Goede voornemens

Nu de storm in Wallonië over Publifin een beetje is gaan liggen is vorige week in Vlaanderen een nieuwe windhoos door het politieke landschap gegaan. De politieke correctheid is bewonderingswaardig en de verontwaardiging op alle “ontdekkingen” weinig verrassend. Op zich is er niks onwettelijk gebeurd alleen bleek dat Vlaanderen min of meer in hetzelfde bedje ziek is als Wallonië.

Ergens logisch want vanuit het verleden waren de structuren van de intercommunales zeer vergelijkbaar en ook in Vlaanderen heeft men nagelaten om dit kluwen te ontrafelen. Het is natuurlijk nooit te laat en de goede ideëen volgen elkaar in snel tempo op. De liberalen pleiten voor burgerparticipatie via een mogelijke beursgang van de netwerkbedrijven en de Vlaamse nationalisten voor het opdoeken van de honderden mandaten van lokale politieke vertegenwoordigers.

Stuk voor stuk goede ideetjes alleen mis ik een echte onderbouwing vanuit de introductie van de juiste corporate governance structuren en vooral een borging van volledige transparantie. Dat men al streeft naar een goede mix van neutrale bestuurders vanuit het bedrijfsleven aangevuld met lokale politieke mandatarissen. Een verhouding van 50/50 zou ervoor zorgen dat de transparantie een stuk verbetert gezien onafhankelijke bestuurders geen rekening hoeven te houden met achterliggende gevoeligheden.

Als men echt werk wil maken van het moderniseren van de structuren van de netwerkbedrijven dan moet men in het parlement de bevoegde minister vragen om met een onderbouwd plan te komen binnen de drie maanden. Er zijn voldoende voorbeelden vanuit het buitenland waar veel eenvoudigere en vooral kleinere structuren bestaan.

Als men naar de hele heisa kijkt dan is het enige nuttige dat men hopelijk effectief iets gaat doen aan deze oubollige structuren. Dat men echter stopt met mensen aan de schandpaal te nagelen want in Vlaanderen is daar weinig reden toe. Hoogstens de voorzitter van ons federale parlement dhr. Bracke zou zich moeten schamen. Als hoogste ambt dien je het verstand te hebben om je boven het gewoel te zetten en zijn interventie in het schepencollege in Gent was dan ook misplaatst. Hij hoopte wellicht op de mogelijkheid om zich kandidaat te stellen als burgemeester van Gent maar dat kan hij wel definitief opbergen.

Belangrijker nieuws komt zoals vaak uit het buitenland waar Toshiba in zwaar weer zit door de zoveelste bouwnachtmerrie van kerncentrales. Deze keer is het prijs in de Verenigde Staten waar drie nieuwe kerncentrales alweer drie jaar achterlopen op oplevering en het budget reeds met een acht miljard dollar is overschreden. Dat we dezelfde ervaringen zien in Frankrijk en Finland is geen toeval een bewijst dat we de kunst om kerncentrales te bouwen aan het verleren zijn. Nu moet wel gezegd worden dat de huidige kerncentrales nieuw zijn in hun ontwerp en de eerste bouwervaringen altijd meer kosten alleen zien we geen beterschap.

Net zoals voor de Egyptenaren, Grieken of Romeinen kan men zich de vraag stellen of verworven kennis niet kan verdwijnen. Is dit de reden waarom we steeds minder kennis in huis hebben voor de bouw van nieuwe kerncentrales of is het gewoon het nieuwe design dat parten speelt? Wat de reden ook is men kan het zorgelijk noemen. Men kan en mag zeker tegen kerncentrales zijn maar in de huidige mix van productie speelt kernenergie nog altijd een rol, ook in de toekomstige.

De illusie om alle huidige kern- en kolencentrales te vervangen door gascentrales en dit dan een transitiebrandstof te noemen is gewoon een leugen en is gewoon nog meer van hetzelfde. Natuurlijk speelt aardgas een heel belangrijke rol als transitiebrandstof naar een CO vrije energiehuishouding maar vooral niet als vervanging voor de huidige basislastcentrales (lees centrales die 7/8000 uren op vollast werken). Het inspelen op toekomstige intermitterende duurzame energie en deze aan te vullen met kleinere flexibele gascentrales is logisch totdat we voldoende andere technologieen hebben zoals grootschalige opslag om al onze opgewekte zon en wind nuttig te gebruiken.

Ieder land is op dit ogenblik aan het kijken naar zijn energietransitie, zijn strategie en energiemix en het blijft jammer dat kleine landen zoals België en Nederland dit niet samen doen. Men heeft weinig geleerd vanuit het verleden toen Europa besloot om het E.G.K.S. op te richten en zo ons continent terug op te bouwen. Zeker gezien de enorme investeringen waar we voor staan is het belangrijk dat we samen kijken wie wat doet om zo elkaar te versterken.

Als men kijkt bijvoorbeeld naar de saga rond Langerlo in Genk om de oude kolencentrale toch maar een (tijdelijk) nieuw leven te geven als omgebouwde houtverbrander dan weet iedereen dat dit geld eigenlijk weggegooid is. Men zou bijvoorbeeld veel beter innoveren door op de site van Langerlo een relatief grootschalige fabriek te bouwen die waterstof gaat produceren op basis van geproduceerde windenergie. Er staan rond Genk al een behoorlijk aantal windturbines en ook al kan men dit soort projecten beter aan de zee bouwen dicht bij de grote windmolenparken, toch kan een dergelijk project belangrijk zijn om onze leercurve te gaan betalen. 2 miljard Euro verbranden aan houtpallets draagt niets bij tot onze toekomstige duurzame energiehuishouding en we dienen zuinig om te gaan met de middelen die we hebben. Hopelijk wordt dit project definitief afgevoerd en durft men echte keuzes te maken voor zaken zoals opslag die een essentieel onderdeel vormen in welke toekomstige energiemix dan ook.

China wereldleider in duurzame energie

Vorige week maakte ik er al melding van dat China het stokje van Europa heeft overgenomen qua ontwikkeling op het vlak van duurzame energie en dat is op zich helemaal geen verrassing. Naast het feit dat China nu eenmaal een enorm groot land is met een bevolking van 1.3 miljard mensen heeft de overheid ook de absolute macht om haar wil op te leggen.

Dat daar bovenop in vele steden velen tranen worden gelaten door de constante smog is een zichtbaar probleem waar de overheid niet anders kan dan op ingrijpen. Het is jammer dat onze steden niet lijden onder datzelfde smog zodat de urgentie van verandering veel tastbaarder zou worden. Enkele dagen wind uit het Oosten en we beginnen het ook te ruiken en de berichtgeving hierover neemt toe.

Luchtkwaliteit is meetbaar en hier reageren mensen ook direct op. Dat China definitief de route van duurzame energie is ingeslagen zal voor alle landen goed zijn gezien zij ook de fabriek van de wereld zijn geworden en dus ook de capaciteit hebben om dit te realiseren. De komende vier jaar gaan ze 35 GW per jaar aan zonnepanelen parken installeren en in wind zeker nog eens zoveel.

Hiermee is echter het probleem niet opgelost want het Duitse voorbeeld heeft ons geleerd dat duurzame elektriciteitsproductie niet direct gelijk staat aan vermindering van CO2. Het sluiten van de vele kolencentrales zal veel meer bijdragen. Alleen zit men hiervoor vandaag nog niet in deze fase. Hetzelfde geldt trouwens voor het verduurzamen van onze mobiliteit dat direct gaat bijdragen aan de luchtkwaliteit van onze steden.

Het blijft toch echt een huzarenstuk van China om dergelijke groei te realiseren zoals ze vorig jaar hebben gedaan op het vlak van zon en wind. Ook bij ons zijn er positieve ontwikkelingen zoals de kostprijs voor windenergie op zee waar Dong en Shell tegen knalprijzen concessies hebben gewonnen. 54,50 Euro per MWh voor Borssele 3 en 4 zijn tarieven waar men een jaar geleden totaal geen rekening mee had gehouden en betekenen vooral een psychologische doorbraak voor onze beleidsmakers die beginnen te beseffen dat duurzame energie helemaal niet duur hoeft te zijn.

Alleen volg ik niet de euforische berichten die vorige week in de media stonden dat windenergie voor het eerst de elektriciteitsproductie met steenkool heeft ingehaald. Dat men de vermogens met elkaar vergelijkt is één ding maar vervolgens laat men na om de echte verhouding te laten zien van de geproduceerde KWh. Hier is een wereld van verschil gezien steenkool basislast energie produceert aan gemiddeld 7000 uren per jaar (vollast) en nog belangrijker ook voorspelbaar. Hiermee wil ik helemaal niet pleiten voor steenkool, integendeel, we moeten zo snel mogelijk alle steenkoolcentrales sluiten in heel Europa.

Alleen mag men zon en wind niet los zien van andere elementen die de kostprijs verhogen. Opslag en slimme netwerken dienen meegenomen te worden in de kostprijs per KWh voor zon en wind. Als men naar Duitsland kijkt met zijn 90 GW opgesteld zon en wind vermogen, Duitsland heeft normaal gezien een maximum piek van 68 GW, dan kan al dat opgesteld vermogen niet meer dan 5% effectief geproduceerde elektriciteit nuttig opwekken.

Al de rest zijn sprookjes, het netwerk kan al die intermitterende fluxen van energie die zon en wind brengen gewoon moeilijk aan zonder dat we tegelijkertijd voldoende opslag en slimme IT oplossingen in het net brengen. Het is ronduit onrustwekkend dat de duurzame kudde richting klif blijft stormen zonder halt te roepen en effectief toe te geven dat we een groot probleem hebben met de huidige groei van zon en wind. Ook in de diverse visies die men in verschillende landen kan lezen ontbreken dergelijke inzichten en kijkt men veel te ver in de toekomst naar de doelen die zijn gezet in Parijs. Men dient nu de architektuur te bepalen die het mogelijk moet maken om door te groeien naar meer dan 50% duurzaam opgewekte energie.

Gelukkig zijn er vele initiatieven die aantonen dat slimme oplossingen reeds getest worden om onze netten en zijn vele gebruikers op elkaar aan te sluiten zodat men kan sturen. Ook wij nemen bij NPG al enkele jaren deel aan een test waar alle gegevens verzameld worden van bijvoorbeeld zon en wind om zo te leren hoe we met al deze data om kunnen gaan en dus via “meten is weten” de opgewekte energie lokaal veel beter kunnen inzetten.

Dat de Vlaamse overheid beslist heeft om stelselmatig nieuwe meters uit te rollen is een stap in de goede richting. Alleen dienen we tegelijkertijd ook de rest van het net en alles wat er aan hangt (en nog niet) aan te sluiten zodat we met al deze data vraag en aanbod ook in de toekomst op elkaar kunnen afstemmen.

Tegelijkertijd dient men te beseffen dat we de markt niet als geheel kunnen zien en dat we voor de grootverbruikers/industrie een andere oplossing nodig hebben om hun te kunnen blijven voorzien van elektriciteit/warmte. Zeker voor ons land dat zijn industrie mee groot heeft gemaakt met de beschikbaarheid van grote hoeveelheden elektriciteit uit onze kerncentrales is dit een extra uitdaging. We dienen met een duidelijke visie te komen voor de vervanging van onze basislast centrales/kerncentrales voor die bedrijven die hun productieproces hier ook hebben op afgestemd (lees die 24 uren per dag 100% werken) naast de reeds gekozen oplossingen voor de kleinverbruikers.

Goed beleid

Dat de verontwaardiging voor de situatie bij Publifin in Wallonië in de media terecht is lijkt me normaal alleen is niemand er verrast door. In Wallonië wist men al jaren dat dit soort praktijken eerder de regel dan de uitzondering zijn. Benieuwd of er echt iets gaat veranderen als de mediastorm gaat liggen. Dat we in Vlaanderen maar niet te snel veroordelen want de 352 zitjes bij Eandis via alle verwante intercommunales zijn ook niet echt een voorbeeld van transparantie en efficiëntie.

Vaak wordt gezegd dat deze zitjes vooral dienen om “mislukte” politici troostprijzen te kunnen geven en ook om ze zo in de macht te houden. Dat dit in het verleden wellicht voor een groot deel wel waar was, is daarom nog niet relevant voor de toekomst want het is nooit te laat om in te grijpen. Hier is men in Vlaanderen trouwens al enige jaren geleden mee begonnen alleen weet ik niet of zelfs publieke bedrijven zoals Eandis echt gebaat zijn met al die lokale afgevaardigden die in hun raden van bestuur komen zetelen.

Natuurlijk moeten de aandeelhouders vertegenwoordigd zijn maar zeker niet teveel en al zeker alleen maar als men ook inhoudelijk kan bijdragen aan het geheel. Het ontbreken van een structuur zoals in Nederland waar een raad van commissarissen erover waakt dat in het belang van het bedrijf gedacht wordt en niet alleen in dat van zijn aandeelhouders en/of management staat voor een onafgewerkte corporate structuur. Natuurlijk plaatsen wij in onze Belgische raden van Bestuur ook wel onafhankelijke bestuurders maar deze zijn toch vaak beperkt in aantal en kunnen zo ook niet echt wegen op beslissingen.

Dat men naar de buitenwereld dan kan doen alsof het deugdelijk bestuur aanwezig is, omdat men een onafhankelijk bestuur heeft omdat er één of twee onafhankelijke bestuurders in zitten, klopt niet. Zelf heb ik het genoegen om voor één van de Nederlandse regionale ontwikkelingsmaatschappijen als commissaris in één van hun deelnemingen plaats te nemen en zo kom ik in aanraking met de verschillen tussen de beide corporate modellen. Ook de raden van toezicht in Nederland voor publieke structuren leveren een betere controle op dan onze klassieke raden van bestuur met politieke benoemingen.

Een Raad van Toezicht die ook bij Eandis plaats zou moeten hebben is veel meer bezig met effectieve controle over de naleving en goede werking van het management en het bedrijf zodat de aandeelhouders weten dat dit geborgd is. Zeker bij publieke structuren zijn dergelijke structuren nog van groter belang zodat een toezichthouder ook die neutraliteit kan bieden die nodig is (gezien er toch met publieke middelen wordt gewerkt). Ook kan men zo streven naar de beste toezichthouders met de beste vakkennis in plaats van politieke mandatarissen te benoemen. Men kan natuurlijk nog steeds een aandeelhoudersvergadering hebben met een lagere frequentie om de echt belangrijke beslissingen te nemen.

Afgelopen vrijdag had ik ook het genoegen om deel te nemen aan een debat in Brussel georganiseerd door FOD economie en Agoria waar jaarlijks de wereldvoorspellingen voor energie worden toegelicht door het IEA. Een waardevol initiatief dat goed weergeeft dat we nog ver weg zijn van het eindobjectief maar dat de ingeslagen weg zeker de mogelijkheden biedt om te slagen. Het wordt voor mij steeds duidelijker dat gas helemaal geen transitie brandstof is voor de komende decennia maar eerder een vervanger van andere nog schadelijker brandstoffen. Kolen vervangen door gas in China en India heeft rechtstreeks een enorme impact op de totale uitstoot. Natuurlijk wel op voorwaarde dat schaliegas winning bedrijven er voor zorgen dat bij het ontginnen van dit gas geen methaan vrijkomt gezien dit nog 20 keer schadelijker is en je zo het positief effect laat verloren gaan.

Een andere vaststelling is ook wel dat Europa allang zijn leidersplaats heeft verloren qua duurzame ontwikkeling en dit in het voordeel van China. De slagvaardigheid van een centraal geleide structuur maakt het soms makkelijker om sneller te gaan maar dat is zeker niet de enige reden. De economie daar heeft nu eenmaal zijn eigen fabrieken om massaal producten de markt op te brengen en hier dient Europa een grote tand bij te steken.

Meer lokaal kwam de directeur van het kabinet van mevrouw Marghem een tekst aflezen waaruit niet al teveel af te leiden viel buiten dat men de ambitie heeft om tegen het einde van dit jaar een energievisie/pact af te leveren waarin alle regio’s ook hun steen bijdragen. Op zich positief te noemen en we dienen af te wachten of men zich werkelijk opnieuw kan uitvinden zoals de directeur van het kabinet zelf zei daar innovatie nu meer dan ooit nodig is. Hopelijk straalt van het toekomstige energiepact ook dezelfde drive uit en vertrekken we ook vanuit onze eigen kracht. Dat we in de Benelux de grootste petrochemische cluster in de wereld hebben is wellicht niemand ontgaan maar het is door dergelijke ankerpunten te gebruiken dat je ook beseft dat ambitieuze oplossingen nodig zijn.

Afscheid

Dat de liberalisering van de energiemarkt een werk is dat nooit klaar is wordt pijnlijk duidelijk in de telecommarkt. Toen we in 1998 de telecommarkt open maakten voor concurrentie brak er een boeiende tijd aan waarin de concurrentie als paddenstoelen uit de grond schoot. Dit werd mede mogelijk gemaakt door de introductie van sterke onafhankelijke regulatoren die in vele Europese landen zoals Engeland, Nederland, Scandinavië en Duitsland optraden in de markt waar de historische dominante marktpartijen niet snel genoeg hun markt en/of netwerk openden.

Ook in België werd een regulator geïntroduceerd zijnde het BIPT dat waar mogelijk ook concurrentie introduceerde. Jammer genoeg was het mandaat, de slagkracht en vooral de onafhankelijkheid vanaf dag één een probleem en zien we vandaag het resultaat hiervan. Dat wij fors hogere prijzen betalen dan in ons omringende landen is één ding maar het gezapige monopolie van Telenet/Base en Proximus is op termijn funest voor de overige concurrenten. Gelukkig legt Europa nog wat druk op de markt door bijvoorbeeld de roaming tarieven aan banden te leggen of zelfs af te schaffen.

In de energiemarkt hebben de regulatoren een gelijkaardig belang ook al zijn de sectoren veel minder te vergelijken dan vele politici dachten die in de jaren negentig besloten om de energiemarkt ook maar te liberaliseren naar evenbeeld met de telecommarkt. Nu, een aantal jaren later, kunnen we wel stellen dat de klanten vrij kiezen voor hun energieleverancier en de drempels hiervoor zeer laag zijn, zelfs veel lager als in de telecommarkt waar men het switchen steeds moeilijker heeft gemaakt voor klanten. Natuurlijk is dat in telecom gemakkelijker daar je meer verschillende diensten afneemt die dan op hun beurt het juist moeilijker maken om van leverancier/provider te veranderen.

Mijn titel is enigszins dubbel dus want enerzijds hebben we voor een deel afscheid genomen van een echte geliberaliseerde telecommarkt en anderzijds stopt volgende week Dhr. Ghiny die vanaf het begin als baas van de Waalse regulator voor energie geprobeerd heeft de zaken in goede banen te leiden. Net zoals zijn Vlaamse collega die inmiddels ook al anderhalf jaar geleden gestopt is, Dhr. André Pictoel, heeft hij geroeid met de riemen die hij had en zijn vele zaken nog onafgewerkt.

De transitie van het netwerktarief van de distributiebedrijven/netwerkbedrijven van KWh naar vermogen is een langzaam proces dat ongetwijfeld veel weerstand kent (ook al roepen de netwerkbedrijven in koor dat ze er voor zijn). Daarbij komt dat de politieke wereld momenteel enorm worstelt met het vertalen van het akkoord van Parijs in echte maatregelen en wet/regelgeving die de doelstellingen haalbaar maakt.

De signalen van moeder aarde zijn onrustwekkend en de signalen uit de wetenschappelijke wereld liegen er niet om, het gaat veel sneller dan eerst gedacht. Eigenlijk weet niemand goed wat er gaat gebeuren gezien we hier als mens gewoonweg geen ervaring mee hebben maar het wordt steeds duidelijker dat Parijs verder weg lijkt dan ooit. In combinatie met Dhr. Trump die deze week met één pennenstreek even twee gigantische oliepijpleidingen door zijn land laat leggen en het mag voor iedereen duidelijk zijn dat deze leidingen er komen om decennia lang gebruikt te worden.

Dat het IEA in zijn jaarlijkse bijbel ook aangeeft dat het olieverbruik nog wat gaat stijgen de komende twintig/dertig jaar van 90 naar 103 miljoen vaten per dag wijst toch niet echt in de richting waar we naar toe moeten.

Aan de andere kant zullen de investeringen in duurzame oplossingen om enerzijds minder te verbruiken en anderzijds duurzame energie te produceren niet gestopt worden en zelfs nog toenemen. Europa moet een sterk signaal geven en zijn schaduw afwerpen van de Brexit en duidelijk maken aan individuele landen zoals de Verenigde Staten dat we samen de leiding zullen nemen met alle andere landen die de toekomstige generaties dezelfde kwaliteit van leven willen geven.

Lokaal moet onze overheid nu actie nemen om onze eigen doelstellingen te halen. Voor België zijn dat zaken zoals versneld afscheid nemen van stookolie voor verwarming, alle schoorstenen verplicht uitrusten met filters en/of open haarden aan banden leggen, etc.. Voor Nederland niet langer talmen met de verplichte sluiting van alle kolencentrales en natuurlijk de eigenaren hiervan minstens vijf jaar de tijd geven, gebruik van gas afbouwen voor verwarming ten voordele van duurzame verwarmingssystemen zoals warmtepompen, etc.. Vele kleine maatregelen samen kunnen het mogelijk maken maar met de verkiezingen in beide landen in het vooruitzicht de komende 24 maanden is het weinig waarschijnlijk. Zelfs een goede maatregel om minder CO2 vrije wagens te introduceren wordt direct gebruikt door politieke tegenstanders om aan te vallen zodat het onderwerp zelf hierdoor weer in een slecht daglicht komt te staan. Dat het afscheid van diverse directeuren bij onze regulatoren de overheden mag aanzetten tot het snel vervangen van deze mensen door jonge sterke persoonlijkheden die het mandaat krijgen om bovenstaande maatregelen af te dwingen.

Snelle reactie Belgische overheid

Het is opvallend te noemen dat de federale regering binnen enkele dagen met nieuwe spelregels afkomt of beter gezegd direct beslist om de subsidie voor windmolens op zee drastisch te verlagen. Dat de studie van de Creg hiervoor gebruikt wordt is ook opvallend te noemen want vele rapporten van de federale regulator verdwijnen vaak zonder gevolg. Nu is onze federale regulator de laatste jaren nog maar een schim van zichzelf maar hier maakt ze toch het verschil.

En toch is haast gespoed zelden goed, even snel zonder overleg éénzijdig de voorwaarden wijzigen voor de laatste nog toe te wijzen concessies of beter gezegd deze waren al toegewezen maar blijkbaar in een stadium dat de toekenning van subsidie nog niet was gebeurd. Enig respect voor de concessiehouders was wellicht wel op zijn plaats geweest. Ze voor dit voldongen feit stellen maakt de kans groot dat deze parken er nooit gaan komen.

Binnen de bestaande partijen die deze laatste parken aan het voorbereiden waren werd gewerkt met modellen (lees financieel) die ze nu allemaal in de prullenmand kunnen gooien. Opnieuw beginnen met de nieuwe inkomsten die bijna gehalveerd zijn is zeer onwaarschijnlijk. De overheid kan zich dan wel rijk rekenen, aan de andere kant kunnen de concessiehouders zich niet arm rekenen. De marges in dergelijke parken zijn op geen enkele manier zo groot en dus zullen de rendementen nu zwaar negatief zijn.

Is dan niks mogelijk? Tuurlijk wel, de huidige concessiehouders kunnen de bittere pil doorslikken en even bellen naar Dong of Shell en hun vragen hoe ze dit voor elkaar hebben gekregen. Niet waarschijnlijk dat ze gratis zullen helpen maar dat lijkt me een eerste aktie. Het grote verschil moet ergens terug te vinden zijn ook al dient gezegd dat de concessies niet hetzelfde zijn. De windmolens van de Nederlandse concessies vangen blijkbaar meer wind omdat ze groter zijn en de molens dus verder uit elkaar staan. (De molens in de Belgische concessies staan dus dichter op elkaar en vangen elkaars wind op en produceren dus minder elektriciteit).

Een betere optie zou zijn om de ontwikkelingskosten aan deze laatste parken en hun concessiehouders terug te betalen als overheid en deze parken volgens een vergelijkbaar systeem als Nederland opnieuw te veilen. Het risico hier is dat de uitkomst verre van zeker is maar dat risico zou de federale regering moeten nemen. De heisa omtrent deze hele zaak zal nog lang nazinderen want het zal de zin voor vooruitgang naar een duurzame energiehuishouding nog kleiner maken. Het status quo met onze oude kerncentrales zal nog aanlokkelijker worden met het zicht op de verkiezingen die volgend jaar beginnen (gemeentelijke verkiezingen).

De laatste dagen stonden ook bij ons een beetje in het teken van de nieuwe Amerikaanse president die zelfs in zijn openingsspeech niet verder kwam dan holle slogans zoals “we gaan Amerika weer groot maken”. Een toch wel hilarische voorstelling van een land dat al bij ver de grootste economie van de wereld heeft, het sterkste leger, enz. Als je de beste man bezig hoort dan is Amerika een derde wereld land. Natuurlijk hebben de Mid West en andere regio’s het moeilijk sinds een aantal decennia maar dit wijten aan externe of interne vijanden is te simplistisch.

Het contrast tussen de boodschap van hoop en verbondenheid van Obama en de nachtmerrie van de heer Trump is extreem en gevaarlijk als je een land welvarender wilt maken. De geplande investeringen in publieke infrastructuur zullen de economie zeker doperen en zelfs kunnen verhitten alleen zal de rekening later komen. Dhr. Trump gaat de al grote staatsschuld nog meer later aangroeien terwijl het toch de bedrijven zijn en de privé initiatieven die duurzame welvaart bouwen. Dat men in de jaren dertig naar grote infrastructuurwerken greep is begrijpelijk gezien de enorme recessie op dat ogenblik maar dat men nog meer olie op een reeds gezonde groeiende economie gaat gooien is gevaarlijk.

De toekomst zal uitwijzen hoeveel schade deze man gaat aanrichten maar één zaak is al zeker, hij geeft geen moer om verbinden. Hij spreekt voor zijn eigen achterban (alle populisten doen dat) en al de anderen interesseren hem niet, zelfs zijn eigen partij niet. In relatie tot onze sector en de klimaatuitdagingen die daar aan verbonden zijn mag het voor iedereen duidelijk zijn dat eigen olie, gas en steenkool de voorkeur zullen wegdragen de komende vier jaar in de Verenigde Staten en dat het verdrag van Parijs onder een slecht gesternte begint. Gelukkig zullen de individuele staten in Amerika ook hun eigen koers volgen ongeacht hun eigen president. We hoeven trouwens geen kritiek te hebben op de verkiezingen in de VS want in Nederland, Duitsland en Frankrijk roepen de populisten al even hard zonder inhoud en halen ze ook veel stemmen. Hopelijk zal het recente verleden in Europa met twee wereldoorlogen nog vers genoeg in het geheugen liggen om deze luchtbellen te doorprikken.

Offshore wind dezelfde perceptie als zon, de vraag van 2 miljard Euro

Dat onze sector al langer de speelbal is van onze politiek verkozenen is een open deur intrappen en voor een stuk is dat ook heel normaal gezien zij ervoor moeten zorgen dat de juiste keuzes worden gemaakt. Jammer genoeg wordt er te vaak eerst geroepen alvorens men alle feiten op tafel legt. Ook vorige week weer was het prijs, onze sector werd weer een dag onderdeel van een storm en vooral te kijken gezet als één die inhalig is en baadt in de weelde van grote marges.

Dat men de overigens terechte vraag stelde of het Belgisch systeem van het toekennen van concessies op zee voor windmolenparken niet aan een herziening toe is gaat door diezelfde open deur. Het recente “succes” in Nederland waar Dong energy en Shell voor record lage bedragen concessies hebben verkregen in Borssele werkt als een rode lap bij onze federale politici. Dat men zich baseerde op een uitgekomen bericht via de VRT is toch iets tekort door de bocht zeker als men refereert naar een rapport van de Creg.

Blijkbaar heeft de Creg op verzoek van haar bevoegde minister Marghem een vergelijking gemaakt van het Nederlandse veiling proces versus het Belgische toekenningsproces. Vervolgens, zoals vaak, wordt het resultaat “gebruikt” om naar de media te lekken en gaat zo de echte boodschap en reden verloren. Wat zou deze dan zijn? De bevoegde minister wilt leren of men het Nederlandse systeem niet moet overnemen voor de nog toe te kennen parken en dat is een terechte vraag. Het doel van de studie is dus niet om aan te tonen hoeveel meer wij betalen met onze eerste windmolenparken op zee vergeleken met de recent toegekende in Nederland.

Deze vergelijking raakt kant nog wal en hiermee bedoel ik dan vooral de conclusie dat wij teveel zouden betalen. Natuurlijk zal het rekenkundig werk aantonen dat onze eerste parken wellicht duurder uitkomen dan de eerste Nederlandse volgens deze procedure maar dat is geen reden om tot de conclusie te komen dat wij teveel betalen. Indien men deze stelling zou gebruiken dan hebben alle parken van Engeland en Duitsland ook teveel betaald voor hun concessies.

We zitten weer in dezelfde straat als met de zonnepanelen waar men één facet gebruikt om er vervolgens een niet relevante conclusie aan te koppelen. Zonder de inhoud van de studie in vraag te willens stellen is het wel belangrijk om hier toch de tijd voor te nemen om de berekening na te kijken want bijvoorbeeld de netwerkaansluiting zit in Nederland bij de overheid (de kost hiervan), in België is dat nog niet duidelijk.

Belangrijker is echter dat de echte conclusie kan zijn dat we met windmolenparken op zee steeds goedkoper KWh gaan produceren die we dan ook voor andere doeleinden kunnen inzetten. Hopelijk vergeet men niet dat er nog hele onderdelen ontbreken van onze verduurzaming als we veel op wind op zee blijven inzetten, bv. grootschalige opslag door middel van wind in waterstof om te zetten. Als boutade gebruik ik vaak dat het onze ambitie moet zijn om in de Benelux het Abu Dabi van de toekomst te worden met het maken van onuitputtelijke bronnen van duurzame brandstof zoals bijvoorbeeld met waterstof.

Velen kijken vol ongeloof als ik dergelijke stelling gebruik en wellicht is hij heel ambitieus. Alleen keek men ook zo in 1994 toen ik in de Benelux op conferenties zei dat meer dan de helft van de bevolking een gsm/mobieltje zou hebben. Men dacht toen dat ik teveel Finse wodka had gedronken (wat wel eens gebeurde vermits ik toen bij Telecom Finland werkte) maar de realiteit heeft aangetoond dat ik nog te defensief dacht. Ondertussen is de penetratie van draadloze toepassingen al boven de 100% en spreken we nu van machine tot machine communicatie.

Terugkomend op de heisa is het vooral triest dat men er alles aan doet om het draagvlak voor duurzame energie nog kleiner te maken en dat is vanuit politiek oogpunt moeilijk te begrijpen. Ook in Nederland blijft men worstelen binnen de regering met een echt duurzaam beleid en stelt de staatssecretaris voor milieu mevrouw Dijkstra terecht dat de kolencentrales dicht moeten. Er moet minstens een timing afgesproken worden wanneer ze gesloten worden en ze heeft de ambitie dat minstens één nu nog gesloten wordt (Amsterdamse Hemwegcentrale).

De desinteresse van haar collega minister Kamp is moeilijk te begrijpen als je tegelijkertijd 9-11 miljard Euro per jaar wilt uitgeven om je energiehuishouding te verduurzamen. Men dient te sturen op CO2/NOX besparing en niet alleen op geproduceerde groene Kwh. De Duitse ervaring leert ons dat ondanks de 90 GW zon/wind die operationeel zijn er zo goed als geen CO2 besparing is geweest. Deze les indachtig weet minister Kamp maar al te goed dat het sluiten van een kolencentrale direct resultaat oplevert door enkele miljoenen tonen CO2 minder de lucht in te spuwen en is zijn weerstand opmerkelijk.

Een ander voordeel van alle kolencentrales versneld te sluiten is dat men stopt met het zinloos verbranden van hout in deze ecologische nachtmerries. Ook in een Frontier studie wordt aangetoond dat het sluiten van deze kolencentrales betekent dat gascentrales hun rol voor een deel zullen overnemen en er dus altijd een belangrijke besparing wordt gerealiseerd. Het is echter weinig waarschijnlijk dat minder dan drie maanden voor de verkiezingen hier nog echte beslissingen in gaan genomen worden. Minister Kamp weet ook goed dat een nieuwe regering waarschijnlijk (lees heel) een andere coalitie zal betekenen en zo dit dossier vanzelf kan verdwijnen. Een gemiste kans.

De eieren van Columbus

In de energiesector zijn velen op zoek naar het ei van Columbus dat al onze energievraagstukken kan oplossen en we zien ook vele goede initiatieven aan de horizon. Er is zeker reden tot optimisme gezien techniek veel kan oplossen en we in de geschiedenis nog nooit zoveel kennis en welvaart hebben kunnen aanwenden om onze doelen te bereiken.

Het pleidooi van Dhr. Louis Tobback is opvallend te noemen gezien hij als gezonde zeventiger oproept tot het stoppen met klagen en onze angsten niet te laten voeden door vele externe bronnen. Terecht stelt hij dat we nog nooit in de geschiedenis zoveel reden tot optimisme hebben gehad en dat we toch zien dat onze samenleving verzuurt en vooral aan navelstaren doet. We zijn op zoek naar een vijand die er niet is, of toch wel? Wellicht zijn wij zelf wel de vijand en vechten we dus tegen onze eigen angsten, een moeilijk gevecht.

De Amerikaanse verkiezingen bewijzen ook dat valse berichten, onder andere via Facebook, mensen laten geloven dat iets waar zou zijn. Dat de Russen dankbaar gebruik maken van de zwakten van elektronische communicatie is niet nieuw en zeker niet hun exclusieve recht. Vele staten bezondigen zich eraan en ook de media gaan hier niet vrijuit. Al te snel worden zaken voor waarheid aangenomen en neemt men niet meer de tijd om de bronnen te controleren en op hun echtheid te verifiëren.

Een Twitter bericht is nu eenmaal snel de wereld in gestuurd en kan direct schade veroorzaken, neem maar één van de laatste Twitterberichten van de president elect Donald Dump die een automerk als Toyota maar even afdreigt als ze een nieuwe fabriek gaan bouwen in Mexico. Ronduit gevaarlijk wat hij daar doet want isolationisme heeft nog nooit iets goed gebracht in het verleden. Hopelijk zal men niet ingaan op deze dreiging en dit vooral negeren. Wacht maar tot de nieuwe president in het Witte Huis zit en hij naar onze sector gaat kijken. Olie en gas zijn terug van nooit weg geweest en Amerika zal er voluit voor gaan.

Dit hoeft trouwens geen ramp te zijn als de rest van de wereld maar het voortouw neemt en daar lijkt China toch wel mee bezig te zijn, nog veel meer dan Europa trouwens. China heeft net een zeer ambitieus investeringsprogramma van meer dan 300-400 miljard dollar bekend gemaakt voor hernieuwbare oplossingen en dit te investeren tegen 2020. Europa kijkt ernaar en het blijft heel stil, buiten wat lokale initiatieven en benoemingen van energiecommissarissen geen ambitieuze en duidelijke (korte, middellange en afdwingbare)doelstellingen.

China heeft nu de beste kaarten om de samenleving van de toekomst te bouwen op basis van hun eigen ontwikkelde technologieën gemaakt in hun eigen fabrieken. Dichter bij huis heeft men in Nederland deze week een energiecommissaris benoemt naar gelijkenis met de commissaris die men had toen men de Deltawerken heeft uitgevoerd. Minister Kamp stelt terecht dat de uitdaging van vandaag vele malen groter is maar het aanduiden van één verantwoordelijke is zeker een kleine stap in de goede richting.

Ondertussen in België geen nieuws van het front of toch niet van het federale front. In Vlaanderen blijft men nuttige berichten versturen die niet al teveel inhoud hebben maar toch wel bijdragen aan het gevoel dat we iets moeten doen. Dat onze minister Tommelein een goed werkende communicatie afdeling heeft is niet nieuw en het blijft wachten op echte maatregelen om ons energieverbruik te verduurzamen. Hier zie ik toch een enorm verschil tussen het woord en de daad gezien elektrificatie als één van de essentiële bouwblokken kan aanzien worden om van onze fossiele verslaving af te geraken. De verdere prijsstijging van elektriciteit legt dan ook een enorme hypotheek hierop want ondertussen worden gas en stookolie in verhouding dus weer goedkoper. Elektriciteit is de vuilnisbak waarop alle investeringen moeten worden terugverdiend. Eén van de meest wraakroepende vind ik wel dat de distributiebedrijven/netwerkbedrijven ook hun vennootschapsbelasting (die ze vanaf nu ook moeten betalen) vrolijk mogen doorrekenen in uw KWh tarief. Hierover heb ik al eerder gesproken maar het blijft opvallend dat de Vreg zoiets laat passeren.

Ondertussen blijven lokale initiatieven en overheden zoeken naar hun ei van Columbus om positieve maatregelen te zoeken om het energieverbruik te verduurzamen. Het wordt bijna een steeds terugkerend verhaal dat ondanks de federale en regionale (vaak onbewuste en onbedoelde) tegenwerking lokale initiatieven toch vooruitgang boeken. Deze contradictie is toch een ballast voor ons objectief en het is jammer dat de overheden in ons land dit niet meer beseffen. Ondertussen zal vanaf volgende week de economie terug volledig op gang komen en zijn de nieuwjaarsrecepties niet uit de lucht. Enkele daarvan zal ik bezoeken maar ik probeer mijn energie wel te focussen op meer concrete zaken. Hierover later meer.

2017, een nieuw jaar, nieuwe kansen

2017 wordt voor België het laatste jaar waarin de diverse regeringen nog een strategie kunnen ontwikkelen voor onze sector of eigenlijk voor de ganse samenleving. Hoe gaan we morgen onze energiebehoeften opwekken en duurzaam gebruiken? De mensen die ik spreek zijn eerder sceptisch over deze federale regering en dan vooral de bevoegde minister Marghem die er maar niet in slaagt om enige vooruitgang te boeken.

De regio’s ondertussen en dan vooral Vlaanderen proberen waar mogelijk wel stimuli te introduceren om de vele obstakels wat lichter te maken voor bijvoorbeeld windmolen vergunningen. Ook hier is men vanuit de sector eerder sceptisch en gelooft men niet dat de nieuwe aangekondigde regelgeving ineens het vergunningstraject drastisch gaat verkorten.

In Nederland heeft men in 2016 vertrouwen gewonnen uit de succesvolle veilingen voor concessies op zee waar nu in Borssele zowat alles is benomen voor een prijs veel lager dan men ooit had ingeschat. Niemand, inclusief de sector, had dit zien aankomen, de 7,4 cent per KWhvan Dong energy een half jaar geleden werd al als een mijlpaal beschouwd maar de recente tweede veiling in Borssele die voor 5,4 cent per KWh is gewonnen slaat iedereen met verbazing. Hier bovenop komt natuurlijk nog de aansluitkost waarvoor 1,4 cent per KWh gerekend wordt.

Hiermee zijn zeker niet alle problemen en achterstand voor Nederland opgelost maar ze hebben recht van spreken als het aankomt op een toekomstige manier van werken voor de verdere uitbouw van offshore windmolenparken. In een eerste fase zal er in Nederland nog 6 GW extra vergund worden voor windmolenparken op zee. Anderzijds is de subsidie voor het verbranden van houtpalets in kolencentrales toch wel een schandvlek te noemen gezien dit vooral dient om de kolencentrales toch maar open te kunnen houden. En natuurlijk ook op een relatief eenvoudige wijze de duurzame doelstelling te halen. Dat er in 2016 minstens vier miljard Euro naar bijstook is gegaan kan men zien als letterlijk geld in de oven gooien.

Terugkomend op België had ik vorige week de kans om bij een groot bedrijf in de Antwerpse haven voor hun management een kijk te geven op onze sector en een blik op een mogelijke toekomst. Hier viel het mij vooral op dat zij ook bevestigden dat de politieke klasse in ons land in een strak keurslijf zit waardoor beweging zogoed als onmogelijk wordt. Belangrijke dossiers blijven liggen of de partijen gunnen elkaar onderling het daglicht niet. Interessant was de vraag die ik kreeg over kernfusie en het project Iter in Zuid-Frankrijk waar velen hun hoop op hebben gesteld.

Eén van de mensen maakte de opmerking dat als zelfs Bill Gates geld in dit project gaat steken het wel goed zal komen. Nu is de ervaring met kernfusie tot op vandaag toch eerder een kwestie van “trial and error” te noemen en hebben we Kalkar uiteindelijk maar tot pretpark omgevormd. Het is zeker de moeite waard om dergelijk fundamenteel onderzoek te doen en te proberen om via Iter naar een kritische schaalgrootte te gaan om toekomstige commerciële exploitatie mogelijk te maken. Alleen denk ik dat we voor onze huidige toekomstige energievisie vooral gebruik dienen te maken van technologieen die reeds bestaan of relatief eenvoudig naar een andere schaalgrootte kunnen gebracht worden.

Een andere opmerking die mij vorige week bereikte was of het wellicht niet beter was een afwachtende houding aan te nemen want alle nieuwe alternatieven zijn onbekend en zullen vele miljarden investeringen vergen. Een terechte bezorgdheid, alleen heeft dit ons land gebracht naar een volledige standstill wat betreft het oplossen van onze grootste problemen. De loodgieter aanpak van één van onze vroegere premiers die stelde dat hij problemen oploste als ze zich stelden werkt niet voor onze sector (en andere sectoren zoals mobiliteit, pensioenkost, begroting, etc.). Een visie ontwikkelen is inderdaad niet eenvoudig en daarna kiezen uit diverse onderbouwde scenario’s nog minder. Risico is er zeker maar wachten totdat het uit de hand loopt is wellicht een groter risico. De kerncentrales langer open houden brengt ons alleen maar extra tijd en wellicht enige financiële buffers maar zijn tegen 2050 ook geen optie.

De jaarlijkse uittocht van 400-500 miljard Euro’s vanuit Europa naar de olie en gas exporterende landen zijn op termijn Euro’s die we zelf hard nodig hebben en het is zeker verstandiger om ons eigen geld in onze eigen economie te investeren. Natuurlijk zal er een transitieperiode zijn tussen beide systemen (het huidige fossiele en het toekomstige duurzame) en deze dient financieel haalbaar en efficient te zijn. Ook in het verleden was er steeds veel weerstand tegen verandering omdat deze in het begin ook als onbekend wordt beschouwd en mensen nu eenmaal niet van verandering houden. Anderzijds dienen we wel kritisch te blijven naar de toekomstige scenarios toe dat zij werkelijk direct en indirect het einddoel bereiken van een samenleving zonder schadelijke (of bijna) uitstoot. Naast CO2 dienen we even kritisch te zijn over methaan, NOX en andere stoffen of zij nu via lucht, water of in de grond gaan.

De druk op alle andere soorten op onze planeet bewijst dat een andere aanpak nodig is en dat niet alleen voor onze sector. Hiervoor dienen de landen met welvaart het voortouw te nemen en het goede voorbeeld te geven en waar nodig ook de derde wereld ineens aan de juiste technologie te helpen. De nieuwsjaarbrief komt er binnenkort weer aan en hopelijk nemen onze politici de tijd om hun objectieven voor 2017 ook bekend te maken.

Gelukkig Nieuwjaar – Heureuse Année – Happy New Year

Het is niet zozeer het doel maar vooral de weg ernaar toe die onze honger naar meer energie, welvaart en geluk zal bepalen.

De weg naar een CO2-vrije samenleving

Iemand stelde mij onlangs de terechte vraag hoe de weg naar een CO2-vrij parcours moet genomen worden. Hierop is niet één antwoord maar meerdere mogelijk.

Belangrijk is dat we naar de hele energiewaardeketen dienen te kijken en niet alleen naar de opwek van elektriciteit zoals we dat vandaag doen in onze sector. Warmte en mobiliteit maken morgen integraal deel uit, of toch een groot deel ervan, van onze huidige markt van elektriciteit.

Dit vergt een totaal andere benadering van niet alleen de opwek van elektriciteit maar ook hoe we dit gaan gebruiken in de samenleving van morgen. Het moge duidelijk zijn dat alleen windmolens en zonnepanelen ons niet gaan brengen waar we willen zijn ook al zijn ze wel een belangrijk onderdeel op zich.

De eerste vraag die men zich dient te stellen : hoeveel extra elektriciteit hebben we nodig als we onze mobiliteit en verwarming ook onderdeel hiervan gaan maken. Het omzetten van liters olie/calorische waarde in Kwh geeft ons eerder een foutieve voorstelling want we mogen niet uitgaan van de veronderstelling dat we morgen op dezelfde wijze (lees uitbundig) met energie zullen omgaan als vandaag.

Onlangs was ik op een top in Wenen waar een aantal grote Duitse energiebedrijven (Vattenfall en RWE) beiden bevestigden dat er nog een veelvoud van het huidig opgesteld vermogen in duurzame energie nodig is. Gemiddeld spraken ze over een factor vier (nu 90 GW gaande naar 360 GW) om elektriciteit zijn toekomstige centrale rol te kunnen geven.

Natuurlijk is het omzetten op bijvoorbeeld België niet één op één maar anderzijds zijn onze economieën in Noord-West Europa (en dus ook onze samenleving en ons gedrag) zeer vergelijkbaar. Dat mijn stelling dat we van 15 GW opgesteld vermogen naar 45 tot 60 GW zullen moeten gaan met ongeloof wordt onthaald neem ik er graag bij. Men vergeet terloops wel dat de huidige 15 GW opgesteld vermogen voor een groot deel uit basislast centrales bestaan die in theorie (en vaak in praktijk) 8000 uren vollast draaien per jaar (niet allemaal, maar in de winter wel nodig).

Dat we op dit ogenblik ook nog een groot stuk importeren (tot 25%) en dan vooral van vollast uren (lees Franse kernenergie of Duitse kolen via Nederland) maakt het er nog niet beter op.

De vraag is ten eerste of het technisch mogelijk is om zoveel extra vermogen op te stellen ookal is een groot deel ervan dus geen vollast (lees zon en wind)? Hier zullen we het zeker nog moeilijker hebben dan Duitsland vermits we nu eenmaal een dichtbevolkt land zijn. Anderzijds is er aan onze Noordzee nog veel potentieel en zullen we de maatschappelijke keuze moeten maken om onze kustlijn verder met parken te voorzien.

Verder moeten we er ook mee rekenen dat in de nabije toekomst de standaard offshore windmolen 8 tot 10 MW zal zijn (en nog groter) en wij dus met dezelfde parken meer vermogen gaan hebben. De uitbouw naar minstens 10 GW offshore wind moet tegen 2050 mogelijk zijn.

Gezien wind niet altijd aanwezig is of ook regelmatig daar is wanneer we hem niet nodig hebben zal ook grootschalige opslag nodig zijn. Zelf schat ik dat tussen de 3 tot 5 GW opslag nodig zal zijn. Onmogelijk? Dan denk ik niet aan batterijen gezien de grootschaligheid maar eerder aan waterstof. Vandaag de dag kunnen we al relatief eenvoudig 100 MW opslag waterstof bouwen en zijn we dus niet meer zover weg om dit mogelijk te maken.

Waterstof speelt in alle scenario’s die je uitwerkt een rol, soms groot soms kleiner maar zonder zie ik geen enkel haalbaar duurzaam alternatief vandaag. Natuurlijk staat de techniek niet stil. Zoals reeds eerder gezegd dienen we eerst het laaghangend fruit om te zetten en bij mobiliteit is dat al het openbaar vervoer (De Lijn kan 100% rijden op waterstof, dwz wel elektrisch rijden maar waterstof tanken) en voor België betekent dit 800 MW wind voor alle bussen.

Ook in de toekomstige energiemix heeft vollast productie een belangrijk plaats (in de eerste plaats voor onze industrie) en zal het noodzakelijk zijn om kernenergie te houden als bron. Dat we onze huidige centrales zolang mogelijk moeten benutten (lees minstens zestig jaar) lijkt noodzakelijk om voldoende fondsen/reserves aan te leggen. In één van de scenario’s is zelfs nog een uitbreiding naar 10 GW kernenergie nodig om alle basisbehoeften te kunnen voldoen.

Alvorens helemaal los te gaan is het ook belangrijk om de omvang van de investeringen in kaart te brengen en te kijken hoe we dit gaan financieren. In Nederland heeft McKinsey net berekent dat men alvast tot 2040 10 miljard Euro per jaar zal moeten uitgeven om op doel te blijven (80% reductie CO2 tegen 2050) en in hun studie is met een volledige verduurzaming van mobiliteit nog niet volledig rekening gehouden.

Verder zal iedereen die daar de plaats voor heeft zelf prosument moeten worden (voor België maximum 2.6 miljoen productie eenheden zodat deze quasi autonoom in hun energiebehoeften kunnen voorzien).

Een belangrijke analyse dient nog in detail te gebeuren en dat is de maatschappelijke impact van de diverse scenario’s van onze energiemix op de manier waarop wij kunnen leven. De huidige ongelimiteerde hoeveelheid energie op ieder moment van de dag/maand/jaar die wij constant ter onzer beschikking hebben vind ik niet terug in geen één van de scenario’s en dat zal één van de moeilijkste worden. In mensentaal, het zal nooit meer zo gemakkelijk worden als vandaag (lees gat in de grond boren en de energie spuit uit de grond) en aanpassing zal de orde van de dag worden.

De volledige toelichting vergt vele maanden en duizenden bladzijden tekst om ieder onderdeel in ieder scenario uit te werken en hiervoor is het startschot nog steeds niet gegeven. De complexe oorlog die wij nu moeten gaan voeren is de grootste aller tijden, onze grootste tegenstander zijn we zelf maar in praktijk is het een race tegen de klok om de hulpbronnen van moeder aarde niet uit te putten alvorens wij er klaar voor zijn. Iedereen zal mij moeten helpen maar het is zeker de moeite waard.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Moet de overheid meer investeren in onderzoek en ontwikkeling voor duurzame energie ontwikkelingen?


View Results

Loading ... Loading ...