Nederland heeft gekozen

Een zucht van verlichting ging door Europa nu Nederland behoudend heeft gekozen en het populisme niet massaal is doorgebroken. Opvallend was vooral de goede scores van traditioneel kleinere partijen zoals Groenlinks of Partij voor de dieren. Ook D66 ging er goed op vooruit en zelfs een kleine partij als CU ging volluit voor een verduurzaming van de samenleving.

Ongeacht het feit dat de laatste debatten enige aandacht gaven aan het milieu en klimaat ging de meeste aandacht tot nu toe uit naar thema’s die de dag beheersten. Dat Groenlinks 100 miljard euro extra in een duurzame samenleving wilt pompen is terecht en nobel alleen in de aanstaande coalitie gesprekken zal hier in het beste geval een compromis gevonden worden. Natuurlijk weet niemand vandaag hoe zo’n coalitie er gaat uit zien gezien de ingewikkelde uitkomst van de verkiezingen. Het begint een beetje op België te lijken waar de versplintering van het politieke landschap al vele jaren geleden begonnen is en het vormen van een coalitie steeds moeilijker wordt.

Zoals gezegd is er tijdens deze campagne zeer weinig aandacht geweest in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen door enerzijds de zogenaamde rivaliteit tussen dhr. Rutte en Wilders (die er geen geworden is) en de enorme binnen-en buitenlandse media aandacht en anderzijds de retoriek vanuit Turkije die hun intern referendum op een klassieke manier hebben geëxporteerd. Zoek een externe “vijand” als bliksemafleider, roep hard en je krijgt massa media aandacht en zo kan je nationalistische gevoelens in een volk wakker maken. En bingo je kansen verhogen om een niet populair referendum mogelijk te maken.

Frappant dat de media dit niet doorziet als een politieke zet zonder inhoud die na de verkiezingen gewoon weer verdwijnt. Men wordt bespeeld en laat het gebeuren en zo wordt de aandacht verlegd van veel belangrijker onderwerpen zoals de klimaatverandering die iedere dag in het nieuws te zien is.

De schrijnende toestanden in Afrika gingen verloren in de verkiezingsretoriek en wat vanuit Amerika komt stemt niet echt gelukkig. De bekendmaking van een eerste ontwerpbegroting van de regering Trump laat zien dat men het budget voor defensie met meer dan 54 miljard dollar jaarlijks optrekt en de budgetten van klimaat en buitenlandse zaken (onder andere ontwikkelingshulp) gaat verminderen. Bommen in de plaats van voedselhulp en dergelijke. Een werkelijk menselijk gelaat, maar het is niet de eerste keer dat dit gebeurt natuurlijk.

En toch is de verduurzaming niet te stoppen wanneer je de verschillende partij programma’s ziet en het is vooral de jeugd die massaal hiervoor kiest. Hoopgevend is ook dat grote bedrijven als Engie/Electrabel ineens het groen licht hebben gezien en nu zelfs overwegen om een bod op te brengen op andere grote spelers zoals Innogy (het voormalige RWE of in ieder geval het afgesplitste gedeelte met klanten en duurzame investeringen). De investeringen in duurzame energie bereiken hoogten die aantonen dat in onze sector nergens meer wordt in ingevesteerd.

Eén van de zaken die nog achterblijft is het rendement versus traditionele energiesectoren zoals de olie en gassector. De duurzame gesubsidieerde markt zit in een spiraal naar beneden tijdelijk door de afname van subsidies, maar ook door positieve elementen zoals lagere investeringskosten in zon en wind per MW. Wat wel verontrustend kan zijn is de stijging van de lange termijn rente die een enorme impact hebben op lange termijn investeringen voor projecten in zon en wind.

Gaat deze verder in stijgende lijn dan zullen veel investeringen die gepland zijn onmogelijk worden en het valt af te wachten of de overheid hier snel genoeg rekening mee houdt. Het verleden in deze nog jonge sector heeft geleerd dat velen beginnen aan projectontwikkeling, maar dat weinigen beseffen dat er de eerste jaren niks mee te verdienen valt. Zelfs bij de bouw van zon- en windparken is het dan ook nog lang wachten op de rendementen gezien men vaak ziet dat de echte cash pas de laatste jaren komt (lees pas na tien-vijftien jaar).

Wat ook opvalt is het gebrek aan visie na de subsidieperiode, zowel voor zon en wind. De goede windlocaties zijn stillaan benomen en binnen een jaar of vijftien gaan deze parken echt niet verdwijnen gezien deze oudere locaties vaak ook de beste zijn. Het is frappant dat de overheden in vele landen niet verder kijken dan de door hun gegeven subsidieperiode en zelfs met vuur spelen gezien vele locaties vaak ook maar voor dezelfde periode gehuurd worden.

Als eigenaar van gronden ga je zeker gebruik maken van het einde van een huurovereenkomst/recht van opstal indien er toch een vervolg zou komen. Dat dit nogmaals kostenverhogend gaat werken ligt voor de hand en zo zal de overheid wederom met nieuwe subsidies over de brug moeten komen. Een vicieuze cirkel als je het mij vraagt en één die mijlenver van een echte marktwerking afstaat.

Aan de andere kant zie ik voorspellingen van internationale experts dat de elektriciteitsprijs na 2020 behoorlijk zou gaan stijgen en al relatief snel richting de 90 euro per MWh zou gaan. Indien dat zo is dan kunnen zon en wind zonder subsidie, alleen gaat de overheid toch mee in bad moeten want een dagprijs/maandprijs/jaarprijs is niet voldoende solide om investeringen op gang te brengen. Nog vele zaken ontbreken in een globale of nationale energievisie en zolang dit het geval is zullen we soms stappen vooruit doen zonder echt te weten of de volgende stappen ook nog mogelijk zijn.

Nederland gaat kiezen

Dat de kiezer deze week in Nederland in de belangstelling staat van heel Europa heeft vooral te maken met de opkomst van mannen met vreemde haarkleuren en vooral hun populistisch discour met verkiezingsprogramma’s van maximum 1 bladzijde. Dat zoiets mogelijk is heeft vooral met de tijdsgeest te maken waar de oneliners heersen zonder afgerekend te worden of deze wel juist zijn of niet.

Woord van het jaar of in ieder geval zinsnede komt toch uit de VS waar één van de belangrijke pilaren van dhr. Trump sprak van alternatieve feiten. Leugens bestaan niet meer, zelfs onwaarheden zijn uit de mode. Wat dit alles met onze sector te maken heeft? Wellicht direct minder, maar ook wij zijn onderhevig aan dit oppervlakkige discours waar zowel rechts als links onze sector gebruiken wanneer het hun uitkomt.

Enkele dagen voor de verkiezingen speelt men vooral in op de angsten van mensen en wordt over zaken zoals klimaat niet meer gesproken. Nochtans is de uitdaging van klimaat oneindig veel groter dan zaken zoals vluchtelingen of vergrijsing. Wanneer het toch gaat over onze sector dan roept de ene partij dat alle kolencentrales snel dicht moeten terwijl de andere roepen dat we dan kolen elektriciteit gaan importeren uit Duitsland.

Buiten de waan van deze dagen is het wellicht belangrijker om na te gaan of bijvoorbeeld de kolencentrales dicht kunnen in Nederland. Het antwoord is vandaag ongetwijfeld positief gezien de vele gascentrales die werkeloos toekijken. Alleen is dat ook geen lange termijn oplossing en hoogstens een overgangsmaatregel. Toch wel één om te overwegen gezien de vele doden die kolencentrales op lange termijn met zich meebrengen door de vervuiling die ze met zich meebrengen.

Sommigen in het debat spreken over schone kolencentrales, omdat ze nieuw of vrij nieuw zijn wat toch wel behoorlijk aan de haren getrokken is. Het kan best zijn dat de efficientie van een nieuwe kolencentrale enkele percenten beter is dan een oude, het blijft dweilen met de kraan open. Om van 36-38 naar 40-42% te gaan of iets hoger bewijst gewoon de slechte verbranding en benutting van dit soort oude fossiele technologieen. Dat iedere grote kolencentrale gewoon een 6+ miljoen ton CO2/NOX blijft uitspuwen is gewoon een vaststaand feit en geen optie voor zelfs de middellange termijn.

De beste keuze zou zijn om ze binnen de paar jaar allemaal te sluiten alleen zal dan een compensatie aan de orde zijn voor die nieuwe centrales en hun eigenaren. Zou wel uitkijken met een vergoeding te betalen en eerder denken aan toekomstige concessies of andere voordelen voor de bouw van duurzame productie.

Men kan zelfs stellen dat indien men een vergoeding zou betalen dit rechtstreeks ook helpt als duurzame energie gezien men vele miljoenen tonnen CO2 uitspaart. Ook zijn soms dezelfde eigenaren nu ook eigenaar van werkeloze gascentrales in hetzelfde land. Neem bijvoorbeeld RWE dat in Nederland zowel kolencentrales heeft als werkeloze gascentrales (bv. Clauscentrale), als zij verplicht worden om een 1000 MW kolencentrale versneld te sluiten, maar daartegen hun vernieuwde 1000 MW gascentrale opnieuw continue kunnen laten werken de compensatie wel eens een stuk goedkoper zou kunnen worden.

Voor de Belgische energiemarkt heeft de verkiezing in Nederland wel degelijk een impact gezien een mogelijke regeringsdeelname van dezelfde partijen continuiteit betekent (niet dat ik dit beter of slechter vind, maar gewoon vaststelling) en een coalitie met nieuwe partijen zoals Groenlinks kan betekenen dat we een andere samenwerking kunnen nastreven (lees meer).

Dergelijk kleine landen als Nederland en België hebben vele voordelen om voor een aantal energie onderwerpen één strategie na te streven zoals we dit in het verleden ook gedaan hebben met kolen en gas. De teloorgang van onze eigen energiebedrijven in België sinds eind jaren tachtig ziet men nu trouwens ook de laatste tien jaar in Nederland. Voor grof geld zijn Essent en Nuon opgegaan in grotere gehelen met als gevolg dat de energiekoers van een land niet meer zelf kan bepaald worden. Eneco lijkt de volgende in dit rijtje nu Rotterdam te kennen heeft gegeven zich te willen terugtrekken als aandeelhouder. De risico’s verbonden aan de vrije markt met de opbouw van veel schulden door investeringen in duurzame energie zijn niet conform aan het risicoschuwe profiel van gemeentelijke aandeelhouders. Begrijpelijk alleen is het verre van zeker dat het alternatief (lees energieproductie volledig in buitenlandse/privé handen) garant staat voor een beter resultaat.

Kijkt men naar de kopers van zowel Essent als Nuon dan kan men niet anders stellen dat deze bedrijven grote moeilijkheden hebben op dit ogenblik en het verre van zeker is dat kleine landen nog hun interesse hebben. De verkiezingen in Nederland zijn op zich niet belangrijk voor onze sector op de lange termijn, maar het valt af te wachten of de positieve ingezette koers in Nederland na de verkiezingen zijn vervolg zal kennen.

Opslag en visie

Vorige week kwam het nieuws dat Engie/Electrabel gaat investeren in een testopstelling voor opslag met batterijen. Er wordt gewerkt naar een 6 MW opstelling wat zeker een goed idee gaat geven van de werking en het gebruik van opslag in het net voor te balanceren. Op korte termijn zijn batterijen zeker nuttig als buffer om zo binnen de dag per uur te gaan kijken of men beter opslaat of injecteert.

De grote aandacht voor opslag via lithium batterijen is toch grotendeels te danken aan Tesla die vorig jaar nog met zijn Powerwall is gekomen en een mogelijk trend voorwaarts heeft gezet. Nu is het nog veel te vroeg om van een doorbraak te spreken en de Powerwall verre van een succes. In de huidige marktwerking en regelgeving is simpelweg niet veel plaats gemaakt voor opslag, maar in de toekomst zou dit moeten gaan veranderen.

Zelf lijkt me de weg voorwaarts dat in de toekomst investeringen in zon en wind hand in hand dienen te gaan met tevens de uitbouw van opslag. Men kan zelfs spreken van een integraal onderdeel om rendabel en vooral efficient iedere geproduceerde groene zon en wind KWh nuttig te gebruiken. In Duitsland heeft men het plafond al lang bereikt waarop zon en wind hun efficientie zien dalen door gebrek aan opslag en andere slimme netwerktoepassingen/software om deze intermitterende stromen optimaal te benutten.

De wet van de remmende voorsprong wordt in Duitsland met zijn Energiewende dan ook duidelijk zichtbaar en we dienen ons goed bewust te zijn dat ieder land hiermee te maken zal krijgen als we meer duurzame energie gaan produceren.

Ondertussen is het vanuit de politiek oorverdovend stil wat betreft een toekomstvisie en keuzes die gemaakt kunnen worden. Het status quo domineert alle geledingen en gelukkig zijn er enkelen die zich daar bewust van zijn. De populisten die schreeuwen naar de goede oude tijd vergeten dat het verleden nooit terug komt. Toch in ieder geval niet het goede deel en is het dus nodig om onze toekomst zelf te bepalen en vooral richting te geven aan onze economie.

Men kan gerust stellen dat energie de belangrijkste drager is van onze economie sinds begin 19de eeuw. De industrialisatie is alleen maar mogelijk geweest dankzij grote hoeveelheden energie uit de bodem en hier komt nu binnen enkele generaties een eind aan. Dat betekent nog niet dat fossiele brandstoffen geen nut meer hebben, maar in ieder geval niet als brandstof voor de energiesector, warmte of onze mobiliteit.

We gaan nog honderden jaren olie nodig hebben als onderdeel van het maken van producten en hier heeft het product olie ook veel meer waarde. Het is eigenlijk een zonde om olie letterlijk te verbranden op de manier dat wij het doen, maar dat komt vooral omdat honderd jaar geleden men dacht dat de voorraden onmetelijk waren en oneindig zouden kunnen gebruikt worden.

In eigen land is het wachten op een energievisie die letterlijk onze economie een extra boost kan geven zodat we met ons eigen geld in onze eigen economie gaan investeren. De gekozen route in België om iedere regio een deelopdracht te geven kan gerust werken gezien de omvang van het werk op voorwaarde dat de onderbouwing van de gekozen routes gesteund zijn op dezelfde formules en werkwijze (bijvoorbeeld zelfde einddoelen definiëren) anders kun je er geen geheel van maken daarna.

Het blijf jammer dat men het laaghangend fruit niet al laat aanpakken door bijvoorbeeld de regulatoren/regelgevers een duidelijk mandaat en macht te geven om wat slecht is uit de markt te drijven. Of het nu het bannen is van stookolie, schouwen waar open haarden zijn op aangesloten verplichten tot het installeren van roetfilters, promoten van warmtepompen en dergelijke, men kan en dient nu actie te nemen willen we letterlijk naar een grote reductie van CO2/CH4/NOX gaan.

Zodra er eind dit jaar een energievisie/pact is met een duidelijke richting dient men een energiecommissaris aan te stellen die over de regio’s heen deze visie gaat uitrollen met de nodige bevoegdheden. De uitrol van een duurzame energiehuishouding dient men in de handen te brengen van één tijdelijke (twintig jaar minstens) commissaris die jaar na jaar, maand na maand de doelstellingen opvolgt en waar nodig bijstuurt. Zonder een gecoördineerde aanpak maken we geen enkele kans om op een efficiente wijze naar minstens 80% reductie van broeikasgassen te gaan tegen 2040/2050.

Dit idee zal waarschijnlijk wel politieke weerstand oproepen om zich te profileren, maar in tegenstelling tot wat sommige roepen doen we wat we zelf doen niet altijd beter en vergt deze sector een volledige samenwerking en integratie. Een wellicht te nobele en naïeve doelstelling in een land als België waar men zich kapot aan het regeren is door een half afgewerkte staatshervorming. Ondertussen ziet men in Nederland wel deze overlegstructuur en worden er resultaten geboekt ook al heeft men een enorme achterstand en vertrekt men zowat van achteren in het peleton. Ook Nederland dient lessen te leren uit de Duitse Energiewende die heeft aangetoond dat reductie van broeikasgassen niet automatisch komt omdat je massaal wind en zon uitrolt. De weg voorwaarts die Nederland nu is aan het implementen maakt het voor mij in ieder geval duidelijk dat ze binnen de vijf jaar verder staan dan België.

Bezoek aan Mainz

Vorige week bracht ik een bezoek aan een proefproject in Mainz dat gebouwd werd door Siemens, het project gaat over duurzame opslag door middel van waterstof. De opstelling heeft een capaciteit van 4,5 tot maximum 6 MW wat het meteen tot één van de grootste proefopstellingen in Europa/wereld maakt voor dergelijke toepassing.

Naast deze opstelling staat ook nog een windmolenpark maar jammer genoeg was dit nog niet direct aangesloten op de waterstofopstelling. De grootschalige test wordt dagdagelijks ook gewoon effectief gebruikt doordat een distributeur het gas komt halen om te leveren aan de lokale overheidsinstellingen (Stadwerke) die het op hun beurt gebruiken in de mobiliteit.

Daarnaast wordt de opslagcapaciteit ook gebruikt om gedurende de dag op het net te balanceren en ook om gebruik te maken van de prijspieken en -dalen gedurende de dag. Zodoende wordt gekeken (en vooral gemeten) hoe men een hogere efficiëntie en meer opbrengsten kan genereren door deze reservecapaciteit.

Dat overheden vandaag de dag vooral warm en koud blazen en nog heel veel wijzigingen zullen moeten doorvoeren is voor iedereen die werkt aan een duurzame energiehuishouding duidelijk, maar wat opslag betreft is er werkelijk nog niets. Vermits het probleem nog niet acuut is gezien er voldoende oude kolen- en gascentrales zijn in Duitsland worden zaken zoals opslag nog niet vereist en als dusdanig gewoon genegeerd. En toch heeft deze test een grote waarde want ze toont ten eerste de toegevoegde waarde aan van waterstof als grootschalig opslagmedium en ten tweede ook de technische haalbaarheid die nodig zal zijn voor het opschalen naar nog veel grotere installaties.

Men denkt nu al luidop aan installaties van een grootte die gaat tussen de 100 en de 300 MW wat effectief nodig zal zijn om naar bijvoorbeeld 80% duurzame productie van elektriciteit te gaan. Voor dergelijke grote installaties moet je wel de beschikking hebben over een grote opslagcapaciteit, bijvoorbeeld ondergronds in oude gasvelden. Het mag duidelijk zijn dat niet de techniek als wel de lage prijzen voor energie het vandaag onmogelijk maken om te kunnen investeren in dergelijk grote waterstoffabrieken, maar dat zal zeker niet zo blijven.

In de nabije toekomst zullen overheden ontwikkelaars van duurzame productie verplichten om ook verder te kijken dan alleen zon en wind. Men zal in de toekomst streven naar een combinatievergunning waarin je bijvoorbeeld naast je windvergunning ook de verplichting zal hebben om te investeren in voldoende opslag om zo voldoende te kunnen balanceren zodat de opgewekte windenergie niet teveel negatieve effecten veroorzaakt op het netwerk en dus de kwestie dat vraag en aanbod in evenwicht dienen te zijn.

Dat Duitsland al effectief bezig is met grootschalige testen bewijst ook dat men zich al bewust is van deze noodzakelijke stap. De cluster van waterstof in Vlaanderen die werkt op het vraagstuk “Power to Gas” waarvan wij ook één van de deelnemers zijn zal zeker de overheden bewust maken van de vorderingen en ervaringen op dit vlak in andere landen. Duitsland is trouwens ook één van de gidslanden wat betreft de uitbouw van waterstof, zowel in dergelijke grootschalige opslaginstallaties alsook in de uitbouw van waterstoftankstations als deel van het toekomstig wagenpark.

En in tegenstelling tot wat batterijfabrikanten roepen is waterstof geen concurrent maar eerder een aanvulling en partner gezien je nu eenmaal niet alles kunt oplossen met batterijen. Grootschalige opslag voor langere termijn is nu eenmaal niet kosten efficient met batterijen.

Ondertussen blijft de berichtgeving over postjes en poen bij de intercommunales het nieuws nog beheersen wat gezien het belang van onze sector enigszins jammer is. De uitdagingen voor ons zijn niet honderd maar duizend keer belangrijker voor onze samenleving dan de saga over lokale mandaten, maar een stroomlijning is natuurlijk wel nuttig.

Dat ondertussen zowat alle projecten het moeilijk hebben om rendabel te draaien door de veel te lage prijs voor elektriciteit (en gas) zal niet onopgemerkt voorbij blijven gaan. Zelfs grote subsidiekranen zoals voor het biomassaproject in Langerlo krijgen de eindjes gewoon niet aan elkaar. De financiering blijkt een helse karwei te zijn waar alles uit de kast gehaald moet worden om het toch maar voor elkaar te krijgen. Starten onder een dergelijk gesternte is vragen om problemen want als de intrestvoeten ietjes stijgen kun je dergelijk project gewoon stoppen. Het blijft afwachten of het Estse bedrijf dit voor elkaar gaat krijgen en het verzoek tot uitstel zegt veel.

Het bezoek aan Mainz bij Frankfurt wat betekende een dag met 580 km snelweg (heen en terug) stond ook in schril contrast met de dag erna toen ik van Tongeren naar Gent moest en daarna naar Breda (en dan Antwerpen). In Duitsland geen file gezien (toch geen stille zone tussen Keulen en Frankfurt). In België alleen maar stilgestaan. Eerst Antwerpen passeren om naar Gent te gaan, vanaf Herentals tot de ring in Antwerpen (en het was 10.30u). Dan na de meeting in Gent richting Antwerpen, stilstaan vanaf Kruibeke tot de Kennedytunnel (om 13.30u). Op de ring van Antwerpen richting Breda (om 13.50u) en van Breda terug naar Antwerpen bij de ring van Antwerpen (om 18.30u). Gewoon om aan te geven dat deze files en de daar bijhorende kosten niet worden meegerekend wanneer men het heeft over de uren files. Duurzame mobiliteit is niet alleen overschakelen op waterstof en batterijen maar ook onze weginfrastructuur aanpassen aan de 21ste eeuw.

Goede voornemens

Nu de storm in Wallonië over Publifin een beetje is gaan liggen is vorige week in Vlaanderen een nieuwe windhoos door het politieke landschap gegaan. De politieke correctheid is bewonderingswaardig en de verontwaardiging op alle “ontdekkingen” weinig verrassend. Op zich is er niks onwettelijk gebeurd alleen bleek dat Vlaanderen min of meer in hetzelfde bedje ziek is als Wallonië.

Ergens logisch want vanuit het verleden waren de structuren van de intercommunales zeer vergelijkbaar en ook in Vlaanderen heeft men nagelaten om dit kluwen te ontrafelen. Het is natuurlijk nooit te laat en de goede ideëen volgen elkaar in snel tempo op. De liberalen pleiten voor burgerparticipatie via een mogelijke beursgang van de netwerkbedrijven en de Vlaamse nationalisten voor het opdoeken van de honderden mandaten van lokale politieke vertegenwoordigers.

Stuk voor stuk goede ideetjes alleen mis ik een echte onderbouwing vanuit de introductie van de juiste corporate governance structuren en vooral een borging van volledige transparantie. Dat men al streeft naar een goede mix van neutrale bestuurders vanuit het bedrijfsleven aangevuld met lokale politieke mandatarissen. Een verhouding van 50/50 zou ervoor zorgen dat de transparantie een stuk verbetert gezien onafhankelijke bestuurders geen rekening hoeven te houden met achterliggende gevoeligheden.

Als men echt werk wil maken van het moderniseren van de structuren van de netwerkbedrijven dan moet men in het parlement de bevoegde minister vragen om met een onderbouwd plan te komen binnen de drie maanden. Er zijn voldoende voorbeelden vanuit het buitenland waar veel eenvoudigere en vooral kleinere structuren bestaan.

Als men naar de hele heisa kijkt dan is het enige nuttige dat men hopelijk effectief iets gaat doen aan deze oubollige structuren. Dat men echter stopt met mensen aan de schandpaal te nagelen want in Vlaanderen is daar weinig reden toe. Hoogstens de voorzitter van ons federale parlement dhr. Bracke zou zich moeten schamen. Als hoogste ambt dien je het verstand te hebben om je boven het gewoel te zetten en zijn interventie in het schepencollege in Gent was dan ook misplaatst. Hij hoopte wellicht op de mogelijkheid om zich kandidaat te stellen als burgemeester van Gent maar dat kan hij wel definitief opbergen.

Belangrijker nieuws komt zoals vaak uit het buitenland waar Toshiba in zwaar weer zit door de zoveelste bouwnachtmerrie van kerncentrales. Deze keer is het prijs in de Verenigde Staten waar drie nieuwe kerncentrales alweer drie jaar achterlopen op oplevering en het budget reeds met een acht miljard dollar is overschreden. Dat we dezelfde ervaringen zien in Frankrijk en Finland is geen toeval een bewijst dat we de kunst om kerncentrales te bouwen aan het verleren zijn. Nu moet wel gezegd worden dat de huidige kerncentrales nieuw zijn in hun ontwerp en de eerste bouwervaringen altijd meer kosten alleen zien we geen beterschap.

Net zoals voor de Egyptenaren, Grieken of Romeinen kan men zich de vraag stellen of verworven kennis niet kan verdwijnen. Is dit de reden waarom we steeds minder kennis in huis hebben voor de bouw van nieuwe kerncentrales of is het gewoon het nieuwe design dat parten speelt? Wat de reden ook is men kan het zorgelijk noemen. Men kan en mag zeker tegen kerncentrales zijn maar in de huidige mix van productie speelt kernenergie nog altijd een rol, ook in de toekomstige.

De illusie om alle huidige kern- en kolencentrales te vervangen door gascentrales en dit dan een transitiebrandstof te noemen is gewoon een leugen en is gewoon nog meer van hetzelfde. Natuurlijk speelt aardgas een heel belangrijke rol als transitiebrandstof naar een CO vrije energiehuishouding maar vooral niet als vervanging voor de huidige basislastcentrales (lees centrales die 7/8000 uren op vollast werken). Het inspelen op toekomstige intermitterende duurzame energie en deze aan te vullen met kleinere flexibele gascentrales is logisch totdat we voldoende andere technologieen hebben zoals grootschalige opslag om al onze opgewekte zon en wind nuttig te gebruiken.

Ieder land is op dit ogenblik aan het kijken naar zijn energietransitie, zijn strategie en energiemix en het blijft jammer dat kleine landen zoals België en Nederland dit niet samen doen. Men heeft weinig geleerd vanuit het verleden toen Europa besloot om het E.G.K.S. op te richten en zo ons continent terug op te bouwen. Zeker gezien de enorme investeringen waar we voor staan is het belangrijk dat we samen kijken wie wat doet om zo elkaar te versterken.

Als men kijkt bijvoorbeeld naar de saga rond Langerlo in Genk om de oude kolencentrale toch maar een (tijdelijk) nieuw leven te geven als omgebouwde houtverbrander dan weet iedereen dat dit geld eigenlijk weggegooid is. Men zou bijvoorbeeld veel beter innoveren door op de site van Langerlo een relatief grootschalige fabriek te bouwen die waterstof gaat produceren op basis van geproduceerde windenergie. Er staan rond Genk al een behoorlijk aantal windturbines en ook al kan men dit soort projecten beter aan de zee bouwen dicht bij de grote windmolenparken, toch kan een dergelijk project belangrijk zijn om onze leercurve te gaan betalen. 2 miljard Euro verbranden aan houtpallets draagt niets bij tot onze toekomstige duurzame energiehuishouding en we dienen zuinig om te gaan met de middelen die we hebben. Hopelijk wordt dit project definitief afgevoerd en durft men echte keuzes te maken voor zaken zoals opslag die een essentieel onderdeel vormen in welke toekomstige energiemix dan ook.

China wereldleider in duurzame energie

Vorige week maakte ik er al melding van dat China het stokje van Europa heeft overgenomen qua ontwikkeling op het vlak van duurzame energie en dat is op zich helemaal geen verrassing. Naast het feit dat China nu eenmaal een enorm groot land is met een bevolking van 1.3 miljard mensen heeft de overheid ook de absolute macht om haar wil op te leggen.

Dat daar bovenop in vele steden velen tranen worden gelaten door de constante smog is een zichtbaar probleem waar de overheid niet anders kan dan op ingrijpen. Het is jammer dat onze steden niet lijden onder datzelfde smog zodat de urgentie van verandering veel tastbaarder zou worden. Enkele dagen wind uit het Oosten en we beginnen het ook te ruiken en de berichtgeving hierover neemt toe.

Luchtkwaliteit is meetbaar en hier reageren mensen ook direct op. Dat China definitief de route van duurzame energie is ingeslagen zal voor alle landen goed zijn gezien zij ook de fabriek van de wereld zijn geworden en dus ook de capaciteit hebben om dit te realiseren. De komende vier jaar gaan ze 35 GW per jaar aan zonnepanelen parken installeren en in wind zeker nog eens zoveel.

Hiermee is echter het probleem niet opgelost want het Duitse voorbeeld heeft ons geleerd dat duurzame elektriciteitsproductie niet direct gelijk staat aan vermindering van CO2. Het sluiten van de vele kolencentrales zal veel meer bijdragen. Alleen zit men hiervoor vandaag nog niet in deze fase. Hetzelfde geldt trouwens voor het verduurzamen van onze mobiliteit dat direct gaat bijdragen aan de luchtkwaliteit van onze steden.

Het blijft toch echt een huzarenstuk van China om dergelijke groei te realiseren zoals ze vorig jaar hebben gedaan op het vlak van zon en wind. Ook bij ons zijn er positieve ontwikkelingen zoals de kostprijs voor windenergie op zee waar Dong en Shell tegen knalprijzen concessies hebben gewonnen. 54,50 Euro per MWh voor Borssele 3 en 4 zijn tarieven waar men een jaar geleden totaal geen rekening mee had gehouden en betekenen vooral een psychologische doorbraak voor onze beleidsmakers die beginnen te beseffen dat duurzame energie helemaal niet duur hoeft te zijn.

Alleen volg ik niet de euforische berichten die vorige week in de media stonden dat windenergie voor het eerst de elektriciteitsproductie met steenkool heeft ingehaald. Dat men de vermogens met elkaar vergelijkt is één ding maar vervolgens laat men na om de echte verhouding te laten zien van de geproduceerde KWh. Hier is een wereld van verschil gezien steenkool basislast energie produceert aan gemiddeld 7000 uren per jaar (vollast) en nog belangrijker ook voorspelbaar. Hiermee wil ik helemaal niet pleiten voor steenkool, integendeel, we moeten zo snel mogelijk alle steenkoolcentrales sluiten in heel Europa.

Alleen mag men zon en wind niet los zien van andere elementen die de kostprijs verhogen. Opslag en slimme netwerken dienen meegenomen te worden in de kostprijs per KWh voor zon en wind. Als men naar Duitsland kijkt met zijn 90 GW opgesteld zon en wind vermogen, Duitsland heeft normaal gezien een maximum piek van 68 GW, dan kan al dat opgesteld vermogen niet meer dan 5% effectief geproduceerde elektriciteit nuttig opwekken.

Al de rest zijn sprookjes, het netwerk kan al die intermitterende fluxen van energie die zon en wind brengen gewoon moeilijk aan zonder dat we tegelijkertijd voldoende opslag en slimme IT oplossingen in het net brengen. Het is ronduit onrustwekkend dat de duurzame kudde richting klif blijft stormen zonder halt te roepen en effectief toe te geven dat we een groot probleem hebben met de huidige groei van zon en wind. Ook in de diverse visies die men in verschillende landen kan lezen ontbreken dergelijke inzichten en kijkt men veel te ver in de toekomst naar de doelen die zijn gezet in Parijs. Men dient nu de architektuur te bepalen die het mogelijk moet maken om door te groeien naar meer dan 50% duurzaam opgewekte energie.

Gelukkig zijn er vele initiatieven die aantonen dat slimme oplossingen reeds getest worden om onze netten en zijn vele gebruikers op elkaar aan te sluiten zodat men kan sturen. Ook wij nemen bij NPG al enkele jaren deel aan een test waar alle gegevens verzameld worden van bijvoorbeeld zon en wind om zo te leren hoe we met al deze data om kunnen gaan en dus via “meten is weten” de opgewekte energie lokaal veel beter kunnen inzetten.

Dat de Vlaamse overheid beslist heeft om stelselmatig nieuwe meters uit te rollen is een stap in de goede richting. Alleen dienen we tegelijkertijd ook de rest van het net en alles wat er aan hangt (en nog niet) aan te sluiten zodat we met al deze data vraag en aanbod ook in de toekomst op elkaar kunnen afstemmen.

Tegelijkertijd dient men te beseffen dat we de markt niet als geheel kunnen zien en dat we voor de grootverbruikers/industrie een andere oplossing nodig hebben om hun te kunnen blijven voorzien van elektriciteit/warmte. Zeker voor ons land dat zijn industrie mee groot heeft gemaakt met de beschikbaarheid van grote hoeveelheden elektriciteit uit onze kerncentrales is dit een extra uitdaging. We dienen met een duidelijke visie te komen voor de vervanging van onze basislast centrales/kerncentrales voor die bedrijven die hun productieproces hier ook hebben op afgestemd (lees die 24 uren per dag 100% werken) naast de reeds gekozen oplossingen voor de kleinverbruikers.

Goed beleid

Dat de verontwaardiging voor de situatie bij Publifin in Wallonië in de media terecht is lijkt me normaal alleen is niemand er verrast door. In Wallonië wist men al jaren dat dit soort praktijken eerder de regel dan de uitzondering zijn. Benieuwd of er echt iets gaat veranderen als de mediastorm gaat liggen. Dat we in Vlaanderen maar niet te snel veroordelen want de 352 zitjes bij Eandis via alle verwante intercommunales zijn ook niet echt een voorbeeld van transparantie en efficiëntie.

Vaak wordt gezegd dat deze zitjes vooral dienen om “mislukte” politici troostprijzen te kunnen geven en ook om ze zo in de macht te houden. Dat dit in het verleden wellicht voor een groot deel wel waar was, is daarom nog niet relevant voor de toekomst want het is nooit te laat om in te grijpen. Hier is men in Vlaanderen trouwens al enige jaren geleden mee begonnen alleen weet ik niet of zelfs publieke bedrijven zoals Eandis echt gebaat zijn met al die lokale afgevaardigden die in hun raden van bestuur komen zetelen.

Natuurlijk moeten de aandeelhouders vertegenwoordigd zijn maar zeker niet teveel en al zeker alleen maar als men ook inhoudelijk kan bijdragen aan het geheel. Het ontbreken van een structuur zoals in Nederland waar een raad van commissarissen erover waakt dat in het belang van het bedrijf gedacht wordt en niet alleen in dat van zijn aandeelhouders en/of management staat voor een onafgewerkte corporate structuur. Natuurlijk plaatsen wij in onze Belgische raden van Bestuur ook wel onafhankelijke bestuurders maar deze zijn toch vaak beperkt in aantal en kunnen zo ook niet echt wegen op beslissingen.

Dat men naar de buitenwereld dan kan doen alsof het deugdelijk bestuur aanwezig is, omdat men een onafhankelijk bestuur heeft omdat er één of twee onafhankelijke bestuurders in zitten, klopt niet. Zelf heb ik het genoegen om voor één van de Nederlandse regionale ontwikkelingsmaatschappijen als commissaris in één van hun deelnemingen plaats te nemen en zo kom ik in aanraking met de verschillen tussen de beide corporate modellen. Ook de raden van toezicht in Nederland voor publieke structuren leveren een betere controle op dan onze klassieke raden van bestuur met politieke benoemingen.

Een Raad van Toezicht die ook bij Eandis plaats zou moeten hebben is veel meer bezig met effectieve controle over de naleving en goede werking van het management en het bedrijf zodat de aandeelhouders weten dat dit geborgd is. Zeker bij publieke structuren zijn dergelijke structuren nog van groter belang zodat een toezichthouder ook die neutraliteit kan bieden die nodig is (gezien er toch met publieke middelen wordt gewerkt). Ook kan men zo streven naar de beste toezichthouders met de beste vakkennis in plaats van politieke mandatarissen te benoemen. Men kan natuurlijk nog steeds een aandeelhoudersvergadering hebben met een lagere frequentie om de echt belangrijke beslissingen te nemen.

Afgelopen vrijdag had ik ook het genoegen om deel te nemen aan een debat in Brussel georganiseerd door FOD economie en Agoria waar jaarlijks de wereldvoorspellingen voor energie worden toegelicht door het IEA. Een waardevol initiatief dat goed weergeeft dat we nog ver weg zijn van het eindobjectief maar dat de ingeslagen weg zeker de mogelijkheden biedt om te slagen. Het wordt voor mij steeds duidelijker dat gas helemaal geen transitie brandstof is voor de komende decennia maar eerder een vervanger van andere nog schadelijker brandstoffen. Kolen vervangen door gas in China en India heeft rechtstreeks een enorme impact op de totale uitstoot. Natuurlijk wel op voorwaarde dat schaliegas winning bedrijven er voor zorgen dat bij het ontginnen van dit gas geen methaan vrijkomt gezien dit nog 20 keer schadelijker is en je zo het positief effect laat verloren gaan.

Een andere vaststelling is ook wel dat Europa allang zijn leidersplaats heeft verloren qua duurzame ontwikkeling en dit in het voordeel van China. De slagvaardigheid van een centraal geleide structuur maakt het soms makkelijker om sneller te gaan maar dat is zeker niet de enige reden. De economie daar heeft nu eenmaal zijn eigen fabrieken om massaal producten de markt op te brengen en hier dient Europa een grote tand bij te steken.

Meer lokaal kwam de directeur van het kabinet van mevrouw Marghem een tekst aflezen waaruit niet al teveel af te leiden viel buiten dat men de ambitie heeft om tegen het einde van dit jaar een energievisie/pact af te leveren waarin alle regio’s ook hun steen bijdragen. Op zich positief te noemen en we dienen af te wachten of men zich werkelijk opnieuw kan uitvinden zoals de directeur van het kabinet zelf zei daar innovatie nu meer dan ooit nodig is. Hopelijk straalt van het toekomstige energiepact ook dezelfde drive uit en vertrekken we ook vanuit onze eigen kracht. Dat we in de Benelux de grootste petrochemische cluster in de wereld hebben is wellicht niemand ontgaan maar het is door dergelijke ankerpunten te gebruiken dat je ook beseft dat ambitieuze oplossingen nodig zijn.

Afscheid

Dat de liberalisering van de energiemarkt een werk is dat nooit klaar is wordt pijnlijk duidelijk in de telecommarkt. Toen we in 1998 de telecommarkt open maakten voor concurrentie brak er een boeiende tijd aan waarin de concurrentie als paddenstoelen uit de grond schoot. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de introductie van sterke onafhankelijke regulatoren die in vele Europese landen zoals Engeland, Nederland, Scandinavië en Duitsland optraden in de markt waar de historische dominante marktpartijen niet snel genoeg hun markt en/of netwerk openden.

Ook in België werd een regulator geïntroduceerd zijnde het BIPT dat waar mogelijk ook concurrentie introduceerde. Jammer genoeg was het mandaat, de slagkracht en vooral de onafhankelijkheid vanaf dag één een probleem en zien we vandaag het resultaat hiervan. Dat wij fors hogere prijzen betalen dan in ons omringende landen is één ding maar het gezapige monopolie van Telenet/Base en Proximus is op termijn funest voor de overige concurrenten. Gelukkig legt Europa nog wat druk op de markt door bijvoorbeeld de roaming tarieven aan banden te leggen of zelfs af te schaffen.

In de energiemarkt hebben de regulatoren een gelijkaardig belang ook al zijn de sectoren veel minder te vergelijken dan vele politici dachten die in de jaren negentig besloten om de energiemarkt ook maar te liberaliseren naar evenbeeld met de telecommarkt. Nu, een aantal jaren later, kunnen we wel stellen dat de klanten vrij kiezen voor hun energieleverancier en de drempels hiervoor zeer laag zijn, zelfs veel lager als in de telecommarkt waar men het switchen steeds moeilijker heeft gemaakt voor klanten. Natuurlijk is dat in telecom gemakkelijker daar je meer verschillende diensten afneemt die dan op hun beurt het juist moeilijker maken om van leverancier/provider te veranderen.

Mijn titel is enigszins dubbel dus want enerzijds hebben we voor een deel afscheid genomen van een echte geliberaliseerde telecommarkt en anderzijds stopt volgende week Dhr. Ghiny die vanaf het begin als baas van de Waalse regulator voor energie geprobeerd heeft de zaken in goede banen te leiden. Net zoals zijn Vlaamse collega die inmiddels ook al anderhalf jaar geleden gestopt is, Dhr. André Pictoel, heeft hij geroeid met de riemen die hij had en zijn vele zaken nog onafgewerkt.

De transitie van het netwerktarief van de distributiebedrijven/netwerkbedrijven van KWh naar vermogen is een langzaam proces dat ongetwijfeld veel weerstand kent (ook al roepen de netwerkbedrijven in koor dat ze er voor zijn). Daarbij komt dat de politieke wereld momenteel enorm worstelt met het vertalen van het akkoord van Parijs in echte maatregelen en wet/regelgeving die de doelstellingen haalbaar maakt.

De signalen van moeder aarde zijn onrustwekkend en de signalen uit de wetenschappelijke wereld liegen er niet om, het gaat veel sneller dan eerst gedacht. Eigenlijk weet niemand goed wat er gaat gebeuren gezien we hier als mens gewoonweg geen ervaring mee hebben maar het wordt steeds duidelijker dat Parijs verder weg lijkt dan ooit. In combinatie met Dhr. Trump die deze week met één pennenstreek even twee gigantische oliepijpleidingen door zijn land laat leggen en het mag voor iedereen duidelijk zijn dat deze leidingen er komen om decennia lang gebruikt te worden.

Dat het IEA in zijn jaarlijkse bijbel ook aangeeft dat het olieverbruik nog wat gaat stijgen de komende twintig/dertig jaar van 90 naar 103 miljoen vaten per dag wijst toch niet echt in de richting waar we naar toe moeten.

Aan de andere kant zullen de investeringen in duurzame oplossingen om enerzijds minder te verbruiken en anderzijds duurzame energie te produceren niet gestopt worden en zelfs nog toenemen. Europa moet een sterk signaal geven en zijn schaduw afwerpen van de Brexit en duidelijk maken aan individuele landen zoals de Verenigde Staten dat we samen de leiding zullen nemen met alle andere landen die de toekomstige generaties dezelfde kwaliteit van leven willen geven.

Lokaal moet onze overheid nu actie nemen om onze eigen doelstellingen te halen. Voor België zijn dat zaken zoals versneld afscheid nemen van stookolie voor verwarming, alle schoorstenen verplicht uitrusten met filters en/of open haarden aan banden leggen, etc.. Voor Nederland niet langer talmen met de verplichte sluiting van alle kolencentrales en natuurlijk de eigenaren hiervan minstens vijf jaar de tijd geven, gebruik van gas afbouwen voor verwarming ten voordele van duurzame verwarmingssystemen zoals warmtepompen, etc.. Vele kleine maatregelen samen kunnen het mogelijk maken maar met de verkiezingen in beide landen in het vooruitzicht de komende 24 maanden is het weinig waarschijnlijk. Zelfs een goede maatregel om minder CO2 vrije wagens te introduceren wordt direct gebruikt door politieke tegenstanders om aan te vallen zodat het onderwerp zelf hierdoor weer in een slecht daglicht komt te staan. Dat het afscheid van diverse directeuren bij onze regulatoren de overheden mag aanzetten tot het snel vervangen van deze mensen door jonge sterke persoonlijkheden die het mandaat krijgen om bovenstaande maatregelen af te dwingen.

Snelle reactie Belgische overheid

Het is opvallend te noemen dat de federale regering binnen enkele dagen met nieuwe spelregels afkomt of beter gezegd direct beslist om de subsidie voor windmolens op zee drastisch te verlagen. Dat de studie van de Creg hiervoor gebruikt wordt is ook opvallend te noemen want vele rapporten van de federale regulator verdwijnen vaak zonder gevolg. Nu is onze federale regulator de laatste jaren nog maar een schim van zichzelf maar hier maakt ze toch het verschil.

En toch is haast gespoed zelden goed, even snel zonder overleg éénzijdig de voorwaarden wijzigen voor de laatste nog toe te wijzen concessies of beter gezegd deze waren al toegewezen maar blijkbaar in een stadium dat de toekenning van subsidie nog niet was gebeurd. Enig respect voor de concessiehouders was wellicht wel op zijn plaats geweest. Ze voor dit voldongen feit stellen maakt de kans groot dat deze parken er nooit gaan komen.

Binnen de bestaande partijen die deze laatste parken aan het voorbereiden waren werd gewerkt met modellen (lees financieel) die ze nu allemaal in de prullenmand kunnen gooien. Opnieuw beginnen met de nieuwe inkomsten die bijna gehalveerd zijn is zeer onwaarschijnlijk. De overheid kan zich dan wel rijk rekenen, aan de andere kant kunnen de concessiehouders zich niet arm rekenen. De marges in dergelijke parken zijn op geen enkele manier zo groot en dus zullen de rendementen nu zwaar negatief zijn.

Is dan niks mogelijk? Tuurlijk wel, de huidige concessiehouders kunnen de bittere pil doorslikken en even bellen naar Dong of Shell en hun vragen hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen. Niet waarschijnlijk dat ze gratis zullen helpen maar dat lijkt me een eerste aktie. Het grote verschil moet ergens terug te vinden zijn ook al dient gezegd dat de concessies niet hetzelfde zijn. De windmolens van de Nederlandse concessies vangen blijkbaar meer wind omdat ze groter zijn en de molens dus verder uit elkaar staan. (De molens in de Belgische concessies staan dus dichter op elkaar en vangen elkaars wind op en produceren dus minder elektriciteit).

Een betere optie zou zijn om de ontwikkelingskosten aan deze laatste parken en hun concessiehouders terug te betalen als overheid en deze parken volgens een vergelijkbaar systeem als Nederland opnieuw te veilen. Het risico hier is dat de uitkomst verre van zeker is maar dat risico zou de federale regering moeten nemen. De heisa omtrent deze hele zaak zal nog lang nazinderen want het zal de zin voor vooruitgang naar een duurzame energiehuishouding nog kleiner maken. Het status quo met onze oude kerncentrales zal nog aanlokkelijker worden met het zicht op de verkiezingen die volgend jaar beginnen (gemeentelijke verkiezingen).

De laatste dagen stonden ook bij ons een beetje in het teken van de nieuwe Amerikaanse president die zelfs in zijn openingsspeech niet verder kwam dan holle slogans zoals “we gaan Amerika weer groot maken”. Een toch wel hilarische voorstelling van een land dat al bij ver de grootste economie van de wereld heeft, het sterkste leger, enz. Als je de beste man bezig hoort dan is Amerika een derde wereld land. Natuurlijk hebben de Mid West en andere regio’s het moeilijk sinds een aantal decennia maar dit wijten aan externe of interne vijanden is te simplistisch.

Het contrast tussen de boodschap van hoop en verbondenheid van Obama en de nachtmerrie van de heer Trump is extreem en gevaarlijk als je een land welvarender wilt maken. De geplande investeringen in publieke infrastructuur zullen de economie zeker doperen en zelfs kunnen verhitten alleen zal de rekening later komen. Dhr. Trump gaat de al grote staatsschuld nog meer later aangroeien terwijl het toch de bedrijven zijn en de privé initiatieven die duurzame welvaart bouwen. Dat men in de jaren dertig naar grote infrastructuurwerken greep is begrijpelijk gezien de enorme recessie op dat ogenblik maar dat men nog meer olie op een reeds gezonde groeiende economie gaat gooien is gevaarlijk.

De toekomst zal uitwijzen hoeveel schade deze man gaat aanrichten maar één zaak is al zeker, hij geeft geen moer om verbinden. Hij spreekt voor zijn eigen achterban (alle populisten doen dat) en al de anderen interesseren hem niet, zelfs zijn eigen partij niet. In relatie tot onze sector en de klimaatuitdagingen die daar aan verbonden zijn mag het voor iedereen duidelijk zijn dat eigen olie, gas en steenkool de voorkeur zullen wegdragen de komende vier jaar in de Verenigde Staten en dat het verdrag van Parijs onder een slecht gesternte begint. Gelukkig zullen de individuele staten in Amerika ook hun eigen koers volgen ongeacht hun eigen president. We hoeven trouwens geen kritiek te hebben op de verkiezingen in de VS want in Nederland, Duitsland en Frankrijk roepen de populisten al even hard zonder inhoud en halen ze ook veel stemmen. Hopelijk zal het recente verleden in Europa met twee wereldoorlogen nog vers genoeg in het geheugen liggen om deze luchtbellen te doorprikken.

Offshore wind dezelfde perceptie als zon, de vraag van 2 miljard Euro

Dat onze sector al langer de speelbal is van onze politiek verkozenen is een open deur intrappen en voor een stuk is dat ook heel normaal gezien zij ervoor moeten zorgen dat de juiste keuzes worden gemaakt. Jammer genoeg wordt er te vaak eerst geroepen alvorens men alle feiten op tafel legt. Ook vorige week weer was het prijs, onze sector werd weer een dag onderdeel van een storm en vooral te kijken gezet als één die inhalig is en baadt in de weelde van grote marges.

Dat men de overigens terechte vraag stelde of het Belgisch systeem van het toekennen van concessies op zee voor windmolenparken niet aan een herziening toe is gaat door diezelfde open deur. Het recente “succes” in Nederland waar Dong energy en Shell voor record lage bedragen concessies hebben verkregen in Borssele werkt als een rode lap bij onze federale politici. Dat men zich baseerde op een uitgekomen bericht via de VRT is toch iets tekort door de bocht zeker als men refereert naar een rapport van de Creg.

Blijkbaar heeft de Creg op verzoek van haar bevoegde minister Marghem een vergelijking gemaakt van het Nederlandse veiling proces versus het Belgische toekenningsproces. Vervolgens, zoals vaak, wordt het resultaat “gebruikt” om naar de media te lekken en gaat zo de echte boodschap en reden verloren. Wat zou deze dan zijn? De bevoegde minister wilt leren of men het Nederlandse systeem niet moet overnemen voor de nog toe te kennen parken en dat is een terechte vraag. Het doel van de studie is dus niet om aan te tonen hoeveel meer wij betalen met onze eerste windmolenparken op zee vergeleken met de recent toegekende in Nederland.

Deze vergelijking raakt kant nog wal en hiermee bedoel ik dan vooral de conclusie dat wij teveel zouden betalen. Natuurlijk zal het rekenkundig werk aantonen dat onze eerste parken wellicht duurder uitkomen dan de eerste Nederlandse volgens deze procedure maar dat is geen reden om tot de conclusie te komen dat wij teveel betalen. Indien men deze stelling zou gebruiken dan hebben alle parken van Engeland en Duitsland ook teveel betaald voor hun concessies.

We zitten weer in dezelfde straat als met de zonnepanelen waar men één facet gebruikt om er vervolgens een niet relevante conclusie aan te koppelen. Zonder de inhoud van de studie in vraag te willens stellen is het wel belangrijk om hier toch de tijd voor te nemen om de berekening na te kijken want bijvoorbeeld de netwerkaansluiting zit in Nederland bij de overheid (de kost hiervan), in België is dat nog niet duidelijk.

Belangrijker is echter dat de echte conclusie kan zijn dat we met windmolenparken op zee steeds goedkoper KWh gaan produceren die we dan ook voor andere doeleinden kunnen inzetten. Hopelijk vergeet men niet dat er nog hele onderdelen ontbreken van onze verduurzaming als we veel op wind op zee blijven inzetten, bv. grootschalige opslag door middel van wind in waterstof om te zetten. Als boutade gebruik ik vaak dat het onze ambitie moet zijn om in de Benelux het Abu Dabi van de toekomst te worden met het maken van onuitputtelijke bronnen van duurzame brandstof zoals bijvoorbeeld met waterstof.

Velen kijken vol ongeloof als ik dergelijke stelling gebruik en wellicht is hij heel ambitieus. Alleen keek men ook zo in 1994 toen ik in de Benelux op conferenties zei dat meer dan de helft van de bevolking een gsm/mobieltje zou hebben. Men dacht toen dat ik teveel Finse wodka had gedronken (wat wel eens gebeurde vermits ik toen bij Telecom Finland werkte) maar de realiteit heeft aangetoond dat ik nog te defensief dacht. Ondertussen is de penetratie van draadloze toepassingen al boven de 100% en spreken we nu van machine tot machine communicatie.

Terugkomend op de heisa is het vooral triest dat men er alles aan doet om het draagvlak voor duurzame energie nog kleiner te maken en dat is vanuit politiek oogpunt moeilijk te begrijpen. Ook in Nederland blijft men worstelen binnen de regering met een echt duurzaam beleid en stelt de staatssecretaris voor milieu mevrouw Dijkstra terecht dat de kolencentrales dicht moeten. Er moet minstens een timing afgesproken worden wanneer ze gesloten worden en ze heeft de ambitie dat minstens één nu nog gesloten wordt (Amsterdamse Hemwegcentrale).

De desinteresse van haar collega minister Kamp is moeilijk te begrijpen als je tegelijkertijd 9-11 miljard Euro per jaar wilt uitgeven om je energiehuishouding te verduurzamen. Men dient te sturen op CO2/NOX besparing en niet alleen op geproduceerde groene Kwh. De Duitse ervaring leert ons dat ondanks de 90 GW zon/wind die operationeel zijn er zo goed als geen CO2 besparing is geweest. Deze les indachtig weet minister Kamp maar al te goed dat het sluiten van een kolencentrale direct resultaat oplevert door enkele miljoenen tonen CO2 minder de lucht in te spuwen en is zijn weerstand opmerkelijk.

Een ander voordeel van alle kolencentrales versneld te sluiten is dat men stopt met het zinloos verbranden van hout in deze ecologische nachtmerries. Ook in een Frontier studie wordt aangetoond dat het sluiten van deze kolencentrales betekent dat gascentrales hun rol voor een deel zullen overnemen en er dus altijd een belangrijke besparing wordt gerealiseerd. Het is echter weinig waarschijnlijk dat minder dan drie maanden voor de verkiezingen hier nog echte beslissingen in gaan genomen worden. Minister Kamp weet ook goed dat een nieuwe regering waarschijnlijk (lees heel) een andere coalitie zal betekenen en zo dit dossier vanzelf kan verdwijnen. Een gemiste kans.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Moet de overheid meer investeren in onderzoek en ontwikkeling voor duurzame energie ontwikkelingen?


View Results

Loading ... Loading ...