrag en vooral gewoonten gaan moeten veranderen gezien de keuzes van gisteren voor morgen geen optie meer zijn. Of het nu kernenergie, steenkool of zelfs aardgas is, het zijn allemaal keuzes uit het verleden die voor ons geen optie meer kunnen zijn. Dat vergt moed en doorzettingsvermogen. Het lijkt erop dat zelfs landen als China en de Verenigde Staten dit beginnen in te zien.

Waarom kernenergie onbetaalbaar is

Dat de transitie naar een duurzame energiehuishouding allerlei oude en nieuwe ideeën naar voren brengt met hun voor en tegenstanders is normaal in dit maatschappelijk vraagstuk. Kernenergie is in België niet weg te denken als tweede grootste in de wereld na Frankrijk, meer dan de helft van onze elektriciteit komt van kernenergie als alle centrales op volle kracht werken.

Het idee dat kernenergie als goedkoop verkocht wordt vandaag de dag vloeit voort uit het feit dat we vandaag werken met oude afgeschreven kerncentrales. Kijkt men vandaag naar de kost van het bouwen van nieuwe kerncentrales in Europa dan komt men tot heel andere conclusies. De kosten voor de nieuwe kerncentrale in Finland zijn geëxplodeerd met een factor van meer dan 300%. De vertraging bedraagt nu al zowat een tien jaar op het oorspronkelijke schema en nog is men niet zeker dat hiermee het einde bereikt is.

Een gelijkaardige ervaring kan men al zien in Frankrijk waar men in Flamanville ook reeds jaren vertraging heeft en een forse overschrijding van het oorspronkelijke budget. Reken hierbij nog de jaren aan inkomsten verlies en je komt aan een astronomisch bedrag dat met geen enkele andere technologie te vergelijken valt.

Een ander systematisch onderschatte kost is de afbraak van kerncentrales op het einde van hun levensduur, zowel in Duitsland als Nederland is men tot de conclusie gekomen dat de opgebouwde fondsen ruim ontoereikend zijn voor de te verwachte kosten. Het is veilig en voorzichtig om te stellen dat ditzelfde ook naar grote waarschijnlijkheid zal gelden voor vele andere landen waar men kerncentrales heeft.

De laatste unieke kost van kernenergie is deze van de gevolgen van ongelukken die anders dan bij andere technologie lange termijn gevolgen heeft. Het recente ongeluk in Fukushima ligt nog vers in ons geheugen en de eerste schatting van kosten die naar buiten kwam was een bedrag van meer dan 200 miljard euro, inmiddels zijn er voldoende reacties geweest na deze eerste bekendmaking dat het uiteindelijke bedrag nog wel eens fors hoger zou kunnen gaan uitvallen.

Nu ligt Fukushima gelukkig op meer dan 250 km van Tokio waardoor de directe impact op een grote stad nog enigszins beperkt is gebleven, maar niet alle landen hebben deze luxe. Voor België kan men zelfs stellen dat de kerncentrales gebouwd zijn tegen de rand van onze grote steden waardoor de kost bij een eventueel ongeluk niet meer uit te rekenen is.

Dat kerncentrales buiten categorie zijn blijkt ook uit het feit dat ze niet te verzekeren zijn tegen dit soort ongelukken en het steeds de samenleving zal zijn die hiervoor zal opdraaien. De kostprijs van een kerncentrale voor zowel de investering, afbraak en verzekering tegen ongelukken is zo hoog dat een vergelijking met andere productie belachelijk wordt. Of het nu zon, wind, biomassa, waterstof, gas of kolen is het gaat fors over een factor tien. Vermits in kolen en gascentrales ook nog verborgen kosten zitten, zoals de toekomstige echte CO2/NOX kost, vallen deze af wegens te duur en niet duurzaam als alternatief voor kernenergie.

Er is geen enkele technologie die zoveel en zolang subsidie nodig heeft dan kernenergie,.Het recente voorbeeld in Engeland waar EDF van de Engelse regering in Hinkley Point nieuwe kernreactoren mag bouwen en hiervoor liefst gedurende 35 jaar subsidie zal krijgen op een niveau dat fors hoger ligt dan de subsidies die we voor wind en zon voorzien vandaag de dag. En zelfs met de garantie van 125-130 euro per geproduceerde MWh gedurende 35 jaar begint men er nog met lange tanden aan. De weerstand in Frankrijk is groot voor dit project dat dermate veel geld gaat kosten dat men lang niet zeker is dat de subsidie zal volstaan.

Hiermee wil ik niet zeggen dat kernenergie geen toekomst meer heeft, maar men dient op voorhand te weten dat de kostprijs eigenlijk geen relevante maatstaf kan zijn voor kernenergie, maar dat men vooral naar de bevoorradingszekerheid moet zien en het feit dat we weinig alternatieven hebben vandaag om grootschalige elektriciteitsproductie te bouwen buiten kernenergie die geen CO2 uitstoot heeft. Onze industrie heeft nu eenmaal massa’s elektriciteit nodig om in al onze behoeften te kunnen voorzien.

Iedere week worden er ballontjes opgelaten zonder dat men eerst gaat rekenen en vooral gaat kijken wat de juiste energiemix moet zijn en welke variant de beste kwaliteit en kost met zich meebrengt. Zoiets begint bij visie, maar is broodnodig om zoals gezegd de nodige investeringen op gang te brengen in de juiste vormen van energie zodat ons geld inderdaad in eigen land kan geïnvesteerd worden.

Verandering kiezen is niet gemakkelijk

Veel wordt er gezegd over de uitdagingen waar wij voorstaan als samenleving om de opwarming van de aarde te beperken, maar vooral onze impact om deze naar een betere balans te brengen.

Dat de focus veel (en wellicht te veel) naar CO2 vermindering gaat werkt wellicht enigszins misleidend ook al is de reductie zeer dringend. Minstens even belangrijk is de vervuiling die wij in de lucht en grond brengen door het gebruik van fossiele brandstoffen, maar ook hun vele additieven.

De vele chemische stoffen die wij samen verbranden met olie zorgt voor een mix van toxische stoffen die langzaam onze omgeving vergiftigen. Wellicht is deze uitdaging nog groter dan het terugdringen van CO2 gezien we hier vele technische oplossingen voor hebben.

Zon, wind, water, biobrandstoffen, waterstof en andere opslagmogelijkheden zijn nog maar een greep uit de oplossingen die wij kunnen implementeren. Op een wereldschaal alleen is het schoonmaken van water, lucht en grond een veel moeilijker vraagstuk voor onze technologische kennis. Neem maar het meer dan 1 miljard ton plastics die we al in de diverse oceanen gedumpt hebben.

Daarom is het belangrijk dat politici en partijen zich durven uitspreken voor radicale oplossingen en vooral de wil om deze te implementeren. Open VLD heeft vorige week het zoveelste schot voor de boeg gegeven dat de weg van vroeger gewoon geen optie is voor de toekomst. Hun mededeling was nog niet koud of twee andere politieke partijen zwakten de boodschap alweer af met de oproep om het bestaande niet snel te laten vallen.

De verdienste van de boodschap van de liberalen is dat zij in ieder geval afscheid willen nemen van het huidige en dit ook bevestigd willen zien. De conservatieve krachten in ons land (maar ook andere landen) denken nog steeds dat ons klimaat en de noodzaak om er beter mee om te gaan een optie kan zijn. Men gebruikt het vals argument dat zolang er geen 100% zekerheid is dat de alternatieven werken, we het huidige niet kunnen loslaten.

Hopelijk is men zich bewust dat het juist de bestaande 20-eeuwse infrastructuur is in onze sector die het status quo omarmt en hun bestaansrecht zolang mogelijk willen rechthouden.

Wat nog ontbreekt in de liberale boodschap is het durven kiezen voor nieuwe keuzes die het potentieel hebben om naar een 100% duurzame samenleving durven te gaan. Zon en wind zijn een goede partner voor toekomstige klein- en grootschalige opslagmethoden. Durf zal het vergen om te zeggen dat we als Benelux bijvoorbeeld kiezen voor 1500-2000 MW opslag door bijvoorbeeld waterstof, durf zal het vragen om tegen 2030 minstens 1 miljoen wagens op waterstof te hebben rijden in combinatie met batterijtechnologie.

De hoop die de Vlaamse liberalen ook hebben voor het Belgische energiepact lijkt me heel optimistisch gezien men als basis een studie van Elia wilt gebruiken die ongetwijfeld nuttige elementen bevat voor een energiepact, maar veel te beperkt is om zo ook naar de hele energiewaardeketen te kijken waarvan warmte en mobiliteit ook een onderdeel is.

We zijn niet de enigen die worstelen met het maken van keuzes want in Nederland is het energieakkoord aan zijn eerste belangrijke tussentijdse meting toe om te kijken of men in 2023 14% duurzame energie gaat bereiken. Het is moeilijk om voorop te lopen op het werk van het planbureau, maar verrast zal ik niet zijn als blijkt dat men behoorlijk achterloopt op dit objectief. Zeker gezien de kolencentrales momenteel een heel belangrijk onderdeel bijdragen aan de huidige groene stroomproductie door het verbranden van houtpallets.

Wellicht kan deze manier van verbranding er nog voor zorgen dat men nog enigszins op koers zit gezien deze centrales meer dan 7000 uren op vollast draaien. Op termijn kun je ze evengoed niet meerekenen gezien ze onherroepelijk gaan sluiten. Kolencentrales vormen nu eenmaal geen onderdeel van onze toekomstige energiemix.

Dat dhr. Nijpels zich met zijn volle gewicht inzet is bewonderenswaardig en ook nodig, maar naar alle waarschijnlijkheid zullen bindende en dwingende afspraken nodig zijn om enigszins vooruitgang te boeken naar 2030 (lees voldoende). Als hij zegt dat er in Nederland al 1,7 GW zon is opgesteld en dat dit meer is dan een grote kolencentrale dan is dit qua vermogen wel juist, maar qua productie van Kwh toch heel wat anders. Een 1000 MW kolencentrale produceert tien keer elektriciteit dan dezelfde hoeveelheid opgesteld in zonnepanelen en hij is ook nog eens helemaal voorspeelbaar. En toch heeft hij een punt als hij positief is want men staat al veel verder dan verwacht en hopelijk gaat de versnelling nog door.

Ook hier geldt dat nieuwe wegen moeten worden gekozen om dit mogelijk te maken en dat ontbreekt nog in zowel het energieakkoord als in het energierapport dat wel al veel verder draagt dan 2023. Hopelijk slaat men de handen elkaar met de buurlanden om de durf hiervoor te vinden.

Waarom bestaande gascentrales nu subsidiëren een slecht idee is.

Dat de energiesector voor fundamentele wijzigingen staat is bij velen al gekend, maar nog steeds ontbreekt iedere uitgewerkte en gekozen visie voor de toekomst. Men blijft hangen in datgene wat we kennen en wat al decennia beschikbaar is.

Deze week werd wederom melding gemaakt dat België op een tekort afstevent in de toekomst qua elektriciteitsbevoorrading en dat de oplossingen niet eenvoudig en snel kunnen uitgevoerd worden.

Concreet is men al enige jaren in Europa en ook in België tijdelijke oplossingen aan het invoeren om bestaande gascentrales toch maar beschikbaar te houden als reserve en om in de toekomst voldoende noodcapaciteit te hebben. De zogenaamde capaciteitsvergoeding die reeds vorig jaar in België werd ingevoerd zorgde ervoor dat gascentrales tijdelijk langer werden opengehouden.

Het probleem met dergelijke financiële ondersteuning is dat als je ermee ophoudt de eigenaars bijna onmiddellijk hun rekening zullen maken en de centrales alsnog definitief zullen sluiten.

Erger is nog dat zowat iedere subsidie van bestaande centrales direct marktverstorend gaat werken gezien je zo de prijs artificieel gaat drukken of in ieder geval het status quo in stand gaat houden. De beslissing om Doel 1 en 2 langer open te houden begin december 2015 zorgde zowat direct voor een verdere prijsdaling van de stroombeurs met 40% die al te laag stond voor nieuwe investeringen op gang te brengen.

Keer op keer vergeet men dat elektriciteit bestaat uit vele onderdelen en brandstoffen en dat een wijziging aan één deel ervoor kan zorgen dat andere delen van de sector ook aangetast worden. Alles is letterlijk met elkaar verbonden en daarom werken alleen oplossingen waarvan op voorhand gekeken is wat de impact is over de gehele energiewaardeketen.

De illusie dat we onze kerncentrales kunnen sluiten door gascentrales te gaan inzetten als vol continue centrales is gewoonweg niet realistisch vanuit onze CO2 doelstellingen. Nu is gas een veel minder vervuilende fossiele brandstof dan bijvoorbeeld steenkool, maar grootschalige gascentrales stoten nog altijd massaal veel CO2 de lucht in. Zeker als je onze kerncentrales hiermee zou gaan willen vervangen.

Wat ontbreekt is een visie van waaruit echte keuzes gemaakt gaan worden voor toekomst gerichte oplossingen waarvan ook kleinere flexibele gascentrales een deel worden zonder dat zij vol continue gaan werken. Een energievisie die ook rekening houdt met een gezond investeringsklimaat zodat investeerders op lange termijn de nodige miljarden investeringen kunnen gaan doen.

Minstens zo belangrijk als de technologische keuzes is de keuze van welk marktmodel we willen. Het meest efficiënte model is nog steeds het marktmodel waarin producenten en afnemers, lees leveranciers, elkaar op de beurs ontmoeten en zo zorgen dat er een gezonde markt is waarin investeringen mogelijk blijven en dus onze energie bevoorradingszekerheid gegarandeerd blijft.

Dat het huidige marktmodel niet meer of nooit heeft gewerkt komt voor een deel voort uit het feit dat we vertrokken zijn bij de liberalisering met een situatie die verre van optimaal was. Tot op vandaag heerst er een gevoel dat het status quo het best bereikbaar is en de beslissing om de twee kleinste kerncentrales langer open te houden bevestigen dit ook. De introductie van tijdelijke subsidiemechanismen voor bestaande gascentrales zijn een verdere bevestiging van het gevoel dat overheerst dat we beslissingen kunnen blijven uitstellen.

En toch is het twaalf uur, niet alleen omdat Nasa deze week nog eens de alarmbel luidde door het ene warmterecord na het andere aan te kondigen, maar ook omdat onze sector het verdient als één van de belangrijke motoren van onze economie en welvaart om toekomstgericht te investeren op basis van een breed gedragen energievisie.

Dat onze industrie hier een belangrijke partner in is zal niemand betwijfelen, maar ook zij begrijpen dat iedereen maatschappelijk zijn steentje dient bij te dragen voor de generaties die na ons komen.

Een goede energievisie kan zorgen voor een grotere groei van onze economie en verdient zich als dusdanig volledig zelf terug met zelfs nog een surplus voor onze handelsbalans vermits we zo veel minder fossiele brandstoffen gaan moeten importeren. Hopelijk zal zowel de federale als regionale regeringen na de vakantie eindelijk werk maken van een dergelijke visie zodat we inderdaad in de nabije toekomst dit soort vragen niet meer hoeven te stellen.

Wie zijn de winnaars van duurzame energie?

Dit weekend stond er een positief bericht over een groot internationaal baggerbedrijf Deme dat ze betrokken worden bij de bouw van een Duits windmolenpark op zee. Dat de media hierover positief bericht vinden wij normaal. En dat is het ook.

Dit geldt trouwens voor vele andere bedrijven die als leverancier actief zijn in de energiemarkt. Of het nu in het verleden de zonnepanelen fabrikanten waren, de installatiebedrijven van biogas- en biomassa centrales, allen werden steeds positief onthaald en beschouwd als een resultaat van de succesvolle uitbouw van de duurzame energiesector.

Het doet me een beetje denken aan de goudkoorts in de 19de eeuw in bijvoorbeeld Californië, waar velen geroepen waren om te gaan graven naar de aders van goud. Ook toen waren er vele winnaars want er was een hele infrastructuur nodig om de vele tienduizenden goudzoekers van het nodige materiaal te voorzien. Hele steden met faciliteiten werden snel uit de grond gestampt om het vele goud te verwerken en vooral snel op te maken aan spel en andere vertier.

Nu zijn de parallellen zeker niet allemaal dezelfde met de huidige duurzame energie sector, maar er zijn toch ook gelijkenissen. Neem nu het succes van zonnepanelen in Vlaanderen waar een paar jaar geleden duizenden nieuwe bedrijven als paddenstoelen uit de grond schoten om daarna wanneer het goud op was even snel weer te verdwijnen in het failliet. Dat de massieve groei van het aantal zonnepanelen gestoeld was op een subsidiesysteem zonder plafond betekende werkelijk een herhaling van het Amerikaanse “the sky is the limit”.

De paradox is dat het vooral de overheid was die deze tsunami had waargemaakt ondanks de waarschuwingen dat het inbouwen van een plafond(aantal MW per jaar dat er aan zon gebouwd zou mogen worden) wellicht de groei beter zou doen spreiden.

Bij het compleet stilvallen van de aangroei van zonnepanelen installaties en het verdwijnen van vele duizenden jobs in deze nog nieuwe sector ontstonden er gelukkig wel positieve bij effecten. De prijs van zonnepanelen is zoveel gedaald dat in andere landen zoals Nederland burgers nu beslissen om te investeren zonder enige vorm van subsidie (of toch zeer weinig). Deze veel gezondere basis om op basis van marktmechanisme te groeien heeft de rest van de sector ook nodig.

De overheid dient een stabiel kader te bouwen waarin je binnen een vrije markt kunt acteren met voldoende stabilisatoren zodat investeringen betrouwbaar zijn. Met de ineenstorting van de stroombeurzen in Noord-West Europa is dat vandaag niet meer het geval en zelfs vele nieuwe duurzame projecten in wind, zon en biogas/massa werken met verlies of verminderd rendement.

De hoge schuldgraad van dit soort projecten, mede mogelijk door de subsidie, zorgt vandaag bij vele projecten voor te veel druk op korte termijn want de afgesloten leningen zorgen er vaak voor dat bedrijven de eerste tien tot vijftien jaar te weinig overhouden om bij tegenslag voldoende reserves te hebben. De lage elektriciteitsprijs die nu al een tijd aanhouden zullen nieuwe oplossingen nodig maken om de groei op gang te houden, maar ook in stand te houden wat er al is.

Vooruitkijkend naar het najaar zullen er nieuwe initiatieven vanuit de overheid komen om de duurzame motor op gang te houden of in het geval van Vlaanderen terug op gang te brengen. Dit zal niet kunnen met simpele “quick fixes”. Maar fundamentele wijzigingen vereisen aan zowel de subsidie systemen als aan het marktmodel zelf.

Op zich zijn overheidsinterventies in de economie vaak gestoeld op het nobele idee dat de economie aangezwengeld moet worden en ook onze sector zit in zo’n New Deal fase. Werkgelegenheid ontstaat zonder twijfel, of het nu bij baggerbedrijven is die een graantje willen meepikken op de groei van windmolens, of de financiële sector die leningen ter beschikking stelt om deze investeringen mogelijk te maken. Alleen kan de overheid niet continue ingrijpen zonder de marktwerking ingrijpend te veranderen en het risico te lopen dat ze nooit meer kan vertrekken.

De teloorgang van vele voormalige energiegiganten zoals RWE en Eon kan voor een deel aan hen zelf te wijten zijn door te lang hun oude productieparken te blijven uitmelken, maar er van uitgaan dat hun plaats gemakkelijk zal worden ingenomen door vele kleine nieuwe spelers is te simpel. Decentrale productie heeft zeker een deel van de toekomst, maar de energiehonger van de mens en vooral zijn industrie is zo groot en stijgend dat andere oplossingen ook nodig blijven. Zeker totdat we oplossingen hebben om de grote hoeveelheden groene stroom, die nu verloren gaan, kunnen opgeslagen en gebruikt worden wanneer nodig.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat wij ten laatste in 2025 alle kerncentrales zullen sluiten zoals voorzien in het regeerakkoord?


View Results

Loading ... Loading ...