België gaat op avontuur

Het nieuws van de week was toch wel het voornemen van de staatssecretaris van de Noordzee Dhr. De Backer die binnen de federale regering het plan wilt voorleggen om de drie laatste concessies die reeds vergeven zijn te schrappen.

Niemand kan verrast zijn door deze evolutie want de laatste tien maanden is het speelveld bij de windmolenparken op zee danig aan het veranderen. De “race to the bottom” werd ingezet door Dong vervolgens door Shell en de laatste knaller kwam uit Duitsland waar enkele parken zonder subsidie zijn vergeven.

Het is mij niet duidelijk wat de sector er mee denkt te bereiken want investeringen zonder inkomsten lijken me op het eerste zicht waanzinnig dom. Gezien al deze bedrijven uitgerust zijn met ervaren en slimme mensen kunnen we aannemen dat deze koerswijziging het resultaat is van een doordachte strategie.

Niet zoals ook al in media wordt omschreven omdat men alleen of hoofdzakelijk anticipeert op drastische kostendalingen, natuurlijk zijn er schaalvoordelen en kan men de onderhoudskosten zo optimaliseren, maar wat met de investeringen? Deze worden wel lager per MW vermits de molens groter worden, maar de wens om zonder subsidie te bouwen is in ieder geval niet te rechtvaardigen door drastisch lagere investeringskosten.

Sterker nog, zaken zoals funderingen zijn nog wel goedkoper mogelijk door ervaring, maar funderingen in de bouwsector zijn nu ook niet direct met 100% gezakt. Integendeel, bouwen wordt steeds duurder. De argumentatie dat zonnepanelen ook drastisch gezakt zijn in prijs dus zal dit ook al wel met alle andere technologie gebeuren raakt kant noch wal.

Mijn inkt van een artikel in de Tijd vorige week over Langerlo is nog niet droog of we krijgen nu weer een moment van verstoring in de reeds zwaar aangetaste sector van energie. De reden van de staatssecretaris is op zich goed te rechtvaardigen alleen lijkt me het vervolgplan nog niet echt doordacht. Het is zeker meer als een ballon oplaten alleen zou het verhaal beter gediend geweest zijn als men eerst binnen de regering deze beslissing had genomen om dan vervolgens eerst met een uitgewerkt plan van aanpak te komen.

De sector verdient een andere aanpak dan deze waar je bij het vuil wordt gezet en afgeschilderd als poenpakkers. De waarheid is volledig anders. Dat een bedrijf als Deme reageert is zeer begrijpelijk ook al dient zij te begrijpen dat zij niet van twee walletjes kan eten. Dat ze functioneren als onderaannemer om palen te plaatsen op zee is zeer nuttig en deze kennis kunnen ze dan vervolgens over de hele wereld benutten. Mee investeren in de parken zelf lijkt me echter geen goed signaal want zo doe je aan belangenvermening.

Dat de gemaakte kosten dienen vergoed te worden staat wat mij betreft als een paal boven water, maar dat is nog iets anders dan een boete of schadeloosstelling. Dit is niet nodig vermits de exacte hoogte van de subsidie nog niet eens gekend was en dit nu eenmaal een belangrijke (lees één van de belangrijke) parameters zijn om een rendement te kunnen berekenen.

Verder zijn de euforische berichten in de media dat na de biomassa centrales nu ook de vele miljarden ondersteuning voor windparken op zee verdwijnen zeer misplaatst en veel te voorbarig. De kans is heel groot dat we voor 2025 steen en been lopen te klagen over onze energievoorziening wegens onbetaalbaar of nog erger niet meer zeker. Infrastructuur projecten zoals onze energiehuishouding vergen enorme investeringen en zoals alle infrastructuur projecten zullen deze gedragen moeten worden door de ganse samenleving. Of het nu wegeninfrastructuur is, openbare zaken zoals de spoorwegen, we gaan als gemeenschap deze nutsvoorzieningen moeten financieren.

Het argument dat de duurzame sector ook moet kunnen leven zonder subsidie is helemaal correct, alleen niet realistisch vandaag. Datzelfde geldt trouwens al honderd jaar ook voor de fossiele sector of vijftig jaar met kernenergie, allemaal sectoren die honderden miljarden steun krijgen sinds decennia.

De duurzame sector kan inderdaad zonder subsidie, maar dan moeten we de uitstoot echt gaan belasten voor alles en iedereen, als de prijs tussen de 150 en 180 dollar per ton CO2 staat zal de duurzame sector zowat als enige nog zeer performant zijn, maar onze kiwi wordt onbetaalbaar. Of wat dacht u van onze garnaaltjes die ‘s morgens per vliegtuig naar Marokko gaan om gepeld te worden?

Ondertussen blijft dit stop en go beleid nefast voor een goed investeringsklimaat ondanks de correcte actie nu van de staatsecretaris om de “best practices” van het buitenland over te nemen en te gaan veilen. Dit echter doen zonder een lange termijn energiebeleid dat is uitgewerkt, blijft spelen met vuur. Het blijft wachten op dit plan en de kans is dan ook heel groot dat de leeuw een muis gaat baren. Ondertussen komt minister Marghem toevallig met een andere ballon, waarom de burgers niet mee laten participeren in de windmolenparken op zee? Op zich een goed idee maar, parken die vandaag alleen gaan leven van stroombeurs prijzen zonder subsidie zijn ten dode opgeschreven. Sterker nog, deze gaan nooit gebouwd worden. Geen toeval trouwens dat de concessies in Duitsland spreken van bouwen tegen 2025, ver genoeg weg om nog altijd te beslissen om ze niet te bouwen wegens niet rendabel (als de stroombeurzen geen forse stijging gaan laten zien).

Duurzame sector schiet in alle richtingen, maar gaat vooruit

Dat er in Europa gezamelijke doelstellingen zijn afgesproken om tegen 2020 en 2030 een groter aandeel van duurzame energie te bekomen is door iedereen wel min of meer geweten. Datzelfde geldt trouwens voor energie efficientie en de vermindering van CO2 uitstoot.

Vooral de laatste twee blijken een taai beestje te zijn, omdat zij ingrijpen in onze bestaande infrastructuur. Dat er dankzij overheidsondersteuning goede vooruitgang wordt geboekt op het vlak van elektriciteitsproductie is dan ook vooral omdat het hier gaat om nieuwbouw vaak (of ombouw) en de weerstand van bestaande infrastructuur niet in de weg zit.

Dat de CO2 uitstoot de laatste jaren is afgevlakt mag dan al positief zijn, het probleem is dat hij nog steeds op recordhoogten staat. De symtomen van de opwarming duiken steeds duidelijker op en dan vooral op extreme plaatsen. Of het nu in Spitsbergen is waar het permafrost begint te ontdooien en mensen letterlijk door hun huis zakken of het grote Barriere rif in Australië dat in record tempo aan het afsterven is, de signalen zijn overduidelijk.

Dat mensen bezorgd zijn door de talloze populisten die de macht grijpen zoals dhr. Trump die hun super bommen niet aarzelen te gebruiken de verandering van ons klimaat is vele malen ingrijpender dan dit soort figuren. De lange termijn effecten werken veel langer door en zijn ook quasi onomkeerbaar. De wereld die wij gaan achterlaten voor komende generaties zal unieke uitdagingen kennen die de mensheid nog nooit heeft gekend gezien zijn jonge leeftijd. Maar dat is een onderwerp voor anderen.

Ondertussen gebeuren er in onze sector ook opvallende zaken, het opdoeken van de centrale van Langerlo gaat nog niet zonder slag of stoot en de huidige manager en zijn Letse aandeelhouder doen nog een ultieme poging om te redden wat er te redden valt. Het streven is trouwens nobel want de site heeft zeker een toegevoegde waarde. Alleen vrees ik dat de wind verkeerd staat en dat ieder wanhoopsidee gedoemd is om te mislukken gezien de wil in Brussel niet meer aanwezig is om met de huidige eigenaar verder te gaan.

Nu was het nieuws vorig jaar van de overname van de oude Eon centrale ook wel opvallend, eerst German Pallets dat ook al op omvallen stond en daarna nog een onbekendere partij uit Estland. De financiële draagkracht van dit soort partijen is gewoonweg veel te klein om zo’n grote oude kolencentrale om te bouwen en vooral het risico is veel te groot. Zelfs de grootste energiebedrijven in Europa wagen zich bijna nooit aan grote houtverbranders met uitzondering recent in Nederland.

Nu grijpt men het Nederlands voorbeeld aan om te zeggen dat het wel kan, maar hier gaat men toch wel heel kort door de bocht gezien deze centrale niet volledig worden omgebouwd, maar nog steeds ook kolen blijven verbranden. Dat de Nederlandse overheid dergelijke lapmiddelen gebruikt om toch maar zijn doelstelling te halen tegen 2020 is vooral te wijten aan het feit dat men achterloopt op zijn doelstellingen. De miljarden die letterlijk door de schoorsteen worden verbrand aan hout hebben geen enkel lange termijn voordeel, in tegendeel. Men pompt nog meer CO2 de lucht in, maar gezien de huidige lage prijs voor CO2 per ton een verwaarloosbare factor.

Vlaanderen en trouwens de meeste landen nemen bewust afstand van dergelijke praktijken en terecht. Alleen moeten we ook kijken wat Nederland wel goed doet en dat is ook bemoedigend. Een duidelijk doel gesteund met de nodige middelen resulteert in een duidelijke uitbouw van vele zon- en windparken. De succesvolle veiling van windmolens op zee heeft heel de wereld met verstomming geslagen en wie weet wat er nog komt.

De meest recente opvallende winnaar in het rijtje van windmolenparken op zee is ENBW in Duitsland dat een vergunning heeft gewonnen zonder 1 euro subsidie te vragen. Deze gewaagde zet is gebaseerd op andere aannamen voor de toekomst. Men gokt volledig op het feit dat de elektriciteitsprijs op de stroombeurzen tegen 2025 fors gaat stijgen en dat de kosten om wind uit te baten op zee nog gaan dalen. De kans dat dit gebeurt is trouwens zeer reëel gezien de toekomstige tekorten aan grootschalige productie, alleen blijft het gokken.

Deze bedrijven gaan zich in de schulden steken en de banken gaan onderpanden eisen gezien de subsidie onbestaande is. Voor een bank is het gewoonweg onmogelijk om op een veronderstelling van hogere stroombeursprijzen een lening te geven. Toch is het positief dat dit gebeurt zodat overheden begrijpen dat men volluit kan en moet kiezen voor duurzaam en dat dit ook de goedkoopste weg is. De decennia lange subsidie stroom voor fossiele brandstoffen heeft vele honderden miljarden gekost om nog maar niet te spreken van de milieukost (en gezondheid) die nog gaat komen. Kernenergie heeft nog steeds subsidie nodig ook al bestaat zij al meer dan vijftig jaar.

We mogen blij zijn dat bedrijven als ENBW in Duitsland hun nek uitsteken en dit grote risico nemen alleen is het af te wachten of men niet te snel conclusies gaat nemen aan dergelijke stunten. Als overheden nu te snel hun beleid weer gaan aanpassen dreigen we de groei wel eens te laten stoppen in plaats van te versnellen. Wind en zon kunnen op termijn wellicht leven van de stroombeursprijs (als deze boven de 70 euro per MWh gaat), maar dan niet zonder korte en lange termijn opslag.

De overheden dienen te begrijpen dat zonder nieuwe infrastructuur, zoals we ook na de oorlog hebben uitgebouwd voor bijvoorbeeld onze havens en wegeninfrastructuur, de duurzame uitbouw voor een deel een dode letter zal blijven. De uitstoot van CO2 is bij wijze van spreken nog geen ton gedaald en dat bewijst dat er nog bouwblokken ontbreken, maar ook een grote gedragsverandering van iedereen zal nodig zijn om ervoor te zorgen dat de komende generaties ook nog in normale omstandigheden kunnen leven.

Dood van Langerlo biedt kans voor nieuw perspectief

De kroniek van een al lang aangekondigde dood leek het wel, niemand is echt verrast dat de ombouw van de voormalige kolencentrale tot houtverbrander niet doorgaat.

Dat na het biomassa project in Gent nu ook Genk begraven wordt is nog maar het topje van de ijsberg. Achter de schermen worden er nog talloze meer projecten afgevoerd wegens niet meer haalbaar of gebrek aan ondersteuning. Of het definitieve doek echt gevallen is voor Langerlo is af te wachten, maar wie nog interesse heeft zal heel snel moeten gaan en veel slagkracht moeten bezitten. De boodschap echter naar het buitenland toe is er één van: ‘blijf weg’, want het niet geven van uitstel is een duidelijk signaal.

Wat gaat er nu gebeuren voor deze site in Genk, die in de basis buitengewoon geschikt is om andere energieprojecten te bouwen? Hetgeen me nog de meeste zorgen baart is dat onze overheid zelfs nog geen suggesties durft te doen voor deze site. Zoveel sites hebben we niet waar zowel de schaalgrootte, waterwegen, personeel en aansluiting op het hoogspanningsnet van Elia aanwezig is.

Nu we (terecht) houtverbranding naar de geschiedenis hebben verbannen zou het van visie getuigen om te durven kiezen voor de uitbouw van een technologie van de toekomst op deze historische site. Waarom kan men in Duitsland wel een grootschalige opslag uitbouwen en wij niet? Waarom zouden we bijvoorbeeld rond Genk geen groene waterstofindustrie op gang brengen of in ieder geval met een grootschalig proefproject als overheid aantonen dat wij kiezen en vooral durven kiezen voor een toekomst en aantonen dat we wel een visie durven ontwikkelen?

Natuurlijk is het positief dat er vorig jaar meer dan 2000 Vlaamse gezinnen hebben gekozen voor een warmtepomp en is het goed dat er al 27.000 gezinnen één hebben, alleen is de weg nog lang en zijn er alleen al in Vlaanderen 2,6 miljoen gezinnen.

Aan dit tempo zijn we nog meer dan 100 jaar bezig, dit door obstakels zoals het distributietarief op elektriciteit dat gebaseerd is op verbruik en niet op vermogen zodat duurzame vormen van energie zoals warmtepompen nog steeds zwaar worden afgestraft.

Voor Vlaanderen zou het een prioriteit moeten zijn om een site als Langerlo te gebruiken voor de ontwikkeling van een nieuwe toekomstgerichte visie. Het zou getuigen van slagkracht als Vlaanderen durft te kiezen voor een grootschalige uitrol van nieuwe technologie om ons zo direct op de wereldkaart te zetten of toch in ieder geval in Europa.

Ver gezocht? Helemaal niet want in het verleden hebben wij meermaals vooruitstrevende zaken aangepakt, met het oude coax netwerk hebben we een Internet snelweg uitgebouwd, elektronisch bankieren, Tractebel, kernenergie, waterstof/chemie (haven van Antwerpen), enz.

Steeds waren wij mee in het koppeloton en er is geen reden waarom we niet weer mee aan de leiding zouden kunnen staan, maar hiervoor is ons land te versnipperd geworden met te veel bevoegdheidsverdeling. En toch is het te hopen voor de werknemers van Langerlo dat er snel werk gemaakt wordt van de sanering van de site door de overheid, zodat zij kunnen helpen om de site klaar te maken voor nieuwe grootschalige energieprojecten.

Nieuwe overname in Belgische energiemarkt

Aan de verkoop van de Belgische tak van ENI als energieleverancier van gas en elektriciteit is vorige week een eind gekomen, de “winnaar” is Eneco. De combinatie stijgt in één keer naar de derde plaats qua grote als je rekent volgens het aantal huishoudelijke klanten. Dat de energiemarkt in een consilidatie fase zit is nog niet duidelijk, maar dat velen de handdoek in de ring gooien is wel duidelijk.

Eni heeft nog geen vijf jaar geleden Nuon België verworven en geprobeerd om zijn eerdere aankoop van Distrigas zo samen te integreren. Dat deze aankopen niet gebracht hebben wat was gehoopt is een open deur intrappen en dat is wel verrassend te noemen gezien ENI toch vertrok met sterke kaarten.

De sterke onderlinge concurrentie met als gevolg eenspiraal naar beneden van steeds kleinere marges heeft de sector op zijn knieën gebracht. De verkoop van Lampiris duidde al op een dergelijk signaal en men kan zien uit de jaarcijfers dat schaalgrootte alleen niet meer helpt. Op een omzet van meer dan een miljard euro zo goed als geen marge halen betekent gewoon dat het geïnvesteerde kapitaal nooit meer aan een normaal rendement komt.

Nu wilt dat niet zeggen dat Eneco geen betere kans heeft, maar dat hangt natuurlijk wel af van de startprijs. Wat is er betaald voor Eni? Als men de prijs hanteert die vorig jaar werd betaald voor Lampiris dan gaat men toch weer richting de 150 euro per klant en zelfs als het minder is en richting de 110-130 euro dan nog wordt het huzarenstuk om dat ooit terug te verdienen. In ieder geval niet met de klassieke manier van het leveren van gas en elektriciteit.

Het zal afhangen van het feit of Eneco nieuwe stappen kan, mag en durft te zetten naar nieuwe verdienmodellen en hier ook nog geld voor is. Natuurlijk zijn er wel schaalvoordelen en kostenbesparingen mogelijk. Dat nieuwe organisatie kan een stuk slanker worden gezien vele diensten en experts een zelfde profiel hebben. De opportuniteit kan zijn om deze overlap te gebruiken om nieuwe diensten en producten te gaan aanbieden.

De vraag is nu, wie wordt de volgende in het rijtje? In principe wilt bijna iedereen wel naar de deur naar buiten, maar voor sommigen is dat niet zo gemakkelijk. Voor de historische monopolist Electrabel/Engie komt het moment wellicht dichterbij om in stappen afscheid te nemen. Een herintroductie op de beurs is wellicht een manier of anders het verkopen in stukken.

De regulators gaan hopelijk wel wakker blijven bij al deze bewegingen want naar analogie met de telecommarkt lopen we het risico dat er geen concurrentie overblijft. Het gezapige duopolie van Proximus/Telenet bewijst dat een markt liberaliseren nooit klaar is en regulatoren waakzaam dienen te blijven dat de marktomstandigheden aantrekkelijk genoeg zijn om een markt te betreden.

De manager van Eneco is wel iemand die met zijn enthousiasme wel de juiste dynamiek in de organisatie kan brengen om verder te bouwen aan het bedrijf alleen zal de druk op hem nu met een veelvoud toenemen gezien de investering die nu gedaan is. Het doorslikken van een portie goodwill is altijd aan de orde met dergelijke aankopen en vervolgens wordt dan vaak een zondebok gezocht.

Het huidige Eneco in België kampte zelf met de vraag van blijven of vertrekken gezien het marktaandeel bleef hangen op een te laag niveau wat bewijst dat zelfs met een goede manager succes niet vanzelfsprekend is. Er van uitgaan dat het samenbrengen van twee leveranciers onder één dak het probleem oplost is heel gevaarlijk en waarschijnlijk foutief. Een sterk groei scenario met het ter beschikking stellen van verse financiële middelen zal heel belangrijk zijn om te voorkomen dat we binnen een paar jaar niet hetzelfde scenario gaan meemaken.

Eneco zelf heeft ook grote uitdagingen gezien in Nederland zijn voortbestaan verre van zeker is door de gedwongen splitsing van hun netwerkactiviteiten die goed waren voor de bulk van hun winst. Het is geen toeval dat hun grootste aandeelhouder, zijnde de stad Rotterdam, op termijn afstand wilt doen van zijn aandelen in Eneco om zich te focussen op zijn rol als aandeelhouder in het netwerkbedrijf. Een beweging die de gemeenten en provincies achter Nuon en Essent hun hebben voorgedaan. Ook in Nederland geldt dat retail (lees huishoudens) activiteiten moeilijk rendabel te krijgen zijn en andere activiteiten een bittere noodzaak zijn.

Aan de andere kant heeft Eneco wel zijn nek uitgestoken om een grote positie in duurzame productie op te bouwen (wel aan een hoge prijs) van meer dan 1 GW en dat mag gerust als een prestatie gezien worden. Of dit de juiste weg is kan men vandaag nog niet zeggen gezien de relatieve jonge industrie voor groene stroom/gas, maar andere bedrijven tonen dat toch dat zij het beter doen met een zelfde strategie. Enel bijvoorbeeld is een lichtpunt op de financiele puinhopen van de historische spelers in Europa met zijn meer dan 10 GW opgesteld vermogen in duurzame energie. Aan de andere kant zien we ook andere grotere spelers in duurzame energie zoals Dong energie waar nog vele uitdagingen blijven bestaan.

Zelf denk ik dat de energieleveranciers zichzelf opnieuw moeten uitvinden en resoluut nieuwe paden moeten durven betreden om hun toegevoegde waarde te bewijzen richting aandeelhouders. Uitgezonderd enkele kleine nichespelers die richting de zakelijke markt gaan en een beperkt aantal klanten hebben, dit soort spelers blijven bewust in hun segment dat ze goed kennen en werken met kleine organisaties om zo rendabel te blijven. Het kan ook zijn dat nieuwe actoren uit de IT markt hier eerder poten gaan breken met zaken zoals het Internet of Things. In ieder geval wens ik Eneco meer succes met hun aankoop dan Eni heeft gehad!

Een week van verandering

Op zich is verandering een constante in het leven, maar veel mensen houden er niet van. Dat onze sector onderhevig is aan grote veranderingen is geen nieuws alleen merk je dat de overheden steeds meer beginnen te twijfelen aan de mars voorwaarts. Bijna onopgemerkt ging vorige week het nieuws voorbij dat we vorig jaar weer een record hoeveelheid benzine/olie gebruikt hebben.

Het nieuws dat de economie groeit, maar de uitstoot niet meer durf ik echt in vraag te stellen gezien de lange termijn voorspellingen van het Internationaal Energieagentschap nog een grote stijging zien van de dagelijkse behoeften aan olie de komende twee decennia. Zolang deze grafiek niet wordt bijgesteld is het logisch om uit te gaan van een stijging van de uitstoot, in ieder geval wat betreft het gebruik van fossiele brandstoffen.

Natuurlijk kunnen we ons verbruik reduceren door onze huizen beter te isoleren en onze lokale mobiliteit te verduurzamen alleen compenseert dat bij verre niet de stijging van de welvaart en dus het gebruik van energie. De verdubbeling van de bevolking van Afrika de komende decennia en de verwachte stijging van hun welvaart (die nodig is om de exodus van vluchtelingen te stoppen) zijn dergelijk grote getallen dat iedere efficientie verbetering in ons deel van de wereld dit niet kan stoppen.

Is het dan niet mogelijk om de verwachte stijging van uitstoot te stoppen op wereldschaal? Dit is wel degelijk mogelijk alleen niet realistisch gezien de olie exporterende landen zich niet zomaar gaan laten wegduwen gezien hun Bruto Nationaal Product enorm afhangt van deze opbrengsten. Zelfs een zogenaamd duurzaam land als Noorwegen drijft op een zee van olie en gas en zonder deze zou hun begroting er anders uit zien (ook al sparen zij een groot deel van deze inkomsten voor de toekomst wat als een voorbeeld mag gezien worden).

Als de landen die fossiele brandstof exporteren niet als eerste zeggen we stoppen met alles uit de grond te halen dan lijkt me een transitie naar duurzamere vormen van energie alleen mogelijk door te blijven subsidieren. Gelukkig zijn er ook positieve tekenen dat bijvoorbeeld zonnepanelen al bijna zonder subisidie kunnen (vooral kleinschalig), maar de geïnstalleerde capaciteit is toch eerder zeer bescheiden te noemen (voor zon).

Ondertussen beginnen in Nederland de formatie gesprekken en deze beloven interessant te worden mocht Groenlinks erbij komen, niet omdat ik enige voorkeur heb voor wie dan ook, maar vooral omdat hun accenten ver weg liggen bij sommige van de andere mogelijke coalitiepartners. Een kabinet met Groenlinks zou kunnen betekenen dat Nederland zijn beschamende plaats in de duurzame ranking kan doen vergeten met een ambitieus plan waarin echte keuzes gemaakt worden voor de komende generaties.

Of het realistisch is zal de nabije toekomst uitmaken, maar het zou ook de conservatieve partijen sieren mochten ze durven kiezen voor een trendbreuk en afstappen van onze fossiele verslaving.

Terugkomend op de energiemarkt in België was afgelopen week behoorlijk rustig behalve dan de dagelijkse stroom van persberichten vanuit het kabinet van de Vlaamse energieminister. Een geslaagd initiatief vind ik wel de gelanceerde Zonnekaart die burgers ertoe kan aanzetten om na te denken over zonnepanelen op hun dak. Op voorwaarde natuurlijk dat de ondersteunende software wel betrouwbaar is en de app/toepassing echt werkt.

Een belangrijkere mededeling kwam uit Nederland door Tennet, de hoogspanningsnetwerkbeheerder, om een North Sea Power Hub te bouwen die op termijn in staat moet zijn om 30 GW aan windmolenparken op zee aan te sluiten. Het zijn dit soort initiatieven die in de juiste richting wijzen gezien ze mede (deel)oplossingen bieden voor de lange termijn.

Nederland heeft gekozen

Een zucht van verlichting ging door Europa nu Nederland behoudend heeft gekozen en het populisme niet massaal is doorgebroken. Opvallend was vooral de goede scores van traditioneel kleinere partijen zoals Groenlinks of Partij voor de dieren. Ook D66 ging er goed op vooruit en zelfs een kleine partij als CU ging volluit voor een verduurzaming van de samenleving.

Ongeacht het feit dat de laatste debatten enige aandacht gaven aan het milieu en klimaat ging de meeste aandacht tot nu toe uit naar thema’s die de dag beheersten. Dat Groenlinks 100 miljard euro extra in een duurzame samenleving wilt pompen is terecht en nobel alleen in de aanstaande coalitie gesprekken zal hier in het beste geval een compromis gevonden worden. Natuurlijk weet niemand vandaag hoe zo’n coalitie er gaat uit zien gezien de ingewikkelde uitkomst van de verkiezingen. Het begint een beetje op België te lijken waar de versplintering van het politieke landschap al vele jaren geleden begonnen is en het vormen van een coalitie steeds moeilijker wordt.

Zoals gezegd is er tijdens deze campagne zeer weinig aandacht geweest in de laatste rechte lijn naar de verkiezingen door enerzijds de zogenaamde rivaliteit tussen dhr. Rutte en Wilders (die er geen geworden is) en de enorme binnen-en buitenlandse media aandacht en anderzijds de retoriek vanuit Turkije die hun intern referendum op een klassieke manier hebben geëxporteerd. Zoek een externe “vijand” als bliksemafleider, roep hard en je krijgt massa media aandacht en zo kan je nationalistische gevoelens in een volk wakker maken. En bingo je kansen verhogen om een niet populair referendum mogelijk te maken.

Frappant dat de media dit niet doorziet als een politieke zet zonder inhoud die na de verkiezingen gewoon weer verdwijnt. Men wordt bespeeld en laat het gebeuren en zo wordt de aandacht verlegd van veel belangrijker onderwerpen zoals de klimaatverandering die iedere dag in het nieuws te zien is.

De schrijnende toestanden in Afrika gingen verloren in de verkiezingsretoriek en wat vanuit Amerika komt stemt niet echt gelukkig. De bekendmaking van een eerste ontwerpbegroting van de regering Trump laat zien dat men het budget voor defensie met meer dan 54 miljard dollar jaarlijks optrekt en de budgetten van klimaat en buitenlandse zaken (onder andere ontwikkelingshulp) gaat verminderen. Bommen in de plaats van voedselhulp en dergelijke. Een werkelijk menselijk gelaat, maar het is niet de eerste keer dat dit gebeurt natuurlijk.

En toch is de verduurzaming niet te stoppen wanneer je de verschillende partij programma’s ziet en het is vooral de jeugd die massaal hiervoor kiest. Hoopgevend is ook dat grote bedrijven als Engie/Electrabel ineens het groen licht hebben gezien en nu zelfs overwegen om een bod op te brengen op andere grote spelers zoals Innogy (het voormalige RWE of in ieder geval het afgesplitste gedeelte met klanten en duurzame investeringen). De investeringen in duurzame energie bereiken hoogten die aantonen dat in onze sector nergens meer wordt in ingevesteerd.

Eén van de zaken die nog achterblijft is het rendement versus traditionele energiesectoren zoals de olie en gassector. De duurzame gesubsidieerde markt zit in een spiraal naar beneden tijdelijk door de afname van subsidies, maar ook door positieve elementen zoals lagere investeringskosten in zon en wind per MW. Wat wel verontrustend kan zijn is de stijging van de lange termijn rente die een enorme impact hebben op lange termijn investeringen voor projecten in zon en wind.

Gaat deze verder in stijgende lijn dan zullen veel investeringen die gepland zijn onmogelijk worden en het valt af te wachten of de overheid hier snel genoeg rekening mee houdt. Het verleden in deze nog jonge sector heeft geleerd dat velen beginnen aan projectontwikkeling, maar dat weinigen beseffen dat er de eerste jaren niks mee te verdienen valt. Zelfs bij de bouw van zon- en windparken is het dan ook nog lang wachten op de rendementen gezien men vaak ziet dat de echte cash pas de laatste jaren komt (lees pas na tien-vijftien jaar).

Wat ook opvalt is het gebrek aan visie na de subsidieperiode, zowel voor zon en wind. De goede windlocaties zijn stillaan benomen en binnen een jaar of vijftien gaan deze parken echt niet verdwijnen gezien deze oudere locaties vaak ook de beste zijn. Het is frappant dat de overheden in vele landen niet verder kijken dan de door hun gegeven subsidieperiode en zelfs met vuur spelen gezien vele locaties vaak ook maar voor dezelfde periode gehuurd worden.

Als eigenaar van gronden ga je zeker gebruik maken van het einde van een huurovereenkomst/recht van opstal indien er toch een vervolg zou komen. Dat dit nogmaals kostenverhogend gaat werken ligt voor de hand en zo zal de overheid wederom met nieuwe subsidies over de brug moeten komen. Een vicieuze cirkel als je het mij vraagt en één die mijlenver van een echte marktwerking afstaat.

Aan de andere kant zie ik voorspellingen van internationale experts dat de elektriciteitsprijs na 2020 behoorlijk zou gaan stijgen en al relatief snel richting de 90 euro per MWh zou gaan. Indien dat zo is dan kunnen zon en wind zonder subsidie, alleen gaat de overheid toch mee in bad moeten want een dagprijs/maandprijs/jaarprijs is niet voldoende solide om investeringen op gang te brengen. Nog vele zaken ontbreken in een globale of nationale energievisie en zolang dit het geval is zullen we soms stappen vooruit doen zonder echt te weten of de volgende stappen ook nog mogelijk zijn.

Nederland gaat kiezen

Dat de kiezer deze week in Nederland in de belangstelling staat van heel Europa heeft vooral te maken met de opkomst van mannen met vreemde haarkleuren en vooral hun populistisch discour met verkiezingsprogramma’s van maximum 1 bladzijde. Dat zoiets mogelijk is heeft vooral met de tijdsgeest te maken waar de oneliners heersen zonder afgerekend te worden of deze wel juist zijn of niet.

Woord van het jaar of in ieder geval zinsnede komt toch uit de VS waar één van de belangrijke pilaren van dhr. Trump sprak van alternatieve feiten. Leugens bestaan niet meer, zelfs onwaarheden zijn uit de mode. Wat dit alles met onze sector te maken heeft? Wellicht direct minder, maar ook wij zijn onderhevig aan dit oppervlakkige discours waar zowel rechts als links onze sector gebruiken wanneer het hun uitkomt.

Enkele dagen voor de verkiezingen speelt men vooral in op de angsten van mensen en wordt over zaken zoals klimaat niet meer gesproken. Nochtans is de uitdaging van klimaat oneindig veel groter dan zaken zoals vluchtelingen of vergrijsing. Wanneer het toch gaat over onze sector dan roept de ene partij dat alle kolencentrales snel dicht moeten terwijl de andere roepen dat we dan kolen elektriciteit gaan importeren uit Duitsland.

Buiten de waan van deze dagen is het wellicht belangrijker om na te gaan of bijvoorbeeld de kolencentrales dicht kunnen in Nederland. Het antwoord is vandaag ongetwijfeld positief gezien de vele gascentrales die werkeloos toekijken. Alleen is dat ook geen lange termijn oplossing en hoogstens een overgangsmaatregel. Toch wel één om te overwegen gezien de vele doden die kolencentrales op lange termijn met zich meebrengen door de vervuiling die ze met zich meebrengen.

Sommigen in het debat spreken over schone kolencentrales, omdat ze nieuw of vrij nieuw zijn wat toch wel behoorlijk aan de haren getrokken is. Het kan best zijn dat de efficientie van een nieuwe kolencentrale enkele percenten beter is dan een oude, het blijft dweilen met de kraan open. Om van 36-38 naar 40-42% te gaan of iets hoger bewijst gewoon de slechte verbranding en benutting van dit soort oude fossiele technologieen. Dat iedere grote kolencentrale gewoon een 6+ miljoen ton CO2/NOX blijft uitspuwen is gewoon een vaststaand feit en geen optie voor zelfs de middellange termijn.

De beste keuze zou zijn om ze binnen de paar jaar allemaal te sluiten alleen zal dan een compensatie aan de orde zijn voor die nieuwe centrales en hun eigenaren. Zou wel uitkijken met een vergoeding te betalen en eerder denken aan toekomstige concessies of andere voordelen voor de bouw van duurzame productie.

Men kan zelfs stellen dat indien men een vergoeding zou betalen dit rechtstreeks ook helpt als duurzame energie gezien men vele miljoenen tonnen CO2 uitspaart. Ook zijn soms dezelfde eigenaren nu ook eigenaar van werkeloze gascentrales in hetzelfde land. Neem bijvoorbeeld RWE dat in Nederland zowel kolencentrales heeft als werkeloze gascentrales (bv. Clauscentrale), als zij verplicht worden om een 1000 MW kolencentrale versneld te sluiten, maar daartegen hun vernieuwde 1000 MW gascentrale opnieuw continue kunnen laten werken de compensatie wel eens een stuk goedkoper zou kunnen worden.

Voor de Belgische energiemarkt heeft de verkiezing in Nederland wel degelijk een impact gezien een mogelijke regeringsdeelname van dezelfde partijen continuiteit betekent (niet dat ik dit beter of slechter vind, maar gewoon vaststelling) en een coalitie met nieuwe partijen zoals Groenlinks kan betekenen dat we een andere samenwerking kunnen nastreven (lees meer).

Dergelijk kleine landen als Nederland en België hebben vele voordelen om voor een aantal energie onderwerpen één strategie na te streven zoals we dit in het verleden ook gedaan hebben met kolen en gas. De teloorgang van onze eigen energiebedrijven in België sinds eind jaren tachtig ziet men nu trouwens ook de laatste tien jaar in Nederland. Voor grof geld zijn Essent en Nuon opgegaan in grotere gehelen met als gevolg dat de energiekoers van een land niet meer zelf kan bepaald worden. Eneco lijkt de volgende in dit rijtje nu Rotterdam te kennen heeft gegeven zich te willen terugtrekken als aandeelhouder. De risico’s verbonden aan de vrije markt met de opbouw van veel schulden door investeringen in duurzame energie zijn niet conform aan het risicoschuwe profiel van gemeentelijke aandeelhouders. Begrijpelijk alleen is het verre van zeker dat het alternatief (lees energieproductie volledig in buitenlandse/privé handen) garant staat voor een beter resultaat.

Kijkt men naar de kopers van zowel Essent als Nuon dan kan men niet anders stellen dat deze bedrijven grote moeilijkheden hebben op dit ogenblik en het verre van zeker is dat kleine landen nog hun interesse hebben. De verkiezingen in Nederland zijn op zich niet belangrijk voor onze sector op de lange termijn, maar het valt af te wachten of de positieve ingezette koers in Nederland na de verkiezingen zijn vervolg zal kennen.

Opslag en visie

Vorige week kwam het nieuws dat Engie/Electrabel gaat investeren in een testopstelling voor opslag met batterijen. Er wordt gewerkt naar een 6 MW opstelling wat zeker een goed idee gaat geven van de werking en het gebruik van opslag in het net voor te balanceren. Op korte termijn zijn batterijen zeker nuttig als buffer om zo binnen de dag per uur te gaan kijken of men beter opslaat of injecteert.

De grote aandacht voor opslag via lithium batterijen is toch grotendeels te danken aan Tesla die vorig jaar nog met zijn Powerwall is gekomen en een mogelijk trend voorwaarts heeft gezet. Nu is het nog veel te vroeg om van een doorbraak te spreken en de Powerwall verre van een succes. In de huidige marktwerking en regelgeving is simpelweg niet veel plaats gemaakt voor opslag, maar in de toekomst zou dit moeten gaan veranderen.

Zelf lijkt me de weg voorwaarts dat in de toekomst investeringen in zon en wind hand in hand dienen te gaan met tevens de uitbouw van opslag. Men kan zelfs spreken van een integraal onderdeel om rendabel en vooral efficient iedere geproduceerde groene zon en wind KWh nuttig te gebruiken. In Duitsland heeft men het plafond al lang bereikt waarop zon en wind hun efficientie zien dalen door gebrek aan opslag en andere slimme netwerktoepassingen/software om deze intermitterende stromen optimaal te benutten.

De wet van de remmende voorsprong wordt in Duitsland met zijn Energiewende dan ook duidelijk zichtbaar en we dienen ons goed bewust te zijn dat ieder land hiermee te maken zal krijgen als we meer duurzame energie gaan produceren.

Ondertussen is het vanuit de politiek oorverdovend stil wat betreft een toekomstvisie en keuzes die gemaakt kunnen worden. Het status quo domineert alle geledingen en gelukkig zijn er enkelen die zich daar bewust van zijn. De populisten die schreeuwen naar de goede oude tijd vergeten dat het verleden nooit terug komt. Toch in ieder geval niet het goede deel en is het dus nodig om onze toekomst zelf te bepalen en vooral richting te geven aan onze economie.

Men kan gerust stellen dat energie de belangrijkste drager is van onze economie sinds begin 19de eeuw. De industrialisatie is alleen maar mogelijk geweest dankzij grote hoeveelheden energie uit de bodem en hier komt nu binnen enkele generaties een eind aan. Dat betekent nog niet dat fossiele brandstoffen geen nut meer hebben, maar in ieder geval niet als brandstof voor de energiesector, warmte of onze mobiliteit.

We gaan nog honderden jaren olie nodig hebben als onderdeel van het maken van producten en hier heeft het product olie ook veel meer waarde. Het is eigenlijk een zonde om olie letterlijk te verbranden op de manier dat wij het doen, maar dat komt vooral omdat honderd jaar geleden men dacht dat de voorraden onmetelijk waren en oneindig zouden kunnen gebruikt worden.

In eigen land is het wachten op een energievisie die letterlijk onze economie een extra boost kan geven zodat we met ons eigen geld in onze eigen economie gaan investeren. De gekozen route in België om iedere regio een deelopdracht te geven kan gerust werken gezien de omvang van het werk op voorwaarde dat de onderbouwing van de gekozen routes gesteund zijn op dezelfde formules en werkwijze (bijvoorbeeld zelfde einddoelen definiëren) anders kun je er geen geheel van maken daarna.

Het blijf jammer dat men het laaghangend fruit niet al laat aanpakken door bijvoorbeeld de regulatoren/regelgevers een duidelijk mandaat en macht te geven om wat slecht is uit de markt te drijven. Of het nu het bannen is van stookolie, schouwen waar open haarden zijn op aangesloten verplichten tot het installeren van roetfilters, promoten van warmtepompen en dergelijke, men kan en dient nu actie te nemen willen we letterlijk naar een grote reductie van CO2/CH4/NOX gaan.

Zodra er eind dit jaar een energievisie/pact is met een duidelijke richting dient men een energiecommissaris aan te stellen die over de regio’s heen deze visie gaat uitrollen met de nodige bevoegdheden. De uitrol van een duurzame energiehuishouding dient men in de handen te brengen van één tijdelijke (twintig jaar minstens) commissaris die jaar na jaar, maand na maand de doelstellingen opvolgt en waar nodig bijstuurt. Zonder een gecoördineerde aanpak maken we geen enkele kans om op een efficiente wijze naar minstens 80% reductie van broeikasgassen te gaan tegen 2040/2050.

Dit idee zal waarschijnlijk wel politieke weerstand oproepen om zich te profileren, maar in tegenstelling tot wat sommige roepen doen we wat we zelf doen niet altijd beter en vergt deze sector een volledige samenwerking en integratie. Een wellicht te nobele en naïeve doelstelling in een land als België waar men zich kapot aan het regeren is door een half afgewerkte staatshervorming. Ondertussen ziet men in Nederland wel deze overlegstructuur en worden er resultaten geboekt ook al heeft men een enorme achterstand en vertrekt men zowat van achteren in het peleton. Ook Nederland dient lessen te leren uit de Duitse Energiewende die heeft aangetoond dat reductie van broeikasgassen niet automatisch komt omdat je massaal wind en zon uitrolt. De weg voorwaarts die Nederland nu is aan het implementen maakt het voor mij in ieder geval duidelijk dat ze binnen de vijf jaar verder staan dan België.

Bezoek aan Mainz

Vorige week bracht ik een bezoek aan een proefproject in Mainz dat gebouwd werd door Siemens, het project gaat over duurzame opslag door middel van waterstof. De opstelling heeft een capaciteit van 4,5 tot maximum 6 MW wat het meteen tot één van de grootste proefopstellingen in Europa/wereld maakt voor dergelijke toepassing.

Naast deze opstelling staat ook nog een windmolenpark maar jammer genoeg was dit nog niet direct aangesloten op de waterstofopstelling. De grootschalige test wordt dagdagelijks ook gewoon effectief gebruikt doordat een distributeur het gas komt halen om te leveren aan de lokale overheidsinstellingen (Stadwerke) die het op hun beurt gebruiken in de mobiliteit.

Daarnaast wordt de opslagcapaciteit ook gebruikt om gedurende de dag op het net te balanceren en ook om gebruik te maken van de prijspieken en -dalen gedurende de dag. Zodoende wordt gekeken (en vooral gemeten) hoe men een hogere efficiëntie en meer opbrengsten kan genereren door deze reservecapaciteit.

Dat overheden vandaag de dag vooral warm en koud blazen en nog heel veel wijzigingen zullen moeten doorvoeren is voor iedereen die werkt aan een duurzame energiehuishouding duidelijk, maar wat opslag betreft is er werkelijk nog niets. Vermits het probleem nog niet acuut is gezien er voldoende oude kolen- en gascentrales zijn in Duitsland worden zaken zoals opslag nog niet vereist en als dusdanig gewoon genegeerd. En toch heeft deze test een grote waarde want ze toont ten eerste de toegevoegde waarde aan van waterstof als grootschalig opslagmedium en ten tweede ook de technische haalbaarheid die nodig zal zijn voor het opschalen naar nog veel grotere installaties.

Men denkt nu al luidop aan installaties van een grootte die gaat tussen de 100 en de 300 MW wat effectief nodig zal zijn om naar bijvoorbeeld 80% duurzame productie van elektriciteit te gaan. Voor dergelijke grote installaties moet je wel de beschikking hebben over een grote opslagcapaciteit, bijvoorbeeld ondergronds in oude gasvelden. Het mag duidelijk zijn dat niet de techniek als wel de lage prijzen voor energie het vandaag onmogelijk maken om te kunnen investeren in dergelijk grote waterstoffabrieken, maar dat zal zeker niet zo blijven.

In de nabije toekomst zullen overheden ontwikkelaars van duurzame productie verplichten om ook verder te kijken dan alleen zon en wind. Men zal in de toekomst streven naar een combinatievergunning waarin je bijvoorbeeld naast je windvergunning ook de verplichting zal hebben om te investeren in voldoende opslag om zo voldoende te kunnen balanceren zodat de opgewekte windenergie niet teveel negatieve effecten veroorzaakt op het netwerk en dus de kwestie dat vraag en aanbod in evenwicht dienen te zijn.

Dat Duitsland al effectief bezig is met grootschalige testen bewijst ook dat men zich al bewust is van deze noodzakelijke stap. De cluster van waterstof in Vlaanderen die werkt op het vraagstuk “Power to Gas” waarvan wij ook één van de deelnemers zijn zal zeker de overheden bewust maken van de vorderingen en ervaringen op dit vlak in andere landen. Duitsland is trouwens ook één van de gidslanden wat betreft de uitbouw van waterstof, zowel in dergelijke grootschalige opslaginstallaties alsook in de uitbouw van waterstoftankstations als deel van het toekomstig wagenpark.

En in tegenstelling tot wat batterijfabrikanten roepen is waterstof geen concurrent maar eerder een aanvulling en partner gezien je nu eenmaal niet alles kunt oplossen met batterijen. Grootschalige opslag voor langere termijn is nu eenmaal niet kosten efficient met batterijen.

Ondertussen blijft de berichtgeving over postjes en poen bij de intercommunales het nieuws nog beheersen wat gezien het belang van onze sector enigszins jammer is. De uitdagingen voor ons zijn niet honderd maar duizend keer belangrijker voor onze samenleving dan de saga over lokale mandaten, maar een stroomlijning is natuurlijk wel nuttig.

Dat ondertussen zowat alle projecten het moeilijk hebben om rendabel te draaien door de veel te lage prijs voor elektriciteit (en gas) zal niet onopgemerkt voorbij blijven gaan. Zelfs grote subsidiekranen zoals voor het biomassaproject in Langerlo krijgen de eindjes gewoon niet aan elkaar. De financiering blijkt een helse karwei te zijn waar alles uit de kast gehaald moet worden om het toch maar voor elkaar te krijgen. Starten onder een dergelijk gesternte is vragen om problemen want als de intrestvoeten ietjes stijgen kun je dergelijk project gewoon stoppen. Het blijft afwachten of het Estse bedrijf dit voor elkaar gaat krijgen en het verzoek tot uitstel zegt veel.

Het bezoek aan Mainz bij Frankfurt wat betekende een dag met 580 km snelweg (heen en terug) stond ook in schril contrast met de dag erna toen ik van Tongeren naar Gent moest en daarna naar Breda (en dan Antwerpen). In Duitsland geen file gezien (toch geen stille zone tussen Keulen en Frankfurt). In België alleen maar stilgestaan. Eerst Antwerpen passeren om naar Gent te gaan, vanaf Herentals tot de ring in Antwerpen (en het was 10.30u). Dan na de meeting in Gent richting Antwerpen, stilstaan vanaf Kruibeke tot de Kennedytunnel (om 13.30u). Op de ring van Antwerpen richting Breda (om 13.50u) en van Breda terug naar Antwerpen bij de ring van Antwerpen (om 18.30u). Gewoon om aan te geven dat deze files en de daar bijhorende kosten niet worden meegerekend wanneer men het heeft over de uren files. Duurzame mobiliteit is niet alleen overschakelen op waterstof en batterijen maar ook onze weginfrastructuur aanpassen aan de 21ste eeuw.

Goede voornemens

Nu de storm in Wallonië over Publifin een beetje is gaan liggen is vorige week in Vlaanderen een nieuwe windhoos door het politieke landschap gegaan. De politieke correctheid is bewonderingswaardig en de verontwaardiging op alle “ontdekkingen” weinig verrassend. Op zich is er niks onwettelijk gebeurd alleen bleek dat Vlaanderen min of meer in hetzelfde bedje ziek is als Wallonië.

Ergens logisch want vanuit het verleden waren de structuren van de intercommunales zeer vergelijkbaar en ook in Vlaanderen heeft men nagelaten om dit kluwen te ontrafelen. Het is natuurlijk nooit te laat en de goede ideëen volgen elkaar in snel tempo op. De liberalen pleiten voor burgerparticipatie via een mogelijke beursgang van de netwerkbedrijven en de Vlaamse nationalisten voor het opdoeken van de honderden mandaten van lokale politieke vertegenwoordigers.

Stuk voor stuk goede ideetjes alleen mis ik een echte onderbouwing vanuit de introductie van de juiste corporate governance structuren en vooral een borging van volledige transparantie. Dat men al streeft naar een goede mix van neutrale bestuurders vanuit het bedrijfsleven aangevuld met lokale politieke mandatarissen. Een verhouding van 50/50 zou ervoor zorgen dat de transparantie een stuk verbetert gezien onafhankelijke bestuurders geen rekening hoeven te houden met achterliggende gevoeligheden.

Als men echt werk wil maken van het moderniseren van de structuren van de netwerkbedrijven dan moet men in het parlement de bevoegde minister vragen om met een onderbouwd plan te komen binnen de drie maanden. Er zijn voldoende voorbeelden vanuit het buitenland waar veel eenvoudigere en vooral kleinere structuren bestaan.

Als men naar de hele heisa kijkt dan is het enige nuttige dat men hopelijk effectief iets gaat doen aan deze oubollige structuren. Dat men echter stopt met mensen aan de schandpaal te nagelen want in Vlaanderen is daar weinig reden toe. Hoogstens de voorzitter van ons federale parlement dhr. Bracke zou zich moeten schamen. Als hoogste ambt dien je het verstand te hebben om je boven het gewoel te zetten en zijn interventie in het schepencollege in Gent was dan ook misplaatst. Hij hoopte wellicht op de mogelijkheid om zich kandidaat te stellen als burgemeester van Gent maar dat kan hij wel definitief opbergen.

Belangrijker nieuws komt zoals vaak uit het buitenland waar Toshiba in zwaar weer zit door de zoveelste bouwnachtmerrie van kerncentrales. Deze keer is het prijs in de Verenigde Staten waar drie nieuwe kerncentrales alweer drie jaar achterlopen op oplevering en het budget reeds met een acht miljard dollar is overschreden. Dat we dezelfde ervaringen zien in Frankrijk en Finland is geen toeval een bewijst dat we de kunst om kerncentrales te bouwen aan het verleren zijn. Nu moet wel gezegd worden dat de huidige kerncentrales nieuw zijn in hun ontwerp en de eerste bouwervaringen altijd meer kosten alleen zien we geen beterschap.

Net zoals voor de Egyptenaren, Grieken of Romeinen kan men zich de vraag stellen of verworven kennis niet kan verdwijnen. Is dit de reden waarom we steeds minder kennis in huis hebben voor de bouw van nieuwe kerncentrales of is het gewoon het nieuwe design dat parten speelt? Wat de reden ook is men kan het zorgelijk noemen. Men kan en mag zeker tegen kerncentrales zijn maar in de huidige mix van productie speelt kernenergie nog altijd een rol, ook in de toekomstige.

De illusie om alle huidige kern- en kolencentrales te vervangen door gascentrales en dit dan een transitiebrandstof te noemen is gewoon een leugen en is gewoon nog meer van hetzelfde. Natuurlijk speelt aardgas een heel belangrijke rol als transitiebrandstof naar een CO vrije energiehuishouding maar vooral niet als vervanging voor de huidige basislastcentrales (lees centrales die 7/8000 uren op vollast werken). Het inspelen op toekomstige intermitterende duurzame energie en deze aan te vullen met kleinere flexibele gascentrales is logisch totdat we voldoende andere technologieen hebben zoals grootschalige opslag om al onze opgewekte zon en wind nuttig te gebruiken.

Ieder land is op dit ogenblik aan het kijken naar zijn energietransitie, zijn strategie en energiemix en het blijft jammer dat kleine landen zoals België en Nederland dit niet samen doen. Men heeft weinig geleerd vanuit het verleden toen Europa besloot om het E.G.K.S. op te richten en zo ons continent terug op te bouwen. Zeker gezien de enorme investeringen waar we voor staan is het belangrijk dat we samen kijken wie wat doet om zo elkaar te versterken.

Als men kijkt bijvoorbeeld naar de saga rond Langerlo in Genk om de oude kolencentrale toch maar een (tijdelijk) nieuw leven te geven als omgebouwde houtverbrander dan weet iedereen dat dit geld eigenlijk weggegooid is. Men zou bijvoorbeeld veel beter innoveren door op de site van Langerlo een relatief grootschalige fabriek te bouwen die waterstof gaat produceren op basis van geproduceerde windenergie. Er staan rond Genk al een behoorlijk aantal windturbines en ook al kan men dit soort projecten beter aan de zee bouwen dicht bij de grote windmolenparken, toch kan een dergelijk project belangrijk zijn om onze leercurve te gaan betalen. 2 miljard Euro verbranden aan houtpallets draagt niets bij tot onze toekomstige duurzame energiehuishouding en we dienen zuinig om te gaan met de middelen die we hebben. Hopelijk wordt dit project definitief afgevoerd en durft men echte keuzes te maken voor zaken zoals opslag die een essentieel onderdeel vormen in welke toekomstige energiemix dan ook.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Moet de overheid meer investeren in onderzoek en ontwikkeling voor duurzame energie ontwikkelingen?


View Results

Loading ... Loading ...