Roaming weg in Europa: goed voor je geld, slecht voor het klimaat

Deze week stond de telecom sector positief in het licht doordat de al zo lang vergruisde roaming tarieven eindelijk werden afgeschaft binnen de Europese Unie en nog enkele andere landen (voor ingewijden de Rip of Surchages)

Europa en zijn ambtenaren mogen zich terecht een pluim op de hoed steken, ook al heeft het nog enkele jaren te lang geduurd door het succesvolle lobby werk van een aantal operatoren. Door de explosie van gebruik van data heeft men zich uiteindelijk toch neergelegd bij deze maatregel, want men denkt een nieuwe marge bron te hebben gevonden.

Paradoxaal genoeg kunnen ze wel eens gelijk krijgen, daar de vraag naar bytes jaarlijks meer dan verdubbelt door onze wens om constant op onze slimme telefoon naar filmpjes te willen kijken. Deze hersenloze activiteit vreet nu eenmaal data en zo zitten we allemaal op de eerste rij als er weer eens iets gebeurd in Verwegiestan.

Maar dit voyeurisme komt met een prijs, iedere doorsnee Google sessie (20 minuten+) verbruikt zoveel als een ketel water tot kook te brengen en hier wringt dan ook het schoentje. In tijden waar iedereen eendrachtig roept dat wij in tegenstelling tot dhr. Trump het klimaatakkoord van Parijs wel even zullen bereiken, is het goedkoop maken van instant online kennis in tegenspraak.

Beslissingen kunnen met de beste intenties worden genomen, maar kunnen ook de meest verschrikkelijke gevolgen kennen. Het stimuleren van consumptie zit in de kern / het bloed van ons economisch model. Het willen van meer is niet te stoppen, en zo wordt onze byte dus steeds goedkoper, maar verbruiken we jaarlijks ook steeds meer.

Dat een aantal studies allang hebben aangetoond dat het online kijken jonge kinderen dom maakt en afstompt is geen reden, maar wel een aandachtspunt. Erger nog is het feit dat men niet lijkt te snappen waar energie efficientie om lijkt te gaan. Het gaat om zuiniger omspringen met de middelen van de aarde en dat begint natuurlijk bij onszelf. Nu hou ik er niet van om met vingertjes te wijzen en dus dienen we in oplossingen te blijven denken.

Bewust maken is al één ding en het zou de overheid sieren mochten ze duidelijk maken hoeveel energie er nodig is voor wat, zodat mensen minstens weten wat hun verantwoordelijkheid is en wat ze er zelf kunnen aan doen.

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam op een namiddag georganiseerd door Energiea (dagelijkse nieuwsbrief van het FD) waar onder andere Dhr. Nijpels kwam uitleggen waar Nederland met het energiebeleid, en dan vooral met de verduurzaming ervan, toe gaat. Er was ook nog een korte speech van een directeur van een groot energiebedrijf die mij enigszins naast de kwestie leek te praten. In plaats van concrete voorstellen over het bijvoorbeeld sluiten van de kolencentrales die massaal veel broeikasgassen uitstoten, had hij het over de oneerlijke verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven en dan vooral de industrie. Een aantal beloftevolle jonge bedrijven mocht in een korte presentatie hun dienst of product toelichten, en dit was bij verre het meest interessante van de namiddag. De afsluitende presentatie van Remco De Boer zette iedereen weer netjes met de voeten op de grond door te stellen dat we helemaal niet richting Parijs aan het gaan zijn.

Een zeer correcte analyse, maar ik vrees dat hij een roepende in de woestijn is en dat er niet echt niemand luistert in Den Haag. Dit laatste is ook lastig, want er is nog geen nieuwe regering en de bestaande regeert vooral naar de waan van de dag. Het aanstellen van een Belgische informateur, in het geval de formatie over het jaar heen gaat, lijkt een goed idee gezien wij in België ruime expertise hebben in het opzetten van onmogelijke coalities met een oneindig geduld (België is toch niet voor niets wereldkampioen regeringsvormen). Indien men toch zou kiezen voor een minderheidskabinet dan zal naar ik vrees de haalbaarheid van het klimaatakkoord van Parijs niet direct dichterbij komen.

Natuurlijk kan men terzake de oneerlijke verdeling van kosten altijd een debat voeren over wie de factuur moet betalen voor de verduurzaming van onze energiehuishouding, maar uiteindelijk zijn we een eenheid. De industrie is geen apart beest, maar is daar om voor ons te produceren, om winst te maken en zo welvaart te creëren.

Ach we weten het allemaal eigenlijk wel, we moeten vooral veel minder gaan produceren en consumeren, want dat is de echte weg naar een duurzame samenleving waar minder schadelijke stoffen de lucht worden uitgestoten. De hete brij wordt in debatten vaak zorgvuldig vermeden en men presenteert vooral technische oplossingen die inderdaad ons energieverbruik zullen gaan vergroenen. Als we echter op het huidige niveau producten blijven produceren dan is wat wij in onze sector doen een maat voor niets.

Dit is geen discussie die onze sector zelf of alleen kan voeren, vermits wij gewoon de energie beschikbaar maken die anderen nodig hebben. Dat de discussie maatschappelijk al wordt gevoerd en alleen maar in belang gaat toenemen is 100% zeker. Goede nieuws is dat we door een echte verduurzaming van de economie, in combinatie met een beperking van de bevolkingsgroei onze voetafdruk zeker naar een aanvaardbaar niveau zouden moeten kunnen krijgen voor het einde van deze eeuw.

Federaal Minister schiet zichzelf in de voet

Ondanks de relatieve schaalgrootte van ons mooie landje gebeurt er iedere week wel iets in onze sector, zelfs als er geen nieuws te melden is wordt er gewoon nieuws gemaakt. Zo ook vorige week waar Minister Marghem een “gerucht” de wereld in stuurde dat België toch maar beter opnieuw met Europa zou gaan praten want de objectieven van 2030 waren toch te streng.

Dat we tegen 2030 minstens 35% CO2 reductie moeten bewerkstelligen is inderdaad aan het huidig tempo en visie een huzarenstukje. Als je maar lang genoeg geen visie met stappenplan ontwikkelt kom je vanzelf tot deze conclusie. Dat de timing ongelukkig was gekozen nog maar één week nadat de premier van België dhr. Trump had verketterd door weg te lopen van het klimaat akkoord van Parijs was wellicht niet zo handig.

Eerder daarom viel de verzamelde pers over haar en al snel werd ze terug gefloten door de premier en werd al snel een slachtoffer gezocht en gevonden. De woordvoerster had een communicatie foutje gemaakt, neem aan de nieuwe want de vorige woordvoerster is zelf al vertrokken wegens te veel duiventil op dit kabinet. De leegloop van dit kabinet kent geen grenzen en wijst ook wel enigszins op een probleem.

Het is niet de eerste keer dat onze sector gedurende een volledige legislatuur ter plaatse blijft trappelen en in de laatste vijftien jaar hebben alleen Olivier Deleuze en in enige mate Dhr. Wathelet echt zaken in beweging gebracht en is het palmares aan verwezenlijkingen van alle anderen zo goed als onbestaande.

Belangrijker is echter of de golf van spontane woede en ontgoocheling in Europa over het terugtrekken van Amerika uit het klimaatakkoord landen ertoe kan bewegen om met echte concrete vergaande maatregelen te komen die het klimaatakkoord tanden gaat geven.

Terugkomend op de zoveelste communicatiefout van de federale minister voor energie gaat men wel voorbij aan het feit dat ze eigenlijk wel een punt heeft want dat België en dus ook de gewesten met de huidige snelheid op geen enkele wijze de doelstellingen van 2030 gaat halen. Om nog maar te zwijgen van de 2020 doelstellingen. Dat sommige regionale ministers de suggestie geven dat als de nood hoog wordt we nog altijd groen kunnen kopen in het buitenland dan bewijst dit het zwaktebod.

Aan mij werd gevraagd of we de CO2besparing nog gaan halen en ik kon alleen maar reageren dat dit heel wat cijferwerk behelst, maar dat op dit ogenblik niemand nog projecten gaat ontwikkelen in België van enige schaal. De vele goede consultants die wij ook in Vlaanderen hebben werken oftewel in Nederland of in andere landen om zo toch maar een stabielere werkomgeving te bouwen. Allemaal bevestigen ze mij dat er in België en de regio’s momenteel geen interesse is om projecten te ontwikkelen gezien eenvoudig weg de markt niet aantrekkelijk is.

Wat de diverse overheden niet schijnen te begrijpen is dat dit status quo alleen goed is voor de historische partijen en dan vooral degene met kerncentrales of trekrechten erop. Het is nu zo goed als 100% dat we binnen enkele jaren opnieuw zullen besluiten om de kerncentrales open te houden als ik kijk naar de het laatste half jaar en het totaal gebrek aan nieuwe investeringen.

Begin december 2016 nam ik nog deel aan een debat in een afgeladen volle zaal en toen schudde ik iedereen wakker door te zeggen dat onze kerncentrales nog veel langer zullen openblijven en lachte men wat nerveus.

Nu een half jaar later waarin geen enkele vooruitgang is geboekt op het vlak van visie en vooral concrete keuzes met middelen kunnen de eigenaren van de kerncentrales zich opmaken voor het verzoek in 2019 na de vorming van een nieuwe regering. Dit zal de zin om nieuwe investeringen te gaan doen nog verder doen afkalven ook al moet ik ook zeggen dat het nooit te laat is.

De kracht van verandering die bij deze federale regering normaal gezien zou moeten aanwezig zijn ontbreekt volledig als het aankomt op ons dossier. Aanmodderen is nog het beste woord ook, het is geen toeval dat een gigant als ENI na nog geen vijf jaar de handdoek in de ring gooide (ze hebben in 2012 Distrigas en Nuon gekocht) en dat Lampiris inmiddels ook van eigenaar is veranderd.

En toch zijn er nog mogelijkheden en tijd om vooruitgang te boeken, maar de kans wordt met de dag kleiner dat tijdens deze regering er nog echte keuzes gaan gemaakt worden. Zelf focussen wij ons bijna volledig nu op Nederland dat duidelijke marsorders heeft gegeven om achterstand om te buigen. Natuurlijk blijven we vinger aan de pols houden in het geval er in België terug marktmogelijkheden zijn.

Trump “jumps” in het onbekende en sleurt klimaatakkoord van Parijs mee.

Het nieuws van vorige week was zoals verwacht de lang verwachte aankondiging van de Amerikaanse president om zich terug te trekken uit dit akkoord. Niet zozeer om inhoudelijke redenen, maar het was één van zijn verkiezingsbeloften en het was de vorige president Obama die dit akkoord mee goedgekeurd had.

Dat Amerika nu al terugtreedt is paradoxaal genoeg op korte termijn wellicht goed nieuws want net zoals met de Britten in Europa kun je beter iemand kwijt zijn die niet echt mee wilt want anders zit je constant in de vechtzone. Het is natuurlijk wel triest dat één van de gidslanden (of dat zou het toch moeten zijn) en de tweede grootste vervuiler van de wereld zich vooral diplomatiek gaat isoleren.

Trouwens dat van die tweede grootste vervuiler is helemaal foutief want Amerika staat helemaal bovenaan qua energieverbruik per hoofd van de bevolking en dat maakt het des te erger.

Zoals gezegd kan het vertrek van de huidige Amerikanen ook iets goed veroorzaken, het kan de anderen gaan verbinden en niet alleen op klimaatvlak. Het huidig akkoord is gewoon niet sterk genoeg en het gaat ook niet ver genoeg. De drive is nu groot van landen als China, India en Europa om echt te proberen het akkoord verder uit te diepen.

Het gebrek aan een stok om te slaan in dit akkoord en de vrijblijvendheid waarmee men kan vertrekken zegt alles, het is een optie akkoord vol goede intenties, maar veel meer is het ook niet.

Belangrijker dan het geblat van dhr. Trump zijn de tendensen in de nog jonge duurzame markt waar nog steeds vooruitgang wordt geboekt in technologie. Vorige week was ik een dag bij de beurs Intersolar in München en vielen mij toch enkele zaken op. Eén van de opvallende nieuwkomers waren toch de vele batterij fabrikanten die allemaal hopen om een graantje mee te gaan pikken van de mogelijk toekomstige markt voor lokale kleinschalige opslag in combinatie met zonnepanelen.

Een hele zaal vol aanbieders van allerlei vormen van batterijen lijkt me vandaag wellicht nog wat veel van het goede gezien er geen enkel financiële onderbouwing is van dergelijke investeringen en nog veel minder aangepaste regelgeving om dit mogelijk te maken. Nochtans is het al een tijdje duidelijk dat de ingeslagen weg van meer zon en wind onmogelijk is zonder aanpassingen aan de manier waarop wij elektriciteit gebruiken en vooral gebruiken wanneer we het nodig hebben.

Het is natuurlijk mooi dat om 12:00u ‘s middags onze panelen veel opbrengen alleen is er dan geen verbruik in het huis gezien er niemand thuis is (lees veel minder verbruik).

Een andere evolutie in de zonnepanelen markt is het streven naar integratie in het dak zodat we verlost zijn van de vele lelijke daken waar nu lukraak panelen worden opgelegd. Dakpannen met zonnecellen geïntegreerd waren talrijk aanwezig en worden ook steeds competitiever en al zeker als je nieuw legt of je dak dient te vervangen. De overheid kan de komende jaren verplichten om te werken met deze geïntegreerde oplossingen zodat ons landschap en vooral het uitzicht zoveel mogelijk wordt beschermd.

Wat ook opviel was de overname van deze markt door de Chinezen en alleen maar Chinezen. Er zullen zeker nog andere fabrikanten zijn alleen gingen ze verloren in de zee van Chinese namen. Ook stonden er een beperkt aantal Belgische bedrijven waaronder jonge belofte bedrijven zoals enkele ondernemers uit Hasselt die samen met Imec een PID doos hebben ontwikkeld die degredatie tegengaat voor die panelen die last hebben van PID. Dat is kort gezegd het probleem van panelen die overdag elektriciteit opslaan en op één of andere mysterieuze manier moeilijkheden ondervinden om te ontladen waardoor de efficientie naar beneden gaat.

Wij hadden ook zo’n groot park dat er last van heeft en met deze technologie is het euvel zo goed als direct opgelost.

Verder ook nog enkele fondsen gesproken die interesse hebben om ons te ondersteunen in ons nieuw initiatief in onder andere Nederland om nog meer focus te leggen op de ontwikkeling van zon (en wind). Je ziet dat ook steeds meer installateurs van zonnepanelen ook parken gaan ontwikkelen om zo minder afhankelijk te zijn van de grillen van de markt en onderhevig aan concurrentie op de prijs. Hetzelfde geldt trouwens ook andersom gezien de marges flinterdun zijn om parken te kunnen ontwikkelen en overheden zeer scherp rekenen.

Ondertussen komen we steeds meer tot de conclusie dat er momenteel in België weinig valt te ontwikkelen en staan deze activiteiten dan ook op een heel laag pitje. Buiten nog wat windparken wacht iedereen op wat komen gaat en is het af te wachten of men in de Wetstraat begrijpt dat wij als land niet meer aantrekkelijk zijn om investeringen in duurzame energie te gaan ontwikkelen. Wellicht een uitzondering voor wind op zee, maar ook daar wachten de ontwikkelaars bang af of de overheid durft ingrijpen gezien de huidige tendens dat wind op zee gratis kan gebouwd worden of lees zonder subsidie.

Klimaat op de agenda of niet?

Dat er deze dagen weer veel over het klimaat wordt gepraat heeft wellicht in de eerste plaats met het mooie weer te maken waarvan wij nu aan het genieten zijn en in mindere mate met de G7 top in Toarmina op Sicilië.

Dat de zeven rijkste landen onder andere klimaat op de agenda hebben staan is zeker positief te noemen gezien de hoogdringendheid van het onderwerp en vooral de acties die erop moeten volgen. Het is jammer dat de ogen wederom gericht zijn op de Verenigde Staten en dan vooral zijn flamboyante afgevaardige zijnde Dhr. Trump.

Dat hij geen kleur wilt bekennen of beter gezegd gewoon niet wilt zeggen wat hij denkt is wellicht eerder te danken aan het feit dat hij zich diplomatiek probeert te gedragen en hij zorgvuldig het juiste moment afwacht om uit het klimaatakkoord te stappen.

De regeringsleiders van Europa vertalen zijn zwijgen als positief alleen lijkt me dat vrij naïef, want de beste man heeft tot nu toe steeds geprobeerd om uit te voeren wat hij tijdens de verkiezingscampagne heeft gezegd. Vooral in eigen land heeft hij het moeilijk om zijn “beleid” van oneliners uit te voeren en minstens zoveel binnen zijn eigen partij als er buiten.

De gebroken werkweek(donderdag feestdag) zorgt ook voor extra aandacht gezien mensen nu ook de tijd hebben om het nieuws te zien en erover te praten, filosoferen en mogelijke gevolgen te bekijken van de weg voorwaarts in onze sector.Op zich staan er al veel goede intenties op papier en ongeacht de politieke kleur wilt iedereen de omslag maken naar een duurzame energiehuishouding.

Alleen de prijs die we gaan betalen is nog niet duidelijk naar boven gekomen en het is ook zeer twijfelachtig dat men deze gaat accepteren. Buiten het puur financiële aspect van de nodige investeringen vergt het vooral een nieuwe industriële revolutie die ook voelbaar zal zijn in de manier waarop wij leven.

De afgrond van onze huidige consumptiemaatschappij komt steeds dichterbij ook al versnellen we nog steeds het consumptiegedrag. De noodzaak voor de groei van de overheidsbegroting is zo groot gezien de behoeften (lees begrotingstekorten wegwerken, geld in oorlog, pensioenen, infrastructuurinvesteringen, vergrijzingskost, etc.) dat men de economie blijft aanjagen met goedkoop geld (vanuit ECB) om toch maar enige groei te houden en zo ieder jaar meer geld binnen te krijgen.

Ondertussen worden grote statements gemaakt over gratis windmolenparken op zee en aan de andere kant proberen de ontwikkelaars van deze parken het hoofd recht te houden en hopen zij dat de storm gaat leggen. Zeer onwaarschijnlijk overigens want er blijven partijen in de markt Russische roulette spelen doordat ze zon- en windparken bouwen ver onder de kostprijs hopende op een toekomstige stijging van de stroombeurzen.

Het zal de energiebedrijven in moeilijkheden nog verder neerwaarts duwen daar hun hoop om nieuwe verdienmodellen te vinden in de duurzame sector nu als sneeuw voor de zon verdwijnt. Of het Shell was die in Nederland (Borssele wind) zwaar onder kostprijs heeft geboden om zo toch maar een start te maken aan zijn verduurzaming (of toch imago) of Dong die ook een vlucht voorwaarts lijken te nemen het blijft afwachten wat het effect ervan zal zijn. Op zich kan de strategie van Shell en Dong ook werken indien de investering zelf hiermee gelijktijdig gaat dalen en hun verdienste is dan ook dat we uiteindelijk wellicht sneller terug naar de normale marktwerking kunnen gaan.

Geproduceerde elektriciteit verkopen uit zon en wind op de stroombeurzen aan voldoende hoge tarieven zodat de subsidie volledig achterwege kan blijven. Vele critici roepen al lang moord en brand over de zogenaamde onterechte subsidies voor de duurzame sector en alleen hiervoor zal het goed nieuws zijn. Wel heb ik hier een aantal serieuze kanttekeningen bij daar ook de fossiele sector (en kernenergie) mag rekenen op uitgebreide steun (politiek of financieel). Over Hickley Point is al genoeg geschreven, maar de 35 jaar subsidie die al nodig is om deze nieuwe kerncentrales te kunnen bouwen spreekt voor zichzelf. Het is jammer dat we de meeste critici dan ineens niet meer horen. Ook voor olie wordt al decennia lang oorlog gevoerd op vele fronten om het zwarte goud toch maar te laten vloeien in onze richting.

De ontelbare doden, vervuiling en omkoping zijn ook al lang schering en inslag in deze sector waar de grootste olievoorraden dan ook nog eens in handen zijn van dictatoriale regimes waar wij massaal geld naar pompen. Alleen hiervoor zou men een omslag moeten voor willen maken, alleen gebeurt dit best wel in kleine stappen. Olie gaan we nog heel lang nodig hebben, alleen moeten we zo snel mogelijk stoppen om deze in verbrandingsmotoren te gebruiken en er meer zinnige dingen mee doen die meer waarde creëren.

Vlaamse energievisie, digitale meters, Nederlands afscheid van gas

Afgelopen vrijdag werd in Vlaanderen door de bevoegde minister Dhr. Tommelein de Vlaamse energievisie voorgesteld. Deze aanvang bevat een aantal goede accenten, maar is vooral een bevestiging van zaken die we reeds eerder hebben gelezen in diverse andere (vrijblijvende) documenten zoals het klimaatakkoord van Parijs, doelstellingen van 2020/2030 vanuit Europa, etc.

Deze eerste stap is in ieder geval nodig om de uitdagingen nog eens goed te schetsen en nog wat extra elementen naar voren te brengen. Eén van de zaken is de introductie van warmte naast elektriciteit en aardgas als volwaardig alternatief in de toekomst. Datzelfde zie je trouwens in Nederland waar men al een tijdje roept om af te stappen van het aardgas gezien de gasbel in Slochteren zijn einde nadert.

De federatie verantwoordelijke van energieleveranciers (mevr. Van der Laan) in Nederland stelt wel terecht de vraag of roepen alleen ons gaat brengen waar naar toe moeten. Op dat punt dienen we als samenleving en dus ook onze politieke verantwoordelijken harde deadlines in wetten op te nemen zodat er geen twijfel mogelijk is over de noodzaak van deze verandering. Natuurlijk lobbyt iedere sector om zoveel mogelijk uitstel te krijgen, dat zie je in de autosector, de oliesector en zelfs in de offshore windmolensector. Verandering staat nu eenmaal op kracht met continuiteit en dat is nu net wat je nodig hebt om infrastructuurprojecten te financieren.

De roep vanuit de Nederlandse energiesector om uitstel is begrijpelijk gezien voor Nederland het specifiek afstappen van aardgas voor verwarming (en elektriciteitsproductie als basislast energie) enorme aanpassingen vergen waarvoor men nu niet de aangepaste regel-en wetgeving ziet. Als men vanuit de politiek hardop zegt om tegen 2030 af te stappen van aardgas dan moet men dit ook in harde wetten gieten zodat de industrie weet waar hij voor staat en de bevolking inlichten dat dit veel geld gaat kosten.

Het roepen van verandering is rechtmatig en afstappen van onze fossiele verslaving nog meer, alleen moet men tegelijkertijd borgen dat de continuiteit voor de nieuwe technologische keuzes geborgd is via wet-en regelgeving. Dat de lobby van de huidige industrie zich zal verzetten is normaal gezien haar toekomstige dominantie met nieuwe markten verre van zeker is. Neem maar het voorbeeld van Nokia dat in 2005 nog de absolute nummer 1 was in de wereld van mobiele telefonie en volledig de boot van de smartphones gemist heeft en daardoor bijna compleet van de kaart is geveegd.

Of hetzelfde gaat gelden voor de huidige giganten in bijvoorbeeld de oliesector is nog niet zeker, maar een aantal van hun zal op termijn wel verdwijnen. Een omslag maken naar een volledig ander businessmodel is een titanenwerk en moet vroeg beginnen. Het stop en go beleid van een bedrijf als Shell betreffende duurzame energie wijst op twijfel en is nefast voor hun lange termijn overleving. Datzelfde geldt trouwens ook voor bedrijven in onze sector die overwegend laat tot zeer laat het geweer van schouder hebben veranderd. Hoe dominant men was vanuit hun historisch monopolie hoe kwetsbaar men is in de nieuwe hernieuwbare energiesector.

Dat een bedrijf als Engie slechts recent onder de nieuwe leiding van mevrouw Kochner een begin heeft gemaakt naar duurzame energie is symtomatisch voor vele gelijkaardige bedrijven en hun marktaandeel in opgesteld vermogen is dan ook klein te noemen (in vergelijking met hun klassieke productie van kernenergie, gas- of kolencentrales). Natuurlijk zijn er ook andere zoals Dong energy en Enel die wel al eerder keuzes hebben gemaakt en daar vandaag de vruchten van plukken. Ook in de lage landen werkte Eneco al eerder dan de anderen aan de uitbouw van zijn duurzame productie gezien ze zelf historisch gezien geen noemenswaardige positie hadden in grootschalige elektriciteitsproductie.

Terugkomend op de Vlaamse energievisie stelt men terecht in de lange inleidende tekst dat de echte keuzes samen moeten gemaakt worden met de andere regio’s en onze buurlanden. Het is wel jammer dat in het document nergens een aanvang wordt gemaakt van het zichtbaar maken van doelen, bijvoorbeeld een jaarlijks objectief als voorbeeld had al enige ambitie naar voren kunnen brengen of het nu op het vlak van warmte, besparing of hernieuwbare energie had geweest. “Put your money where you mouth is” blijft belangrijk en net zoals in de mooie teksten van onze Nederlandse vrienden ontbreekt de onderbouwing en cijfermatige berekening in dit stadium wat op zich geen probleem hoeft te zijn gezien correct gemeld wordt dat dit later nog dient te gebeuren.

De opsomming van de volgende acties is wel nuttig en het is te hopen dat het interfederaal energiepact dan ook meer zal zijn en echte bindende doelstellingen per jaar en per regio inclusief technologische keuzes, begroting en financieringsmethoden.

Er staan ook wel wat contradicties in de tekst daar aan de ene kant er gevraagd wordt van de industrie om zich aan te passen en dat een realistische CO2 prijs per ton nodig is hiervoor, maar anderzijds wordt geschreven dat dit de concurrentiele positie niet mag aantasten. Volgens mij zal de aanpassing naar een duurzame manier van leven die houdbaar is voor zowel flora en fauna niet kunnen zonder aanpassing van onze gewoonten en dit op een verregaande wijze. Hier zit de grootste valkuil nu het duidelijk wordt dat we het laag hangend fruit zo goed als opgebruikt hebben en de volgende keuzes wijzigingen zullen betekenen in de manier waarop wij leven.

Samen sterk

Dat Vlamingen graag hun dingen zelf regelen wordt vaak bevestigd in cliches en natuurlijk is er ook een grond van waarheid in deze stelling. Vooral in onze bouwgewoonten komt deze eigenschap extreem naar buiten gezien onze spreekwoordelijke baksteen in de maag. De eindeloze lintbebouwingen met individuele huizen wijzen ons jammer genoeg niet in de richting van de toekomst.

Dat een groot deel van de bevolking tegen 2040 in een stad woont lijkt jaar na jaar meer bewaarheid te worden ook al is het voorspellen van de toekomst zeker geen exacte wetenschap. Vanuit energetisch oogpunt en efficientie zijn er zeker grote voordelen om dicht bij elkaar te gaan wonen. Dat brengt wel direct een probleem met zich mee dat mensen die in steden wonen niet voor hun eigen energieproductie gaan zorgen. Op zich hoeft dat ook helemaal niet want de waarheid ligt zoals vaak in het midden.

Ook in energieproductie geldt dat schaalgrootte helpt om efficientie voordelen te bereiken dus iedereen eigen producent is wellicht de wens van betrokken partijen die dan materiaal kunnen leveren, maar voor een samenleving verre van de ideale oplossing.

Hetzelfde geldt op dit ogenblik voor die bedrijven die moord en brand roepen dat offshore wind de oplossing is, ook hier ligt de waarheid in het midden en zelfs meer naar de andere kant. Offshore wind is een schakel in een toekomstige energiehuishouding, maar niet meer dan dat. Er kunnen zeker landen en regio’s zijn die meer uit wind op zee zullen halen dan anderen, maar het verkopen als het Eureka moment is er ver over.

Net zoals het megalomane idee van enige jaren geleden om alle zonnepanelen in de Sahel te gaan zetten en zo elektriciteit over grote afstanden te gaan vervoeren. Theoretisch perfect mogelijk alleen praktisch perfect onwenselijk. Ook bij ons roepen velen in slogans, elektrisch autorijden is ineens de totaal oplossing terwijl men er niet bij zegt dat dit vandaag onmogelijk is en zelfs niet wenselijk. Onze spreekwoordelijke eieren in één mand leggen is ziek blijven in hetzelfde bedje. Onze fossiele verslaving vervangen door een lithium verslaving bijvoorbeeld is de weg naar nog meer miserie.

Dat neemt niet weg dat al deze technologieën een deeltje van de puzzel zijn. Ook vanuit de politiek roept men vrolijk mee want ineens is wind op zee gratis geworden, fantastisch toch, maar gelooft u dit nu echt? Natuurlijk zijn er schaalvoordelen en zoals iedereen hoop ik ook dat windmolens dezelfde weg op gaan als zonnepanelen qua prijs alleen is de euforie veel te voorbarig.

De consessies die in Duitsland nu gratis zijn weggegeven zonder subsidie hebben in de details van hun contract genoeg ontsnappingsmogelijkheden waardoor het verre van zeker is dat deze parken er ooit gaan komen. Als de elektriciteitsprijs tegen 2023 niet fors is gestegen (lees het dubbel minstens) dan zal men deze concessies gewoon niet uitvoeren en de boete van 60 miljoen euro betalen.

De paradox is zelfs dat dit huidige goede nieuws ervoor kan zorgen dat we grote vertraging gaan oplopen in wind op zee want iedereen denkt ineens het licht gezien te hebben. Wij in Vlaanderen/België zouden beter moeten weten, gratis bestaat niet, niet zoals bussen draaien windmolens niet op liefde.

Erger is nog dat beleidskeuzes kunnen wijzigen door deze euforie, bijvoorbeeld lopen we het risico dat men de moeilijke zoektocht naar goede locaties op land voor wind gaat laten voor wat het is en alles op zee gaat concentreren. De industrie die betrokken is bij het bouwen van windmolens op zee zal dit zeker stimuleren alleen weet ik niet of ze nu zo blij moeten zijn met dergelijke tendens want de risico’s nemen ook toe.

Ondertussen zorgt onze sector in ieder geval wel voor een gevoel van solidariteit, maar liefst een kwart miljoen gezinnen kopen samen energie aan. Dat dit vooral komt uit gemakzucht wordt er wel bijgezegd want zelf zoeken naar de beste leverancier vergt enige inspanning. Ook al hebben we al jaar en dag de uitstekende online tool van de VREG genaamd de V-test. Het blijft positief dat de gezinnen wakker zijn, alleen dat constante hameren op de prijs heeft zo zijn gevolgen voor de waardering voor het product. De wil om er meer voor te betalen is niet groot en de klaagmuur is nooit ver weg.

De fusie tussen Eandis en Infrax wordt dan ook vooral verkocht met het argument dat onze factuur erdoor gaat zakken en dat is weer meer van de zelfde perceptie, prijs, prijs, prijs. Overigens nodig ik u uit om na de fusie even met mij uit te rekenen hoe groot de besparing zal zijn. Deze zal volledig teniet gedaan worden door de verwachte investeringen die nodig zijn om ons net slim te maken en vooral klaar voor de toekomst waar sommige zeggen dat we al onze wagens even aan de stekker gaan hangen. De “Internet of Things” zal hard nodig zijn om nog maar een deel van deze droom werkelijkheid te kunnen maken.

Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax gaan fusioneren

Het nieuws over onze sector werd op het laatste van vorige week beheerst door de aankondiging dat de Vlaamse netwerkbedrijven Eandis en Infrax goedkeuring hebben gekregen om één bedrijf te worden.

Na het afspringen van de verkoop van een klein deel van Eandis aan een Chinees staatsbedrijf nog niet lang geleden kon deze fusie dan ook in een stroomversnelling komen. Met minister Tommelein als aanjager voelen de netwerkbedrijven de hete adam in hun nek ook al stonden ze zelf ook al positief tegenover het samensmelten.

Dat de fusie nog niet voor morgen is gezien de complexiteit van beide structuren wordt ook wel bevestigd, maar vanuit efficientie oogpunt blijft dit een goede maatregel. Natuurlijk werden er direct vragen gesteld vanuit de media of dit onze elektriciteitsfactuur gaat laten dalen en is enige nuance wel op zijn plaats.

We zullen eigenlijk pas over enkele jaren kunnen uitrekenen gebaseerd op een vergelijking van de werkingskosten van vandaag of de fusie ook een reductie zal gaan inhouden, maar het zal op zijn minst de een dempend effect hebben op de toekomstige prijsstijgingen. Dat men zoals steeds focust op de kost en mogelijke prijsdalingen is begrijpelijk alleen gaat zo te veel aandacht naar het korte termijn effect.

Tevens is er sprake van een beursgang alleen jammer genoeg niet van het netwerkbedrijf, maar van een holding er boven die dan duurzame investeringen kan gaan doen. Hierover is het nog te vroeg om een oordeel te vellen, maar in principe ben ik wel voor een netwerkbeheerder die zich uitsluitend op zijn kerntaken focust en niet op de andere delen van de energiewaardeketen.

Het ontwikkelen van windmolenparken in binnen- en buitenland hoort daar zeker al niet bij en de uitdagingen bij het netwerkbedrijf zijn gigantisch genoeg als men naar de toekomst kijkt. Het slimme netwerk van de toekomst heeft behoefte aan heel andere zaken dan vandaag, sturing van alle aangesloten toestellen via IOT (Internet of Things) applicaties is onontbeerlijk en hiervoor zal de regelgeving ook moeten aangepast worden. Decentrale opslag diep in het netwerk, nieuwe distributienetwerktarieven, microgrids, warmtenetten, etc..

De lijst is lang en de middelen zeker niet onuitputtelijk, mijn boodschap dat de investeringen in de toekomst een prijsverhoging tot gevolg zullen hebben stuiten keer op keer op hevige reacties die op zich begrijpelijk zijn gezien meestal de rest van mijn stelling niet wordt opgenomen. Dat andere kosten gaan dalen wordt vaak vergeten gezien onze olie en gasfacturen ook aanzienlijk zijn en voor een groot deel kunnen wegvallen.

Beloftes of suggesties maken over mogelijke prijsdalingen hebben altijd tegen onze sector gewerkt, of het nu was op het moment dat de markt geliberaliseerd werd en de politiek in koor riep dat nu de prijzen zouden gaan dalen, totdat Bush Irak binnenviel. Dat de liberalisering er wel voor zorgt dat aan de laagst mogelijke prijs wordt gewerkt en er dus wel degelijk een dempend effect is kan er niet voor zorgen dat de perceptie keert.

Ook de duurzame sector wordt keer op keer weggezet als poenpakkers, enkele jaren geleden met de zogenaamde oversubsidiering van de zonnepanelen en nu weer met de windmolenparken op zee. Het bashen van de sector is nu eenmaal een klassiek gegeven geworden en hierdoor legt men wel een hypotheek op het broodnodige draagvlak om de transitie te kunnen maken.

Doch is het verfrissend dat minister Tommelein ondanks de vele tegenkantingen van collega’s die tegen verandering zijn hij toch recht gaat staan en met veel voluntarisme er tegen aan gaat. Hopelijk zingt hij de rit uit gezien hij het stokje al heeft overgenomen van mevrouw Turtelboom. De verkiezingen beginnen al volgend jaar en vaak ziet men dan wel al verschuivingen.

Tegelijkertijd dook in de media ook weer een oud monster op met Doel 1 en 2 die wederom slechte punten gekregen heeft van de Fanc. Wellicht nog belangrijker nieuws op termijn want vroeg of laat zal het geduld toch wel op zijn en gaan deze oudste centrales terecht gesloten worden.

Dat vorige week de bevoegde Europese Commissaris op bezoek was in België was niet meer dan een voetnoot gezien zijn boodschap toch wel wat wenkbrauwen deed bewegen. Plots zijn we goed bezig en bij de betere leerlingen en wat vooral opviel was het discours van minister Marghem dat de doelstellingen van 2020 niet zo belangrijk zijn en dat de focus beter op 2030 gericht kan worden. Ook hier zit een grond van waarheid op voorwaarde dat uitstel geen excuus wordt en de woorden klonken dan ook heel hol gezien er nog geen enkele onderbouwing is om haar stelling te staven. Uitstellen kan perfect aanvaardbaar zijn als je een uitrolplan hebt met middelen dat aantoont dat het objectief in 2030 op een betere wijze kan gehaald worden dan in plaats mordicus overal windmolens te gaan plaatsen zonder visie op het total plaatje. Dat deze minister tot nu toe nog een leeg blad moet presenteren is toch wel heel pijnlijk te noemen en was het dus des te opvallender dat de Europese Commissaris hier een bloemlezing kwam geven.

Onze fossiele verslaving is nog niet voorbij

Dat velen hun benzine of diesel pruttelende motor nog geen goeiendag willen zeggen wordt iedere dag bewezen door de vele nieuwe wagens die over de toonbank gaan. Toch is de doorbraak van de elektrische wagen niet te stoppen. Eerst en vooral omdat de welvaart dermate snel toeneemt in sommige delen van de wereld dat we naar een verdubbeling gaan van ons wagenpark.

Om dit even in perspectief te plaatsen, we gaan de komende tien/vijftien jaar van 1 naar 2 miljard wagens. Het moge duidelijk zijn dat de optie om dit te doen op de huidige manier met fossiel aangedreven wagens op zijn minst een uitdaging is. Onze huidige dorst van grosso modo 90 miljoen vaten olie per dag (als ik mij niet vergis zit er 212 liter olie in 1 vat) met bijvoorbeeld 50% laten stijgen is met de huidige bronnen zo goed als onmogelijk.

Het is niet alleen onmogelijk, maar nog meer onwenselijk gezien de vele milieu effecten en medische uitdagingen. Natuurlijk kennen we allemaal de beelden van de bruine smog in Peking en ik heb deze persoonlijk al eens mogen ervaren en het effect op een samenleving. Maar zover hoeven we niet te gaan als de concentraties gif meten rond de ring van Antwerpen waar vele mensen wonen en kinderen die een groot verhoogd risico lopen op zaken zoals astma.

En toch ondanks de overweldigende argumenten om van het zwarte goud af te stappen als transportmiddel blijven velen deze verdedigen. Het recente dieselgate schandaal deint nog altijd uit en de bedrijven kopen hun schuld af met vele miljarden. De velen die hiervan door ziekte het slachtoffer zijn geworden kunnen wellicht niet meer spreken en het is dan ook de vraag of je zoiets uberhaupt kunt afkopen.

We weten allemaal het antwoord daarop, neen. Sommige zaken zijn niet af te kopen en het is dan ook verontrustend dat ook onze politieke verkozenen dit toelaten en niet eisen dat binnen de kortste keren komaf wordt gemaakt met de dieselmotor en bij uitstel met iedere verbrandingsmotor. Ondanks 100 jaar ontwikkeling is het rendement nog steeds bedroevend en de vervuiling nog steeds enorm en dat vooral ook door de wet van de grote getallen.

Dichter bij onze sector speelt hetzelfde, onze hoofdzakelijk door gas en kolen aangedreven sector zucht en steunt bij de lage stroomprijzen die al jaren aanhouden en dit heeft velen al genoopt tot sluitingen en afschrijvingen. Men kiest dan ook voor de vlucht vooruit als zelfs bedrijven als Shell kiezen voor windmolenparken op zee. Een positieve evolutie zonder meer, maar men stelt dat de groene sector blind is voor de kritieken.

Deze overigens voor een deel terechte kritieken worden dan gebruikt om deze wending teniet te doen door de positieve kanten van de fossiele sector te benadrukken. Belangrijk voor de duurzame sector is om te luisteren naar de terechte kritieken en te komen met echte onderbouwde antwoorden. Het is een beetje zoals met de klimaatontkenners die ook argumenten gebruiken om toch maar aan te tonen dat de mens geen invloed heeft op het klimaat.

De argumenten om wind en zon aan te vallen kunnen zelfs correct zijn, maar daarom zijn ze nog niet relevant of geen reden om het niet te bouwen. Dat de nog jonge duurzame sector nog gebreken kent is normaal en als je kijkt naar meer dan 100 jaar fossiele technologie dan kunnen we gerust stellen dat deze ook nog zeer grote gebreken kent (uitstoot, lawaai, onderhoud, duur, etc.). Eén van de grote gebreken van de nog jonge groene industrie is dat zon en wind niet constant aanwezig zijn en vooral in winterperioden grote tekorten kunnen veroorzaken.

Eén van de grote ontbrekende links is lange termijn opslag om dit euvel voor een groot deel te counteren, maar hiervoor is vandaag geen enkele incentive. De overvloed aan goedkoop gas duwt vele overheden in de richting van aardgas/lng als oplossing om reserve capaciteit te bouwen. Trouwens begrijpelijk en tijdelijk ook een goede maatregel gezien de vele werkeloze gascentrales die staan weg te kwijnen of werken met verlies.

Maar ook aardgas is slechts een transitie brandstof en nog steeds zwaar vervuilend (helft van kolen) en als dusdanig zullen we de komende decennia ook verder naar lange termijn opslag dienen te evolueren. Trouwens dat doen we vandaag ook voor een deel met onze strategische oliereserves in vele landen die vaak meer dan drie tot zes maanden verbruik kunnen dekken.

Een ander argument is vaak dat de maatschappelijke kost van deze transitie (lees van fossiel naar duurzaam) te duur is en dat er vaak geld verkeerd wordt geïnvesteerd. Beiden zijn juist en fout. De transitie van duurzaam is duur, maar wordt steeds goedkoper, als ik had gezegd in 2009 dat zonnepanelen vier tot vijf keer zo goedkoop zouden zijn tegen 2017 dan had men mij gewoon uitgelachen. Als ik nog maar een jaar geleden had gezegd dat windmolenparken op zee met minder dan de helft van de subsidie gebouwd zouden worden had men nog harder gelachen.

De weg naar een samenleving die afscheid heeft genomen van het zwarte goud is ongetwijfeld nog moeilijk, maar we hebben geen keuze willen we de generaties na ons nog een leefbare wereld geven. Enig idealisme is wellicht ook nodig, maar dat moet niet verstaan worden als naief, maar gewoon als overtuiging zonder mordicus blind te zijn voor de gebreken. Het was dan ook teleurstellend om een voormalig premier van België te horen zeggen dat handel drijven met totalitaire regimes beter is zonder echt te eisen dat in deze landen mensen onwaardig worden behandeld. De reden waarom we nu weer een situatie hebben in Noord-Korea is nu net door het gedoog beleid van China die al decennia lang een hand boven dit regime houdt door ze te voeden met olie en andere noodzakelijke middelen.

België gaat op avontuur

Het nieuws van de week was toch wel het voornemen van de staatssecretaris van de Noordzee Dhr. De Backer die binnen de federale regering het plan wilt voorleggen om de drie laatste concessies die reeds vergeven zijn te schrappen.

Niemand kan verrast zijn door deze evolutie want de laatste tien maanden is het speelveld bij de windmolenparken op zee danig aan het veranderen. De “race to the bottom” werd ingezet door Dong vervolgens door Shell en de laatste knaller kwam uit Duitsland waar enkele parken zonder subsidie zijn vergeven.

Het is mij niet duidelijk wat de sector er mee denkt te bereiken want investeringen zonder inkomsten lijken me op het eerste zicht waanzinnig dom. Gezien al deze bedrijven uitgerust zijn met ervaren en slimme mensen kunnen we aannemen dat deze koerswijziging het resultaat is van een doordachte strategie.

Niet zoals ook al in media wordt omschreven omdat men alleen of hoofdzakelijk anticipeert op drastische kostendalingen, natuurlijk zijn er schaalvoordelen en kan men de onderhoudskosten zo optimaliseren, maar wat met de investeringen? Deze worden wel lager per MW vermits de molens groter worden, maar de wens om zonder subsidie te bouwen is in ieder geval niet te rechtvaardigen door drastisch lagere investeringskosten.

Sterker nog, zaken zoals funderingen zijn nog wel goedkoper mogelijk door ervaring, maar funderingen in de bouwsector zijn nu ook niet direct met 100% gezakt. Integendeel, bouwen wordt steeds duurder. De argumentatie dat zonnepanelen ook drastisch gezakt zijn in prijs dus zal dit ook al wel met alle andere technologie gebeuren raakt kant noch wal.

Mijn inkt van een artikel in de Tijd vorige week over Langerlo is nog niet droog of we krijgen nu weer een moment van verstoring in de reeds zwaar aangetaste sector van energie. De reden van de staatssecretaris is op zich goed te rechtvaardigen alleen lijkt me het vervolgplan nog niet echt doordacht. Het is zeker meer als een ballon oplaten alleen zou het verhaal beter gediend geweest zijn als men eerst binnen de regering deze beslissing had genomen om dan vervolgens eerst met een uitgewerkt plan van aanpak te komen.

De sector verdient een andere aanpak dan deze waar je bij het vuil wordt gezet en afgeschilderd als poenpakkers. De waarheid is volledig anders. Dat een bedrijf als Deme reageert is zeer begrijpelijk ook al dient zij te begrijpen dat zij niet van twee walletjes kan eten. Dat ze functioneren als onderaannemer om palen te plaatsen op zee is zeer nuttig en deze kennis kunnen ze dan vervolgens over de hele wereld benutten. Mee investeren in de parken zelf lijkt me echter geen goed signaal want zo doe je aan belangenvermening.

Dat de gemaakte kosten dienen vergoed te worden staat wat mij betreft als een paal boven water, maar dat is nog iets anders dan een boete of schadeloosstelling. Dit is niet nodig vermits de exacte hoogte van de subsidie nog niet eens gekend was en dit nu eenmaal een belangrijke (lees één van de belangrijke) parameters zijn om een rendement te kunnen berekenen.

Verder zijn de euforische berichten in de media dat na de biomassa centrales nu ook de vele miljarden ondersteuning voor windparken op zee verdwijnen zeer misplaatst en veel te voorbarig. De kans is heel groot dat we voor 2025 steen en been lopen te klagen over onze energievoorziening wegens onbetaalbaar of nog erger niet meer zeker. Infrastructuur projecten zoals onze energiehuishouding vergen enorme investeringen en zoals alle infrastructuur projecten zullen deze gedragen moeten worden door de ganse samenleving. Of het nu wegeninfrastructuur is, openbare zaken zoals de spoorwegen, we gaan als gemeenschap deze nutsvoorzieningen moeten financieren.

Het argument dat de duurzame sector ook moet kunnen leven zonder subsidie is helemaal correct, alleen niet realistisch vandaag. Datzelfde geldt trouwens al honderd jaar ook voor de fossiele sector of vijftig jaar met kernenergie, allemaal sectoren die honderden miljarden steun krijgen sinds decennia.

De duurzame sector kan inderdaad zonder subsidie, maar dan moeten we de uitstoot echt gaan belasten voor alles en iedereen, als de prijs tussen de 150 en 180 dollar per ton CO2 staat zal de duurzame sector zowat als enige nog zeer performant zijn, maar onze kiwi wordt onbetaalbaar. Of wat dacht u van onze garnaaltjes die ‘s morgens per vliegtuig naar Marokko gaan om gepeld te worden?

Ondertussen blijft dit stop en go beleid nefast voor een goed investeringsklimaat ondanks de correcte actie nu van de staatsecretaris om de “best practices” van het buitenland over te nemen en te gaan veilen. Dit echter doen zonder een lange termijn energiebeleid dat is uitgewerkt, blijft spelen met vuur. Het blijft wachten op dit plan en de kans is dan ook heel groot dat de leeuw een muis gaat baren. Ondertussen komt minister Marghem toevallig met een andere ballon, waarom de burgers niet mee laten participeren in de windmolenparken op zee? Op zich een goed idee maar, parken die vandaag alleen gaan leven van stroombeurs prijzen zonder subsidie zijn ten dode opgeschreven. Sterker nog, deze gaan nooit gebouwd worden. Geen toeval trouwens dat de concessies in Duitsland spreken van bouwen tegen 2025, ver genoeg weg om nog altijd te beslissen om ze niet te bouwen wegens niet rendabel (als de stroombeurzen geen forse stijging gaan laten zien).

Duurzame sector schiet in alle richtingen, maar gaat vooruit

Dat er in Europa gezamelijke doelstellingen zijn afgesproken om tegen 2020 en 2030 een groter aandeel van duurzame energie te bekomen is door iedereen wel min of meer geweten. Datzelfde geldt trouwens voor energie efficientie en de vermindering van CO2 uitstoot.

Vooral de laatste twee blijken een taai beestje te zijn, omdat zij ingrijpen in onze bestaande infrastructuur. Dat er dankzij overheidsondersteuning goede vooruitgang wordt geboekt op het vlak van elektriciteitsproductie is dan ook vooral omdat het hier gaat om nieuwbouw vaak (of ombouw) en de weerstand van bestaande infrastructuur niet in de weg zit.

Dat de CO2 uitstoot de laatste jaren is afgevlakt mag dan al positief zijn, het probleem is dat hij nog steeds op recordhoogten staat. De symtomen van de opwarming duiken steeds duidelijker op en dan vooral op extreme plaatsen. Of het nu in Spitsbergen is waar het permafrost begint te ontdooien en mensen letterlijk door hun huis zakken of het grote Barriere rif in Australië dat in record tempo aan het afsterven is, de signalen zijn overduidelijk.

Dat mensen bezorgd zijn door de talloze populisten die de macht grijpen zoals dhr. Trump die hun super bommen niet aarzelen te gebruiken de verandering van ons klimaat is vele malen ingrijpender dan dit soort figuren. De lange termijn effecten werken veel langer door en zijn ook quasi onomkeerbaar. De wereld die wij gaan achterlaten voor komende generaties zal unieke uitdagingen kennen die de mensheid nog nooit heeft gekend gezien zijn jonge leeftijd. Maar dat is een onderwerp voor anderen.

Ondertussen gebeuren er in onze sector ook opvallende zaken, het opdoeken van de centrale van Langerlo gaat nog niet zonder slag of stoot en de huidige manager en zijn Letse aandeelhouder doen nog een ultieme poging om te redden wat er te redden valt. Het streven is trouwens nobel want de site heeft zeker een toegevoegde waarde. Alleen vrees ik dat de wind verkeerd staat en dat ieder wanhoopsidee gedoemd is om te mislukken gezien de wil in Brussel niet meer aanwezig is om met de huidige eigenaar verder te gaan.

Nu was het nieuws vorig jaar van de overname van de oude Eon centrale ook wel opvallend, eerst German Pallets dat ook al op omvallen stond en daarna nog een onbekendere partij uit Estland. De financiële draagkracht van dit soort partijen is gewoonweg veel te klein om zo’n grote oude kolencentrale om te bouwen en vooral het risico is veel te groot. Zelfs de grootste energiebedrijven in Europa wagen zich bijna nooit aan grote houtverbranders met uitzondering recent in Nederland.

Nu grijpt men het Nederlands voorbeeld aan om te zeggen dat het wel kan, maar hier gaat men toch wel heel kort door de bocht gezien deze centrale niet volledig worden omgebouwd, maar nog steeds ook kolen blijven verbranden. Dat de Nederlandse overheid dergelijke lapmiddelen gebruikt om toch maar zijn doelstelling te halen tegen 2020 is vooral te wijten aan het feit dat men achterloopt op zijn doelstellingen. De miljarden die letterlijk door de schoorsteen worden verbrand aan hout hebben geen enkel lange termijn voordeel, in tegendeel. Men pompt nog meer CO2 de lucht in, maar gezien de huidige lage prijs voor CO2 per ton een verwaarloosbare factor.

Vlaanderen en trouwens de meeste landen nemen bewust afstand van dergelijke praktijken en terecht. Alleen moeten we ook kijken wat Nederland wel goed doet en dat is ook bemoedigend. Een duidelijk doel gesteund met de nodige middelen resulteert in een duidelijke uitbouw van vele zon- en windparken. De succesvolle veiling van windmolens op zee heeft heel de wereld met verstomming geslagen en wie weet wat er nog komt.

De meest recente opvallende winnaar in het rijtje van windmolenparken op zee is ENBW in Duitsland dat een vergunning heeft gewonnen zonder 1 euro subsidie te vragen. Deze gewaagde zet is gebaseerd op andere aannamen voor de toekomst. Men gokt volledig op het feit dat de elektriciteitsprijs op de stroombeurzen tegen 2025 fors gaat stijgen en dat de kosten om wind uit te baten op zee nog gaan dalen. De kans dat dit gebeurt is trouwens zeer reëel gezien de toekomstige tekorten aan grootschalige productie, alleen blijft het gokken.

Deze bedrijven gaan zich in de schulden steken en de banken gaan onderpanden eisen gezien de subsidie onbestaande is. Voor een bank is het gewoonweg onmogelijk om op een veronderstelling van hogere stroombeursprijzen een lening te geven. Toch is het positief dat dit gebeurt zodat overheden begrijpen dat men volluit kan en moet kiezen voor duurzaam en dat dit ook de goedkoopste weg is. De decennia lange subsidie stroom voor fossiele brandstoffen heeft vele honderden miljarden gekost om nog maar niet te spreken van de milieukost (en gezondheid) die nog gaat komen. Kernenergie heeft nog steeds subsidie nodig ook al bestaat zij al meer dan vijftig jaar.

We mogen blij zijn dat bedrijven als ENBW in Duitsland hun nek uitsteken en dit grote risico nemen alleen is het af te wachten of men niet te snel conclusies gaat nemen aan dergelijke stunten. Als overheden nu te snel hun beleid weer gaan aanpassen dreigen we de groei wel eens te laten stoppen in plaats van te versnellen. Wind en zon kunnen op termijn wellicht leven van de stroombeursprijs (als deze boven de 70 euro per MWh gaat), maar dan niet zonder korte en lange termijn opslag.

De overheden dienen te begrijpen dat zonder nieuwe infrastructuur, zoals we ook na de oorlog hebben uitgebouwd voor bijvoorbeeld onze havens en wegeninfrastructuur, de duurzame uitbouw voor een deel een dode letter zal blijven. De uitstoot van CO2 is bij wijze van spreken nog geen ton gedaald en dat bewijst dat er nog bouwblokken ontbreken, maar ook een grote gedragsverandering van iedereen zal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de komende generaties ook nog in normale omstandigheden kunnen leven.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...