Laatste “historisch” Benelux energiebedrijf

Nu is terugkijken naar het verleden nooit iets waar ik lang heb bij stilgestaan, maar het is toch wel eens de moeite om te kijken wat er de laatste vijftien jaar veranderd is in de Benelux op het vlak van energievoorziening en vooral eens kijken welke spelers verdwenen zijn en wie er nog over blijft.

De liberalisering van de telecom sector eind jaren negentig bracht een gelijkaardige wind in de energiesector die in de meeste landen netjes verdeeld was tussen nationale of regionale monopolisten. Deze vaak geïntegreerde bedrijven hadden activiteiten in de transport van energie, opslag(gas), productie(elektriciteit of gasvelden), handel (vooral grensoverschrijdend) en levering en waren vaak eigendom van nationale of lokale overheden.

De wens vanuit Europa om ook de energiemarkt te liberaliseren naar gelijkenis met de telecommarkt zorgde voor een unieke dynamiek. Collega’ s sinds vele decennia werden van de ene op de andere dag elkaars concurrenten, of dit nu in Nederland was met Essent, Nuon, Eneco, Delta of de vele stedelijke nutsbedrijven, of in België waar de twee historische monopolisten Electrabel en Luminus, ze begonnen elkaar plots te wantrouwen in alles.

Advocaten beleefden goede tijden gezien bij al deze bedrijven er grote Chinese muren moesten worden opgetrokken tussen de diverse onderdelen. Netwerkbedrijven ontstonden, zelfstandige leveranciers schoten uit de grond (zo ook WattPlus in 2002, later bekend als Essent Belgium) en iedereen ging uit van meer concurrentie en dus scherpere prijzen.

Nu 15 jaar later kunnen we het slagveld van de vrije markt overzien en zien we een gemengd beeld. Waar 15 jaar geleden Nederland meer dan 20 energiebedrijven had in handen van Nederlandse aandeelhouders (veelal publiekelijk) is er nu nog één over zijnde Eneco(mijn excuses mocht ik de kleinere spelers vergeten die nu in privé handen met succes hun niche hebben gevonden).

Van de voormalige meer dan 20 historische regionale spelers in Nederland is er dus nog één over en ook zij gaan nu voor de bijl. De publieke aandeelhouders van Eneco met de steden Rotterdam en Den Haag voor op willen de risico’s van de vrije markt niet. Toch gek dat overheden gepleit hebben voor de liberalisering, maar vervolgens de gevaren ervan niet willen ondergaan maar wel overlaten aan de privésector.

Op zich heb ik geen melancholische gevoelens bij het verdwijnen van al deze bedrijven, maar het ontbreken van enige lokale verankering in een samenleving in zijn energiebedrijven hoeft niet per se een goede zaak te zijn. De behoefte aan lange termijn investeringen in onze sector zijn groot en is lokale verankering dus wel degelijk van belang en we dienen dan ook deze opnieuw uit te vinden. Gelukkig zijn er tal van jonge initiatieven via crowdfunding, coöperatieven en andere vormen die de betrokkenheid van lokale mensen en bedrijven proberen te stimuleren.

Dat overheden zich massaal terugplooien op hun netwerkbedrijven gezien deze verzekerd zijn van een natuurlijk monopolie en dus ook dito rendementen mag dan al begrijpelijk zijn het blijft merkwaardig dat dus blijkbaar de gemaakte regel- en wetgeving voor de liberalisering door diezelfde overheid gezien wordt als onvoldoende om rendementen te garanderen.

Er staat nergens dat overheden niet kunnen investeren in bijvoorbeeld productie of in andere delen van de energieketen buiten het netwerkbedrijf, er is alleen maar afgesproken in Europa dat energiebedrijven niet meer geïntegreerd mogen zijn (lees netwerk, handel, productie en levering in één bedrijf). De waarheid is wel trouwens dat vele landen zelfs deze afspraken gewoon naast zich neerleggen of er ruim de tijd voor nemen.

Dat men in België reeds eind jaren tachtig afscheid was aan het nemen van zijn kroonjuwelen in de energiesector mag nog steeds gezien worden als een historische vergissing van formaat gezien de vele kerncentrales die nu in “privé” handen zijn en waar de bevolking nog decennia lang kopzorgen zal over hebben. De hete aardappel van de sluiting van deze centrales wordt regering na regering achteruit geschoven (beetje zoals de vergrijzingsbom en een begroting in evenwicht). De nog steeds geplande sluiting van de kerncentrales tussen 2023-2025 is een lacher gezien men heeft nagelaten er een realistisch alternatief naast te bouwen zodat we de optie van een sluiting ook hadden kunnen uitvoeren.

Terugkomend op de liberalisering kan men stellen dat deze onverwachte bijeffecten heeft gehad en de illusie van lagere prijzen volledig teniet is gedaan door de vele stijging in taksen en heffingen. Onze energiefactuur lijkt stillaan op onze belastingsbrief met zijn vele rubrieken (lees koterijen) die op zich ervoor zorgen dat de liberalisering nog maar plaatsvindt op 20 tot 30% van onze factuur (tien jaar geleden was de component energie nog goed voor meer dan 50% van onze factuur).

Voor de consument wordt de keuze tussen leverancier a of b zo wel heel marginaal gezien de hoogte van zijn factuur compleet vast zit met gereguleerde staatsheffingen. De bedrijven klagen al jaren steen en been over de hoogte van hun factuur ook al is de component elektriciteit (en gas) met 50% gezakt de laatste tien jaar. Ook zij voelen weliswaar in mindere mate de toename van de gereguleerde kosten op hun factuur.

En toch dienen we allemaal mee te bouwen aan een nieuwe energiehuishouding zonder fossiele uitstoot (lees broeikasgassen), één waar fossiele brandstoffen zoals olie een veel hogere waarde krijgen (lees zuinig mee omspringen gezien de beperkte voorraden) om zo nog honderden jaren gebruikt te kunnen worden voor specifieke industriële toepassingen en een samenleving waar iedereen toegang heeft tot energie, maar er veel zuiniger mee omgaat.

Veel interesse voor wind en zon

Dat de nog relatief jonge duurzame sector gedomineerd wordt door de aandacht voor zon- en wind projecten is logisch gezien deze technologie ruim ondersteund werd door de diverse overheden en de technologie ook met rasse schreden vooruitgang boekt.

Of het nu qua prijs of schaalgrootte is, de cijfers blijven indrukwekkend. Dat sommige bedrijven als Dong met succes een enorme omslag hebben gemaakt en vanuit hun historische positie in minder dan tien jaar hierin geslaagd zijn is op zich een prestatie.

Of hij daarom als succesvol kan beschouwd worden is nog veel te vroeg om te kunnen beoordelen. In ieder geval is kuddegedrag nooit ver weg en ziet men ook al een aantal zogenaamde “copycats” pogingen doen om een zelfde weg op te gaan. De focus op één klein deel van de oplossing is vanuit bedrijfsoogpunt zeker goed alleen dient men dan wel te begrijpen dat men veel andere prioriteiten laat leggen.

Dat Dong vooral groeit via subsidies tot nu toe is een algemeen gegeven, maar de volgende stap om windmolenparken op zee te bouwen zonder enige subsidie is verre van zeker. De stelling van de country manager van Dong dit weekend in het Nederlandse Financiële Dagblad dat deze ingeslagen weg een zekere is lijkt me heel voorbarig. Daar wind vandaag in de wereld een heel kleine plaats in neemt (minder dan een halve percent van de totale energiebehoefte komt van de productie van wind) heb ik vorige week al toegelicht en toont gewoon aan dat de ingeslagen weg nog maar net is ingezet en nog heel lang is.

Dat elektriciteit de plaats gaat innemen van fossiele brandstof als voornaamste drager voor onze energiebehoefte is een mogelijke en zelfs een waarschijnlijke piste, maar nog lang niet een zekerheid. De gemakkelijkheid waarin velen roepen dat we dit varkentje wel even zullen wassen is er ver over, maar er zijn positieve tekenen. Vorig jaar zijn de investeringen in elektriciteitsproductie en aanverwanten voor het eerst in zeventig jaar groter dan alle investeringen samen in fossiele brandstoffen zoals olie en gas.

Dit komt vooral omdat de investeringen in olie en gaswinning dramatisch gezakt zijn mag dan al een feit zijn, de investeringen in onze elektriciteitsbehoeften blijven in ieder geval wel op peil. De volgende vraag die men moet stellen is deze op een voldoende hoog peil en het antwoord hierop is neen. De slordige 600 miljard dollar die de wereld vorig jaar spendeerde aan investeringen in elektriciteitstoepassingen is ruim onvoldoende om de omslag te kunnen maken. Het feit dat tevens ook 600 miljard dollar in olie en gaswinning werden besteed zegt genoeg. Deze 600 miljard dollar aan nieuwe bronnen is gewoon om de vervanging op peil te houden zodat we onze 90 miljoen vatten per dag olie kunnen blijven oppompen.

Zelfs als we dit bedrag ineens zouden extra gaan investeren in elektriciteitstoepassingen dan zou dit nog ruim onvoldoende zijn gezien dit alleen maar dient om de capaciteit op peil te houden. Willen we bijvoorbeeld de 90 miljoen vaten per dag vervangen door duurzame elektriciteit dan is nog een veelvoud van 600 miljard dollar jaarlijks nodig. Nu is de situatie niet zo erg gezien olie en gas nog vele decennia nodig zullen zijn en nuttig. Alleen dienen we alle verbranding in eerste instantie van olie drastisch terug te brengen en deze nuttige en noodzakelijke grondstof zijnde olie te blijven gebruiken voor al onze andere producten die we nodig hebben.

Het vinden van toepassingen die uitstootvrij zijn en die ons toch in staat stellen om olie en gas te blijven gebruiken is één van de uitdagingen waar we voor staan. Op dat vlak is het slechte nieuws van opslag van CO2 een domper op de oplossingen die men had vooropgesteld. De enorme vertraging en zelfs opgave van opslag van CO2 onder de grond bewijst ook dat woorden makkelijker zijn dan daden en dat ook onze wens om alles op zon en wind te laten werken zeker geen vanzelfsprekendheid is en vandaag ook niet onderbouwd door feiten.

De wens en wil hebben is absoluut belangrijk gevolgd door een visie en strategie. Daarna gaat men de middelen mobiliseren en gaan we er vol tegenaan. De uitrol van de vele windmolenparken is hier een voorbeeld van, maar de uitkomst is dus nog helemaal niet zeker. Er zijn nog vele ‘missing links’ waar men soms nog geen idee heeft hoe we dit gaan oplossen, soms geen toepgepaste wetgeving, geen middelen of geen wil.

Ook onze mobiliteit en de opkomst van de lithium batterij als de Eureka oplossing is er ver over want de wet van de grote getallen vertelt ons dat opschalen niet mogelijk is zonder ingrijpende aanpassingen. Hele sectoren vallen buiten de scope en stoten nog veel meer schadelijke stoffen uit. De 300.000 boten die dagelijks de wereld bevaren stoten meer uit dan alle auto’s samen in de wereld, hetzelfde geldt voor de luchtvaartindustrie die volledig buiten schot blijft tot nu toe. Deze niche sectoren zijn wellicht qua prioriteit belangrijker dan onze heilige auto gezien de oplossingen hiervoor gemakkelijker te vinden zijn door de relatief kleine krachtbron per eenheid.

Voor onze sector blijft toch de oplossing dat de overheden ervoor zorgen dat men dient te investeren in reserve capaciteit en/of opslag als men bijvoorbeeld windmolenparken op zee bouwt. Het probleem over de schutting gooien en verwachten dat anderen dit gaan oplossen is naïef en ook niet haalbaar. De stelling dat voor iedere MW wind men ook een MW opslag dient te bouwen is niet in de juiste verhouding, maar er zit wel een grond van waarheid in. Hoe meer wind en zon hoe meer noodzaak aan slimme oplossingen, of dit nu in het net is, de afname kant, opslag of reserve capaciteit, er wordt vandaag veel te weinig in geïnvesteerd.

Groene stroom certificaten quota, wereld vraagt ieder jaar meer energie

De put van 2 miljard Euro die vorig jaar met veel bombarie door de vorige Minister van Energie in Vlaanderen werd aangevoerd en waarvoor zij onmiddellijk ook een oplossing (lees taks) introduceerde die haar naam kreeg was meteen ook haar zwanenzang.

Het ontslag dat erop volgde en de pek die ze in haar vele veren kreeg was er ver over en niet verdiend, vermits ze zelf niet verantwoordelijk was geweest voor de put. Dat in haar communicatie wellicht wat ruimte voor verbetering zat, is zeker, maar haar opvolger heeft wel geleerd om zijn vingers niet te branden aan deze materie.

Of toch niet? Hopende dat de rust in onze sector en vooral de aandacht op wezenlijke zaken zou terugkeren, zoals het bouwen van een energievisie, gingen we rustig door met de waan van de dag. Kranten en tv-programma’s werden weer gevuld met onze sector die zijn al behoorlijke geschonden imago verder ziet afglijden naar een noodzakelijk kwaad.

Zelfs goede organisaties zoals Voka stonden mee aan de klaagmuur en vinden dat de energieprijs voor hun bedrijven niet mag stijgen. Een gefundeerde onderbouwing ontbreekt helaas, want zolang de energieprijs in Europa naar elkaar toe groeit zie ik het probleem niet. Dat het klimaat nog veel sneller haar verdediging laat zien en ons als kikkers langzaam aan het koken is, blijkt nog altijd geen reden om onze gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen.

Als gezegd, de waan van de dag blijft gewoon regeren, maar Vlaams Minister van Energie Dhr. Tommelein blijft beuken op de muur van onverschilligheid voor wat betreft de verduurzaming van onze sector. Dat ook hier de communicatie niet vlekkeloos verloopt is duidelijk, gezien zijn bevindingen dat de 2 miljard Euro put al flink gedempt is door twee jaren Turteltaks en het afschaffen van de houtverbranders in Gent en Genk voor zijn collega’s in de regering blijkbaar compleet uit de lucht vielen.

Dhr. Tommelein heeft mijns inziens volkomen terecht aangekaart dat de quotaverplichting voor leveranciers geheractiveerd dient te worden. Het loslaten van deze maatregel was een historische vergissing, het is dan ook gerechtvaardigd dat hij deze wilt terugdraaien. Als je het echt meent met het behalen van duurzame doelstellingen, dan moet je een quotaverplichting instellen.

De fase van zalven alleen is echter niet voldoende, de stok waar je mee kan slaan moet zichtbaar zijn anders is de beweging voorwaarts niet sterk genoeg. Ik maak graag een overstapje naar de sport, als je niet traint en vooral niet hard genoeg, dan zal je nooit winnen. Alle atleten hebben met bloed, zweet en tranen hun grenzen verlegd en dat is niet anders voor onze uitdaging. Deze nieuwe industriële revolutie (want dat is het) zal alles en meer van ons vergen. Een wereld waar we fossiele brandstoffen niet meer gebruiken om uitstoot te veroorzaken is moeilijk, pijnlijk en vergt alle mogelijke inzetbare middelen.

Degene die alleen via “Kumbaya” berichten over de zoveelste opening van een zonnepark, windpark of een andere vorm van duurzame energie promoten voor hun eigen welzijn (doe ik ook) nemen zichzelf in de maling, want de weg is nog niet geplaveid en vooral nog héél lang.

Op dit ogenblik groeit de wereldwijde vraag naar energie (in alle soorten) jaarlijks nog met 2000Twh. Willen we alleen de groei al bijhouden met bijvoorbeeld windmolens dan moeten we jaarlijks 150.000 windmolens bouwen op een oppervlakte grosso modo ter grootte van Engeland en Ierland. Deze inspanning dienen we dan minstens 25 jaar vol te houden en dan hebben we genoeg land benomen met windmolens gelijk aan de oppervlakte van Rusland. Om nog maar te zwijgen van de duurzame energie die dient gebouwd te worden om de bestaande vraag van energie te kunnen voldoen.

Op dit ogenblik zijn zon en wind goed voor 0.7%(mondiaal) van al onze energiebehoeften (groen in totaal 4% als je alle biomassa en waterkracht meetelt) en dienen we dus nog 96% duurzame energie uit te bouwen om al onze energiebehoeften te dekken. En dan heb ik het nog niet over de jaarlijkse groei van 2000Twh, doordat we honderden miljoenen mensen uit de armoede halen door ze energie te geven. Uit bovenstaande blijkt toch wel dat aan ons huidig tempo we het gewenste resultaat nooit gaan halen tegen 2050. Maar ik laat mij graag verrassen door het tegendeel!

Terug naar Vlaanderen. Gegeven dat de cijfers van Dhr. Tommelein juist zijn, dan hoop ik dat hij daarmee zijn collega’s in de regering direct kan overtuigen om zijn voorstel te volgen en niet hun eigen politieke agenda. Dat het dossier vergiftigd is behoeft verder geen betoog. Men gaat hem echter, naar mijn inschatting, met plezier de ruimte geven om te bewijzen dat de Turtelput verdwenen is. Hopelijk gaat niet al zijn energie hier aan op en heeft hij nog tijd om zijn federale collega te bewegen eindelijk iets te doen voor onze sector. De geruchten molen is al op gang gekomen, er zijn ontwerp voorstellen maar deze worden nog niet transparant gedeeld, wegens conflicterende belangen of gebrek aan consensus. Nu is volharding en doorzettingsvermogen veel meer waard dan welke strategie of visie dan ook, maar het ontbreken van beiden is ondenkbaar.

De wens van Dhr. Tommelein om vanuit zijn voluntarisme dit jaar nog tot een gemeenschappelijke visie te komen met de andere regio’s en het federale niveau lijkt verder weg, zeker nu het gedroomde excuus langs komt met de crisis in Franstalig België waar nieuwe regeringen dienen gevormd te worden. Hierin vluchten lijkt de weg voorwaarts voor de federale bevoegde minister. Anders zal ook Belgisch geld blijven wegvloeien naar landen die wel hun marsorders voor de uitbouw van een duurzame energiehuishouding bepaald hebben.

Sector weer in de aandacht in België

Vorige week waren er in België weer een aantal opvallende gebeurtenissen in onze sector. Een eerste zaak was de wil van staatsecretaris De Backer om de kostprijs van de nog te bouwen windmolenparken op zee te reduceren.

Gezien de concessies al vergeven zijn aan een aantal partijen is dit een lastige oefening. Tegen de grond van de zaak is niks mis, namelijk zorgen dat we duurzame productie bouwen tegen de best mogelijke prijs. De ingeslagen weg van bedrijven als Dong, ENBW en Shell om een race naar “the buttom” te organizeren waarin spectaculaire biedingen zijn gedaan varierend van 74€, 55€ en ten slotte aan 0£ subsidie te willen investeren lijkt op het eerste zicht zeer goed nieuws.

Nu mag de marginale kostprijs van een geproduceerde wind of zon MWh inderdaad nul zijn vermits de brandstoffbronnen, namelijk wind en zon, gratis ter beschikking zijn, zelf geloof ik niet in het gratis model. De kandidaat bouwers natuurlijk ook niet en moeten we dus op zoek gaan naar hun echte beweegredenen om dergelijke grote investeringen te doen en toch aan hun aandeelhouders nog een rendement te kunnen garanderen.

Speculeren op een in de toekomst hogere elektriciteitsprijs op de stroombeurzen lijkt me een moeilijke basis om je lange termijn financiele modellen op te baseren ook al blijft het wel één van de belangrijke parameters. Als je gelooft in de toekomst van elektriciteit dan kan de prijs alleen maar stijgen.

En toch is het gewaagd wat België doet, de bestaande concessiehouders van de laatste drie windmolenparken op zee stonden al ver in hun voorbereiding en zal het dus zeer moeilijk zijn(lees onmogelijk bijna) om kortingen van 20 à 30% af te dwingen. De rendementen zijn namelijk kleiner dan de gewenste kortingen en niemand gaat met verlies investeringen doen behalve dan partijen die marktaandeel kopen.

Er worden momenteel hoge prijzen geboden voor duurzame energie gezien de projecten vaak nog met subsidie gebouwd worden en dus een zekere inkomstenbron zijn, ook al zijn de rendementen beperkt tot 4 à 5%(op projectniveau).

Indien de Belgische regering haar wens doorzet is de kans groot dat de bestaande concessiehouders afhaken en kan men een nieuwe veiling organiseren. Zoals al eerder gezegd dienen de kosten die gemaakt zijn(alleen de aantoonbare kosten gemaakt aan derden, zogenaamde “third party expenses”) terug betaald te worden. De schade is hiermee zeker niet mee weggewerkt want deze marktpartijen zullen volgende keer wel twee keer nadenken alvorens zich te wagen aan projecten ontwikkelen in ons kleine landje.

Dat België zijn duurzame doelstellingen niet gaat halen is zogoed als zeker hiermee, ook de andere mogelijke duurzame ontwikkelingen staan op een zeer laag pitje en de weg naar 40-50% duurzaam moet nog gebouwd worden. Op basis van de huidige marktwerking is het zeker dat we deze niet halen en is de kans zelfs reeel dat we naar een stagnatie of zelfs lichte afname gaan van het totaal aantal geproduceerde groene MWh.

Verder was er ook een uitspraak van het Grondwettelijk Hof dat de zogenaamde Turteltaks naar de eeuwige jachtgronden heeft verwezen en de Vlaamse regering met een serieuze uitdaging heeft opgezadeld. De wens om alle kosten in de KWh te stoppen op onze factuur kan dan wel logisch zijn maar het motto dat zo dan de vervuiler betaald is flauwekul. Als iemand bijvoorbeeld alleen maar groene stroom verbruikt is hij/zij toch geen vervuiler maar moet hij wel alle taksen betalen.

Het beste lijkt me om deze kost in de algemene begroting te brengen en via een aparte transparante taks iedereen mee te laten betalen, dit wil dus zeggen alle bedrijven en alle gezinnen.

We moeten ons toch echt afvragen hoe we de transitie gaan betalen want deze gaat nog vele malen meer kosten dan de eerste stappen die we nu aan het financieren zijn. Zoals steeds worden nogal gratuit woorden in de mond genomen als oversubsidiering die niet gestoeld zijn op enige waarheid maar vaak het resultaat zijn van studies die op een bepaald moment gemaakt worden. Zoals de studie van de Creg of PWC, allemaal correct alleen weinig relevant want je kan zowat iedere dag een nieuwe berekening maken en deze zal iedere dag verschillen.

Als je een correcte studie wilt maken dan moet je de formule zo maken dat hij dynamisch is en dus bruikbaar is op ieder moment en dan ook geldig is. Bijvoorbeeld het constant aanpassen van de financieringskost is een belangrijke parameter waar overheden veel te weinig rekening mee houden. Als de FED de intrest blijft verhogen dan zal ook vroeg of laat de Europese bank dit gaan doen en al helemaal zeker als onze economie het goed blijft doen.

Het effect van de intrestvoet is vaak veel meer bepalend dan de daling van de kostprijs van een fundering en de overheid moet goed beseffen dat als zij blifjt aanmodderen de investeringskost voor de nv België en bij uitbreiding voor alle landen wel eens veel hoger zou kunnen gaan uitvallen. Het is onbegrijpelijk dat men nu talmt met infrastructuur investeringen want de financieringskost zal waarschijnlijk alleen maar gaan stijgen(lees zeker).

Hoe meer de politiek onze sector viseert en wijzigingen aanbrengt hoe verder we af zijn van een echte geliberaliseerde markt. Het plak en knipwerk zorgt ervoor dat investeerders in de toekomst nog meer garanties zullen vragen. Het positieve van uitstel is wel dat de noodzaak voor verandering steeds groter zal worden, dat 2020 heel dichtbij komt zal hopelijk voor een aantal landen de rode kaart betekenen en een signaal om de zaken nu ergens te gaan nemen.

Roaming weg in Europa: goed voor je geld, slecht voor het klimaat

Deze week stond de telecom sector positief in het licht doordat de al zo lang vergruisde roaming tarieven eindelijk werden afgeschaft binnen de Europese Unie en nog enkele andere landen (voor ingewijden de Rip of Surchages)

Europa en zijn ambtenaren mogen zich terecht een pluim op de hoed steken, ook al heeft het nog enkele jaren te lang geduurd door het succesvolle lobby werk van een aantal operatoren. Door de explosie van gebruik van data heeft men zich uiteindelijk toch neergelegd bij deze maatregel, want men denkt een nieuwe marge bron te hebben gevonden.

Paradoxaal genoeg kunnen ze wel eens gelijk krijgen, daar de vraag naar bytes jaarlijks meer dan verdubbelt door onze wens om constant op onze slimme telefoon naar filmpjes te willen kijken. Deze hersenloze activiteit vreet nu eenmaal data en zo zitten we allemaal op de eerste rij als er weer eens iets gebeurd in Verwegiestan.

Maar dit voyeurisme komt met een prijs, iedere doorsnee Google sessie (20 minuten+) verbruikt zoveel als een ketel water tot kook te brengen en hier wringt dan ook het schoentje. In tijden waar iedereen eendrachtig roept dat wij in tegenstelling tot dhr. Trump het klimaatakkoord van Parijs wel even zullen bereiken, is het goedkoop maken van instant online kennis in tegenspraak.

Beslissingen kunnen met de beste intenties worden genomen, maar kunnen ook de meest verschrikkelijke gevolgen kennen. Het stimuleren van consumptie zit in de kern / het bloed van ons economisch model. Het willen van meer is niet te stoppen, en zo wordt onze byte dus steeds goedkoper, maar verbruiken we jaarlijks ook steeds meer.

Dat een aantal studies allang hebben aangetoond dat het online kijken jonge kinderen dom maakt en afstompt is geen reden, maar wel een aandachtspunt. Erger nog is het feit dat men niet lijkt te snappen waar energie efficientie om lijkt te gaan. Het gaat om zuiniger omspringen met de middelen van de aarde en dat begint natuurlijk bij onszelf. Nu hou ik er niet van om met vingertjes te wijzen en dus dienen we in oplossingen te blijven denken.

Bewust maken is al één ding en het zou de overheid sieren mochten ze duidelijk maken hoeveel energie er nodig is voor wat, zodat mensen minstens weten wat hun verantwoordelijkheid is en wat ze er zelf kunnen aan doen.

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam op een namiddag georganiseerd door Energiea (dagelijkse nieuwsbrief van het FD) waar onder andere Dhr. Nijpels kwam uitleggen waar Nederland met het energiebeleid, en dan vooral met de verduurzaming ervan, toe gaat. Er was ook nog een korte speech van een directeur van een groot energiebedrijf die mij enigszins naast de kwestie leek te praten. In plaats van concrete voorstellen over het bijvoorbeeld sluiten van de kolencentrales die massaal veel broeikasgassen uitstoten, had hij het over de oneerlijke verdeling van de kosten tussen burgers en bedrijven en dan vooral de industrie. Een aantal beloftevolle jonge bedrijven mocht in een korte presentatie hun dienst of product toelichten, en dit was bij verre het meest interessante van de namiddag. De afsluitende presentatie van Remco De Boer zette iedereen weer netjes met de voeten op de grond door te stellen dat we helemaal niet richting Parijs aan het gaan zijn.

Een zeer correcte analyse, maar ik vrees dat hij een roepende in de woestijn is en dat er niet echt niemand luistert in Den Haag. Dit laatste is ook lastig, want er is nog geen nieuwe regering en de bestaande regeert vooral naar de waan van de dag. Het aanstellen van een Belgische informateur, in het geval de formatie over het jaar heen gaat, lijkt een goed idee gezien wij in België ruime expertise hebben in het opzetten van onmogelijke coalities met een oneindig geduld (België is toch niet voor niets wereldkampioen regeringsvormen). Indien men toch zou kiezen voor een minderheidskabinet dan zal naar ik vrees de haalbaarheid van het klimaatakkoord van Parijs niet direct dichterbij komen.

Natuurlijk kan men terzake de oneerlijke verdeling van kosten altijd een debat voeren over wie de factuur moet betalen voor de verduurzaming van onze energiehuishouding, maar uiteindelijk zijn we een eenheid. De industrie is geen apart beest, maar is daar om voor ons te produceren, om winst te maken en zo welvaart te creëren.

Ach we weten het allemaal eigenlijk wel, we moeten vooral veel minder gaan produceren en consumeren, want dat is de echte weg naar een duurzame samenleving waar minder schadelijke stoffen de lucht worden uitgestoten. De hete brij wordt in debatten vaak zorgvuldig vermeden en men presenteert vooral technische oplossingen die inderdaad ons energieverbruik zullen gaan vergroenen. Als we echter op het huidige niveau producten blijven produceren dan is wat wij in onze sector doen een maat voor niets.

Dit is geen discussie die onze sector zelf of alleen kan voeren, vermits wij gewoon de energie beschikbaar maken die anderen nodig hebben. Dat de discussie maatschappelijk al wordt gevoerd en alleen maar in belang gaat toenemen is 100% zeker. Goede nieuws is dat we door een echte verduurzaming van de economie, in combinatie met een beperking van de bevolkingsgroei onze voetafdruk zeker naar een aanvaardbaar niveau zouden moeten kunnen krijgen voor het einde van deze eeuw.

Federaal Minister schiet zichzelf in de voet

Ondanks de relatieve schaalgrootte van ons mooie landje gebeurt er iedere week wel iets in onze sector, zelfs als er geen nieuws te melden is wordt er gewoon nieuws gemaakt. Zo ook vorige week waar Minister Marghem een “gerucht” de wereld in stuurde dat België toch maar beter opnieuw met Europa zou gaan praten want de objectieven van 2030 waren toch te streng.

Dat we tegen 2030 minstens 35% CO2 reductie moeten bewerkstelligen is inderdaad aan het huidig tempo en visie een huzarenstukje. Als je maar lang genoeg geen visie met stappenplan ontwikkelt kom je vanzelf tot deze conclusie. Dat de timing ongelukkig was gekozen nog maar één week nadat de premier van België dhr. Trump had verketterd door weg te lopen van het klimaat akkoord van Parijs was wellicht niet zo handig.

Eerder daarom viel de verzamelde pers over haar en al snel werd ze terug gefloten door de premier en werd al snel een slachtoffer gezocht en gevonden. De woordvoerster had een communicatie foutje gemaakt, neem aan de nieuwe want de vorige woordvoerster is zelf al vertrokken wegens te veel duiventil op dit kabinet. De leegloop van dit kabinet kent geen grenzen en wijst ook wel enigszins op een probleem.

Het is niet de eerste keer dat onze sector gedurende een volledige legislatuur ter plaatse blijft trappelen en in de laatste vijftien jaar hebben alleen Olivier Deleuze en in enige mate Dhr. Wathelet echt zaken in beweging gebracht en is het palmares aan verwezenlijkingen van alle anderen zo goed als onbestaande.

Belangrijker is echter of de golf van spontane woede en ontgoocheling in Europa over het terugtrekken van Amerika uit het klimaatakkoord landen ertoe kan bewegen om met echte concrete vergaande maatregelen te komen die het klimaatakkoord tanden gaat geven.

Terugkomend op de zoveelste communicatiefout van de federale minister voor energie gaat men wel voorbij aan het feit dat ze eigenlijk wel een punt heeft want dat België en dus ook de gewesten met de huidige snelheid op geen enkele wijze de doelstellingen van 2030 gaat halen. Om nog maar te zwijgen van de 2020 doelstellingen. Dat sommige regionale ministers de suggestie geven dat als de nood hoog wordt we nog altijd groen kunnen kopen in het buitenland dan bewijst dit het zwaktebod.

Aan mij werd gevraagd of we de CO2besparing nog gaan halen en ik kon alleen maar reageren dat dit heel wat cijferwerk behelst, maar dat op dit ogenblik niemand nog projecten gaat ontwikkelen in België van enige schaal. De vele goede consultants die wij ook in Vlaanderen hebben werken oftewel in Nederland of in andere landen om zo toch maar een stabielere werkomgeving te bouwen. Allemaal bevestigen ze mij dat er in België en de regio’s momenteel geen interesse is om projecten te ontwikkelen gezien eenvoudig weg de markt niet aantrekkelijk is.

Wat de diverse overheden niet schijnen te begrijpen is dat dit status quo alleen goed is voor de historische partijen en dan vooral degene met kerncentrales of trekrechten erop. Het is nu zo goed als 100% dat we binnen enkele jaren opnieuw zullen besluiten om de kerncentrales open te houden als ik kijk naar de het laatste half jaar en het totaal gebrek aan nieuwe investeringen.

Begin december 2016 nam ik nog deel aan een debat in een afgeladen volle zaal en toen schudde ik iedereen wakker door te zeggen dat onze kerncentrales nog veel langer zullen openblijven en lachte men wat nerveus.

Nu een half jaar later waarin geen enkele vooruitgang is geboekt op het vlak van visie en vooral concrete keuzes met middelen kunnen de eigenaren van de kerncentrales zich opmaken voor het verzoek in 2019 na de vorming van een nieuwe regering. Dit zal de zin om nieuwe investeringen te gaan doen nog verder doen afkalven ook al moet ik ook zeggen dat het nooit te laat is.

De kracht van verandering die bij deze federale regering normaal gezien zou moeten aanwezig zijn ontbreekt volledig als het aankomt op ons dossier. Aanmodderen is nog het beste woord ook, het is geen toeval dat een gigant als ENI na nog geen vijf jaar de handdoek in de ring gooide (ze hebben in 2012 Distrigas en Nuon gekocht) en dat Lampiris inmiddels ook van eigenaar is veranderd.

En toch zijn er nog mogelijkheden en tijd om vooruitgang te boeken, maar de kans wordt met de dag kleiner dat tijdens deze regering er nog echte keuzes gaan gemaakt worden. Zelf focussen wij ons bijna volledig nu op Nederland dat duidelijke marsorders heeft gegeven om achterstand om te buigen. Natuurlijk blijven we vinger aan de pols houden in het geval er in België terug marktmogelijkheden zijn.

Trump “jumps” in het onbekende en sleurt klimaatakkoord van Parijs mee.

Het nieuws van vorige week was zoals verwacht de lang verwachte aankondiging van de Amerikaanse president om zich terug te trekken uit dit akkoord. Niet zozeer om inhoudelijke redenen, maar het was één van zijn verkiezingsbeloften en het was de vorige president Obama die dit akkoord mee goedgekeurd had.

Dat Amerika nu al terugtreedt is paradoxaal genoeg op korte termijn wellicht goed nieuws want net zoals met de Britten in Europa kun je beter iemand kwijt zijn die niet echt mee wilt want anders zit je constant in de vechtzone. Het is natuurlijk wel triest dat één van de gidslanden (of dat zou het toch moeten zijn) en de tweede grootste vervuiler van de wereld zich vooral diplomatiek gaat isoleren.

Trouwens dat van die tweede grootste vervuiler is helemaal foutief want Amerika staat helemaal bovenaan qua energieverbruik per hoofd van de bevolking en dat maakt het des te erger.

Zoals gezegd kan het vertrek van de huidige Amerikanen ook iets goed veroorzaken, het kan de anderen gaan verbinden en niet alleen op klimaatvlak. Het huidig akkoord is gewoon niet sterk genoeg en het gaat ook niet ver genoeg. De drive is nu groot van landen als China, India en Europa om echt te proberen het akkoord verder uit te diepen.

Het gebrek aan een stok om te slaan in dit akkoord en de vrijblijvendheid waarmee men kan vertrekken zegt alles, het is een optie akkoord vol goede intenties, maar veel meer is het ook niet.

Belangrijker dan het geblat van dhr. Trump zijn de tendensen in de nog jonge duurzame markt waar nog steeds vooruitgang wordt geboekt in technologie. Vorige week was ik een dag bij de beurs Intersolar in München en vielen mij toch enkele zaken op. Eén van de opvallende nieuwkomers waren toch de vele batterij fabrikanten die allemaal hopen om een graantje mee te gaan pikken van de mogelijk toekomstige markt voor lokale kleinschalige opslag in combinatie met zonnepanelen.

Een hele zaal vol aanbieders van allerlei vormen van batterijen lijkt me vandaag wellicht nog wat veel van het goede gezien er geen enkel financiële onderbouwing is van dergelijke investeringen en nog veel minder aangepaste regelgeving om dit mogelijk te maken. Nochtans is het al een tijdje duidelijk dat de ingeslagen weg van meer zon en wind onmogelijk is zonder aanpassingen aan de manier waarop wij elektriciteit gebruiken en vooral gebruiken wanneer we het nodig hebben.

Het is natuurlijk mooi dat om 12:00u ‘s middags onze panelen veel opbrengen alleen is er dan geen verbruik in het huis gezien er niemand thuis is (lees veel minder verbruik).

Een andere evolutie in de zonnepanelen markt is het streven naar integratie in het dak zodat we verlost zijn van de vele lelijke daken waar nu lukraak panelen worden opgelegd. Dakpannen met zonnecellen geïntegreerd waren talrijk aanwezig en worden ook steeds competitiever en al zeker als je nieuw legt of je dak dient te vervangen. De overheid kan de komende jaren verplichten om te werken met deze geïntegreerde oplossingen zodat ons landschap en vooral het uitzicht zoveel mogelijk wordt beschermd.

Wat ook opviel was de overname van deze markt door de Chinezen en alleen maar Chinezen. Er zullen zeker nog andere fabrikanten zijn alleen gingen ze verloren in de zee van Chinese namen. Ook stonden er een beperkt aantal Belgische bedrijven waaronder jonge belofte bedrijven zoals enkele ondernemers uit Hasselt die samen met Imec een PID doos hebben ontwikkeld die degredatie tegengaat voor die panelen die last hebben van PID. Dat is kort gezegd het probleem van panelen die overdag elektriciteit opslaan en op één of andere mysterieuze manier moeilijkheden ondervinden om te ontladen waardoor de efficientie naar beneden gaat.

Wij hadden ook zo’n groot park dat er last van heeft en met deze technologie is het euvel zo goed als direct opgelost.

Verder ook nog enkele fondsen gesproken die interesse hebben om ons te ondersteunen in ons nieuw initiatief in onder andere Nederland om nog meer focus te leggen op de ontwikkeling van zon (en wind). Je ziet dat ook steeds meer installateurs van zonnepanelen ook parken gaan ontwikkelen om zo minder afhankelijk te zijn van de grillen van de markt en onderhevig aan concurrentie op de prijs. Hetzelfde geldt trouwens ook andersom gezien de marges flinterdun zijn om parken te kunnen ontwikkelen en overheden zeer scherp rekenen.

Ondertussen komen we steeds meer tot de conclusie dat er momenteel in België weinig valt te ontwikkelen en staan deze activiteiten dan ook op een heel laag pitje. Buiten nog wat windparken wacht iedereen op wat komen gaat en is het af te wachten of men in de Wetstraat begrijpt dat wij als land niet meer aantrekkelijk zijn om investeringen in duurzame energie te gaan ontwikkelen. Wellicht een uitzondering voor wind op zee, maar ook daar wachten de ontwikkelaars bang af of de overheid durft ingrijpen gezien de huidige tendens dat wind op zee gratis kan gebouwd worden of lees zonder subsidie.

Klimaat op de agenda of niet?

Dat er deze dagen weer veel over het klimaat wordt gepraat heeft wellicht in de eerste plaats met het mooie weer te maken waarvan wij nu aan het genieten zijn en in mindere mate met de G7 top in Toarmina op Sicilië.

Dat de zeven rijkste landen onder andere klimaat op de agenda hebben staan is zeker positief te noemen gezien de hoogdringendheid van het onderwerp en vooral de acties die erop moeten volgen. Het is jammer dat de ogen wederom gericht zijn op de Verenigde Staten en dan vooral zijn flamboyante afgevaardige zijnde Dhr. Trump.

Dat hij geen kleur wilt bekennen of beter gezegd gewoon niet wilt zeggen wat hij denkt is wellicht eerder te danken aan het feit dat hij zich diplomatiek probeert te gedragen en hij zorgvuldig het juiste moment afwacht om uit het klimaatakkoord te stappen.

De regeringsleiders van Europa vertalen zijn zwijgen als positief alleen lijkt me dat vrij naïef, want de beste man heeft tot nu toe steeds geprobeerd om uit te voeren wat hij tijdens de verkiezingscampagne heeft gezegd. Vooral in eigen land heeft hij het moeilijk om zijn “beleid” van oneliners uit te voeren en minstens zoveel binnen zijn eigen partij als er buiten.

De gebroken werkweek(donderdag feestdag) zorgt ook voor extra aandacht gezien mensen nu ook de tijd hebben om het nieuws te zien en erover te praten, filosoferen en mogelijke gevolgen te bekijken van de weg voorwaarts in onze sector.Op zich staan er al veel goede intenties op papier en ongeacht de politieke kleur wilt iedereen de omslag maken naar een duurzame energiehuishouding.

Alleen de prijs die we gaan betalen is nog niet duidelijk naar boven gekomen en het is ook zeer twijfelachtig dat men deze gaat accepteren. Buiten het puur financiële aspect van de nodige investeringen vergt het vooral een nieuwe industriële revolutie die ook voelbaar zal zijn in de manier waarop wij leven.

De afgrond van onze huidige consumptiemaatschappij komt steeds dichterbij ook al versnellen we nog steeds het consumptiegedrag. De noodzaak voor de groei van de overheidsbegroting is zo groot gezien de behoeften (lees begrotingstekorten wegwerken, geld in oorlog, pensioenen, infrastructuurinvesteringen, vergrijzingskost, etc.) dat men de economie blijft aanjagen met goedkoop geld (vanuit ECB) om toch maar enige groei te houden en zo ieder jaar meer geld binnen te krijgen.

Ondertussen worden grote statements gemaakt over gratis windmolenparken op zee en aan de andere kant proberen de ontwikkelaars van deze parken het hoofd recht te houden en hopen zij dat de storm gaat leggen. Zeer onwaarschijnlijk overigens want er blijven partijen in de markt Russische roulette spelen doordat ze zon- en windparken bouwen ver onder de kostprijs hopende op een toekomstige stijging van de stroombeurzen.

Het zal de energiebedrijven in moeilijkheden nog verder neerwaarts duwen daar hun hoop om nieuwe verdienmodellen te vinden in de duurzame sector nu als sneeuw voor de zon verdwijnt. Of het Shell was die in Nederland (Borssele wind) zwaar onder kostprijs heeft geboden om zo toch maar een start te maken aan zijn verduurzaming (of toch imago) of Dong die ook een vlucht voorwaarts lijken te nemen het blijft afwachten wat het effect ervan zal zijn. Op zich kan de strategie van Shell en Dong ook werken indien de investering zelf hiermee gelijktijdig gaat dalen en hun verdienste is dan ook dat we uiteindelijk wellicht sneller terug naar de normale marktwerking kunnen gaan.

Geproduceerde elektriciteit verkopen uit zon en wind op de stroombeurzen aan voldoende hoge tarieven zodat de subsidie volledig achterwege kan blijven. Vele critici roepen al lang moord en brand over de zogenaamde onterechte subsidies voor de duurzame sector en alleen hiervoor zal het goed nieuws zijn. Wel heb ik hier een aantal serieuze kanttekeningen bij daar ook de fossiele sector (en kernenergie) mag rekenen op uitgebreide steun (politiek of financieel). Over Hickley Point is al genoeg geschreven, maar de 35 jaar subsidie die al nodig is om deze nieuwe kerncentrales te kunnen bouwen spreekt voor zichzelf. Het is jammer dat we de meeste critici dan ineens niet meer horen. Ook voor olie wordt al decennia lang oorlog gevoerd op vele fronten om het zwarte goud toch maar te laten vloeien in onze richting.

De ontelbare doden, vervuiling en omkoping zijn ook al lang schering en inslag in deze sector waar de grootste olievoorraden dan ook nog eens in handen zijn van dictatoriale regimes waar wij massaal geld naar pompen. Alleen hiervoor zou men een omslag moeten voor willen maken, alleen gebeurt dit best wel in kleine stappen. Olie gaan we nog heel lang nodig hebben, alleen moeten we zo snel mogelijk stoppen om deze in verbrandingsmotoren te gebruiken en er meer zinnige dingen mee doen die meer waarde creëren.

Vlaamse energievisie, digitale meters, Nederlands afscheid van gas

Afgelopen vrijdag werd in Vlaanderen door de bevoegde minister Dhr. Tommelein de Vlaamse energievisie voorgesteld. Deze aanvang bevat een aantal goede accenten, maar is vooral een bevestiging van zaken die we reeds eerder hebben gelezen in diverse andere (vrijblijvende) documenten zoals het klimaatakkoord van Parijs, doelstellingen van 2020/2030 vanuit Europa, etc.

Deze eerste stap is in ieder geval nodig om de uitdagingen nog eens goed te schetsen en nog wat extra elementen naar voren te brengen. Eén van de zaken is de introductie van warmte naast elektriciteit en aardgas als volwaardig alternatief in de toekomst. Datzelfde zie je trouwens in Nederland waar men al een tijdje roept om af te stappen van het aardgas gezien de gasbel in Slochteren zijn einde nadert.

De federatie verantwoordelijke van energieleveranciers (mevr. Van der Laan) in Nederland stelt wel terecht de vraag of roepen alleen ons gaat brengen waar naar toe moeten. Op dat punt dienen we als samenleving en dus ook onze politieke verantwoordelijken harde deadlines in wetten op te nemen zodat er geen twijfel mogelijk is over de noodzaak van deze verandering. Natuurlijk lobbyt iedere sector om zoveel mogelijk uitstel te krijgen, dat zie je in de autosector, de oliesector en zelfs in de offshore windmolensector. Verandering staat nu eenmaal op kracht met continuiteit en dat is nu net wat je nodig hebt om infrastructuurprojecten te financieren.

De roep vanuit de Nederlandse energiesector om uitstel is begrijpelijk gezien voor Nederland het specifiek afstappen van aardgas voor verwarming (en elektriciteitsproductie als basislast energie) enorme aanpassingen vergen waarvoor men nu niet de aangepaste regel-en wetgeving ziet. Als men vanuit de politiek hardop zegt om tegen 2030 af te stappen van aardgas dan moet men dit ook in harde wetten gieten zodat de industrie weet waar hij voor staat en de bevolking inlichten dat dit veel geld gaat kosten.

Het roepen van verandering is rechtmatig en afstappen van onze fossiele verslaving nog meer, alleen moet men tegelijkertijd borgen dat de continuiteit voor de nieuwe technologische keuzes geborgd is via wet-en regelgeving. Dat de lobby van de huidige industrie zich zal verzetten is normaal gezien haar toekomstige dominantie met nieuwe markten verre van zeker is. Neem maar het voorbeeld van Nokia dat in 2005 nog de absolute nummer 1 was in de wereld van mobiele telefonie en volledig de boot van de smartphones gemist heeft en daardoor bijna compleet van de kaart is geveegd.

Of hetzelfde gaat gelden voor de huidige giganten in bijvoorbeeld de oliesector is nog niet zeker, maar een aantal van hun zal op termijn wel verdwijnen. Een omslag maken naar een volledig ander businessmodel is een titanenwerk en moet vroeg beginnen. Het stop en go beleid van een bedrijf als Shell betreffende duurzame energie wijst op twijfel en is nefast voor hun lange termijn overleving. Datzelfde geldt trouwens ook voor bedrijven in onze sector die overwegend laat tot zeer laat het geweer van schouder hebben veranderd. Hoe dominant men was vanuit hun historisch monopolie hoe kwetsbaar men is in de nieuwe hernieuwbare energiesector.

Dat een bedrijf als Engie slechts recent onder de nieuwe leiding van mevrouw Kochner een begin heeft gemaakt naar duurzame energie is symtomatisch voor vele gelijkaardige bedrijven en hun marktaandeel in opgesteld vermogen is dan ook klein te noemen (in vergelijking met hun klassieke productie van kernenergie, gas- of kolencentrales). Natuurlijk zijn er ook andere zoals Dong energy en Enel die wel al eerder keuzes hebben gemaakt en daar vandaag de vruchten van plukken. Ook in de lage landen werkte Eneco al eerder dan de anderen aan de uitbouw van zijn duurzame productie gezien ze zelf historisch gezien geen noemenswaardige positie hadden in grootschalige elektriciteitsproductie.

Terugkomend op de Vlaamse energievisie stelt men terecht in de lange inleidende tekst dat de echte keuzes samen moeten gemaakt worden met de andere regio’s en onze buurlanden. Het is wel jammer dat in het document nergens een aanvang wordt gemaakt van het zichtbaar maken van doelen, bijvoorbeeld een jaarlijks objectief als voorbeeld had al enige ambitie naar voren kunnen brengen of het nu op het vlak van warmte, besparing of hernieuwbare energie had geweest. “Put your money where you mouth is” blijft belangrijk en net zoals in de mooie teksten van onze Nederlandse vrienden ontbreekt de onderbouwing en cijfermatige berekening in dit stadium wat op zich geen probleem hoeft te zijn gezien correct gemeld wordt dat dit later nog dient te gebeuren.

De opsomming van de volgende acties is wel nuttig en het is te hopen dat het interfederaal energiepact dan ook meer zal zijn en echte bindende doelstellingen per jaar en per regio inclusief technologische keuzes, begroting en financieringsmethoden.

Er staan ook wel wat contradicties in de tekst daar aan de ene kant er gevraagd wordt van de industrie om zich aan te passen en dat een realistische CO2 prijs per ton nodig is hiervoor, maar anderzijds wordt geschreven dat dit de concurrentiele positie niet mag aantasten. Volgens mij zal de aanpassing naar een duurzame manier van leven die houdbaar is voor zowel flora en fauna niet kunnen zonder aanpassing van onze gewoonten en dit op een verregaande wijze. Hier zit de grootste valkuil nu het duidelijk wordt dat we het laag hangend fruit zo goed als opgebruikt hebben en de volgende keuzes wijzigingen zullen betekenen in de manier waarop wij leven.

Samen sterk

Dat Vlamingen graag hun dingen zelf regelen wordt vaak bevestigd in cliches en natuurlijk is er ook een grond van waarheid in deze stelling. Vooral in onze bouwgewoonten komt deze eigenschap extreem naar buiten gezien onze spreekwoordelijke baksteen in de maag. De eindeloze lintbebouwingen met individuele huizen wijzen ons jammer genoeg niet in de richting van de toekomst.

Dat een groot deel van de bevolking tegen 2040 in een stad woont lijkt jaar na jaar meer bewaarheid te worden ook al is het voorspellen van de toekomst zeker geen exacte wetenschap. Vanuit energetisch oogpunt en efficientie zijn er zeker grote voordelen om dicht bij elkaar te gaan wonen. Dat brengt wel direct een probleem met zich mee dat mensen die in steden wonen niet voor hun eigen energieproductie gaan zorgen. Op zich hoeft dat ook helemaal niet want de waarheid ligt zoals vaak in het midden.

Ook in energieproductie geldt dat schaalgrootte helpt om efficientie voordelen te bereiken dus iedereen eigen producent is wellicht de wens van betrokken partijen die dan materiaal kunnen leveren, maar voor een samenleving verre van de ideale oplossing.

Hetzelfde geldt op dit ogenblik voor die bedrijven die moord en brand roepen dat offshore wind de oplossing is, ook hier ligt de waarheid in het midden en zelfs meer naar de andere kant. Offshore wind is een schakel in een toekomstige energiehuishouding, maar niet meer dan dat. Er kunnen zeker landen en regio’s zijn die meer uit wind op zee zullen halen dan anderen, maar het verkopen als het Eureka moment is er ver over.

Net zoals het megalomane idee van enige jaren geleden om alle zonnepanelen in de Sahel te gaan zetten en zo elektriciteit over grote afstanden te gaan vervoeren. Theoretisch perfect mogelijk alleen praktisch perfect onwenselijk. Ook bij ons roepen velen in slogans, elektrisch autorijden is ineens de totaal oplossing terwijl men er niet bij zegt dat dit vandaag onmogelijk is en zelfs niet wenselijk. Onze spreekwoordelijke eieren in één mand leggen is ziek blijven in hetzelfde bedje. Onze fossiele verslaving vervangen door een lithium verslaving bijvoorbeeld is de weg naar nog meer miserie.

Dat neemt niet weg dat al deze technologieën een deeltje van de puzzel zijn. Ook vanuit de politiek roept men vrolijk mee want ineens is wind op zee gratis geworden, fantastisch toch, maar gelooft u dit nu echt? Natuurlijk zijn er schaalvoordelen en zoals iedereen hoop ik ook dat windmolens dezelfde weg op gaan als zonnepanelen qua prijs alleen is de euforie veel te voorbarig.

De consessies die in Duitsland nu gratis zijn weggegeven zonder subsidie hebben in de details van hun contract genoeg ontsnappingsmogelijkheden waardoor het verre van zeker is dat deze parken er ooit gaan komen. Als de elektriciteitsprijs tegen 2023 niet fors is gestegen (lees het dubbel minstens) dan zal men deze concessies gewoon niet uitvoeren en de boete van 60 miljoen euro betalen.

De paradox is zelfs dat dit huidige goede nieuws ervoor kan zorgen dat we grote vertraging gaan oplopen in wind op zee want iedereen denkt ineens het licht gezien te hebben. Wij in Vlaanderen/België zouden beter moeten weten, gratis bestaat niet, niet zoals bussen draaien windmolens niet op liefde.

Erger is nog dat beleidskeuzes kunnen wijzigen door deze euforie, bijvoorbeeld lopen we het risico dat men de moeilijke zoektocht naar goede locaties op land voor wind gaat laten voor wat het is en alles op zee gaat concentreren. De industrie die betrokken is bij het bouwen van windmolens op zee zal dit zeker stimuleren alleen weet ik niet of ze nu zo blij moeten zijn met dergelijke tendens want de risico’s nemen ook toe.

Ondertussen zorgt onze sector in ieder geval wel voor een gevoel van solidariteit, maar liefst een kwart miljoen gezinnen kopen samen energie aan. Dat dit vooral komt uit gemakzucht wordt er wel bijgezegd want zelf zoeken naar de beste leverancier vergt enige inspanning. Ook al hebben we al jaar en dag de uitstekende online tool van de VREG genaamd de V-test. Het blijft positief dat de gezinnen wakker zijn, alleen dat constante hameren op de prijs heeft zo zijn gevolgen voor de waardering voor het product. De wil om er meer voor te betalen is niet groot en de klaagmuur is nooit ver weg.

De fusie tussen Eandis en Infrax wordt dan ook vooral verkocht met het argument dat onze factuur erdoor gaat zakken en dat is weer meer van de zelfde perceptie, prijs, prijs, prijs. Overigens nodig ik u uit om na de fusie even met mij uit te rekenen hoe groot de besparing zal zijn. Deze zal volledig teniet gedaan worden door de verwachte investeringen die nodig zijn om ons net slim te maken en vooral klaar voor de toekomst waar sommige zeggen dat we al onze wagens even aan de stekker gaan hangen. De “Internet of Things” zal hard nodig zijn om nog maar een deel van deze droom werkelijkheid te kunnen maken.

EnglishNederlandsFrançaisDeutsch
by Transposh - translation plugin for wordpress

Archives

Polls

Gelooft u dat België en de regio's hun duurzame objectieven 2030 zullen halen?


View Results

Loading ... Loading ...