Waarom bestaande gascentrales nu subsidiëren een slecht idee is.

Dat de energiesector voor fundamentele wijzigingen staat is bij velen al gekend, maar nog steeds ontbreekt iedere uitgewerkte en gekozen visie voor de toekomst. Men blijft hangen in datgene wat we kennen en wat al decennia beschikbaar is.

Deze week werd wederom melding gemaakt dat België op een tekort afstevent in de toekomst qua elektriciteitsbevoorrading en dat de oplossingen niet eenvoudig en snel kunnen uitgevoerd worden.

Concreet is men al enige jaren in Europa en ook in België tijdelijke oplossingen aan het invoeren om bestaande gascentrales toch maar beschikbaar te houden als reserve en om in de toekomst voldoende noodcapaciteit te hebben. De zogenaamde capaciteitsvergoeding die reeds vorig jaar in België werd ingevoerd zorgde ervoor dat gascentrales tijdelijk langer werden opengehouden.

Het probleem met dergelijke financiële ondersteuning is dat als je ermee ophoudt de eigenaars bijna onmiddellijk hun rekening zullen maken en de centrales alsnog definitief zullen sluiten.

Erger is nog dat zowat iedere subsidie van bestaande centrales direct marktverstorend gaat werken gezien je zo de prijs artificieel gaat drukken of in ieder geval het status quo in stand gaat houden. De beslissing om Doel 1 en 2 langer open te houden begin december 2015 zorgde zowat direct voor een verdere prijsdaling van de stroombeurs met 40% die al te laag stond voor nieuwe investeringen op gang te brengen.

Keer op keer vergeet men dat elektriciteit bestaat uit vele onderdelen en brandstoffen en dat een wijziging aan één deel ervoor kan zorgen dat andere delen van de sector ook aangetast worden. Alles is letterlijk met elkaar verbonden en daarom werken alleen oplossingen waarvan op voorhand gekeken is wat de impact is over de gehele energiewaardeketen.

De illusie dat we onze kerncentrales kunnen sluiten door gascentrales te gaan inzetten als vol continue centrales is gewoonweg niet realistisch vanuit onze CO2 doelstellingen. Nu is gas een veel minder vervuilende fossiele brandstof dan bijvoorbeeld steenkool, maar grootschalige gascentrales stoten nog altijd massaal veel CO2 de lucht in. Zeker als je onze kerncentrales hiermee zou gaan willen vervangen.

Wat ontbreekt is een visie van waaruit echte keuzes gemaakt gaan worden voor toekomst gerichte oplossingen waarvan ook kleinere flexibele gascentrales een deel worden zonder dat zij vol continue gaan werken. Een energievisie die ook rekening houdt met een gezond investeringsklimaat zodat investeerders op lange termijn de nodige miljarden investeringen kunnen gaan doen.

Minstens zo belangrijk als de technologische keuzes is de keuze van welk marktmodel we willen. Het meest efficiënte model is nog steeds het marktmodel waarin producenten en afnemers, lees leveranciers, elkaar op de beurs ontmoeten en zo zorgen dat er een gezonde markt is waarin investeringen mogelijk blijven en dus onze energie bevoorradingszekerheid gegarandeerd blijft.

Dat het huidige marktmodel niet meer of nooit heeft gewerkt komt voor een deel voort uit het feit dat we vertrokken zijn bij de liberalisering met een situatie die verre van optimaal was. Tot op vandaag heerst er een gevoel dat het status quo het best bereikbaar is en de beslissing om de twee kleinste kerncentrales langer open te houden bevestigen dit ook. De introductie van tijdelijke subsidiemechanismen voor bestaande gascentrales zijn een verdere bevestiging van het gevoel dat overheerst dat we beslissingen kunnen blijven uitstellen.

En toch is het twaalf uur, niet alleen omdat Nasa deze week nog eens de alarmbel luidde door het ene warmterecord na het andere aan te kondigen, maar ook omdat onze sector het verdient als één van de belangrijke motoren van onze economie en welvaart om toekomstgericht te investeren op basis van een breed gedragen energievisie.

Dat onze industrie hier een belangrijke partner in is zal niemand betwijfelen, maar ook zij begrijpen dat iedereen maatschappelijk zijn steentje dient bij te dragen voor de generaties die na ons komen.

Een goede energievisie kan zorgen voor een grotere groei van onze economie en verdient zich als dusdanig volledig zelf terug met zelfs nog een surplus voor onze handelsbalans vermits we zo veel minder fossiele brandstoffen gaan moeten importeren. Hopelijk zal zowel de federale als regionale regeringen na de vakantie eindelijk werk maken van een dergelijke visie zodat we inderdaad in de nabije toekomst dit soort vragen niet meer hoeven te stellen.

Wie zijn de winnaars van duurzame energie?

Dit weekend stond er een positief bericht over een groot internationaal baggerbedrijf Deme dat ze betrokken worden bij de bouw van een Duits windmolenpark op zee. Dat de media hierover positief bericht vinden wij normaal. En dat is het ook.

Dit geldt trouwens voor vele andere bedrijven die als leverancier actief zijn in de energiemarkt. Of het nu in het verleden de zonnepanelen fabrikanten waren, de installatiebedrijven van biogas- en biomassa centrales, allen werden steeds positief onthaald en beschouwd als een resultaat van de succesvolle uitbouw van de duurzame energiesector.

Het doet me een beetje denken aan de goudkoorts in de 19de eeuw in bijvoorbeeld Californië, waar velen geroepen waren om te gaan graven naar de aders van goud. Ook toen waren er vele winnaars want er was een hele infrastructuur nodig om de vele tienduizenden goudzoekers van het nodige materiaal te voorzien. Hele steden met faciliteiten werden snel uit de grond gestampt om het vele goud te verwerken en vooral snel op te maken aan spel en andere vertier.

Nu zijn de parallellen zeker niet allemaal dezelfde met de huidige duurzame energie sector, maar er zijn toch ook gelijkenissen. Neem nu het succes van zonnepanelen in Vlaanderen waar een paar jaar geleden duizenden nieuwe bedrijven als paddenstoelen uit de grond schoten om daarna wanneer het goud op was even snel weer te verdwijnen in het failliet. Dat de massieve groei van het aantal zonnepanelen gestoeld was op een subsidiesysteem zonder plafond betekende werkelijk een herhaling van het Amerikaanse “the sky is the limit”.

De paradox is dat het vooral de overheid was die deze tsunami had waargemaakt ondanks de waarschuwingen dat het inbouwen van een plafond(aantal MW per jaar dat er aan zon gebouwd zou mogen worden) wellicht de groei beter zou doen spreiden.

Bij het compleet stilvallen van de aangroei van zonnepanelen installaties en het verdwijnen van vele duizenden jobs in deze nog nieuwe sector ontstonden er gelukkig wel positieve bij effecten. De prijs van zonnepanelen is zoveel gedaald dat in andere landen zoals Nederland burgers nu beslissen om te investeren zonder enige vorm van subsidie (of toch zeer weinig). Deze veel gezondere basis om op basis van marktmechanisme te groeien heeft de rest van de sector ook nodig.

De overheid dient een stabiel kader te bouwen waarin je binnen een vrije markt kunt acteren met voldoende stabilisatoren zodat investeringen betrouwbaar zijn. Met de ineenstorting van de stroombeurzen in Noord-West Europa is dat vandaag niet meer het geval en zelfs vele nieuwe duurzame projecten in wind, zon en biogas/massa werken met verlies of verminderd rendement.

De hoge schuldgraad van dit soort projecten, mede mogelijk door de subsidie, zorgt vandaag bij vele projecten voor te veel druk op korte termijn want de afgesloten leningen zorgen er vaak voor dat bedrijven de eerste tien tot vijftien jaar te weinig overhouden om bij tegenslag voldoende reserves te hebben. De lage elektriciteitsprijs die nu al een tijd aanhouden zullen nieuwe oplossingen nodig maken om de groei op gang te houden, maar ook in stand te houden wat er al is.

Vooruitkijkend naar het najaar zullen er nieuwe initiatieven vanuit de overheid komen om de duurzame motor op gang te houden of in het geval van Vlaanderen terug op gang te brengen. Dit zal niet kunnen met simpele “quick fixes”. Maar fundamentele wijzigingen vereisen aan zowel de subsidie systemen als aan het marktmodel zelf.

Op zich zijn overheidsinterventies in de economie vaak gestoeld op het nobele idee dat de economie aangezwengeld moet worden en ook onze sector zit in zo’n New Deal fase. Werkgelegenheid ontstaat zonder twijfel, of het nu bij baggerbedrijven is die een graantje willen meepikken op de groei van windmolens, of de financiële sector die leningen ter beschikking stelt om deze investeringen mogelijk te maken. Alleen kan de overheid niet continue ingrijpen zonder de marktwerking ingrijpend te veranderen en het risico te lopen dat ze nooit meer kan vertrekken.

De teloorgang van vele voormalige energiegiganten zoals RWE en Eon kan voor een deel aan hen zelf te wijten zijn door te lang hun oude productieparken te blijven uitmelken, maar er van uitgaan dat hun plaats gemakkelijk zal worden ingenomen door vele kleine nieuwe spelers is te simpel. Decentrale productie heeft zeker een deel van de toekomst, maar de energiehonger van de mens en vooral zijn industrie is zo groot en stijgend dat andere oplossingen ook nodig blijven. Zeker totdat we oplossingen hebben om de grote hoeveelheden groene stroom, die nu verloren gaan, kunnen opgeslagen en gebruikt worden wanneer nodig.

Heeft kernenergie in Engeland en daarbuiten nog een toekomst nu Hinkley Point onzeker is?

De nieuwe Britse regering heeft haar tanden laten zien en de raad van bestuur van EDF zal het geweten hebben. De goedkeuring van de raad van bestuur van EDF was net gegeven of enkele dagen later besliste de nieuwe premier van Engeland dat ze pas in het najaar zal beslissen of ze definitief groen licht gaat geven aan de bouw van de nieuwe kernreactoren.

Dat deze nieuwe centrales in de toekomst op zich al goed gaan zijn voor 7% van de elektriciteitsvoorziening betekent dat welke beslissing dan ook de ontbrekende capaciteit vervangen zal moeten worden door andere basislast productie. In de Financial Times van vorig weekend werd uitvoerig melding gemaakt van de impact van een mogelijk uitstel of afzeggen van de bouw.

Nu viel mij wel op dat de statistieken die gebruikt werden afkomstig waren van EDF zelf en dat lijkt me niet de juiste bron gezien ze betrokken partij zijn als investeerder in de nieuwe kernreactoren in Engeland. Met grafieken kun je de zaak sturen en de voorstelling alsof de subsidie kost voor wind op land en zon vergelijkbaar zou zijn met kernenergie is behoorlijk bij de haren getrokken. Wind op zee wordt zelfs voorgesteld als veel duurder per MWh en dat kan dan voor de eerste vijftien jaar wel waar zijn, maar zeggen dat deze kost 150 euro per MWh is klopt niet meer met de toekomst.

Dong energy,die recent een veiling heeft gewonnen om een windmolenpark op zee in Nederland te bouwen, bewijst dat onder de juiste omstandigheden zelfs offshore wind onder de 80 euro per MWh kan werken. Nu probeer ik hier zeker geen voorkeur voor wind op zee uit te spreken want die heb ik helemaal niet. Er zijn gewoon ook serieuze nadelen aan windmolens op zee (duurder, onderhoud lastig, lange termijn werking, etc.). Wellicht vergeet EDF in zijn vergelijking dat Hinkley Point wel 35 jaar subsidie krijgt en dat zon en wind na 15 tot 20 jaar maximum geen subsidie meer nodig hebben. Voor zon geldt zelfs dat op relatief korte termijn er helemaal geen subsidie meer zal nodig zijn op voorwaarde dat deze lokaal geproduceerde elektriciteit beter wordt benut dan nu.

Een andere grafiek geeft aan wat de investeringskost is voor kernenergie, wind op land en zee en zon, ook hier kan men zich grote vragen bij stellen als men kijkt maar de overschrijding van de investeringen in Finland en Frankrijk. Nu worden de centrales daar veel duurder, maar vergeet men ook de verloren jaren in rekening te brengen vermits deze centrales 8 tot 12 jaar te laat worden opgeleverd.

Als ik mij niet vergis kost de centrale in Finland vlot meer dan 12 miljoen euro per MW, meer als het dubbele dan oorspronkelijk gepland, op dit ogenblik zonder dat we de verliezen in rekening brengen van de jaren vertraging. Voor Frankrijk, waar men ook nieuwe kernreactoren bouwt, begint zich stilaan een zelfde plaatje af te tekenen en we zijn nog niet eens operationeel. Ook voor de nieuwe kerncentrale in Engeland geldt dat extra kosten nog kunnen worden doorgerekend tijdens de bouwfase.

De 5,6 miljoen euro per MW die EDF dus naar voren schuift als de investeringskost lijkt zeer optimistisch. Ook hier wil ik geen voorkeur of afkeur uitspreken voor kernenergie, maar het is goed om maatschappelijk akkoord te zijn dat kernenergie nuttig kan zijn tegen welke kost dan ook, zijnde de investering, om onze zware industrie te blijven subsidiëren met goedkope en betrouwbare energie. Met goedkoop bedoel ik dus dat het de bevolking is die de investeringskost zal dragen en niet de afnemers zijnde de industrie Dat deze kost nog vele malen hoger is dan de zogenaamde over subsidiering van onze zonnepanelen dient op voorhand voor iedereen duidelijk gemaakt te worden in welk land dan ook dat kernenergie in zijn energiemix wil hebben.

Komkommertijd

We zijn weer aanbeland in zowat de rustigste periode van het jaar en vele miljoenen gaan richting nieuwe bestemmingen om zich te ontspannen. Het zogenaamde zwarte weekend wordt met volle teugen tot zich genomen en de vele duizenden kilometers file in West-Europa zijn hopelijk snel voorbij.

Nu kan schijn soms bedriegen want in sommige bedrijven wordt al gewerkt aan de voorbereiding van de budgetten voor de komende jaren en staan nieuwe investeringen op stapel, ook zo bij ons. Bij NPG energy hebben we naast de onfortuinlijke brand bij de biogascentrale in Bocholt, waar de drooginstallatie vervangen wordt, ook nog nieuwe investeringen op stapel om de werking en veiligheid van de biogascentrales nog te verbeteren.

Ook zien we in Nederland duidelijke tekenen dat de overheid een prioriteit maakt van de ontwikkeling van duurzame energie en heeft NPG energy ook vele nieuwe projecten in ontwikkeling in zon en wind. In België zijn er nog wel windprojecten in ontwikkeling, maar merk je toch een duidelijke afkoeling van de groei van duurzame energie. Zelfs de windmolenparken op zee beleven turbulente tijden gezien de overheid met interesse kijkt naar het Nederlandse succes van de recente veiling daar.

Nochtans zijn de uitdagingen voor België nog veel groter als in Nederland, ten eerste dienen we zowat onze hele elektriciteitsproductie te vervangen het komende decennia, ten tweede moeten wij het doel om 36% minder CO2 te produceren tegen 2030 halen, ten derde dienen we een investeringsklimaat te creëren dat aantrekkelijk genoeg is om de eerste twee onderwerpen mogelijk te maken.

Als onze Nederlandse buren dit jaar 9 miljard euro investeren in duurzame energie en volgend jaar zou er sprake zijn van 11 miljard euro dan werkt dit ook concurrerend voor België. Investeerders zoeken nu eenmaal die landen op die een duidelijke visie hebben en investeringsplan om zo de meeste stabiliteit te krijgen. Ook Vlaanderen dient te beseffen dat de duurzame motor voor wind en zon op gang te houden en zelfs te versnellen met Noorderburen die veel ambitieuzer zijn, niet evident zal zijn.

De oefening die men in oktober in Vlaanderen wilt beginnen om een duidelijke energievisie te ontwikkelen zal vooral een groot hoofdstuk dienen te hebben hoe het investeringsklimaat te verbeteren om überhaupt enigszins te kunnen concurreren met onze noorderburen. Aan de andere kant is het ook wijs om in overleg te gaan met Nederland, maar dat dient te gebeuren op het federale niveau aangevuld met de regio’s.

Wellicht kunnen we de investeringen in Vlaanderen mee laten versnellen onder de impuls van de veel grotere middelen in Nederland. Uit de woorden van dhr. Tommelein kunnen we opmaken dat er in Vlaanderen zo goed als geen middelen zijn om een lange termijn strategie uit te werken die vele miljarden euro’s naar onze regio gaan laten vloeien en niet naar bijvoorbeeld onze noorderburen.

Vooral de ambitie om nog eens meer dan 1 GW PV panelen in Vlaanderen te installeren tegen 2020 lijkt me heel moeilijk bereikbaar als men in Nederland op hetzelfde moment een veelvoud wilt bereiken en er veel meer middelen voor vrijmaakt. De achterstand die Nederland heeft zal tegen 2020-2023 omgebogen zijn in een duidelijke voorsprong op zowel het vlak van wind als zon.

Er blijven echter nog genoeg raakvlakken waar wij nauw aan kunnen samenwerken, grootschalige opslag is er één van. De vele duizenden Megawatten die er nog gaan bijkomen op zee dienen veel efficiënter gebruikt te worden dan nu het geval is. Opslag via waterstof lijkt me de meest aangewezen gezien de grote kennis en netwerk die aanwezig is in de Benelux. Ook voor de verduurzaming van de transportsector zal het uitbouwen van onder andere waterstof en CNG tankstations samenwerking een efficiënter uitkomst brengen.

Dat zijn zaken die in eender welke visie mee dienen te worden uitgewerkt. De signalen die ik hoor dat ze in Vlaanderen ook aan het werken zijn aan hun eigen versie van de crisis en herstelwet naar Nederlands voorbeeld zijn zeker een stap in de goede richting.

Vorige week kreeg ik van een journalist de vraag hoe de kansen liggen om nog een uitgewerkt energiepact te gaan krijgen (federaal met een geïntegreerd deel van de regio’s) voordat de verkiezingskoorts weer begint toe te slaan. Het dient voor iedereen duidelijk te zijn dat als we er niet aan beginnen na de zomer een dergelijk plan niet meer voor deze regering(en) zal zijn. De wapenfeiten van de ministers van energie ogen eerder mager tot zeer mager tot nu toe en dit wordt zelfs bevestigd door meerderheidspartijen zoals de CD&V die vorige week nog openlijk terechte kritiek uitte aan het adres van minister Marghem door het gebrek aan vooruitgang in dit dossier.

Toevallige ontmoeting en CO2 2030 doel tonen beperkte ambitie

Afgelopen dinsdag had ik het genoegen om aanwezig te zijn bij de eerste btb opening van een batterij opslag systeem bij Interoffice in Tongeren. Dit bedrijf had ook al een aantal jaren geleden geïnvesteerd in zonnepanelen en wilt met deze nieuwe investering nog meer zelf uit zijn eigen productie halen.

Deze nobele doelstelling toont aan dat er interesse is vanuit de ondernemingen, maar gezien het de eerste is ook hoe pril deze markt nog is. De zogenaamde “early adaptors” dienen zich wellicht nu aan en wellicht kan de bevoegde minister hier ook een steentje aan bijdragen.

Minister Tommelein die in de Vlaamse regering onder andere bevoegd is voor energie (naast begroting) was ook aanwezig en dat mag toch positief genoemd worden gezien de relatief kleine omvang van dit project. Wellicht hebben de leveranciers er vooral mede voor gezorgd dat hij aanwezig was, maar wat de reden ook was, het toont aan dat hij hier interesse in heeft.

Tijdens zijn speech merkte ik wel nog een enigszins beperkte kijk op onze sector, maar dat hij enthousiast is mag een voordeel heten en zijn doelen voor zon en wind mogen er zijn. Alleen zoals ik wellicht al eerder heb gezegd zullen deze doelen niet gehaald worden zonder extra ondersteunende regelgeving en hier wringt toch wel behoorlijk het spreekwoordelijke schoentje.

Dacht nu hij hier toch is spreek ik hem even aan gezien ik het laatste jaar ook een aantal van zijn Belgische collega’s had gesproken en zo nam hij even tijd voor mij wat ook vriendelijk was. Al snel wees ik hem op de andere duurzame ontwikkelingen in bijvoorbeeld biogas en hier keek hij enigszins verrast op. Hij dacht dat dit een federale bevoegdheid was, maar ging dit bespreken met zijn kabinet gezien biogas toch een belangrijke pijler is vandaag voor de huidige gerealiseerde groene stroom productie in Vlaanderen.

Denk dat binnen zijn kabinet er nog veel werk is om de accenten zo te leggen dat er een gebalanceerde aandacht komt voor het totaal en niet alleen op wind en zon. In het najaar, zo bevestigde hij, zou het Vlaamse energiepact van staart gaan en hij ging ook nog eens een lans breken bij zijn federale collega Mevrouw Marghem om toch in actie te schieten met een federale pact zodat er een draagvlak komt op alle niveaus.

Belangrijker deze week was de bekendmaking van de CO2 doelstellingen voor 2030 voor alle Europese landen. Weinig verrassend waren de reacties en zoals steeds begint men met een rondje klagen. De uitzondering trouwens was Vlaanderen waar minister Schauvliege wel positief reageerde. Het zo snel negatief reageren door diverse actoren wijst op een instelling dat welk doel ook er één te veel is. Men wilt het liefst zo weinig mogelijk doen. Wellicht beseft men dat er een prijskaartje zal komen per CO2 ton dat eindelijk naar een niveau gaat dat realistisch is en vooral de maatschappij er toe zal aanzetten om nu eindelijk de uitstoot te reduceren.

België moet met zijn 36% reductie tegen 2030 een behoorlijke inspanning leveren, maar toch kan men zeggen dat dit eerder het minimum is en het ambitie niveau eigenlijk hoger zou moeten zijn. De 36% moet als een minimum gezien worden en men zou minstens 10% hoger moeten mikken gezien doelstellingen behalen niet eenvoudig is en men beter wat hoger kan mikken.

Dat dergelijke inspanningen een impact gaan hebben op iedereen zou wel duidelijk moeten zijn en hij zal ook echt voelbaar worden. Men kan zelfs zeggen dat onze manier van leven anders dient te worden om dit mogelijk te maken en een wereld achter te laten voor de volgende generaties die leefbaar zijn. Er zijn trouwens ook positieve kanten aan dit verhaal want er zullen vele nieuwe investeringen nodig zijn en daar zal de economie wel bij varen. Het probleem is dat dit niet noodzakelijk goed zal zijn voor de gevestigde waarden (lees de huidige grote bedrijven) die hun verdienmodel nog vaak halen uit enerzijds het gebruik van fossiele brandstoffen of anderzijds zoveel te produceren en consumeren ongeacht de impact op mens, dier en milieu.

Deze partijen zullen al hun macht aanwenden en de politiek zal dapper moeten zijn om hier aan te weerstaan en tegelijkertijd ook alle landen dienen mee te krijgen zonder uitzonderingen. Er is dus veel werk aan de winkel en dat is goed nieuws voor ons allen.

Dong wint openbare bieding windmolenpark Borssele

De golven zinderen nog steeds in het wereldje van offshore windmolenparken met de winst van Dong energy in Borssele en dan vooral de manier waarop. Met vele lengtes voorsprong hebben ze de openbare aanbesteding van de Nederlandse overheid gewonnen die een concessie weggaf om een groot windmolenpark in zee te bouwen bij de Nederlandse kust.

De procedure om voor de laagst biedende te gaan luidt een nieuw era in en zal door vele landen gevolgd worden. Het is niet alleen de lage prijs die moet bekeken worden en die op dit ogenblik alle aandacht trekt (74 euro per MWh all-in), maar meer nog de weg die ernaar geleid heeft. Nederland heeft vele jaren geworsteld met zijn beleid voor windmolens op zee, maar nu lijkt het de juiste weg gekozen te hebben.

Door alle ontwikkelingsrisico’s bij de overheid te houden en de aanbieders dus puur op prijs te laten concurreren, lijkt de eerste slag gewonnen. Alleen zijn degenen die victorie kraaien en denken dat we vanaf nu alle windmolenparken op zee aan dergelijke prijzen gaan bouwen eraan voor de moeite want we moeten nog even afwachten. Wordt de maatschappelijke kost ook zichtbaar gemaakt?

Wat is het deel van de kosten dat de overheid voor zijn rekening neemt? De risico’s van de ondergrond in de zee, vervuiling en de aansluiting van het park zijn maar enkelen van de grote onbekenden of toch in ieder geval vandaag nog niet vast. De kostprijs van dergelijke zaken kan oplopen en is anders voor ieder park.

Dat de Belgische overheid nu een stuk meer betaalt per MWh moet niet afgedaan worden als slecht onderhandelen want dat is veel te simplistisch. Ten eerste is er de wet van de remmende voorsprong, België is al vele jaren geleden begonnen met concessies te geven waardoor we vandaag zelfs voorstaan op onze Nederlandse vrienden. Als vroege leerling betaal je nu eenmaal leergeld. Ten tweede liggen de ontwikkelingsrisico’s sinds jaar en dag zowat helemaal bij de bedrijven zelf en als je kijkt naar het eerste park C-power dan zijn deze kosten zeer groot geweest. Het eerste park ontwikkelen en bouwen heeft meer dan tien jaar gekost.

Dat neemt niet weg dat de overheid dient te leren uit de succesvolle procedure van onze Nederlandse vrienden en niet alleen voor op zee. In mijn vorige stuk heb ik ook de problemen op land aangehaald die ervoor zorgen dat de ontwikkelingskosten hoog zijn en de concessie vergoedingen ontploft zijn. Ook op land zijn er besparingen in wind mogelijk, maar dan dienen onze verschillende overheden hier regelgeving voor te schrijven, net zoals onze Nederlandse buren voor hun offshore wind strategie hebben gedaan.

De Nederlandse overheid is zelf ook positief geschrokken van het succes, maar dat toeval hebben ze uiteindelijk wel zelf afgedwongen. Of mijn Deense vrienden bij Dong goed gerekend hebben lijkt de logica zelve gezien zij al jaar en dag zowat de grootste windmolen ontwikkelaar op zee zijn. Hun procedures om te bouwen op zee zijn gestoeld op veel praktische ervaring en hun toen vooruitstrevend contract met Siemens om windmolens in serie te bestellen was ook al vooruitstrevend.

Dong energy heeft al sinds vijf jaar volledig gekozen voor duurzame energie en hun bedrijf hiervoor volledig omgegooid. Oorspronkelijk kwam Dong uit de ontwikkeling van olie en gasvelden om dan ook kolencentrales te gaan uitbaten. Als bedrijf kunnen ze gerust als voorbeeld dienen dat een staatsonderneming toch een 180 graden kon doen.

Ondertussen viel onze sector even in het niet bij zoveel leed in Nice door een lokale gek en een dag later gevolgd met de zogenaamde coup tegen Erdogan in Turkije. Toevallig was hij niet in het land en komt hij als grote overwinnaar uit de bus. Dit soort doelstellingen heiligt niet de middelen met als tol honderden slachtoffers en nog vele duizenden te komen tijdens de zuiveringen om zijn politieke tegenstanders monddood te maken en zo te proberen de grondwet te wijzigen (heeft daarvoor een twee derde meerderheid nodig) om toch maar meer macht te krijgen. Zolang het westen het niet durft om zijn moraal kompas hoog genoeg te houden zullen dit soort individuen zich gesterkt voelen in hun ongeoorloofde daden.

Vlaanderen promoot meer wind en zon

De Vlaamse regering heeft vorige week wederom een stap genomen in het streven om onze doelstellingen te behalen tegen 2020 (o.a. 10,3% duurzame energie) door concrete doelstellingen te zetten voor wind en zon.

Met onder andere 280 nieuwe windmolens en 6,4 miljoen zonnepanelen wenst men zijn doelstellingen te bereiken en wilt men ook nog een aantal obstakels wegwerken om dit mogelijk te maken.

Wat zijn deze obstakels en zal er aan alles gedacht worden of is dit ook een beetje een vlucht voorwaarts? Vergeet men niet de andere delen die evenveel belang hebben in de oplossing? En wat met de andere technologieën die al in de markt zijn en moeilijkheden ondervinden door ander overheidsinterventies?

Er zijn vandaag veel obstakels voor windmolen ontwikkelaars en investeerders om snel genoeg te gaan, één van de grote obstakels zijn de vele procedures die men ondergaat in het verkrijgen van de vergunning en de bezwaren die erop volgen. Als men deze niet gaat aanpakken dan kan ik nu al voorspellen dat de doelstellingen geen enkele kans maken.

Men zou de ganse procedure van aanvraag tot definitieve toekenning dienen te beperken tot maximum 12 maanden. De introductie van een dergelijk wet/regelgeving is absoluut noodzakelijk en de vraag is nog maar of Vlaanderen alleen daar de machtsmiddelen voor heeft. Naar Nederlands voorbeeld van de crisis- en herstelwet (in het leven geroepen in het recente verleden om vanuit een economische crisis de economie te helpen sneller infrastructuur projecten te realiseren) dient Vlaanderen en eigenlijk ook België (inclusief de andere regio’s) dit onverwijld te introduceren.

Ze kunnen hiervoor buigen op de ervaring van de Nederlandse buren en voor een deel dus een kopij maken van deze wet en zelfs nog het voordeel hebben om te leren van de zwakheden van deze wet.

Een ander groot probleem is het feit dat enkele ontwikkelaars op een agressieve manier zowat heel Vlaanderen in optie hebben genomen waardoor vele projecten elkaar in de weg zitten door binnen eenzelfde zone allemaal een eigen stuk/windmolen te willen ontwikkelen. Dit zelf heb ik ook al meegemaakt daar wij bijvoorbeeld een windmolen wensen te zetten op een site waar ook een biogascentrale van NPG staat en zo de duurzame energie op een efficiëntere wijze kan functioneren.

Dit is zeer moeilijk geworden om dat sinds jaren ontwikkelaars opties hadden afgesloten met lokale eigenaren en deze mensen overeenkomsten hebben laten tekenen waaraan ze geketend zitten voor vele jaren.

De overheid dient hier specifieke regelgeving voor te schrijven dat geen enkele optie langer dan drie jaar kan dienen en ook een Vlaamse adviesraad met bevoegdheden in het leven roepen om te bemiddelen wanneer ontwikkelaars er onderling niet uitkomen. Indien nodig moeten zij zelf de richting kunnen aangeven om het zo mogelijk te maken dat windmolenparken toch gebouwd kunnen worden.

Verder dient de overheid te kijken naar de escalatie van de grondprijzen voor het plaatsen van windmolens, deze staan in geen enkele normale verhouding meer en dit zou geplafonneerd moeten worden. Dit is belangrijk om de subsidie voor wind steeds competitiever te maken en de risico’s voor investeerders te doen afnamen. Voor 400 m² tot 2000m2 wordt gemakkelijk 30000 euro per jaar betaald voor gronden die normaal aan 1000-1500 euro per hectare worden verpacht.

Meer dan 5000 euro per jaar is zeker niet nodig en verder dient de overheid ook grondeigenaren te bewegen om hun grond ter beschikking te stellen door bijvoorbeeld een belastingvoordeel te geven op deze inkomsten. Mocht dit niet voldoende zijn dient de overheid een verplichting in het leven te roepen gezien de schaarste van gronden en gebieden waar windmolenparken kunnen komen. Het verduurzamen is er voor iedereen met al zijn voordelen, maar ook zijn verplichtingen.

Ondertussen lijkt de uitgesproken doelstelling ook voor een deel een vlucht voorwaarts want de les in Duitsland is indachtig waar men al reusachtige uitdagingen heeft om de huidige wind en zonne-energie in goede banen te leiden en er constant opgewekte duurzame energie verloren gaat zonder dat deze lokaal gebruikt wordt zijn oplossingen nodig voor grootschalige opslag en reservecapaciteit.

Dat grote gascentrales massaal sluiten is op zich een feit wegens niet competitief en flexibel genoeg, maar het achterwege blijven van kleinere massaal uitgerolde kleinere gascentrales in combinatie met warmtebenutting is wel zorgwekkend.

Het woord is er nu, maar waar blijft de daad, een klein voorbeeld, de Vlaamse overheid zou graag tegen 2020 minstens 20 waterstoftankstations hebben, maar enige ondersteuning lijkt moeilijk en het venijn zit hem nu eenmaal in de laatste paar percenten. Ook geen woord over het uitbouwen van meer groen gas in Vlaanderen en al helemaal geen ideeën over het beter benutten van de digistaat stromen.

Maar we dienen het signaal van de nieuwe Vlaamse minister van energie en de ganse Vlaamse regering als positief te zien op voorwaarde dat men nu ook bereid is om ieder detail uit te werken zodat de doelstellingen daadwerkelijk mogelijk worden.

Meer sluitingen van gascentrales

De weinig verrassende aankondiging vorige week dat EDF Luminus vier gascentrales gaat sluiten in België, verbaasde niemand. Dat deze centrales al weinig werkten de laatste jaren zal niet geholpen hebben en de rekening is dan snel gemaakt. Zeker sinds de beslissing van het langer openhouden van de kerncentrales Doel 1 en 2 is de groothandelsprijs voor elektriciteit naar een niveau gedaald van 25-30€ wat vergelijkbaar is in de landen Duitsland, Nederland en Frankrijk.

Niet toevallig allemaal buurlanden gezien deze markten (lees: de stroombeurzen) gekoppeld zijn aan elkaar. Dat alleen nog kern- en kolencentrales continue kunnen produceren heeft te maken met hun (momenteel) lage werkingskost. De redenen zijn in vorige blogs al aangegeven en de situatie is nog steeds hetzelfde. Kolen zijn zeer goedkoop geworden als grondstof door het Amerikaanse schaliegas en dat zal niet direct gaan veranderen.

Dat kolencentrales het klimaat in snel tempo mee om zeep helpen is voor vele beleidsmakers blijkbaar geen probleem dat men dringend moet aanpakken. Zelfs in Nederland, dat qua duurzame doelstellingen helemaal achteraan het peloton bengelt, gaat men nog vele jaren door moeten gaan met kolencentrales. Vooral omdat men in de jaren 2000 nog toestemming had gegeven voor nieuwe kolencentrales.

De eigenaren van deze centrales zoals Engie/Electrabel en RWE/Essent proberen zich dezer dagen een groen imago aan te meten maar het bezit van kolencentrales zal niemand kunnen misleiden. Je kan niet enerzijds investeren in windmolens en zonneparken en anderzijds in kolencentrales. Het is af te wachten of Nederland na de volgende verkiezingen de sluiting van alle kolencentrales niet weer in het parlement gaat brengen.

Voor het land zijn dit regelrechte zogenaamde “quick wins” in het terugdringen van de CO2/NOX uitstoot en het staat wat mij betreft dan ook in de sterren geschreven dat ze allemaal binnen de tien jaar gaan sluiten.

Hetzelfde geldt trouwens voor alle andere fossiele brandstoffen die hun beste tijd hebben gehad en waar landen als Noorwegen het voortouw nemen door te stellen dat tegen 2025 er geen fossiele aangedreven wagens meer in het land mogen rijden. Nu is Noorwegen wel hypocriet (zoals de bedrijven hierboven) door enerzijds fossiele brandstoffen te bannen in eigen land maar anderzijds wel vrolijk de rest van de wereld te beleveren met hun eigen fossiele bronnen.

Als Noorwegen echt serieus wilt dat fossiele brandstoffen de wereld uitgaan, dan dient ze ook haar bronnen te sluiten. De publieke opinie in Noorwegen gaat hopelijk ook die kant op.

In eigen land werd de sluiting van vier gascentrales van EDF nu niet bepaald met ontzetting onthaald, eerder met een bepaalde gelatenheid gezien de zeer lauwe reacties uit het politieke landschap (lees: nihil). Nochtans is niet het normaal dat één van de centrales, een WKK in Gent, nog geen twee jaar na de opening wordt gesloten.

Nu zal hier wel een stuk tactiek bij zitten van EDF om de federale regering onder druk te zetten om met steun over de brug te komen maar hier moet ze niet aan toegeven. Zelfs al is de overheid mede schuldig aan de huidige malaise op de stroombeurzen, ook de bedrijven zelf zijn hier mee schuldig aan. Ook EDF is als eigenaar mee schuldig want ze waren ook voorstander om de oude kerncentrales langer open te houden. Toch niet toevallig omdat ze ook rechten hebben op een deel van de productie van de Belgische kerncentrales?

Het geven van tijdelijke steun door middel van de gekende “capacity payments” is weer een overheidsinterventie (lees: subsidie voor de fossiele sector) die wederom marktverstorend gaat werken. Hierdoor wordt de ruimte voor nieuwe, kleinere, flexibele gascentrales kleiner en gaat men voorbij aan het echte probleem.

De overheid zou de echte marktwerking terug moeten herstellen en zich dienen terug te trekken uit hun meestal ongelukkige interventies. Zolang er een marktprijs is en deze als richtlijn gebruikt wordt voor de verkoop van elektriciteit/gas, zolang moet men deze terug dienen te herstellen.

Dat duurzame energie vandaag nog subsidie nodig heeft werkt ook al marktverstorend en wellicht is het voor wind en zon het bekijken waard om alleen nog een investeringsubsidie te geven, op voorwaarde dat de marktprijs dan ook een echte prijs is waar alle kosten zijn in meegenomen (inclusief zaken zoals een echte CO2 kost).

Zolang de huidige markt dermate verstoord wordt door overheidsinterventies gaat elke vorm van productie steeds meer subsidie nodig hebben om te kunnen werken. Hiervoor kan men bewust kiezen om in een 100% gereguleerde markt te gaan werken zodat de overheid de rendementen mee kan controleren en op voorhand vastzetten.

Voor de oudgedienden klinkt dit wellicht vertrouwd want vóór de liberalisering hadden we in België zoiets als het Controle Comité voor Elektriciteit en Gas die op voorhand de prijs voor het jaar erop vastzetten. Een situatie waar we in snel tempo terug naar toegaan zonder dat velen dit beseffen. Want wat is een “capacity payment” anders dan mee gaan bepalen wat de steun hoogte is die nodig is om rendabel te kunnen werken?

Onze totale energiefactuur wordt goedkoper op termijn en vooral groener

De titel staat haaks op de communicatie die vorige week is verschenen op een nieuwe aanpassing in de toekomst van uw elektriciteitsfactuur en dan met name de distributiekost. Zoals steeds wordt iedere communicatie hierover snel overgenomen door de diverse politieke actoren om er schande over te spreken.

Schijn bedriegt soms en ook hier is dit het geval. Het voornemen om tegen 2019 over te gaan naar een vaste vergoeding voor uw netwerkaansluiting bij Eandis of Infrax zal u juist beschermen op termijn van een explosie van uw energiefactuur. De route naar een duurzame energiehuishouding zal tot nader order elektrisch zijn of niet. Het vervangen van onze fossiele brandstoffen zoals diesel, stookolie of aardgas is geen kleine uitdaging en onze Vlaamse regulator Vreg getuigt van een vooruitziende blik door nu al werk te maken van deze transitie.

Wanneer we morgen onze huizen elektrisch verwarmen via bijvoorbeeld warmtepompen, onze auto’s gedeeltelijk laten rijden op elektriciteit, onze eigen opgewekte zon en windenergie willen opslaan in batterijen en waterstof dan zal dit veel vergen van onze netwerken. Door te kiezen voor een vast tarief in plaats van een vergoeding per verbruikte kilowatt uur kiest men voor een toekomstige solidariteit waarin iedereen zijn bijdrage zal blijven leveren aan het algemeen belang van een goed kwaliteitsnet.

De droom van sommigen om op termijn zelf in te staan voor zijn eigen elektriciteit en zo los te koppelen van het elektriciteitsnet staat haaks op de noodzaak van een universele dienstverlening voor energie en dus ook elektriciteit. Het is niet omdat je in staat bent om te investeren in eigen productie van zon of wind en zelf deze zal kunnen opslaan dat je niet meer solidair moet zijn. Bijvoorbeeld met degene die in steden wonen en niet de ruimte of plaats hebben om dit ook te doen.

Het argument dat bij een vaste bijdrage minder gekeken zal worden naar energie efficiëntie is gedeeltelijk juist, maar de lange termijn voordelen zijn veel groter dan dit nadeel. De besparing aan fossiele brandstoffen door onze mobiliteit en verwarming te verduurzamen via elektriciteit is vele malen groter en ook nog noodzakelijk om onze klimaatdoelstellingen te bereiken om onze CO2 uitstoot drastisch te gaan reduceren.

Natuurlijk dient men op voorhand te berekenen of bepaalde groepen niet te veel benadeeld worden en kan men hiervoor compenserende maatregelen nemen om zo het effect te spreiden in de tijd. Men vergeet al snel te vermelden dat de distributiekost het laatste jaar geëxplodeerd is door te werken met een kost per kilowatt uur en deze maakt nu al in sommige gevallen 40 tot 50%(voor mensen die vandaag elektrisch verwarmen kan dit nog meer zijn) van uw factuur uit.

Het blijven hameren op de kost van elektriciteit is een misleiding want men dient op termijn de besparing voor uw fossiele brandstoffen hiervan af te trekken en dan komt men zelfs aan een batig saldo en zeker als men rekening houdt met de toekomstige kost voor CO2. Het is nu dat de route naar minder uitstoot moet vastgelegd worden want anders gaat onze welvaart hiervan de directe impact van ondervinden en vergeten we ook dat we een verplichting hebben naar toekomstige generaties toe.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat wij ten laatste in 2025 alle kerncentrales zullen sluiten zoals voorzien in het regeerakkoord?


View Results

Loading ... Loading ...